TTIP-kritiek versus het gemis aan verhalen

TTIP-kritiek versus het gemis aan verhalen

De TTIP-critici vergissen zich van vijand. Vrijhandel is niet het probleem. De mens heeft nood aan diepe verhalen, maar niemand kent die vandaag nog. De wereld gelooft blijkbaar niet meer in zichzelf.

De onderhandelingen over nieuwe vrijhandelsakkoorden (TTIP) zijn een doorn in het oog voor andersglobalisten. Er is inderdaad een crisis in ons huidig economisch patroon – daarin kunnen we de protesten bijtreden. Dat probleem is echter niet een gebrek aan vrije markt. We zijn vergeten dat de mens verhalen nodig heeft om te groeien en te bloeien – en de hedendaagse verhalen zijn ofwel leeg (zoals in reclame), ofwel overdreven pessimistisch (zoals die van NGO’s), ofwel onbestaande. Dit leidt tot een samenleving van consumenten die vervreemd geraken van verbruiksgoederen maar eigenlijk meer nog van zichzelf.

Het probleem is ook dat de reclame geen verhaal meer vindt, zodat er geen verschil meer is tussen de producten zelf, maar slechts in de prijs. Alles gaat over prijs, consumenten zijn voortdurend op zoek naar het goedkoopste. Vandaar het succes van merkloze producten, Aldi, Lidl enzovoort.

Of die TTIP nu een goed idee is of niet, dat weet ik echter niet. Dat is ook niet de rode draad van mijn verhaal. Of TTIP nu echt vrijhandel in de praktijk wil versterken, dan wel of het een vorm van het corporatistisch kapitalisme is waar afbreuk wordt gedaan aan burgerrechten en soevereine staten, weet ik niet. Ik weet wel dat ik voor welbegrepen vrijhandel ben, maar tegen het corporatistische crony capitalism.

‘Staat’ is niet gelijk aan ‘samenleving’

De TTIP-onderhandelingen zijn vrijhandelsonderhandelingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. TTIP staat voor Transatlantic Trade and Investment Partnership (Trans-Atlantisch Handels- en Investeringspartnerschap).

Deze onderhandelingen krijgen veel zware kritiek uit linkse hoek, bijvoorbeeld tijdens de betoging van 20 september in Brussel. Maar waar deze andersglobalisten denken dat het aan de overheid is om oplossingen te vinden, kan de oplossing juist niet van die kant komen. Enkel de dynamiek van een open samenleving kan ons wakker schudden, om te garanderen dat de economie terug over mensen gaat. Hoe dat precies moet gebeuren weet ik ook niet, maar het protesteren tegen vrijhandel zit daar niet bij.

Hier komt het aloude debat over ‘staat’ en ‘samenleving’ naar boven: is de staat de bron van alle zingevende structuren binnen de samenleving? Of moet de staat de samenleving de krijtlijnen geven waardoor de samenleving zelf voldoende kracht heeft te vechten voor deze zingeving? Vandaag is de samenleving in crisis, zodat de staat de tendens heeft om functies van de samenleving over te nemen. Maar is dit de goede weg?

Of dit TTIP nu een goed idee is of niet, dat weet ik echter niet. Dat is ook niet de rode draad van mijn verhaal. Of TTIP nu echt vrijhandel in de praktijk wil versterken, dan wel of het een vorm van het ons-kent-ons corporatistisch kapitalisme is, weet ik niet. Ik weet wel dat ik voor welbegrepen vrijhandel ben, maar tegen het corporatistische crony capitalism.

Betogers begrijpen

Maatschappelijke fenomenen hebben meestal wel een dieperliggende reden, een dieperliggend ‘gelijk’ aan hun kant. Enkel zo kunnen we de grieven werkelijk begrijpen. De antiglobalisten hebben wel degelijk een reden om kritiek te hebben op het huidige consumptiemodel. Alleen begrijpen ze die reden niet voldoende, waardoor hun medicijn erger is dan de kwaal. Historisch besef kan misschien hulp bieden.

In vroegere tijden was de economische situatie heel anders: handelaren kenden hun producten van A tot Z. Als ze vlees verkochten, wisten ze precies uit welke boerderij de dieren kwamen. Zelfs bij de verkoop van Chinese zijde, konden de handelaren vertellen hoe die zijde tot hier geraakte en welke bewerkingen er gebeurden. Of de producten lokaal werden geproduceerd of uit verre streken kwamen, de geschiedenis ervan was grosso modo gekend.

