Unia blijft op scherp spelen

Unia blijft op scherp spelen

De laatste weken kon men niet naast de schermutselingen tussen Els Keytsman (Unia) en Zuhal Demir (N-VA) kijken. Beiden vertegenwoordigen verschillende visies op samenleven, integratie, mensenrechten en respect voor de wet. Demir en haar partij staan voor de visie dat allen hier welkom zijn, ongeacht kleur, religie, … zolang ze de wet maar respecteren en geweld schuwen, maar dat islamisten daar op grote schaal tegen zondigen. Keytsman en gelijkgezinden menen dat er nauwelijks een vuiltje aan de lucht is met 'de moslims'. Keytsman neemt daarmee echter een politiek standpunt in.

Zoals eerder al beschreven, op basis van de aanwijzingen die ons eigen onderzoek opleverde, Unia heeft een probleem. En dat blijkt onder meer uit de 'zwarte gaten' in haar werking.

Fig. 1: Silhouet met regenboogvlag van de Holebi's

 

Zo klagen homo's dat Unia zich minder inzet voor het zware en soms dodelijk geweld dat zij ondergaan, voornamelijk maar niet alleen van bepaalde moslims, dan voor geweld tegen moslims, geweld dat meestal minder ver gaat. Waarom zet Unia grote middelen in tegen selectieve verboden op de hoofddoek – waarvan niemand dood gaat – en tegen fysiek geweld tegen moslims en moskeeën, doch minder of soms zelfs geen tegen geweld tegen moslima's die al eens zwaar geweld ondergaan vanwege hun aartsconservatieve omgeving?

De rode draad lijkt als volgt: Unia is ultra-behoedzaam van zodra daders moslims zijn en het doet quasi niets concreet tegen gewelddadig islamisme (salafisme en andere vormen), noch tegen de islami(s)tische eisen of gebruiken die grondrechten van vrouwen, homo's en andersdenkenden aantasten.

VGV, of voluit vrouwelijke genitale verminking illustreert dit ook: het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen schat dat ons land enkele duizenden slachtoffers kent. Wereldwijd zouden het tientallen miljoenen zijn. Niet zelden veroorzaakt deze 'marteling' levenslange pijnlijke gevolgen.

Fig. 2 : Verspreiding van VGV in de wereld. Bronnen: Unesco e.a. 

 

Nu is VGV sterk cultureel bepaald, maar in meerdere islamitische gemeenschappen ook deels religieus. De slachtoffers worden dus zwaar geschaad in hun grondrechten (bescherming tegen zwaar geweld, ...) en benadeeld op afkomst (en soms religie). Elders worden daders en medeverantwoordelijken veroordeeld tot zware straffen. Zo kent Frankrijk al effectieve veroordelingen (meer dan 100), net zoals het VK, Spanje (tot 6 jaar cel), Zweden, Italië, Denemarken, Zwitserland en de VS (waar al tot 10 jaar gevangenis én uitwijzing veroordeeld werd). Zie ook hier. Maar Unia en andere instellingen doen niets concreet ten voordele van de slachtoffers. Zo adviseren ze geen systematische opsporing en effectieve bestraffing van daders. België kent tot nog toe geen enkele veroordeling.

Waarom niet? Omdat, als we het even cru stellen, 'het toch maar vreemden zijn'? Of om onwetendheid en gebrek aan interesse? Of omdat VGV ook gerechtvaardigd wordt vanuit de islam, of beter gezegd, vanuit de doctrine en/of de gebruiken van bepaalde stromingen in de islam? VGV raakt inderdaad één van de taboes van Unia en veel andere Belgische instellingen, zijnde de kwalijke realiteit van die stromingen en dus ook van de islam.

Mijn onderzoek van een tweehonderd publicaties van Unia verduidelijkte dat deze instelling het openbaar belang schaadt en de wet overtreedt, minstens naar de geest. Unia discrimineert namelijk zelf: het besteedt veel aandacht aan de vragen en eisen van bepaalde groepen zoals moslims en gehandicapten, maar al iets minder aan joden, en opvallend minder aan andere groepen zoals ouderen, homo's, moslima's (die geregeld lijden onder cultureel en religieus gemotiveerd geweld door andere moslims) of autochtone burgers. En als Vlamingen door Franstaligen gediscrimineerd worden, dan zwijgt het helemaal. Nochtans overtreedt het dan Europese regels. Dat het zich daarbij verschuilt achter een belgo-vijgenblaadje (de wetgever gaf Unia geen mandaat om discriminatie op taal te bestrijden) verandert daar niets aan: de Europese jurisprudentie maakt duidelijk dat België moet zorgen voor correcte vervolging van discriminatie op taal en Europees recht heeft voorrang op Belgisch recht en Belgische jurisprudentie.

Unia steunt bepaalde eisen die vanuit islamistische en aanverwante politiek militante hoek komen, maar die niet worden bijgetreden door een groot deel van de moslima's en de meer seculiere, democratische moslims. Denk aan de hoofddoek. De meeste moslima's dragen er geen, maar Unia verdedigt sluierdracht wel systematisch, ook tegen relevante rechtsspraak in. Het stelt daarbij dat elk verbod een inbreuk is op religieuze vrijheden. Dat is een speculatieve oprekking van de wet en een negatie van de redelijk courante dwang en andere problemen van openbare orde die de hoofddoek veroorzaakt. Veel moslims vinden zo'n verboden helemaal geen probleem.

