Waarom CETA me teleurstelt

Waarom CETA me teleurstelt

Of het vrijhandelsakkoord CETA er komt is nog lang niet zeker, mede door het hardnekkige verzet van de Walen en bepaalde organisaties. Maar is het wel een goed akkoord? Het heeft ontegensprekelijk een groot potentieel en enkele duidelijke baten, maar tegelijk ook grote risico's. Hoewel ik een overtuigd voorstander van vrijhandel ben, ben ik teleurgesteld en eerder sceptisch.

De baten van CETA zijn weliswaar indrukwekkend, in theorie alvast, want de praktijk zal nog even op zich laten wachten. Maar becijferde onderzoeken leveren slechts schamele resultaten op. Daarenboven hangen er enkele lelijke haken en ogen aan dat akkoord.

De politieke spanning duwt de kernvraag weg: is dit een goed akkoord? EU-commissaris Cecilia Malmström kreeg van alle EU-landen een OK om het CETA-akkoord finaal goed te keuren, maar België riskeert op de chique receptie te ontbreken omdat de Waalse minister-president Paul Magnette (PS) én zijn parlement halsstarrig tegen blijven.

En, zoals hier al uitgelegd, dankzij de Belgische grendelwetten kan één deelregering de instemming van dit land met zo'n akkoord blokkeren. Dat was natuurlijk helemaal niet wat de Vlaams-nationalisten wilden, in tegenstelling tot wat sommige valse tongen van unitaire of andere aangebrande allooi suggereren (zoals deze). Vlaams-nationalisten willen net dat Vlaanderen autonoom zo'n akkoord zelf kan ondertekenen. Of dat gebeurt via confederalisme of onafhankelijkheid is daarbij secundair. Maar nu is het eenmaal nog niet zo, voorlopig toch. Maar we dwalen af.

Doch voor u verder leest, CETA is een complex akkoord. Verwacht u dus niet aan een kort artikeltje.

Wat is CETA?

Voor wie wil weten wat 'CETA', of voluit 'Comprehensive Economic and Trade Agreement' betekent, het is een vrijhandelsakkoord tussen Canada en de EU. Het werd op 26 september 2014 in Ottawa al ondertekend, en zou in 2016 van kracht moeten worden, maar het wacht nog op definitieve goedkeuring.

Met name twee deelstaten (de Waalse en, waarschijnlijk, ook de Brusselse) liggen nog dwars. Het verdrag is, zoals vele andere handelsverdragen bedoeld om de internationale handel te bevorderen, maar dit akkoord omvat ook afspraken inzake investeringen, intellectuele eigendom en arbitrage.

CETA zal ervoor zorgen dat Canada in praktijk deel gaat uitmaken van de Europese vrijhandelszone. CETA past overigens in een groeiende “vrijhandelsfilosofie” die we eerder al zagen in TRIPS, Het Noord-Amerikaanse NAFTA en in het nog grotere TTIP-akkoord dat op stapel staat .

Waarom verzet tegen CETA?

Wat veel verzet bij burgerbewegingen, landbouwers en andere groepen opriep is ongetwijfeld de combinatie van grote geheimhouding en een focus op zeer ruime handelsvrijheid voor het bedrijfsleven. Zo zou de lobby van Europese en Canadese CEO's CERT ('Canada-Europe RoundTable for business') al vanaf het begin bij de onderhandelingen betrokken geweest zijn, maar voor parlementen én ruimer publiek bleef de tekst van het ontwerpverdrag lange tijd geheim.

Inzake de gemaakte afspraken is het nog onduidelijk of particuliere bedrijven staten voor een particuliere rechtbank kunnen dagen wanneer ze menen dat hun mogelijkheden om winst te malen door die staten beperkt worden. Om de belangen van investeerders te beschermen, was eerst voorzien dat schadeclaims tegen staten beslecht zouden worden voor niet-publieke arbitragetribunalen, tegen wie geen beroep mogelijk is (via de beruchte ISDS-regeling). Maar over ISDS rezen binnen de EU ernstige meningsverschillen: EU-commissaris voor Handel Malmström verdedigt dat, terwijl anderen waaronder Sigmar Gabriel, de Duitse minister voor Economische Zaken en vice-premier, tegen lijkt. Malmström stelt daarop dat er slechts “enkel minieme wijzigingen nog mogelijk zijn” aan die initiële voorzieningen.

