Vlaamse scholen wierpen een dam op

Vlaamse scholen wierpen een dam op

Vlaanderen besteedt in Brussel véél meer dan wat onderwijs voor de van thuis uit Nederlandstalige Brusselse Vlamingen kost. Het vangt ook tienduizenden nieuwe Vlamingen op, anderstalige Belgen dus. Politiek lijkt dat een mooi succes.

Dit artikel bouwt voort op de analyse van Dries Bervoet en Barbara Moens in De Tijd (8 juli 2017), in verband met de zin en onzin van het miljard dat de Vlaamse Gemeenschap jaarlijks uitgeeft in Brussel.

De Vlaamse budgetten voor cultuur, welzijn en inburgering in Brussel – zo'n 180 miljoen in 2015 – zijn een peulenschil vergeleken met de 663,5 miljoen voor Vlaams onderwijs in Brussel. De balans van die zware investeringen in onderwijs oogt gemengd: de door sommigen beoogde politieke vervlaamsing is niet gelukt, maar cultureel, sociaal en economisch mag het een mooi succes genoemd worden. Het Nederlands wist meer dan stand te houden. Het raakte goed verspreid in anderstalige, allochtone en meertalige gezinnen. Het wist ook terrein te heroveren in het bedrijfsleven en in federale diensten – hoewel deze laatste nog steeds wat discriminaties kennen. Slechts 5 procent van de Brusselaars heeft Nederlands als moedertaal (Taalbarometer 2013 van de Vrije Universiteit Brussel) maar bijna een kwart spreekt goed Nederlands.

Brusselse jongeren spreken op straat en onder elkaar een sterk wisselende mix van Frans, Nederlands, Turks, Arabisch, Berber, Italiaans en andere talen. Ongeveer de helft spreekt thuis een andere taal dan Nederlands en Frans (maar niet enkel Arabisch zoals Bervoet en Moens schreven).

''Veeleer moeten we zeggen dat Vlaamse scholen een dam opwerpen tegen de ont-nederlandsing dan dat ze het Nederlands als taal laten groeien'', zegt VUB-onderzoeker Rudi Janssens.

Bij allochtone ouders scoort Vlaams onderwijs al jaren goed. Dat heeft te maken met een welbegrepen en legitiem eigenbelang. Ze willen hun kinderen niet naar Franstalige concentratiescholen sturen, noch naar de 'betere' Franstalige scholen. Want ook die scoren nog steeds zwakker dan de beste Vlaamse. Niet weinig allochtone ouders wijken uit naar de Vlaamse Rand niet alleen omwille van plaatsgebrek in de Nederlandstalige scholen in Brussel (wat Bervoet en Moens vermelden) maar ook omwille van het hoge percentage kinderen uit Nederlands-onkundige gezinnen in veel van die scholen én om de mentaliteit in Franstalige scholen.

Terzijde, de Vlaamse scholen in Brussel durven onder politiek correcte dwang niet uitkomen voor hun eigen Vlaamse identiteit: officieel heet het 'Nederlandstalig onderwijs’.

Ondertussen zijn drie op de vier leerlingen in Nederlandstalige scholen geen Vlaming-van-geboorte. Velen zijn anderstalig en groeiden op in gezinnen waar ze geen Nederlands meekregen. Dat zet een problematische druk op de kwaliteit van het onderwijs voor het kwart Vlaamse kinderen dat thuis wel Nederlands spreekt. Jarenlang was het taboe in politieke en politiek-correcte kringen om dat te erkennen. Nu is het kalf verdronken en moet de Vlaamse Gemeenschap de dijkbreuk maar gedicht zien te krijgen.

Want van de Dansaert-Vlamingen komt geen enkele oplossing, en nog minder van Franstaligen.

Elke euro waard

Dankzij gul Vlaams geld spreken tienduizenden Brusselse jongeren beter en meer Nederlands. Maar om zich Vlamingen te voelen, of om de rechten van Vlamingen mee te verdedigen, dat is voor velen nog een brug te ver. Maar andere jonge allochtone Brusselse Vlamingen vinden dat net evident. Denk aan Linda Mbungu Dinkueno of aan Mariyus Noko Ngele (de man van de Congolese betoging met leeuwenvlaggen). Zij zijn volbloed Brusselaars én even goed volbloed Vlamingen. En ze kregen op school allen een open, meertalige cultuur en een Vlaamse mentaliteit mee.

