Unia heeft lak aan het algemeen belang

Unia heeft lak aan het algemeen belang

De N-VA is kwaad op Unia, de openbare dienst die zich met bestrijding van racisme, discriminatie en bevordering van gelijke kansen moet bezig houden en bevoegd is voor alle discriminatiecriteria, uitgezonderd de man-vrouwgelijkheid. De N-VA heeft de aanval echter niet erg handig in gang gezet. Homans citeerde verkeerde cijfers; ze verwarde 17 met 47. En Demir haakte in op het Pietendebat, maar dat was vooral een zaak van het Minderhedenforum en Wouter Van Bellingen. Toch is de kern van de kritiek terecht: Unia polariseert, verdedigt teveel enkel bepaalde 'klagende allochtonen' en tekort schiet tekort op haar kerntaken. Unia heeft een probleem, en geen kleintje.

LONGREAD - Dit artikel bevat een verslag van ons onderzoek. Wie liever enkel de resultaten daarvan eerst leest, vindt die in Hier: 'Een onhandige aanval kan toch raak zijn'

De Bron schreef in het verleden al meermaals over Unia en haar voorganger, het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding (CGKR) en daarna het 'Interfederaal Centrum'. We kloegen onder meer over de versnippering van soortgelijke taken, het feit dat Unia in praktijk weigert om klachten van bepaalde groepen ernstig te nemen en dat het zelf een racistische definitie van discriminatie hanteert.

Opzet van ons onderzoek

We deden daarom een onderzoek naar de eigen communicatie en vooral de publicaties van Unia, via zijn website, www.unia.beWe onderzochten onder meer het voorkomen een vijftiental termen en begrippen zoals 'moslim' en 'jood', 'rechten' en 'plichten' of 'islamofobie' en 'antisemitisme'. We onderzochten telkens wie gebaat was bij de standpunten en de geboden informatie en of er sprake is van disproportionele voor- en nadelen en voor wie. Analoge onderzoeken werden ook toegepast op documenten zoals jaarverslagen of meer uitgewerkte standpunten.

Voor de meest courante begrippen namen we enkel de recente publicaties ter hand. Analoge onderzoeken werden ook toegepast op enkele meer omvattende documenten zoals jaarverslagen of meer uitgewerkte en beargumenteerde standpunten.

Dit is maar een eerste, exploratief onderzoek. Veel documenten werden slechts summier geanalyseerd. De gevonden resultaten zijn wel zo significant dat we enkele onderzoekshypothesen kunnen formuleren. Die horen grondig onderzocht te worden. Dat kan eventueel in het kader van een audit op Unia.

Onderzoeksresultaten

Onvolledige rapportering

In Cijferverslag 2014 werd wel gemeld hoeveel keer er gerechtelijke procedures ingeleid werden, maar niet hoeveel keer Unia daarbij gelijk kreeg, dan wel afgewezen werd, noch hoe dikwijls het zelf veroordeeld werd (bijvoorbeeld tot het betalen van de proceskosten). Het geeft ook niet weer hoeveel keer Unia in hoger beroep ging, noch hoeveel keer het ook daar bot ving.

Eerlijk kan men deze verslaggeving niet echt noemen, noch volledig. Er is ook niet de minste reflectie of er wel verantwoorde doelstellingen gehanteerd werden bij elk van deze dossiers. Ons nog onvolledige onderzoek vond wel gevallen waarin Unia gesluierde moslima's bijstond in rechtszaken, maar verloor, toch in beroep ging, om ook daar te verliezen.

Verder verraadt het rapport ook de volgehouden weigering van Unia om discriminaties naar taal, met name van Vlamingen in Brussel, te onderzoeken. Unia weigert dat, net zoals haar voorgangers. Het beriep zich lang op het feit dat de wetgever 'taal' achterwege had gelaten uit de wet die deze instelling in het leven riep. Dat was ooit wel correct, maar ondertussen verwees de Europese jurisprudentie die weigering naar de prullenmand. België moet instellingen hebben die zich met alle verboden discriminatiegronden bezig houden. Het andere bedoelde instituut, dat voor gelijke rechten van vrouwen en mannen (het 'IGVM') houdt zich enkel met die éne discriminatiegrond bezig. Dus moet Unia wel de discriminatie naar taal opvolgen en bestrijden. Maar dat doet het dus niet. Unia klampt zich krampachtig vast aan belgische regels die al lang herroepen zijn door de hogere Europese regels.

