Verdienen onze politici te veel? Of te weinig

Verdienen onze politici te veel? Of te weinig

Het begon als een ruzie in de Gentse gemeenteraad. Het hoogste politieke salaris van het land – voor Kamervoorzitter Siegfried Bracke – werd het uitgangspunt van een nationale discussie over lonen en vergoedingen van politici. 

Vorige week publiceerde ik op mijn blog een stukje over Siegfried Bracke. Dat ging als volgt.

Als Kamervoorzitter verdient Bracke ongeveer 16 000 euro netto per maand. Premier Michel van zijn kant krijgt maar  11 000 euro. Dat is nog altijd vier keer meer dan wat ik ontvang, maar ’t is behoorlijk wat minder dan Siegfried, die toch  eigenlijk maar een gewone parlementariër is.

De reden voor dat verschil is, geloof ik, de volgende. De Kamervoorzitter vertegenwoordigt de wetgevende macht – hij is de ‘eerste burger’ van het land – en men heeft indertijd door dat hoge bedrag willen duidelijk maken dat de wetgevende macht het hart van ons democratisch bestel is. De premier en de andere ministers zijn wezenlijk niets meer dan dienaren van de koning en van het parlement. En dat de dienaar wat minder krijgt dan de meester, is redelijk en rechtvaardig. Er is een verschil in waardigheid*.

Je zou dat verschil in salaris kunnen verklaren als een vorm van ‘populisme’. Hoe breng je ‘de volksmens’ aan het verstand dat het parlement boven de regering staat? Die volksmens, zo redeneert de populist,  zal toch wel best de taal van de centen begrijpen zeker? Wie het meeste verdient is de grootste. Onze leraar wiskunde, die een paar jaar in de Congo had gewerkt, vertelde daar een mooi verhaal over. Hij had een keer in een dorp een toespraak van Mobutu bijgewoond en de Grote Leider had toen maar één onderwerp: hoe rijk hij wel was. Hij bouwde dat zorgvuldig op. Eerst zei hij dat hij één miljoen had. Daar volgde applaus op. Daarna verzekerde hij de toehoorders dat het eigenlijk twee miljoen was, waarop het applaus toenam. Zo dreef hij zijn rijkdom geleidelijk op. Tegen het einde van de toespraak bezat hij een miljoen miljoen. Het publiek was uitzinnig.

Enkele bezwaren

Toch heb ik tegen dat hogere salaris van de Kamervoorzitter enkele bezwaren. Zo’n voorzitter moet natuurlijk de debatten volgen en kan niet zoals andere parlementsleden op zijn mobieltje naar leuke kattenfilmpjes kijken. Hij moet bovendien op alle Kamerzittingen aanwezig zijn, terwijl een ander parlementslid naar hartenlust het absenteïsme kan bedrijven. Je zou met enige goeie wil kunnen zeggen dat de voorzitter in de Kamer harder werkt dan de anderen. Maar ... een parlementslid dat op Kamerzittingen  afwezig blijft, is misschien op dat eigenste ogenblik handjes aan het schudden op een worstenkermis, of hij is – ook niet mis –  in een bejaardentehuis bezig het levensverhaal van mogelijke kiezers te vernemen. Zo nu en dan kom je de absenteïstische volksvertegenwoordiger op een regenachtige morgen tegen, als hij met leden van de plaatselijke partijafdeling vlugschriften op de vrijdagmarkt uitdeelt. De Kamervoorzitter zit dan in een lekker verwarmde zaal en hanteert de hamer. Ik zie in dat alles dus geen reden om hem aanvullend smartengeld te betalen.

Ook het populistische argument  moeten we even tegen het licht houden. Het kan best dat een hoog inkomen vroeger in de ogen van ‘de’ volksmens een buitengewone  waardigheid verleende aan degene die een ambt bekleedde. Tegenwoordig is het evenwel omgekeerd. De volksmens vindt – vaak luidruchtig –  dat de meeste politici al veel te veel krijgen voor wat ze waard zijn of voor wat ze verwezenlijken. Hoe meer zo’n politicus verdient, hoe verachtelijker de volksmens hem vindt**. Een populist moet dan met zijn tijd meegaan. Als hij wil dat de ‘eerste burger’ het meeste respect krijgt, dan moet hij ervoor zorgen dat die eerste burger juist minder betaald krijgt de andere parlementariërs en ministers.
En die waardigheid … pff. Siegfried Bracke zal wel altijd een pias blijven, ook al geef je hem een miljoen per jaar, of  behang je zijn schouders met hermelijn.