Vandaag is het meestal anders. De producten in de supermarkt kennen we enkel van reclameslogans. Eventueel prijkt er op het product een label, zoals ‘gezond’. Ook dat blijkt meestal een leeg begrip. Wat vandaag gezond wordt geacht, is niet hetzelfde als tien jaar geleden. Het zijn gewoon de huidige voedseltaboes die iets gezond of ongezond maken. Zie maar de vele huidige berichten die ‘zout’, ‘dierlijk vet’ en ‘cholesterolrijk’ vandaag vrijpleiten. Zo komen we geen stap verder.

Onmacht en walg

Mensen weten dus niet meer wat ze kopen. En als we het toch te weten komen is de kans groot dat we ons gedegouteerd afwenden. De productiewijze van Zwan-worstjes geeft niemand water in de mond. De behandeling van slachtvee en de kinderarbeid in Azië: we hebben er kritiek op, maar voelen ons machteloos er werkelijk iets tegen te doen. Het is heden ten dage gemakkelijk een negatief verhaal op te dissen over onze productiemethoden maar er bestaan weinig alternatieven. Stel, je vindt de prijs van een blouse onwaarschijnlijk laag. Krijgen de kinderen in Bangladesh één cent meer als jij aanbiedt om meer te betalen dan gevraagd wordt? De kans is groter dat er een ziekenwagen gebeld wordt.

Dikwijls zijn die negatieve verhalen overdreven: men kan geen omelet maken zonder ei te breken. Sommige ontwikkelingshelpers zeggen dat kinderen beter af zijn als ze werk hebben, dan als ze op straat rondhangen en lijm snuiven. Dat wil niet zeggen dat ze elke grond missen. Kinderen zitten beter op school dan in een fabriek, maar met een lege maag op school zitten is ook niet bevorderend. Tegelijk is er de onmacht om er iets aan te doen – en die is in de huidige omstandigheden wel reëel maar misbegrepen. Daarover verder in deze tekst. De moderne mens zit verscheurd tussen twee radicaal verschillende houdingen: die van (al te) diepe verontwaardiging en die van het cynisme. Er lijkt zelfs geen tussenweg te bestaan.

Zo verliezen we vandaag de humane kant van onze gebruiksvoorwerpen uit het oog – vandaar ook dat we ze (nogal pejoratief) aanzien als ‘consumptieartikelen’. Voor het gros van onze consumptieartikelen is er, zo blijkt, enkel een leeg verhaal. Dat is de negatieve betekenis van onze consumptiemaatschappij: niet het feit dat het om consumptie gaat, maar wel de eraan gekoppelde leegheid. Niet het feit dat we consumptieartikelen consumeren, wel dat het steeds meer louter consumeren is geworden.

De mens is echter een verhalend wezen, een ‘homo fabulans’. Al verhalend is de mens groot geworden. We hebben verhalen nodig om te functioneren, en die zijn vandaag nog moeilijk te vinden. Daardoor vervreemden we van het productieproces, van het werken zelf, van consumptieartikelen, en uiteindelijk van het samenleven. Als er dan iets komt dat lijkt op een verhaal, ‘gezond’ bijvoorbeeld, wordt dit al snel een succes. Het succes is echter maar broos en leeg.

Betogers bekritiseren

Natuurlijk zullen de antiglobalisten, als we het hen zouden vragen, niet met dit verhaal afkomen. Ze zouden er zich maar zeer gedeeltelijk of helemaal niet in herkennen. De vervreemding hierboven geschetst is dan ook geen bewust proces. Echte vervreemding is (bijna?) nooit een bewust proces.

De antiglobalisten zullen zich eerder laten kennen als voorstanders van ‘bio’ of van ‘lokale productie’. Echter, ook dat is een lege huls, met een snobistisch kantje dan nog. Kijk maar hoe gemakkelijk onze grootwarenhuizen deze ‘bio’ tussen andere producten stallen – met het enige duidelijke verschil het drieletterwoord dat op de artikelen moet prijken. ‘Bio’ wordt dan ook dogmatisch opgelegd, in plaats van een verhaal dat ons vanuit een productieproces tegemoet komt. En ook bio blijkt lang niet altijd milieuvriendelijker, gezonder of lekkerder dan andere voeding. Alweer die leegheid van de aangeboden schijnoplossingen.