Dogmatische voorkeuren

Unia verdedigt in zijn communicatie en zijn politieke en gerechtelijke acties geregeld ideologische voorkeuren die verschillen van de legitieme, democratische voorkeuren zoals uitgedrukt in het regeringsbeleid of in de wetten.

Zo heeft het een taak ten aanzien van mentaal en fysiek gehandicapte leerlingen. Het moet hun schoolse kansen op ontplooiing verdedigen. Die leerlingen worden nu hoofdzakelijk opgevangen in het bijzonder onderwijs. Maar Unia bestrijdt dat met grote inzet van middelen. Het veroordeelt alles wat geen 'inclusief onderwijs' is (zie bijvoorbeeld hier). Dat is de scholing van gehandicapten in gewone scholen. Deze scholen moeten dan maar de nodige extra uitrusting, infrastructuur en de extra mankracht mobiliseren om 'alle' gehandicapten te kunnen opvangen. Dat werd onder meer in het initiële M-decreet voorgestaan.

Maar vanuit de onderwijswereld en veel ouders ontstond daar fel verzet tegen. Het is immers onmogelijk en ook vrij kostelijk wanneer alle scholen alle soorten gehandicapte scholieren en leerlingen zou moeten kunnen opvangen. Daarbij zou ook veel expertise verloren gaan in het bijzonder onderwijs, en terug opgebouwd moeten worden in het algemeen onderwijs. Kortom, er bestaat een groot debat over de gepaste mix tussen 'inclusie' en behoud van bijzonder onderwijs, afhankelijk van de specifieke noden van elke leerling en van de materiële mogelijkheden.

Maar die genuanceerde afweging is niet besteed aan het Unia. Het strijdt onversaagd voor een exclusief inclusief onderwijs. De extra kosten die dat veroorzaakt en de voorkeuren van ouders en scholen worden daarbij genegeerd.

Een soortgelijke exclusieve voorkeur voor 'de klagers' zien we in een zaak van een peuter die in een kinderopvang zat, zware gezondheidsproblemen kreeg (los van die opvang), daarna dagelijks een gespecialiseerde medische behandeling nodig had, waarna het kinderdagverblijf zijn opvangcontract verbrak omdat het niet daarvoor over de know how beschikte. Unia steunde daarbij de ouders die een hoge schadevergoeding eisten (hier). Het deed geen poging om een redelijke oplossing te vinden die die kleine crèche niet met disproportioneel hoge kosten zou opzadelen.

De rechten van individuele personen worden hierbij extreem opgerokken, met volledige negatie van de zeer hoge kosten voor anderen én voor de gemeenschap. Immers, als er gespecialiseerde zorgen nodig zijn, dan is het vanuit sociaal oogpunt (kosten voor de gemeenschap en sociaal rendement van het beleid) véél beter om deze te concetreren in een kleiner aantal instellingen die elk wel over de nodige kritische massa beschikken. Dat is overigens ook ten zeerste aangewezen om die expertise op een voldoende hoog peil te krijgen. 

Een nog straffer incident was de houding van Unia tegenover de voorkeur van de bevoegde federale en Vlaamse overheid om werkgevers toe te laten de hoofddoek op de werkvloer te verbieden. Als het Europees Hof van Justitie, of een adviseur ervan, bevestigt dat werkgevers het recht moeten genieten om werknemers die vasthouden aan hun hoofddoek te ontslaan, dan wijst Unia deze keuze van de bevoegde wetgever af. Het militeert zelfs bij Europese instellingen om de tegenovergestelde keuze te verdedigen, hoewel onze federale regering die keuze net bijtreedt.

Unia negeert hierdoor de grondwettelijke bevoegdheden vande  wetgever: het stelt zich in zijn plaats, alsof het zelf soevereine rechten zou hebben.