Wat er nu werkelijk zou afgesproken zijn, dat blijft echter vaag. De site van de Europese Commissie over CETA geeft wel mooi promo-praatjes en samenvattingen, zoals deze, maar geen volledige tekst. Dit is niet echt de aangewezen werkwijze om mensen te overtuigen!

De volledige tekst, bijna 1.600 pagina's is elders wel te vinden. Maar alleen al de samenvatting bestaat uit een twintigtal pagina's. Sta me toe, maar contracten waarvan de kernafspraken niet bondig en in heldere taal kunnen samengevat worden, en die bol staan van de irrelevante en subjectieve praat, roepen wantrouwen op. Die bevatten bijna altijd te veel zaken die het daglicht schuwen.

Maar daar sta ik dan, als principiële voorstander van vrijhandel. Ik heb de summary dan maar gelezen, en een paar hoofdstukken uit het volledige akkoord.

Wat zal CETA ons opleveren?

De grote voordelen van meer vrijhandel zouden ondertussen bekend moeten zijn. Elk land legt zich meer toe op die economische activiteiten waar het het sterkste in is, verkoopt meer van zijn producten en diensten over de grenzen en koopt meer aan van elders, en netto gaat iedereen erop vooruit. Zolang het spel eerlijk wordt gespeeld, en zolang elk land iets te bieden heeft gaat dat vrij goed op. Tussen landen met een sterk verschillend niveau van economische ontwikkeling ligt het iets complexer, maar de basislogica blijft geldig.

Een sterk vrijhandelsakkoord met een land als Canada heeft dus een groot potentieel. Maar kan CETA dat waarmaken? CETA ruimt vele handelsbelemmeringen op, van douanetarieven tot administratieve overlast. Onze bedrijven zullen daardoor makkelijker naar Canada kunnen exporteren. Dat zou dan in theorie vooral onze kmo's moeten baten, want de huidige administratieve rompslomp levert hen relatief meer last op dan de grotere. Maar goed, wat zegt het akkoord verder?

Positief in (de samenvatting van het akkoord alvast) is ook dat CETA expliciet bevestigt dat alle import van producten geen afbreuk zou doen aan de nationale wetten en regels voor de bescherming van de consument, de voedselveiligheid en de volksgezondheid en dat alle culturele en audiovisuele diensten zijn uitgesloten.

Ook positief is dat openbare diensten zoals onderwijs, welzijns en gezondheidszorg niet als marktsectoren worden beschouwd. Ze zijn eveneens uitgesloten. Daardoor kunnen bedrijven uit andere landen niet 'inbreken' in die sectoren. Maar marktsectoren waar de productiviteit merkelijk lager ligt dan in Canada, die zullen wel onder grotere druk komen om even hard en vooral even goed te werken als die bijkomende internationale concurrentie.

Voor de diensten en investeringen is er sprake van een bevriezing van beschermingsmaatregelen voor de eigen, nationale actoren. Veel bestaande 'afscherming' van markten blijft behouden, maar dat mag niet meer uitgebreid worden. Voor een beperkt aantal domeinen blijft dat echter wel mogelijk.

Positief zijn ook ruimere mogelijkheden voor bedrijven om medewerkers in Canada en de EU te laten werken (tot 3 jaar zonder veel beperkingen) en de ruimere wederzijds erkenning van professionele vaardigheden. Noteer dat we binnen de Europese Unie overigens nog achteroplopen met de nog bestaande beperkingen op vrij verkeer voor burgers uit Roemenië en anderen. Die beperkingen zouden dan ook moeten opgeheven worden bij invoering van het CETA.

Het lijkt me hierbij evident, en positief dat bepaalde marktsectoren die zich tot vandaag achter feitelijke nationale monopolies konden verschuilen, het onder CETA moeilijker gaan krijgen.

Negatief is de ergerlijke overdaad aan, reclame, wollig taalgebruik en detailbepalingen die al die mooie principes helemaal kunnen uithollen. Waarom moet een samenvatting van zo'n cruciaal beleidsdocument uitgebreid opscheppen over de goede samenwerking en integratie van bijvoorbeeld de bestaande Canadese veterinaire afspraken in CETA?

