Wie zijn die democratische moslims?

Wie zijn die democratische moslims?

Soms hoort men dat de islam niet verzoenbaar is met de democratie. Anderen zeggen dat moslims de wet respecteren net zoals elke andere burger. Beide stellingen zijn echter fout doordat ze een onhoudbare veralgemening maken. Moeten we ons niet gewoon afvragen welke moslims democratisch genoemd kunnen worden? Er zijn er genoeg. En welke niet? Daarvan zijn er spijtig genoeg ook 'genoeg'. En ook: waar zitten de twijfelgevallen? En waarom?

En voor wie teleurgesteld is in deze of gene democratie, lees eerst even verder! Dit artikel probeert gewoon een realiteit te beschrijven. En daarmee hopen we de veralgemeningen pro, en contra te doorprikken.

Het antwoorden op de eerste vraag kunnen we eenvoudig houden: democraat is al wie alle basisregels van de democratie respecteert, de universele mensenrechten dus. Dat is bij ons uitgewerkt in het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens (EVRM). Dat is dus een geheel van rechten, vrijheden én regels voor de werking van het openbaar bestuur, voor het publieke leven en voor de bescherlming van uw en mijn rechten. Dat omvat veel meer dan alleen maar een meerpartijenstelsel en vrije verkiezingen. Dat omvat ook wetten met tanden, onafhankelijke rechters, een vrije, onafhankelijke pers, vrijheid van meningsuiting, syndicale vrijheden en zoveel meer.

Bij welke democratische moslims kan men daar meer over leren? Wie zijn? Wie ze wil leren kennen, die kan veel auteurs lezen: Korangeleerden en imams – zoals Hassem Chalghoumi, Farid Esack, Rachid Benzine, Soheib Bencheikh en Tareq Oubrou; of academici, intellectuelen en activisten – zoals Afshin Elian, Bassam Tibi, Maajid Nawaz, Fatima Mernissi, Nawal El Saadawi, Dalil Boubakeur, Zuhdi Jasser, Tahar Ben Jelloun, Ayaan Hirsi Ali, Malek Chebel, Nasr Abu Zayd, Kamel Daoud, Boualem Sansal, Naser Khader – en politici zoals Ahmed Marcouh en Mohammed Aboutaleb. Maar ook duizenden gewone moslims kunnen dat verduidelijken. Verder zijn er ook bekende moslims uit islamitische landen die waarschijnlijk in deze groep thuis horen, maar die zichzelf omwille van hun persoonlijke veiligheid censureren. Ik denk hierbij onder meeraan Shirin Ebadi, de Iraanse Nobelprijswinnares.

Natuurlijk kan men opwerpen dat de democratie niet perfect is en dat er niet één model bestaat. Dat klopt, de Zwitserse democratie is niet de Noorse, noch de Ijslandse, en geen van deze is perfect. Een democraat kan dus best bedenkingen hebben bij de democratie waarin hij leeft. Welke landen democratisch zijn, daarover kan men dan ook eindeloos redetwisten. Maar benaderend valt er wel een lijn te trekken – zoals in de Democracy Index van The Economist Intelligence Unit, hier. Het is overigens maar één van de bestaande rangschikkingen. Maar die kennen wel alle een duidelijke rode draad. Terzijde, België scoort in de meeste onderzoeken niet zo goed. Verbaasd?

Cruciaal, in de democratiche islam, is wel de overtuiging dat alle mensen, waar ook ter wereld, gelijke fundamentele rechten en vrijheden hebben en dat de democratische principes een goed model vormen. Deze bieden 'het minste slechte van alle mogelijke bestuursvormen. Dat onderscheidt dan weer democraten van bijvoorbeeld communisten en fascisten. Die wijzen de democratie af. Ze geloven daarentegen in 'hun' superieure model. Voor beide staat een sterk politiek gezag daarbij centraal. De individuele rechten van de burgers zijn voor beide ruim ondergeschikt.

Deze afweging is cruciaal omdat ze toelaat – voor autochtonen net zo goed als voor allochtonen, en voor moslims net zo goed als voor niet-moslims – het onderscheid te maken tussen al wie overtuigd is van de meerwaarde en de legitimiteit van de democratische principes en de universele mensenrechten, boven die van alle andere politieke systemen, en al wie een ander systeem verkiest. Die overtuiging heeft dus niets te maken met de kwaliteiten van één democratische staat, noch een andere, maar wel met een model, met fundamentele normen en waarden en met alle goede voorbeelden daarvan.