Integratie mag nooit eisen stellen

Ten aanzien van de integratie van migranten en hun nakomelingen heef Unia het moeilijk met de noodzaak om de streektaal te beheersen om volwaardige kansen op werk te kunnen vinden. Zo schrijft het in zijn jaarverslag 2014 dat zijn meldpunten signaleren ''dat de toegang tot de arbeidsmarkt heel moeilijk is voor wie het Nederlands niet beheerst omdat het niveau van de verplichte taaltests veel te hoog ligt.''. Het niveau van taaltesten heeft echter geen enkel causaal verband met kans op werk, het niveau van taalverwerving heeft dit wel.

De zogenaamd 'te moeilijke' taaltesten worden hier ook onbeschroomd voorgesteld als een 'structurele discriminatie', terwijl ze net moeten dienen om de taalverwerving te optimaliseren en dus de kansen op werk te vergroten. Edoch: bij een aanwerving vraagt men niet naar het cijfer dat je behaald hebt op je taaltest, maar wel naar je feitelijke taalkennis. De taaltests aanvallen past helemaal in de politiek-correcte visie, maar botst met de objectieve vaststelling in alle immigratielanden dat volwaardige kansen op werk altijd gepaard gingen met een correcte taalverwerving.

'Het Centrum' klaagde dan wel over structurele discriminatie, het gaf daarvan echter geen enkel duidelijk voorbeeld, noch een bruikbare definitie.

Unia publiceert, ondanks haar enorme aantal publicaties, ook geen verklarende woordenlijst van sleutelbegrippen. Dat is een reëel tekort.

De strijd tegen concrete verplichtingen voor allochtonen en asielzoekers lijkt een zeer hoge prioriteit te krijgen van Unia. Maar zo'n beleidskeuze, dat is een uitgesproken politieke keuze. Zet Unia zich daarmee niet helemaal in de plaats van de bevoegde wetgevers?

Eenzijdige voorstelling van zaken

Verder vonden we ook talrijke voorbeelden van een eenzijdige voorstelling van zaken. Bijvoorbeeld ''Procedure ten gronde tegen het ontslag na 13 jaar dienst van een medewerkster van een apotheek, wegens het dragen van de hoofddoek.''. Deze formulering suggereert dat de hoofddoek de (enige) reden was, en niet of de werkneemster misschien terug kwam op eerdere afspraken, of dat ze het arbeidsreglement eerder wel ondertekende, maar nu overtrad, of ... . 

Unia veralgemeent ook graag problemen met die minderheden waar ze klaarblijkelijk bij voorkeur mee bezig is. Zo spreekt het frequent over discriminatie van moslims, maar de concrete voorbeelden die het geeft wijzen niet op een discriminatie van 'de' moslims, maar wel op specifieke problemen van kleine groepen onder de moslims, zoals moslima's die hun hoofddoek willen dragen. Volgens onedrzoeken is dat echter slechts een deel vand e moslima's. Volgens Muslim Life in Germany is het bijvoorbeeld slechts één kwart.

Daarbij negeert Unia dat er wel degelijk problemen van openbare orde bestaan met de hoofddoek. Dat is verre van altijd een vrijwillige keuze. Zo vermeldt het Duitse rapport 'Muslim Life in Germany' onder de motieven voor sluierdracht onder meer de eis tot sluierdracht vanwege de partner, de familie of de omgeving, een onveiligheidsgevoel en de wens om zich te beschermen tegen andere moslims. Het idee dat de hoofddoek altijd (of quasi altijd) een vrijwillige keuze is, lijkt me, gezien die aanwijzingen, niet te verdedigen. Maar Unia doet alsof zijn neus bloedt, en verkondigt luid en frequent het tegenovergestelde.