Anderzijds worden disputen tussen staten en investeerders wel degelijk toevertrouwd aan aparte tribunalen met rechters die door CETA zijn aangewezen - het controversiële “Investor State Dispute Settlement” ('ISDS'). Maar dat komt nu met een beroepsmogelijkheid (p. 12, al. 1) en publieke toegang tot de procedures en de relevante documenten (al. 2). Dit zijn zeker twee verbeteringen tegenover de eerste voorstellen.

De samenvatting geeft echter nergens aan in welke mate nationale belangen daarbij nog een reële rol kunnen spelen. Zo zijn de normen voor de bescherming van mensen en milieu doorgaans strenger in de EU dan in Noord-Amerika. Europa kent bijvoorbeeld een voorzorgsprincipe, maar Canada en de VS niet. Dat principe stelt dat als er ernstige aanwijzingen van schadelijkheid zijn, de overheid eerst bijkomend onderzoek kan of moet voorzien voor het op de markt toegelaten kan worden. Maar dat verhoogt de productiekost van onze producenten en diensten wel. Idem dito voor onze regels over dierenwelzijn. Voor sommigen is dat een probleem, maar onze wetgevers beslisten dat wij dat er als consument maar voor over moeten hebben. Maar in de volledige tekst (1600 p.) komt het voorzorgsprincipe (of 'precautionary principle') nergens voor.

Volgens professor Internationaal Milieurecht Peter-Tobias Stoll van de Duitse Göttingen Universiteit (in MO*) verwierp één van de werkgroepen die CETA voorbereide en over deze materie ging het voorzorgsprincipe zelfs. Ook in het zusterverdrag TTIP is het voorzorgprincipe expliciet geweerd. In het Europees recht is het echter formeel ingeschreven. En ook in de jurisprudentie krijgt het stilaan vorm.

Daarbij is het nog wel enigszins zoeken tussen groene fundamentalisten en alarmisten (die eisen dat, zelfs bij gebrek aan ernstige aanwijzingen van risico's, de veiligheid proactief moet bewezen kunnen worden – iets wat enigszins vergelijkbaar is met eisen dat een koppel dat wil trouwen eerst zou moeten bewijzen dat het altijd van elkaar zal houden) en pragmatici (die enkel bij ernstige aanwijzingen willen laten ingrijpen).

ISDS gaat nu echter boven de nationale regels en rechtsspraak – wat gebruikelijk is en quasi onvermijdelijk in internationale akkoorden. Maar CETA geeft daarbij geen bescherming tegen disproportionele boetes op de kap van de belastingbetaler; het voorziet ook geen ruimte voor het voorzorgsprincipe. Dat is een risico op een reële erosie van het algemeen belang.

Zullen de goedkopere Canadese producten – met de spreekwoordelijke plofkippen en kistvarkens – dan morgen onze markt kunnen overspoelen en onze wetgevers daarna, in een tweede fase, dwingen de hier geldende bescherming terug te schroeven? Zouden we, cru gesteld, dierenwelzijn en milieubescherming dan niet beter in één klap dumpen? Voor de enen goed, maar een ramp voor anderen.

Het blijft koffiedikkijken. Voor bepaalde excessieve normen is zo'n grotere, internationale druk zeker welkom. Maar zal het ook niet in éénzelfde beweging andere, wel verantwoorde bescherming ondermijnen en wegspoelen? In de VS en Canada worden bijvoorbeeld maar zeer weinig additieven voor voedsel verboden wegens bewezen giftigheid of andere bewezen risico's voor de volksgezondheid (pakweg 100x minder dan hier). Anderzijds zijn nogal wat Belgische politici al langer behoorlijk ongevoelig voor de overleving van onze eigen, lokale producenten. Dat was in het verleden immers nooit veel bezwaar voor het opleggen van kostelijke extra regels.

De vraag blijft dus of deze vrijhandelsfilosofie de landen met hogere normen op de kwaliteit en de veiligheid van producten en diensten niet zal dwingen om hun standaarden (drastisch) te verlagen – op straf van het zien decimeren van de eigen activiteit in die sectoren én van dodelijke boetes via de ISDS-arbitrage.

