Wie breekt onze regeringen?

Wie breekt onze regeringen?

Met ons begrotingsbeleid is er iets raars aan de hand: zowel Vlaams als federaal regeren ‘centrum-rechtse’ partijen (N-VA, Open Vld, MR en CD&V), maar het begrotingsbeleid is ronduit links. Ondanks een bescheiden matiging, blijft de fiscale druk torenhoog. We staan steevast op het Olympische podium. Ook de openbare uitgaven en de openbare schulden blijven hoog. Beide zitten nog steeds ver boven de doelstellingen. Ze zitten nog steeds bij de hoogste van de wereld.

Toen deze regeringen gevormd werden gaven veel experts en instellingen eenzelfde advies: verhoog de openbare investeringen sterk en verlaag de openbare consumptie opdat de globale tekorten voelbaar dalen. Kortom, zorg voor structurele hervormingen. Lees het maar na, bij Herman Matthijs, Ivan Van de Cloot, Jef Vuchelen, Geert Noels, de OESO, de EU, het IMF, de Nationale Bank, …

Deze regeringen waren er nochtans met goede moed aan begonnen. De snelle stijgingen van de uitgaven onder Di Rupo I en daarvoor werden beperkt. Dat droeg bij tot een niet onaardige groei in de tewerkstelling. Maar enkele weken terug leek zelfs N-VA-voorzitter De Wever de begroting in evenwicht tegen 2018 te willen laten schieten. Daarmee leek de weg vrij voor het aanhouden van hoge overheidsuitgaven. De rekening, die is voor later. Après nous le déluge.

Volgens het huidige begrotingstraject moet in 2017 zo’n 4,2 miljard euro ‘bespaard’ worden, en tegen 2018 zelfs 12 miljard. Volgens de laatste berichten wil men de inspanning nu tot een schamele 3 miljard beperken. In praktijk zijn dat overigens niet altijd echte besparingen, maar dikwijls het beperken van de voorziene verhogingen van de uitgaven in bepaalde domeinen. De matige inspanningen van de voorbije twee jaar moeten dus volgehouden worden. Die waren echter slechts ‘matig’ omdat het begrotingstekort niet significant daalde. Nogal veel uitgaven moesten ‘onverwacht’ toch omhoog – denk aan de veiligheidsproblematiek – en bepaalde belastinginkomsten vielen tegen.

Het enige echte 'besparingsfenomeen’ van de laatste jaren is de harde kritiek tegen besparingen! Want de cijfers tonen geen globale daling in de openbare uitgaven, maar wel gestaag oplopende openbare uitgaven. Maar al wie politiek correct is ontkent dat, en klaagt steen en been over die ijskoude 'besparingen'.

Fig. 1 : Totale openbare uitgaven voor 2014, bron: OESO (hier)

Onpopulaire besparingsmaatregelen nemen en dan slechts bescheiden resultaten kunnen vaststellen om die dan nog straal ontkend te zien worden door een deel van de media, dat ontmoedigt. Terzijde, voor 2015 is er (op basis van cijfrs van Eurostat, hier) een bescheiden, maar reële daling van de openbare uitgaven in België, van 55,1 naar 53,%, of -1,2%. In Duitsland lagen die uitgaven echter op 43,9%, in Nederland op 45,1%, in Noorwegen op 48,6%, en in Ierland op 35,1% (-3,5% tegenover 2014!). Dit zijn niet-toevallig ook die landen die een (iets) sterker herstel kenden dan ons land. Elk van die landen kent dus significant lagere openbare uitgaven.

Bescheiden besparingen– zoals we die tot nog toe kenden - zijn geen electoraal lonende, noch duurzame aanpak in een land waarin zovelen verslaafd zijn aan uitkeringen en subsidies, en dus aan steeds hogere openbare uitgaven.

En toch moet men de lekkende kranen, de gebarsten leidingen en de gebroken dijken onder ogen zien. Vandaar deze begrotingsgesprekken. Alles samen moeten in 3 jaar de uitgaven 12 miljard omlaag. Gezien we een achterstand in de investeringen opbouwden, zouden de besparingen dan minstens 15 miljard moeten bedragen. Of met andere woorden: elk jaar wordt nog nu een extra schuld van 12 miljard opgebouwd voor de toekomstige generaties.