In dezelfde lijn negeert Unia steevast alle problemen met kwalijke en verboden culturele gebruiken zoals gedwongen huwelijken (slechts 2 vermeldingen) of vrouwelijke genitale verminking (totaal afwezig in de communicatie van Unia, maar volgens het Antwerpse Tropisch Instituut wel goed voor duizenden slachtoffers in ons land). Oordeel zelf, wat is de ergste misdaad: meisjes en jonge vrouwen die voor de rest van hun leven fysiek verminkt worden, of onder huwelijkse dwang jarenlang verkracht worden, dan wel een vestimentaire gewoonte (de hoofddoek) die nog eens niet altijd vrijwillig blijkt?

Dezelfde vraag stelt zich ook voor de relatief grote aandacht die Unia geeft aan uitingen van racisme, vergeleken met racistische discriminatie en ander soortgelijk gedrag. Het bestrijden van meningen staat sowieso al haaks op de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. Was het niet veel beter geweest dat enkel de directe en indirecte oproepen tot geweld bestreden werden? En als we dan toch bepaalde uitingen en meningen zouden bestrijden, moest Unia dan niet alle soortgelijke meningen bestrijden, ook als die circuleren op bijvoorbeeld Arabische websites? Het heeft Arabisch sprekende medewerkers, waarom gebruikt het die daarvoor niet?

In deze lijn ligt ook het systematisch afwijzen door Unia en haar directie van alle vaststellingen door wetenschappers die indruisen tegen de eigen ideologische visie. Denk aan de kritiek van Els Keytsman op prof. Ruud Koopmans (een kritiek die werd aangeklaagd door onder meer Maarten Boudry, hier). 

Dit is slechts één voorbeeld. De algemene werkwijze lijkt er een van systematische afwijzing van alle resultaten van onderzoeken die kritisch staan tegenover gedragingen van allochtonen en moslims in het bijzonder.

Joden en moslims (on)gelijk voor Unia

Hiervoor vonden we de volgende aantallen vermeldingen van relevante trefwoorden: jood (20 maal), joden (87x), israëlitisch (2x), synagoge (2x), moslim (53x), islam (135x), moskee (8x), hoofddoek (162x) en islamofobie (378x). Ook 'antisemitisme' werd onderzocht. Het kwam 232x voor in de online-communicatie. Alles samen 343 vermeldingen van de specifiek joodse trefwoorden en 736 van de specifiek islamitische. Trefwoorden die specifiek zijn voor andere minderheden (zoals sikhs, protestanten, Oost-Europeanen, ...) kwamen voor zover onderzocht elk minder dan tien maal aan bod. Veruit de meeste vermeldingen (in alle categoriën) betroffen algemene besprekingen (en geen individuele dossiers). Deze relatieve cijfers vormen daardoor een aanwijzing voor bepaalde relatieve voorkeuren ten aanzien van de verschillende groepen. 

Vooral de grote aandacht van Unia voor 'islamofobie' en antisemitisme vereist nader onderzoek. Beide worden immers in het algemeen taalgebruik in sterk verschillende betekenissen gebruikt. Vooral islamofobie is een bijzonder vaag, en hoogst controversieel begrip, zie ook verderop.

In de vermeldingen van joodse en islamitische trefwoorden lijkt er een reëel verschil in de modaliteiten. Bij de islamitische gaat het dikwijls over concrete 'tegemoetkomingen' en afwijkende regelingen die de moslims vragen op de bestaande wetten, normen en gebruiken (zoals met de hoofddoek, halal-maaltijden in kantines en een andere behandeling van meisjes en jongens in scholen), naast  racistische uitingen en racistisch geweld. Bij de joodse gaat het bijna uitsluitend over racistische uitingen en racistisch geweld, tenzij het zaken betreft waar beide groepen vragende partij zijn. Denk aan onverdoofd slachten.

Individuele Joden die geweld vanwege moslims ondergaan, of vandalisme tegen joodse instellingen vond ik nauwelijks terug in de onderzochte berichten. Joden krijgen blijkbaar alleen maar aandacht in die concrete zaken waarbij ze samen in praktijk één partij vormen met moslims, of waar er een grote publieke zichtbaarheid is (zoals de aanslag op het Joodse Museum).

Niettemin is het een aanwijzing van een schijnbaar prioritaire interesse voor de echte en vermeende rechten van moslims, vergeleken met alle andere etnische en religieuze minderheden. Maar we moeten er direct aan toevoegen dat het verschil nog onvoldoende is voor sluitende besluiten. Het is slechts een aanwijzing.