Zijn het onze zaken wel?

Over bovenstaand stukje was Jan (19) niet zo tevreden. ‘Wat heb jij daar nu mee te maken, vaderlief, wat die Bracke verdient? Dan kun je evengoed lezersbrieven sturen naar de website van Het Laatste Nieuws.’ Jan heeft dat ‘vaderlief’ overgenomen van de Sherlock-serie op televisie, die waarin Mycroft zijn broer aanspreekt met ‘Brother dear’.

’k Vind het een moeilijke kwestie. Natuurlijk is het niet erg beschaafd je druk te maken over wat iemand anders verdient. En hoewel ik graag weet hoeveel de postbode, de loodgieter, de friturist, de nefroloog en de bankdirecteur betaald krijgen, zelden leiden die bedragen als ik ze verneem tot een verhoogde bloeddruk. Maar met politici ligt dat een beetje anders. Als burgers zijn wij het die die politici betalen en dan wil ik graag weten of we niet te veel betalen. De lezersbrievenschrijvers van Het Laatste Nieuws geloven in elk geval stellig dat er te veel betaald wordt en de politieke partijen zelf lijken daar nu ook in mee te gaan. Ze hebben allerlei ideeën om er iets aan te doen (hier)***.

De partijen stellen voor

Het liefst zijn mij de ideeën van N-VA en Open vld. Zij willen het totale aantal mandaten te verminderen. Minder Kamerleden – van 150 naar 100 –, afschaffing van de Senaat, afschaffing van de provinciebesturen, halvering van de mandaten in de energie-intercommunales. Open vld wil de intercommunales zelfs privatiseren, en als ik dat woord nog maar hoor ben ik al half overtuigd. Maar ik wil geduldig naar de tegenargumenten luisteren.

Cd&v heeft daar weinig tegenover te stellen. De partij wil vooral de manier van factureren bijstellen. Een politicus die in een een intercommunale zetelt, zou voortaan moeten factureren als ‘natuurlijke persoon’ en niet als ‘managementsvennootschap’. Het voordeel hiervan voor de burger lijkt mij erg beperkt. Die politici zouden dan misschien iets meer belastingen moeten betalen, dat kan, of iets minder, dat kan ook. Veel verschil zal het in elk geval niet maken. Tja, ’t is de cd&v ook****.

Van Sp.a-kant komen de spectaculairste voorstellen, die echter ook het minste opbrengen. Voorzitter Crombez stelt voor om het aantal mandaten per politicus te beperken tot drie. Prima hoor, maar zolang het totale aantal mandaten niet vermindert, maakt dat voor de burger geen verschil. 60 000 euro betalen aan één socialist, of telkens 20 000 euro aan drie socialisten blijft voor mij even pijnlijk. Ook wil Crombez de vergoedingen van zijn mandatarissen beperken tot 6 200 euro. Als ik het goed begrepen heb, gaat de rest in de partijkas. Ook daar hebben we als burger niets aan.

Sowells alternatief: hogere salarissen, kortere ambtsperiode

Maar heeft Crombez dan misschien gelijk in zijn principes? Moeten de vergoedingen van politici niet vooral omlaag? Ik las jaren geleden een stukje van Thomas Sowell die precies het tegenovergestelde voorsloeg. Die vergoedingen moesten veel, veel hoger, om op die manier succesvolle mensen aan te trekken uit andere beroepen. Ik was niet overtuigd. Ik vreesde dat de succesvolle mensen uit andere beroepen thuis zouden blijven. De bestaande hardwerkende, gewetensvolle en getalenteerde politici – ze bestaan en ze zijn niet zeldzaam – zouden dan meer verdienen, zoals het hoort, maar dat zou ook gelden voor de vergadertijgers, de besluiteloze praters, de zure ideologen, de fantasieloze dossierlezers, de ja-knikkers en al degenen die uitsluitend jagen op macht, populariteit, aanzien en geld.

Ik heb Sowells stukje laatst opnieuw gelezen en ik moet toegeven – ik had de vorige keer iets over het hoofd gezien. Sowell wil niet alleen hogere lonen voor politici, hij wil ook een kortere ambtsperiode, bijvoorbeeld beperkt tot één of twee termijnen. Of dat voldoende is om de talentlozen op afstand te houden is niet zeker. Maar ze zullen zich dan in elk geval niet duurzaam kunnen nestelen in het systeem.