Daarbij heb ik ook twijfels over de verdeling van de baten van CETA. Een studie uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie (1) bevestigt nochtans dat er wel eens een groot verschil in de baten zou kunnen opduiken:

Fig. 1 : Verwachte % groei door CETA van BNP en export, minimale en maximale schatting

Deze studie schat de toename van het BNP op langere termijn op 0,02 tot 0,03% voor de EU en 0,18 à 0,36% voor Canada. Dat is dus relatief 9 à 12 maal meer voor Canada (hier, p. 14). Ook voor de export ligt de verwachte groei voor Canada een volle orde van grootte hoger dan voor de EU (0,05 à 0,07% voor de EU, en 0,54 à 1,56% voor Canada). In absolute termen is het verschil wel veel kleiner omdat het Europese BNP véél groter is dan het Canadese (bijna 11x zo groot).

 

Fig. 2: Verwachte absolute groei door CETA van BNP en export, minimale en maximale schatting

In absolute termen zouden CETA de EU en Canada een vergelijkbaar grote toename van BNP en export opleveren; maar voor de kleinere Canadese economie is dat in verhouding tot de omvang van de economie dan wel véél groter. Op zich is dat natuurlijk geen probleem, doch enkel als die voordelen ook effectief gerealiseerd worden.

CETA als deuropener voor de TTIP stormram?

We mogen daarbij ook niet vergeten dat er met de VS een handelsakkoord van gelijkaardige aard voorbereid wordt. De VS zou dan waarschijnlijk zowel relatief maar ook in absolute termen veel grotere voordelen verkrijgen dan Europa. Zal dat zich dan niet vertalen in een (nog sterker) onevenwicht in de politieke machtsverhoudingen? Die hangen typisch in zekere mate samen met de handelsrelaties.

Het lijkt erop dat die baten dus vooral in Noord-Amerika zullen liggen en bij de sterk exporterende internationale bedrijven. En vergeten we ook de gespecialiseerde advocaten niet die voor de ISDS tribunalen zullen pleiten. Canada alleen al betaalde meer dan 100 miljard dollar voor zulke disputen onder het vergelijkbare NAFTA-akkoord.

Dat roept natuurlijk enkele fundamentele vragen over ons milieubeleid op, niet zozeer inzake het doel, maar wel over de wijze waarop dat vorm kreeg. Hebben de Europese politici immers niet miskend dat duurdere beschermingsnormen kunnen bijdragen tot een verzwakte concurrentiepositie van de exporterende sectoren? Zal dat tot een structureel netto jobverlies leiden?

Immers, als de voorspelde, en dus nog 'theoretische' voordelen voor de EU zo klein zijn, dan is er niet veel meer nodig voor dat in praktijk uitdraait op een reële achteruitgang. De énige oplossing om dat concurrentienadeel door hogere beschermingsnormen te vermijden, én die betere bescherming toch te behouden is dan misschien door deze integraal te financieren vanuit gedifferentieerde taksen op consumptie en vervuiling. Dat eist hogere taksen op meer vervuilende producten. Maar dat is dan mogelijk het tegenovergestelde van wat CETA wil, namelijk feitelijke lagere hinderpalen voor expert en import.

Al deze factoren samen beschouwd, en wetende welke enorme lobbymacht de internationale bedrijven in de EU nu al uitoefenen, boezemt CETA mij eerlijk gezegd een zeker wantrouwen in. Of is mijn analyse te pessimistisch? Het gevoel blijft knagen dat bepaalde Europese politici pro CETA zich lieten overtuigen, of verblinden door de theoretische voordelen, maar dat ze blind blijven voor de kloof tussen theorie en praktijk.

Bart Haeck is in De Tijd optimistischer: “Het zou niet goed zijn dat de Belgische gezondheidszorg of het Vlaamse milieu- of cultuurbeleid moet wijken voor de winst van een Canadese multinational. Maar het punt is net dat het verdrag op die bezorgdheden antwoordt. Het bevat bijvoorbeeld afspraken over een verbod op de import van hormonenvlees. Het legt een bescherming van arbeids- en milieunormen op.”

Maar niet alle waarnemers zijn even positief. Zo merkte advocaat Fernand Keuleneer op zijn Facebookpagina op: “hoogst twijfelachtig dat een staat nog het recht heeft voor te schrijven dat een hospitaal als VZW opgericht moet worden (art.8.4.1(b)). Gaat toch wel ver voor een zgn "handelsverdrag" (...). Hoe dan ook, goudmijn voor advocaten. Dank u wel.”.