Islamofobie bovenaan de Unia prioriteiten?

Unia gebruikt zeer frequent de term 'islamofobie'. Deze is echter verwarrend en controversieel, onder meer omdat hij intensief misbruikt wordt om legitieme kritiek op de islam te criminaliseren, terwijl fobie eigenlijk op ‘angst’ slaat. Met name kritiek op bepaalde religieuze regels in de islam, of op bepaalde stromingen daarin, of op bepaalde groepen moslims, wordt op die manier onmogelijk gemaakt - wat strijdig is met de vrije meningsuiting. Zie daarvoor ook onze eerdere analyse (hier).

Ik vond in de publicaties van Unia ook geen enkele goede reden waarom meer courante en duidelijke termen zoals 'racisme' en 'discriminatie' niet gebruikt worden. Als het over moslims gaat, dan lijken de begrippen 'racisme tegen moslims', of 'moslimhaat' of 'islamhaat' mij alvast veel duidelijker dan 'islamofobie', én politiek neutraal (of neutraler). Ze veroorzaken ook geen amalgaam met die pogingen om kritiek op de islam of stromingen daarbinnen te criminaliseren. Maar Unia verkiest de terminologie te gebruiken ('islamofobie') die onder meer de islamistische organisaties en de islamitische staten frequent gebruiken tegen elke kritiek vanuit democratische hoek.

Een soortgelijke voorkeur voor de islam, en dan vooral voor de islamistische stromingen zagen wij ten tijde van enkele aanslagen van de IS. Toen die hier aanslagen begon te plegen in 2015, lanceerde Unia in maart 2016 een campagne tegen de gewone burgers: "Belgen willen zich niet aanpassen". De boodschap was dat de Belgen zich meer moesten aanpassen aan de allochtonen en de vreemdelingen. Het minste wat men kan zeggen is dat die timing uiterst contraproductief was. Was dat toeval?

Met dat begrip 'islamisten' bedoel ik al die moslims die hun religieuze regels voorrang willen geven op de burgerlijke wetten. Dat valt deels, maar niet helemaal, samen met de groep moslims die vinden dat elke vrouw gesluierd zou moeten zijn, en dan zeker elke 'goede' moslima. Voor meer over islamisme, zie dit encyclopedische artikel.

Een recentste joods-islamistische incident verwonderde me dan ook totaal niet. Een rechtbank veroordeelde een moslim die zich publiek uitte als een fanatieke jodenhater, maar Unia toonde zich intern teleurgesteld over die veroordeling. Unia maakte het daarna nog erger door klacht neer te leggen tegen Joods Actueel, het medium dat de naam publiceerde van die medewerker van Unia die daarbij in de fout ging.

Belangen van minderheden boven algemeen belang

Het wordt duidelijk dat Unia steevast de belangen van minderheden verdedigt, maar dat het daarbij dan de redelijkheid van zijn vragen en eisen soms wel eens vergeet. Soms wordt dat hilarisch. Als bijvoorbeeld een gehandicapte enkel plaats kan vinden in een eersteklascoupé van de trein, dan vraagt Unia niet enkel dat een begeleider daarvan zonder toeslag mee in eerste klas mag (wat nog logisch is), maar ook alle meereizende reisgenoten (hier). Ga dan eens op reis voor je verjaardag met alle nonkels, tantes, neven en nichten!

Unia geeft echter relatief weinig tot dikwijls geen aandacht aan het algemeen belang of aan de objectieve kosten.

Het eerder al vermelde onevenwicht in aandacht voor de rechten van de minderheden (afgaande op de aantallen vermeldingen van relevante trefwoorden) vinden we niet alleen op de site van Unia, maar ook in zijn eigen jaarverslagen en bepaalde beleidsdocumenten. Het 'Jaarverslag 2015' vermeldt zo 59x 'rechten' versus slechts 2x 'plichten' en 5x 'verplichtingen'. De plichten zijn daarbij dan nog bijna enkel ten laste van eigenaars en overheden.