Het begrip 'democratische moslim' is daarbij dan al evenmin een exacte zaak, maar een benaderend begrip; het is een ideaal en een streven, en geen zwart-witzaak. Die 'democratische islam', dat is geen term die de bedoelde moslims zelf gekozen hebben. Integendeel, velen voelen zich er niet zo gelukkig bij – wat eigenlijk een begrijpelijke reactie is al we zien hoeveel islamitische landen er in die internationale onderzoeken als een 'volwaardige democratie' gewaardeerd worden. Geen dus.

Maar om onbegrip en onterechte veralgemeningen ten aanzien van ‘de moslims’ te vermijden is het nuttig om 'democratische moslims' te onderscheiden van andere moslims, zoals de islamisten. Dat de IS, Al Qaida én hun supporters in Europa in geen enkel opzicht democraten genoemd kunnen worden, dat is duidelijk. Zij wijzen de democratie juist af. Vandaar de vraag: voor welke andere moslims gaat dat wel op? Wie zijn democratische moslims – onderverstaan: die correct functioneren in onze maatschappij, in het politieke debat en in ons bestuur? Maar tegelijk ook: voor wie hoeden we ons best? Zijn er misschien, als ik de gekende beeldspraak even mag gebruiken, valse profeten?

Het is dus een benaderend begrip dat vooral slaat op het sociale en politieke gedrag, en niet op hun geloofsbeleving, laat staan op de theologische kennis. Dat begrip slaat niet op een duidelijk afgebakende groep, noch op een organisatie, maar wel op een aantal stromingen met een zekere beleving van de islam. Daarom spreekt men ook soms van ‘democratisch gezinde moslims’.

Wat betekent dat dan voor hun geloofsbeleving?

Democratische moslims zijn moslims die er een geloofsbeleving op na houden die verzoenbaar is met de universele mensenrechten en de democratie Dat omvat zowel gelovige, praktiserende moslims, als moslims die hun geloof op een laag pitje gezet hebben. Dat impliceert steeds een geseculariseerde beleving van de islam en een meer hedendaags lezing van de Koran, de overleveringen en de sharia. Daaruit worden de verplichtingen qua liturgie, dieet, bijstand aan behoeftige geloofsgenoten en vele andere wel gevolgd, soms deels, maar de regels voor familiaal recht en omgang met niet-moslims niet of slechts beperkt – met name al die regels en verplichtingen die tegenstrijdig zijn met mensenrechten en democratie. Het geloof is voor de democratische moslims zonder uitzondering een private zaak.

In alle situaties waar sharia en universele mensenrechten onverzoenbaar zijn, geven democratische moslims voorrang aan de burgerlijke regels. Ze respecteren de gelijke rechten van alle mensen, man en vrouw, gelovige en ongelovige, ... Geweld wijzen ze af en ze respecteren de gelijke rechten van niet-moslims. Democratische moslims vinden niet dat alle mensen en alle landen tot de islam bekeerd moeten worden. We vinden ze bij soennieten, sjiieten, alevieten, ismaëli, ….

'Theologisch' staat deze geloofsbeleving echter nog in de kinderschoenen. Deze groep kent ook zijn Korangeleerden, maar hun gezag wordt sioms betwist. De sharia is voor democratisch gezinde moslims dus weinig relevant inzake sociale doctrine en staatshuishouding. In tegenstelling tot islamisten aanvaarden ze het gezag van democratisch verkozen besturen en de burgerlijke instellingen zonder enige reserve – wat niet belet dat ze de tekorten van democratische instellingen onderkennen.

Democratische moslims zijn verder ook tegenstander van privileges voor moslims, van het kalifaat en van alle religieus gemotiveerd geweld (de gewelddadige jihad). Ze werken professioneel vlot samen met niet-moslims, inclusief, voor de mannen, gebeurlijk ook onder een vrouwelijke chef.

Naast de democratische moslims die mensenrechten en democratie bijtreden, en islamisten die ze afwijzen, zijn er ook moslims die twijfelen over hun houding tegenover de democratie.

Sommige democratische moslims hebben het verder moeilijk met bepaalde religieuze vrijheden, en meer in het bijzonder met het recht om van geloof te veranderen. Dat wordt nochtans gegarandeerd in de universele mensenrechten en in de wetten van alle democratische staten. Nietemin staan niet weinig moslims, inbegrepen bepaalde democratische, vijandig tegenover al wie de islam verlaat.

Eveneens gevoelig ligt de gebeurlijke keuze van kinderen, en vooral meisjes, om met een niet-moslim te trouwen. Bij uitgesproken democratische moslims vormt dat geen probleem, maar soms roept dat wel enige ambivalentie op. Niet-moslims die huwden met een moslima kenden bijna allen incidenten waarbij islamitische vrienden en familieleden van hun partner druk uitoefenen op die niet-islamitische partner om zich te bekeren tot de islam. Niet zelden leidt dat tot een scheiding.