Blijkbaar denkt Unia de religieuze vrijheid te verdedigen, maar het begunstigt vooral het islamisme als specifieke groep stromingen in de islam. Het discours en de acties van Unia versterken in een aantal dossiers de positie van de islamisten en ze verzwakken die van de democratische moslims. Nochtans veroorzaken die islamisten én bepaalde culturele gebruiken bijzonder veel geweld en ellende voor de individuele slachtoffers. De grondrechten van deze laatste worden daarbij frequent geschonden.

Waarom vraagt Unia geen praktijktests op wat effectief gepredikt en onderwezen wordt in de moskeeën en door de bijna 700 benoemde leraars islam? Afgaande op het aantal doden, verminkingen en vluchtelingen die de verschillende soorten geweld wereldwijd veroorzaken, staat islamisme aan de top. Eist het voorzorgprincipe, toegepast op veiligheid, dan niet dat we grondig onderzoek doen naar de verspreiding van de religieuze motivatie van al dat islami(s)tisch geweld via alle mogelijke kanalen? De cijfers zijn wat ze zijn. Maar Unia negeert deze en doet niets tegen islamisme in al zijn vormen.

Fig. 3: Tot welke groep men behoort maakt een reëel verschil uit voor de inzet van Unia om grondrechten te verdedigen. Copyright: De bron & Wikipedia

Unia treedt dus op als de verdediger van de belangen van enkele specifieke minderheden en van bepaalde groepen daarbinnen, zelfs voor groepen die mensenrechten schaden. Het toont daarmee een voorkeur die geen enkele grondslag vindt in zijn wettelijk mandaat, en die er soms zelfs onverzoenbaar mee is. Het gedraagt zich als een particuliere advocaat en als een militante strijdvereniging uit één politieke stroming, en niet als een instelling van openbaar nut.

Dat was maar een eerste beperkt onderzoek. Maar het leverde veel aanwijzingen op die vragen stellen bij de werking en de directie van deze instelling. Deze kritiek werd ook aan Unia toegestuurd. We kregen antwoord.

Bram Sebrechts, de woordvoerder stelde daarin dat Unia alle klachten wel degelijk even ernstig neemt. Alsof de mate waarin Unia laat merken dat het klachten uit bepaalde groepen al dan niet ernstig neemt, geen rol zou spelen op de aantallen klachten die het uit de diverse groepen ontvangt. "Waar het hart van vol is loopt de mond van over."   Verder negeerde hij de stelling dat klachten van Vlamingen die gediscrimineerd worden ook door Unia behandeld zouden moeten worden. Hij verwees enkel naar de Belgische wet die het mandaat van Unia regelt. Maar hij weigerde daarbij rekening te houden met de hogere Europese normen.

Demir richtte recent zware kritiek op de CD&V. Keytsman meende daarop te moeten reageren door de CD&V te verdedigen. Dat is minstens opmerkelijk voor een leidinggevende met zo'n mandaat. Maar even straf is de aard van haar uitspraken. Ze beweert dat Demirs uitspraken in De Zondag “niet stroken met de feiten die werden besproken” (in een gesprek tussen beiden eerder vorige week). Maar de gegevens die ze daarbij gaf, waren nog danig onvolledig ten aanzien van de totale problematiek.

Doch met zulk discours en zo'n werking mengt Keytsman zich ook in partijpolitiek (de éne partij tegen een andere verdedigen) en in zuiver politieke discussies: welke prioriteiten geeft de wetgever aan deze instelling? Keytsman gaat daarmee over de schreef. Ze meent blijkbaar dat haar instituut boven de bevoegde parlementaire meerderheid en de regeringen staat. En om dat te verdedigen zijn alle excuses goed.

Ondertussen zien we dat, ondanks alle debat, Unia nergens enige aandacht geeft aan die fundamentele kritiek op onder meer de selectiviteit en de tekorten in haar werking.

John De Wit, oud-journalist gespecialiseerd in juridische en gerechtelijke zaken, wijst nog op een ander probleem: deze instelling kende sinds haar bestaan altijd een directeur die uit de migrantenlobby komt. Verklaart dat de scheve prioriteiten van deze instelling? Waarom, zo vraagt De Wit, dan geen directeur “uit een lobby van een andere mogelijk gediscrimineerde groep”? Of, mijn vraag dan, waarom niet gewoon een degelijke manager met grondige juridische kennis en die zich ver van partijpolitiek houdt?

De Wit vraagt verder ook, terecht, om “het hele personeelsbestand van Unia eens door te lichten op twee vlakken: kennis van de problemen van andere mogelijk gediscrimineerde groepen (...) en op onpartijdigheid”. Hoeveel keer kwamen we namen van medewerkers met vermelding van hun werkgever tegen onder petities uit linkse, extreemlinkse en politiek correcte hoek? Alvast oneindig veel meer dan onder petities uit rechtse of extreemrechtse hoek.

Keytsman (en haar Raad van bestuur) tot de orde roepen lijkt een verloren zaak: ze maakte de laatste weken duidelijk dat zij en haar instelling de kritiek op de zware tekorten straal negeren. Dat schip lijkt definitief verloren.

Waarom dan niet met een propere lei beginnen? Waarom de gemeenschappen niet elk één eigen, autonome instelling laten oprichten die alle taken van Unia én van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) overneemt, maar dan zonder dat partijdige en dogmatische passief? Voor federale materie en territoriale zaken in Brussel kunnen deze twee dan samen optreden. Goede medewerkers van die instellingen kunnen dan het algemeen belang veel beter dienen dan vandaag.

Rudi Dierick, ingenieur, zakelijk adviseur en hoofdredacteur De Bron

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!