Typisch is de wijze waarop Unia huurders aanzet om incidenten met eigenaars of tussenpersonen bij verhuur van woningen in de val te lokken. Dat heet in juridische termen 'uitlokking door particuliere personen'. In ons recht is dat illegaal en wordt het als een ernstige misdaad beschouwt. Zelfs uitlokking door bevoegde politieagenten is al controversieel.

Hoogte van kosten is van geen tel

Dat is ook een rode draad in tientallen conflicten waarbij Unia optrad: de kosten die de eisen van unia veroorzaken, lijken voor Unia totaal onbelangrijk. Het begrip 'redelijke tegemoetkomingen' wordt daarbij eenzijdig toegepast. Unia maakt er frequent gebruik van om extra rechten voor deze of gene groepen op te eisen, maar een onderzoek naar de werkelijke kosten van wat het vraagt en naar de redelijkheid daarvan, nee hoor. Daar wil Unia niet van weten. Nochtans staat er ook 'redelijk' in dat begriop 'redelijek toepassingen'. 

Ik vond tot nog toe nog geen enkel geval waarin het eisen van individuele klagers afwees omwille van de te hoge kosten of andere onredelijke gevolgen.

Dat zien we ook in het dossier van afgewezen vluchtelingen (zoals in dit geval). Daarbij kiest Unia steevast exclusief partij voor de asielzoekers. Zelfs wanneer deze weigeren uitwijzingsbevelen op te volgen, zouden de belastingbetalers de extra kosten voor hun verblijf hier, hun medische verzorging, ... eenzijdig moeten blijven dragen. En als er kinderen zijn, dan werpt Unia ijverig mee hinderpalen op tegen uitwijzing. Unia is namelijk tegen detentie in gesloten centra voor gezinnen met kinderen. Dat na een bevel tot uitwijzing dan een stevig percentage in de illegaliteit verdwijnt, het zij zo voor Unia. ook alle overlast die dat voor onze landgenoten veroorzaakt, telt voor Unia niet mee.

Een vergelijkbare vaststelling dringt zich ook op in het dossier van de mobiliteit van gehandicapten. Unia geeft daarbij harde kritiek op de NMBS, openbare besturen en andere. Maar het onderzoekt nooit hoeveel die nu al jaarlijks uitgeven aan het verbeteren van die mobiliteit. Liggen onze budgetten in lijn met die in andere landen? Waar moeten we de middelen vinden voor de gevraagde veel hogere bestedingen op dat vlak?

Ik spreek me hier dus niet uit over het beleid van de NMBS of De Lijn, maar wel over de houding van Unia.

Waaraan geeft Unia nu de meeste aandacht?

We gaan er dus vanuit dat datgene waarover Unia het meeste spreekt, ook verraadt waar zijn prioriteit en voorkeur ligt. 'Waar de mond van vol is loopt het hart van over'.

We vonden duidelijke ordes van grootte van de aantallen vermeldingen van relevante begrippen. Voor de verdeling van de aandacht over de verschillende te beschermen minderheden onderzochten we onder meer joden en moslims, met volgende trefwoorden: jood (20 maal), joden (87x), israëlitisch (2x), synagoge (2x), moslim (53x), islam (135x), moskee (8x), hoofddoek (162x) en islamofobie (378x). Voor meer algemene begrippen: 'plichten' (60x), 'verplichtingen' (128x), 'rechten' (701x) en 'recht' op (374x). 

Dat zijn gewoon de feiten. Dat was het gemakkelijke deel. De interpretatie vereist grote voorzichtigheid. Unia is immers specifiek belast met de strijd tegen discriminatie en het bevorderen van gelijkheid. Dat er dan meer over de rechten gesproken wordt dan over hun plichten, is dat niet normaal? Dat lijkt redelijk.