Of al onze standaarden inzake arbeidswetgeving, milieuwetgeving en voedselveiligheid echt wel juridisch gebetonneerd zijn zoals de voorstanders beweren, daarover verschillen de meningen totaal. Die tegenstrijdige opinies over zo'n fundamentele zaken, vind ik nioet weinig zorgwekkend.

En al even zorgwekkend, zelfs als straks al die mooie beloften over onze standaarden toch niet waar blijken, als blijkt dat ze wel degelijk hélemaal uitgehold kunnen worden door de details van die eindeloze brij (1600 p.), dan kunnen we niet meer rekenen op onze eigen opperrechters om de problematische bepalingen uit CETA op te schorten tot een heronderhandeling het probleem (ongrondwettelijke of andere) opklaart.

Het kon nochtans beter

De economische en andere baten die CETA ons zal opleveren zijn niet min, net zoals de risico's, maar ze zijn beide niet ernstig onderzocht. En ook qua aanpak, zeg maar juridisch kon het veel beter. Het feit dat doorgaans gedegen experts en waarnemers tegengestelde zaken menen te lezen in dat verdrag is alvast een aanwijzing van haar schadelijke complexiteit.

Geef mij maar een kort akkoord van maximum tien pagina's met daarin enkel begrijpelijke en heldere algemene principes, en vul dan gerust 1600 pagina's met verdere uitwerking en details. Tien pagina's, dat is overigens de orde van grootte van de afspraken in de samenvatting van het CETA. Het kan dus. Spreek ook duidelijk af, en bevestig dat op papier, dat al die vele pagina's ondergeschikt zijn aan de algemene principes. Nu is dat niet het geval – wat enkel fortuinen oplevert aan een handvol gespecialiseerde juristen.

Bepaal verder ook expliciet dat nationale opperrechtbanken, zoals het Duitse Bundesverfassungsgericht, altijd de volledige beoordelingsmogelijkheid behouden over de verzoenbaarheid van CETA-bepalingen én van de uitspraken van de voorziene internationale tribunalen met én de nationale grondwet én de algemene principes van zo'n akkoord zelf. Want die waarborg ontbreekt nu. Als morgen zo'n CETA-tribunaal een klein land zou veroordelen tot een monsterboete van miljarden euro voor een zaak waarin de eigen grondwet of elke redelijke orde van grootte geschonden wordt, dat staat men machteloos.

Het algemeen belang verdient véél bétere akkoorden dan dit. Akkoorden die vrijhandel wel degelijk, en op een transparante en evenwichtige wijze bevorderen, en die tegelijk het algemeen belang beschermen. Over transparantie hoort een internationaal akkoord niet te pochen, noch de samenvatting ervan. Het moet dat gewoon waarmaken. En dat doet men nu eenmaal nooit met zoveel pagina's 'kleine letters' met zo'n grote rechtsgeldige betekenis.

Naschrift over CETA en Wallonië:

Wie zou denken dat ik met mijn scepticisme en teleurstelling bij CETA dan zou applaudiseren bij het Waalse verzet daartegen, moet ik eveneens teleurstellen. De Waalse regering zit al jàren samen aan tafel in alle voorbereidende werkgroepen. Het heeft al die tijd goedkeuring gegeven aan tussentijdse onderhandelingsmandaten voor verdere stappen in die onderhandelingen. En nooit maakte het fundamentele bezwaren. Dat ze nu plots dan, in de laatste centimerts vvoor de finish, héél de rest van Europa te kakken zet door nu plots de grote verzetsheld te spelen, dat is gewoon degoutant. Het genre argumenten dat ze daarbij tegen CETA gebruiken, is overigens al even verwerpelijk.

Voor méér opinies over CETA, zie op onze Citatenpagina, hier.

Extra informatie:

(1) Kirpatrick, C.; Raihan, S., Bleser, A.; Prud’homme, D.; Mayrand, K.; Morin, JF.; Pollitt, H.; Hinjosa, L.; Williams, M., 'A trade SIA relating to the Negotiation of e Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) between the EU and Canada. Trade 10/B3/B06, eindrapport juni 2011, opgehaald op http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2011/september/tradoc_148201.pdf

Rudi Dierick, ingenieur, zakelijk adviseur en hoofdredacteur De Bron

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!