Een vriend vertelde me onlangs dat hij graag producten uit Zimbabwe koopt. Heel eenvoudig: omdat hij hiermee de overgebleven actieve boerenbevolking van dat land steunt – zij die blijven produceren, ondanks dictator Mugabe die het hen ongelooflijk moeilijk maakt. Dat is voldoende voor hem. Dat is dan ook een sterk verhaal, met tegelijk een vleugje mysterie: hij weet niet hoe de vork precies in elkaar steekt, maar wat hij weet is voldoende.

TTIP komt bedreigend over omdat consumenten producten zullen mogen kopen die anders zijn dan ze gewoon zijn, maar hetzelfde lijken. Hormonen in vlees bijvoorbeeld, of genetisch gemanipuleerde gewassen. De antiglobalisten slagen er niet in ons duidelijk te maken waarom die hormonen zo slecht zijn of wat er niet deugt aan genetische manipulatie° en ze vrezen dus dat hun betuttelend ingrijpen in onze consumptie onderuit wordt gehaald.

Homo fabulans

Vandaar dat we niet enkel verhalen moeten zoeken in onze consumptieartikelen. Het is vermoeiend om van elk van onze artikelen in detail een heel verhaal te kunnen opdissen. In primitieve samenlevingen, met zeer weinig gebruiksvoorwerpen, was dit veel eenvoudiger. We moeten ook een vertrouwen terugvinden in onze artikelen. Beide punten komen samen, volgens mij: de verhalen wekken vertrouwen, waardoor we minder snakken naar meer gedetailleerde verhalen. Vandaag zien we eerder het omgekeerde: de verhalen die we horen wekken het wantrouwen, waardoor iedereen de neiging heeft ofwel weg te kijken, ofwel een specialist van het onbehagen te worden.

Het gaat eigenlijk zowel over perceptie als realiteit: de realiteit laat heel wat perversie toe. Maar ook de perceptie over de realiteit perverteert door zware overdrijvingen. Beide perversies zijn wel gelieerd aan elkaar.

Maar hoe vindt Homo Fabulans zijn ‘fabels’, zijn ‘verhalen’ terug? Een korte opmerking is hier op zijn plaats: als ik in dit verband over ‘verhalen’ en ‘fabels’ spreek, moeten die een sterke grond van waarheidsstreven hebben. Anders werken ze niet: Homo Fabulans, de verhalende mens, heeft een gevoelsband met de werkelijkheid nodig. Ook primitieve fabels hadden dat oogmerk, hoe absurd dit ons vandaag soms lijkt. Hun wetenschappelijke kennis was toen veel te klein om op een andere manier dat waarheidsstreven mogelijk te maken.

Het opdissen van verhalen is echter niet het doel van vrijhandelsakkoorden. Het is niet de politiek die ons verhalen moet komen vertellen. Toch kan een goed overlegde vrijhandel tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie wel wat bijdragen, omdat het net de vrije samenleving versterkt. Het gaat hier zelfs om een versterking van de banden tussen de trans-Atlantische Westerse landen.

Veel van de hedendaagse verhalen, over gezondheid bijvoorbeeld, blijken feitelijk fout en dus volkomen leeg. Het is dan ook niet aan de politiek om oplossingen te zoeken voor het probleem. Het is aan de dynamiek van de open samenleving, aan de interactie tussen vrije mensen, om oplossingen te vinden voor de problemen die we vandaag zien. Vadertje Staat kan hier geen rol spelen. Ten hoogste staat er een inspirerende politicus op die zijn puur politieke rol overstijgt, en onze harten probeert te bereiken. Niet met ‘I have a dream’, maar met ‘I have a story’, ‘ik heb een verhaal’.

° Ik schreef vroeger al een stuk over genetische manipulatie, met name Het bezweren van genetische manipulatie’. Het thema is zeer gelijklopend met de tekst hierboven: het probleem van genetische manipulatie en die van zo goed als al onze producten is gelijkaardig. De samenleving heeft de neiging meer problemen te zien dan oplossingen, waardoor vervreemding toeslaat. Een manier van bezweren, een manier van temmen, is nodig. In deze tekst wordt het zoeken naar verhalen als een mogelijke bezwering voorgesteld.

Rob Lemeire, kernredacteur De Bron

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneelfinancieel of organisatorisch!