Anderzijds vereist de rechtsstaat dat rechten altijd afgewogen worden tegen evenredige bijhorende plichten. Partijen kunnen dan wel twisten over de vraag of dat evenwicht niet teveel overhelt naar de ene of de andere kant. Centrumrechtse en rechtse partijen zoals de N-VA en LDD willen meer uitgewerkte verplichtingen voor sommige groepen. Extreemrechts wil veel rechten voor 'vreemden' afschaffen. De linkse en centrumlinkse partijen en organisaties zoals de PVDA, de SP.A, Groen en de ACW willen daarentegen - eveneens vereenvoudigd - minder plichten en meer rechten voor alle minderheden. De Vlaamsgezinden – waaronder ook linkse zoals het jonge Vlinks en de Gravensteengroep - willen dan echter ook dat de nog steeds bestaande discriminaties van Vlamingen ten voordele van Franstaligen eindelijk wel bestreden zouden worden. Maar dat zijn allemaal slechts politieke twisten.

Ondertussen is er wel de wet. Dura lex sed lex. En die wet voorziet wel degelijk dat er geen rechten bestaan zonder plichten.

Een openbare dienst die dan racisme en discriminatie moet bestrijden en gelijkheid bevorderen, hoort die dan niet de gelijkheid in rechten én de gelijkheid in de plichten te bevorderen? Concentreert Unia zich enkel op rechten, dan ondergraaft het het de eigen missie. In dat opzicht vormt de relatief véél sterkere aandacht voor bepaalde groepen (zoals de moslims) én het systematisch negeren van de plichten van die groepen wel degelijk een ernstig probleem. Het lijkt mij een fundamenteel tekort.

Nog véél zorgwekkender, maar nauwelijks bekend, is daarbij dat het systematisch voorkeur geeft aan de eisen en verlangens van de islamisten en dat de legitieme belangen van de meer democratische moslims daarbij geruisloos miskend en geschaad worden. Gesluierde moslima's kregen namelijk ruime steun van Unia – operationeel, in de communicatie en in de gerechtelijke stappen - maar moslima's en anderen die kampen met sociale druk, dwang en gebeurlijk fysiek geweld vanwege de meer islamistische moslima's, die kregen, voor zover dit beperkte onderzoek leerde, géén enkele concrete steun. Unia beperkte zich tot wat lippendienst en een frequent opgevoerd stukje toneel 'Morele Verontwaardiging'.

Ideologische en partijpolitieke voorkeuren

De kritiek tegen het Antwerpse besluit tot forse verhoging van de retributiekost aan vreemdelingenloket (J. Dewitte 2013) toont een opvallende partijpolitieke voorkeur van het huis. Het betreft een besluit onder een N-VA burgemeester, Bart De Wever. Die verhoogde de kost voor de inschrijving van een vreemdeling gevoelig (van 17 naar 250 €). Jozef De Witte overtrof zich daarop in de stemmingmakerij. Hij suggereert herhaaldelijk dat die maatregel illegaal zou zijn – wat hij echter nooit hard maakt. Maar hij negeert de precedenten van andere steden. Ook rode bestuurders rekenen hoge kosten aan voor de inschrijving van elke vreemdeling, of ze wilden dat doen (zoals Patrick Janssen, SP.A Antwerpen). Janssens had dat bedrag gewoon overgenomen van andere centrumsteden.

Wat Unia en De Witte eisen komt indirect wel weer neer op hogere kosten voor onze belastingbetalers.

Het kostenplaatje van de globale eisen van Unia verraadt een wereldvreemde voorkeur: men beweert iets, en hocus pocus, de belastingbetalers, werkgevers, of eigenaars moeten zonder enige overweging van de redelijkheid van de gevraagde uitgaven maar extra geld op tafel leggen. Nu, voor mij is dit wereldvreemd, maar anderen zien er misschien gewoon een donkerrode kleur in.

In deze lijn toont Unia ook al eens enig dogmatisme. Zo eist het aanpassingen in de schoolcurricula aan de noden van gehandicapten (hier), maar het geeft geen enkel voorbeeld van één zulke mogelijke concrete aanpassing. A fortiori ook geen enkele bespreking van de noodzaak ervan, noch de redelijkheid.