Ik kan voor de vuist weg een aantal bezwaren tegen zo’n systeem verzinnen. Zoals: hoe kan zo’n tijdelijke politicus zich staande houden tegen de ervaren ambtenaar? Zoals: hoe kun je een verkozene belonen voor goede prestaties, of afstraffen voor slechte, als hij toch niet opnieuw verkozen kan worden? Zoals: is het wel zo’n goed idee een project te laten opstarten door één lichting bestuurders zonder ze de kans te geven dat ook af te werken? En zal de volgende lichting wel bereid zijn om het af te werken?

Tussen participatiedemocratie en beroepspolitiek

Als je alternatieve Facebookvrienden hebt, zie je af en toe iets voorbijflitsen waar ‘basis’, ‘burger’, ‘monitor’ en ‘participatie’ een samenstelling vormen met ‘democratie’. Enkele jaren geleden hadden we de G-1000-beweging van David Van Reybrouck die, geloof ik, het land wou laten besturen door een soort door het lot aangeduid scholierenparlement. Dat zou een gruwelijk systeem geweest zijn. Maar ons systeem van beroepspolitici heeft ook zijn nadelen. Prof. Maddens schreef daarover een stuk in De Tijd. Hij betreurt het dat bij lijst-samenstelling steeds meer gerekruteerd wordt uit eigen werknemers van de partij. Hij noemt het ‘een systeem van inteelt’ dat uitdraait op een parlement van ‘politieke professionals die hondstrouw zijn aan de partij omdat ze nergens op kunnen terugvallen.’

Dan lijkt het systeem van Sowell een mooie tussenweg tussen de zweverige participatiedemocratie en de incestueuze beroepspolitiek. De partijen verdwijnen niet. Links en rechts verdwijnt niet. De politiek verdwijnt niet. Maar in plaats van een beroep wordt zij een erezaak. Een fabrikant, een hoogleraar, een actuaris, een IT-consultant of een schooldirecteur onderbreekt tijdelijk zijn loopbaan om zijn talent in dienst te stellen van de res publica*****. Daarna keert hij, als eertijds Cincinnatus, terug naar zijn akker. De ene heeft tijdelijk wat meer verdiend, de andere wat minder, maar hij heeft in elk geval genoeg verdiend om geen betaalde nevenmandaten te moeten verzamelen. Hij is met anderen aangetreden om samen, als grote mensen, grote problemen op te lossen.

Het loon of de prestaties

Maar hoe zit dat dan met de brievenschrijvers naar het Het Laatste Nieuws. Zullen die zich niet ergeren aan nog hogere lonen voor politici? Misschien. Misschien ook niet. Weinig voetbalsupporters storen zich aan de hoge lonen van de spelers. Maar als die spelers niet scoren, als ze zwak verdedigen, als ze het middenveld openlaten – dan zul je die supporters horen jouwen in het stadion. Wellicht is dat het probleem van onze brievenschrijvers. De politici verdienen niet te veel. Hun prestaties op het veld worden ondermaats bevonden.

 

* Bart Maddens wijst erop dat zo’n verschil in waardigheid niet verantwoord wordt door ons constitutioneel systeem. Hij legt het hoge salaris van de Kamervoorzitter uit als een kwestie van ‘loonspanning’. Het parlement als bedrijf – zo kun je het ook zien.

**Je zou in die afkeer van rijke politici, of is het afgunst? – mijn leerlingen houden die twee woorden moeilijk uit elkaar – je zou in die afkeer of afgunst dus  een vooruitgang kunnen zien tegenover de verering van vroeger. Zo kun je overal vooruitgang zien, als je je best maar doet.

*** De Vlaamse regering heeft ondertussen al enkele maatregelen genomen waarmee in de inkomens van mandatarissen gesnoeid wordt (hier).

**** Verder heeft CD&V een voorstel om niet alleen politieke mandaten maar alle openbare mandaten verplicht bekend te laten maken. Voor de partij heeft dat een voordeel. Het valt dan minder op dat haar leden wel een erg groot deel van de politieke mandaten bezetten. Maar van mij mag het hoor – al die mandaten op lange lijsten. Als ik dat maar niet moet lezen.

***** Een dergelijk politicus zal ook gemakkelijker dan nu gerespecteerd worden. Een leraar wordt tegenwoordig ook niet erg hoog aangeslagen door veel van zijn leerlingen. Maar als hij, zoals ik, vroeger een ander beroep heeft uitgeoefend, dan heeft hij een streepje voor. Hij kan blijkbaar nog iets anders. 

Philippe Clerick is leraar Nederlands en blogger

Dit stuk is overgenomen van zijn blog.

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneelfinancieel of organisatorisch!