Alle ministers riepen nu echter dat er op hun departement niet meer bespaard kan worden. Besparingsmoe? Of willen ze voldoende budget om ook de komende twee jaren nog voldoende snoep te kunnen uitdelen? Een paar lekkende kranen repareren en enkele gebarsten leidingen herstellen - de gekende massa minuscule besparingen - daarmee zal onze economie echter niet drastisch verbeteren. En daarmee win je dan geen verkiezingen. Want wanneer we de dijkbreuken in onze openbare uitgaven niet dichten, blijft het water binnen stromen, lopen de schulden verder op en zal onze economie nooit significant aantrekken.

Deze verslappende begrotingsdiscipline is slecht nieuws voor de N-VA, MR en Open Vld. Die mikten op minder fiscale druk, minder openbare uitgaven en meer duurzame investeringen. De N-VA wou veel meer duurzame jobs, en dan vooral in de private, niet-gesubsidieerde sector; lagere belastingen voor al wie werkt of onderneemt; lagere openbare uitgaven en een begroting in evenwicht. De liberale partijen zochten iets soortgelijk. Hoewel voor hen de verdediging van de grote privileges voor bepaalde beleggers en bedrijven niet helemaal onbelangrijk is.

Terzijde, eerst wou ik aan dat lijstje van blauw en geel nog ‘en de centrumrechtse vleugel van de CD&V’ toevoegen, maar daar vond ik echter geen spoor meer van.

Maar de ACW, nu soms ook 'Beweging.net' genoemd, de echte bovenbaas van de CD&V, eiste hogere uitkeringen, en minstens behoud van het huidige groeitempo in de budgetten daarvoor, een genereus opvangbeleid voor immigranten, hogere lasten voor werkgevers en al wie kapitaal bezit.

Wat er nu dreigt te gebeuren is voorspelbaar: de openbare investeringen zullen miezerig blijven –uitgezonderd domeinen zoals veiligheid – en de zeer hoge openbare consumptie blijft verder groeien, vooral via uitkeringen en subsidies. Het pleidooi voor meer overheidsinvesteringen is daarbij een excuus om de begrotingsteugels te vieren, en in werkelijkheid om bepaalde lobby’s en een bepaalde achterban van een oppermachtige ACW te blijven verzadigen met zakken lekkers op andermans kosten.

Het ACW wil vooral de consumptieve uitgaven 'beschermen'. Ze weten daar natuurlijk ook dat een sterke toename van de totale uitgaven politiek en vooral internationaal niet kan. De investeringen laag houden om uitkeringen en subsidies (in de eerste plaats aan de eigen zuil) verder te kunnen laten stijgen, dat is daarom hun primaire doel. En daarin lijken ze nu ook te slagen.

Het ACW staat natuurlijk niet alleen: we zien een feitelijke coalitie van machtige lobby's (met daarin de ACW, de rode zuil, de grote genieters van zware subsidies en fiscale mega-deals, maar ook de medische specialisten) die mekaar vonden en een schadelijk verbond vormen. Dat ACW electoraal, via de CD&V, geen successen behaalt klopt, maar ze heeft intern de andere twee standen tot figuranten herleid. Ze dreigt de CD&V in een aartsconservatieve neergang mee te sleuren. Jaak Peeters schreef daarover in Doorstroming eens dat we hier een totaal verkeerde mentaliteit hebben: de staat is een graaipot, waaruit iedereen naar best vermogen mag graaien.

De blauwe en gele partijen missen blijkbaar de expertise en de visie op langere termijn om dat te keren. Ze slagen nog niet in een drastische verbetering van het sociaal rendement van het beleid, noch om alle subsidies en uitkeringen die niet bijdragen tot de gekende sociale verantwoording ervan te schrappen, en om de werkingsonkosten voor alle (semi-)openbare diensten verder te verlagen. Elders liggen die merkelijk lager. Het kan dus. Prof. Erik Buyst, een economist van de KULeuven was duidelijk: beweren dat we niet veel kunnen besparen is “larie en apekool”.

Maar dat vereist moed, visie en volharding. Het ACW beschikt daar blijkbaar wel over, zij het dat het een ander doel voor ogen heeft dan het algemeen belang. Het zal dan ook enkele politieke en later electorale veldslagen kunnen winnen – ten bate van de echte linkse partijen natuurlijk. De peilingen verduidelijken dat mooi. Het is inderdaad een laffe politiek.

Luc Ryckaerts, adviseur in een internationale organisatie, Brusselse Vlaming

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze, of stuur ons een  bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!