Ook het relatieve (on)evenwicht tussen rechten en plichten dat naar voren komt in de communicatie van Unia legde ik onder de microscoop. Het bleek dat voor bepaalde minderheden de rechten veel aandacht kregen. Maar hoe kijkt Unia dan aan tegen de plichten van die groepen? U zal het van Unia niet horen: de plichten van de bedoelde minderheden werden nauwelijks vermeld en nooit concreet verdedigd. Als ze al vermeld werden, beperkte dat zich tot een obligate verwijzing (genre 'de rechten en plichten'). Maar in de verdere beoordelingen van eisen en beleid kwamen die zo goed als totaal niet aan bod. Dat geldt in casu voor gehandicapten, en meer nog voor allochtonen en dan vooral voor de moslims, en in de eerste plaats de islamisten daaronder.

Dezelfde eenzijdigheid zien we ook in de wijze waarop het geregeld 'illegaliteit' suggereert in typisch 'rechtse' beleidskeuzen. Het bespeurt echter nooit mogelijke illegaliteit bij linkse bestuurders. het maakt de aanklacht tegen die zogenaamd illegale 'rechtse' politieke keuzen ook nooit hard.

De manier waarop Unia zijn experten kiest, en met welke verenigingen het samenwerkt is al even tekenend. Mijn onderzoek gaf me de indruk dat Unia bijna enkel met linkse, politiek-correcte experten en opiniemakers wil praten. Alle andersdenkenden wil het enkel de les leren. Ik laat de 'verplichte contacten' terzijde; ik probeer hier enkel in kaart te brengen bij wie het intellectueel zijn mosterd haalt. Maar daarmee ondergraaft het wel zijn eigen morele legitimiteit én zijn overtuigingskracht.

Mij komt het over alsof Unia denkt ergens één of ander soeverein recht te hebben om zelf te mogen bepalen wat de wet zou moeten zijn. Het zoekt dan wat argumenten bij gelijkaardig denkende experten en negeert daarna straal wat de wetgever of een bevoegde regering beslist(e). Daarna zet het grote mankracht in om de samenleving met harde hand in de pas te dwingen. Het wil ons verplichten vertrouwen te geven aan al de minderheden waarvoor het opkomt, en om alle legitieme bezorgdheden en pijnlijke objectieve feiten over het gedrag van die groepen te negeren. Dat geldt vooral voor de islamisten, moslims in het algemeen en de andere allochtonen.  Maar dat is natuurlijk enkel maar mijn aanvoelen, gesteund op enig onderzoek.

Maar zoals Leo Neels, prof. rechten in De Tijd opmerkte: “Je kan met straffen en procedures geen burgerschap afdwingen.”. Daarvoor is immers ook een echte dialoog vereist, én respect. Respect voor de legitieme belangen en de gelijke rechten van iedereen, dus ook van autochtonen. respect ook voor andere meningen. Vertrouwen moet je verdienen, en dat geldt ook voor overheden en Unia. Met de matrak afgedwongen, lukt het niet. 

Voorlopige besluiten

Dit eerste, beperkte onderzoek betrof slechts een kleine tweehonderd publicaties van Unia, vooral webpagina's op zijn site en enkele rapporten. Dit is nog onvolledig en slechts 'indicatief'. Het laat niettemin toe om enkele hypothesen te formuleren over wat er fundamenteel mis loopt bij deze instelling. We formuleerden deze als hypothesen in een ander stuk 'Een onhandige aanval kan toch raak zijn' . Die leest men best als hypothesen die we moeten onderzoeken op de mate waarin ze kloppen en op de schadelijke impact op de taken van openbaar nut die deze instelling zou moeten opnemen.

Maar een zaak is nu al wel duidelijk: Unia heeft een probleem, en geen kleintje. Het probleem lijkt mij dermate ernstig dat de vraag zich stelt of men niet beter van nul herbegint. De aangewezen weg is dan de twee grote gemeenschappen operationeel en exclusief bevoegd te maken voor deze. Een interfederaal samenwerkingsakkoord kan dus gerust, maar dan wel beginnend met een propere en zuiver professionele lei.

Rudi Dierick, ingenieur, zakelijk adviseur en hoofdredacteur De Bron

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneelfinancieel of organisatorisch!