Bervoet en Moens stellen terecht dat het 'Vlaams onderwijs' een succesvolle sociale promotiemachine is "die de twee- en meertaligen aflevert waar de economie van Brussel en zijn Vlaamse Rand om schreeuwt'', en ''Ouders sturen hun kinderen naar het Nederlandstalig onderwijs, omdat het hun carrièrekansen verhoogt.''

Onder de Brusselse werklozen vinden we nauwelijks afgestudeerden van Vlaams onderwijs. Dat draagt bij tot minder werklozen, dus minder uitkeringen, waardoor de federale uitgaven dalen. Daarvan profiteren indirect dan alle Vlamingen. Brusselaars die Nederlands spreken, gaan ook veel sneller in Vlaanderen werken of er wonen, wat goed is voor de Vlaamse economie.

Sander Loones merkt fijntjes op dat Vlaams geld voor Vlaamse scholen in Brussel nog geen politieke dividenden oplevert, maar wel toelaat ''in ''Brusselse harten te veroveren.''.

Langs Franstalige kant is er geen enkele vergelijkbare inzet voor Brussel, noch budgettair, noch inzake respect voor de niet-Franstaligen. Maar bepaalde Franstalige politici zoals minister Rachid Madrane (PS) waarderen de Vlaamse inspanningen wel. In De Tijd: ''Vlaanderen gebruikt zijn soft power - met onderwijs en cultuur als pijlers - om Brussel beter te maken. Dat is politiek moedig, zeker omdat er in Vlaanderen nog weinig liefde is voor de hoofdstad.''.

Dat laatste is nog de oude voorstelling van zaken. Maar die is voorbijgestreefd, al wordt ze nog nijver gepropageerd door de Dansaert-Vlamingen. De huidige jongere en professionele generaties hebben globaal genomen geen afkeer van Brussel – al laat het velen koud. Tegelijk vinden veel Vlamingen het een leuke, zij het veel te vuile stad. De afkeer die er nog bestaat, en die is wel reëel, beperkt zich tot twee specifieke groepen, namelijk zij die zelf arrogant misprijzen voor Vlaanderen en voor het Nederlands tonen, én voor de 'Bruxelles'se' politieke en gesubsidieerde klasse die meedoet aan de gigantische graaicultuur, de bureaucratie opvoert en het middenveld monddood maakt met zware oversubsidiëring.

Maar niet in welzijn en cultuur

De balans van de bestedingen in cultuur en welzijn lijkt minder positief: de middelen voor cultuur lijken zelfs deels contraproductief. Ze geven de culturo’s de indruk dat er geen enkele grens bestaat op het hemelse manna en op hun misprijzen voor de Vlaamse belastingbetalers. En in welzijn bieden de bescheiden budgetten geen enkel tegengewicht tegenover de véél grotere budgetten van de OCMW’s – waar nog lustig gediscrimineerd wordt – en van de federale Sociale Zekerheid.

Moraal van dat verhaal: als we iets doen met de Vlaamse gemeenschap, horen we dat altijd beter te doen. En dat is onmogelijk wanneer we slechts over kruimels en kleine snipper-bevoegdheden beschikken, zoals in welzijn. En in cultuur heeft het geen zin lasteraars massief te subsidiëren.

Terzijde, het onderwijs wierp duidelijk een dam op. Maar ook de assertiviteit van veel gewone Vlamingen en de culturele en de politieke autonomie van de Vlaamse Gemeenschap droegen hun steentje bij.

Als Vlaanderen dan de middelen voor Brussel moet herzien, zoals Gatz vraagt, waar ligt dan de prioriteit? Suggereert deze analyse niet meer geld voor betere opvang van die anderstaligen die een eerlijke keuze voor de Vlaamse gemeenschap maken en minder voor cultuur? In cultuur schrappen we misschien best alle steun voor initiatieven die de gelijke rechten van Vlamingen miskennen of belasteren.

Luc Ryckaerts, adviseur in een internationale organisatie, Brusselse Vlaming

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Steunen ons dan. Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!