Democratische moslims houden er dus een geloofsbeleving op na waarin het religieuze gescheiden wordt gehouden van hun politieke overtuiging. Ze zijn voorstanders van de scheiding van kerk en staat. In praktijk vinden we ze quasi enkel in democratische landen, en nauwelijks in islamitische landen - wat natuurlijk ook aan de beperkte kennis van de auteur van dit stuk kan liggen.

Veel democratische moslims erkennen dat er grote verschillen bestaan binnen de oemma, de wereldwijde gemeenschap (natie) van alle moslims. Maar anderen hechten veel aan de idee van die éne islamitische gemeenschap. Dat wordt ook weerspiegeld in onderzoeken. Een kwart tot een derde van de hier wonende moslims geeft voorrang aan hun lidmaatschap van de oemma, of aan de nationaliteit van hun land van herkomst boven die van het (democratische) land waar ze nu wonen. Deze moslims houden er niet van dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen hen en andere groepen zoals de islamisten.

De democratische islam heeft, zoveel moet nu wel duidelijk zijn, totaal niets te maken met islamisme, islamitisch fundamentalisme, islamitisch extremisme, militante islam, noch met politieke islam of moslimfundamentalisme, en al evenmin met wahabisme, salafisme en de 'islamitische democratie' – wat velen in Iran en de AKP voorstaan.

Regelmatig proberen islamisten van 2de en 3de generatie, en ook bekeerlingen, zich als democraten voor te doen. Een voorbeeld daarvan is de ‘Muslims of Europa Charter’ (zie hier voor een geannoteerde versie) en de 'Verklaring van Brussel van 22 Januari 2015'. Die verklaringen staan bol van de retoriek, inclusief veroordelingen van religieus gemotiveerd geweld, maar zelden bevestigen deze groepen dat ze de democratie en de universele mensenrechten bijtreden. Daarentegen wordt wel nadrukkelijk trouw aan de onveranderlijke principes van de islam voorop gezet. Zo wordt er dan wel gesproken over ‘gelijkwaardigheid van man en vrouw’, maar nadrukkelijk nooit over de 'gelijke rechten'. Als er naar ‘democratie’ verwezen wordt, dan gebeurt dat met dermate reserve en zware afwijkingen dat het weinig overtuigend is.

Verder ijveren de ‘crypto-islamisten’ regelmatig voor beperkingen op de vrije meningsuiting: kritiek op de islam, of op stromingen daarbinnen wordt door hen systematisch beschouwd als islamofobie en dat zou verboden moeten worden. Dat begrip gebruiken ze regelmatig, maar ze geven nooit een definitie die het onderscheid maakt tussen legitieme kritiek aan de ene kant, en islamhaat, moslimhaat en racisme aan de andere kant. Als er dan wel concrete definities worden gegevens, dan blijkt dat eigenlijk gewoon beter gebruik gemaakt wordt van de algemene begrippen zoals ‘racisme’, ‘discriminatie’ en dergelijke. Democraten kan men hen dus, op basis van hun gedrag, niet echt noemen. Ze proberen immers de vrijheid van meningsuiting te beperken ten aanzien van de islam.

Die groepen zoeken de oorzaak van extremisme ook exclusief buiten de islam en zeker buiten de 'echte islam', maar wel bij de beweerde discriminatie van moslims in democratische landen, hun sociale en professionele achterstelling, bij de islamofobie of bij een gebeurlijke identiteitscrisis of gebrekkige religieuze opvoeding van 'jongeren', dan wel bij andere strikt individuele factoren van psychosociale aard. Zolang maar beweerd kan worden dat het niets met de islam te maken heeft.

Geregeld suggereren ze dat moslims hun geloof in democratische landen niet in alle vrijheid kunnen beleven. Wat er dan concreet ontbreekt, dat wordt nergens verduidelijkt, op wat hoogst betwistbare gevallen na. Zo eisen zij dat extra pauzes op het werk om te bidden, dat de hoofddoek altijd en overal gedragen moet mogen worden, of dat er geen alcohol en varkensvlees meer mag aangeboden worden in cantines en cafés – allemaal weinig democratisch.

Hopelijk wordt het onderscheid tussen democratische moslims en de andere moslims hiermee wel iets duidelijker. Dit is overigens géén finale beschrijving. Het is enkel een zoeken naar een correcte voorstelling van de realiteit. Wie dit beeld mee wil helpen verfijnen, .... We kregen al feedback van enkele kritische pennen, moslims en niet-moslims. Maar beter inzicht verwerven, dat stopt nooit.

Rudi Dierick, ingenieur en zakelijk adviseur, hoofdredacteur De Bron

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneelfinancieel of organisatorisch!