Trumponomics

Trumponomics

Trump heeft vorige week een akkoord afgesloten met aircoproducent Carrier. Het bedrijf krijgt 7 miljoen dollar steun en zal daardoor één van haar fabrieken niet verhuizen naar Mexico. Zulke deals hebben voor- en nadelen.

Het succes van Trump heeft al een paar een paar nieuwe woorden opgeleverd. Eerst was daar de guitige Bjorn Soenens die sprak van ‘Trump en de trumpisten’ en nu lees ik overal over ‘Trumponomics’. De taal, jongens en meisjes, is een levend organisme, en voortdurend in beweging. De vooruitgang is niet te stoppen. Waarom leren we zoiets niet op school?

Trumponomics is een nieuw woord dat ingegeven is door een ander nieuw woord, Reaganomics, want ook in de jaren tachtig van vorige eeuw was taal al helemaal in beweging. Reganomics verwees naar de economische politiek van Ronald Reagan. Die Reagan had als student boekjes van Frédéric Bastiat gelezen en had daaruit onthouden dat de vrije markt veel voordelen bood.  Toen hij president was, kreeg hij ooit bezoek van leerfabrikanten die hem kwamen vragen om goedkoop buitenlands leer van de Amerikaanse markt te houden. Hij ontving de leermensen vriendelijk, vertelde allerlei anekdotes over de cowboyfilms waarin hij had meegespeeld en de soepele leren laarzen die hij daarbij gedragen had – zo’n leer maakten ze nu niet meer. Toen zijn bezoekers vertrokken waren, knipoogde hij naar zijn secretaris: ‘No way I was going to give in to that lot’. Hij vond het niet de taak van de president om de ene burger (de leerproducent) te bevoordelen tegenover de andere burger (de leerconsument).

Trumponomics is ongeveer het tegenovergestelde van Reaganomics. Trump heeft geloof ik weinig boekjes gelezen – behalve misschien ‘de’ boekjes zoals we dat in Vlaanderen zeggen – als er tenminste bij die boekjes een lingeriekatern was ingesloten. In zijn hoedanigheid van zakenman heeft hij daarentegen altijd deals moeten afsluiten met overheidsinstanties – om te mogen bouwen, om casino’s te kunnen uitbaten, om faillissementen te regelen – en dat wil hij nu als president blijven doen.

We kunnen dat het beste illustreren met de deal die Trump enkele dagen geleden heeft  afgesloten met het Amerikaanse bedrijf Carrier, dat al sinds 1915 betrouwbare aircosystemen maakt en daarmee nog even wil doorgaan, ook al heeft onze nieuwe Paus daar bedenkingen bij. Het bedrijf was al enige tijd van plan om een fabriek met duizend arbeiders in Indianapolis te sluiten en de productie te verplaatsen naar Mexico, waar de lonen vier keer lager zijn. Als die Mexicanen nu drie maal minder productief zijn dan hun Amerikaanse collega’s, kan Carrier nog altijd goedkoper produceren in Mexico en daarna het gerief weer invoeren in de Verenigde Staten. Trump heeft nu geregeld dat de productie in Indianapolis blijft.

Mensen met een empathische aanleg zullen even moeten afwegen of ze vooral blij zijn voor de Amerikanen die hun betrekking behouden, of bedroefd voor die Mexicanen die hun betrekking niet krijgen. Het eerste is gemakkelijker, want dat gaat om echte mensen met een naam en een voornaam en vaak ook een vrouw en kinderen die ook allemaal een naam en een voornaam hebben. Die Mexicanen zijn evenwel naamloos. Van de 2,2 miljoen werkloze Mexicanen zijn er duizend, of misschien wel meer, die een betrekking hadden kunnen krijgen. Wie die duizend zijn, weet niemand.

Er is meer. Om het bedrijf in Indianapolis te houden heeft Trump 7 miljoen dollar steun beloofd, dus 7 duizend dollar per geredde werkplaats. Hoe het bedrijf die 7 miljoen zal krijgen – in een bruine enveloppe, als goedkope lening of als belastingvermindering – is niet helemaal duidelijk. Ik ga er hier maar even vanuit dat het om een belastingvermindering zal gaan. Welnu, ik geloof nooit dat Trump die belastingvermindering uit eigen zak zal bijpassen. Misschien zullen andere bedrijven allemaal een beetje meer belasting moeten betalen. Dat zou jammer zijn, want dat zijn juist gezondere bedrijven die ook zonder speciale tegemoetkoming rendabel zijn en zulke bedrijven bieden een betere waarborg voor toekomstige tewerkstelling dan de bedrijven die moeten worden geholpen. Die 7 miljoen kan ook gehaald worden uit hogere belastingen op de gezinsinkomens. Dat is dan weer 7 miljoen die de gezinnen niet kunnen uitgeven aan het lekkere varkensvlees en de voortreffelijke sojabonen die in de buurt van Indianapolis worden gekweekt. Dat zullen de varkensboeren en sojakwekers niet fijn vinden.

Of misschien stelt de staat Indiana zich tevreden met 7 miljoen minder inkomsten. Dat lijkt me wel wat. Maar het blijft bij mij wringen dat het ene bedrijf 7 miljoen minder moet betalen en het andere bedrijf niet. Als ik een bedrijf in Indiana had, dan zou ik een brief schrijven naar Trump om aan te kondigen dat ik ook naar Mexico vertrek als ik geen 7 miljoen belastingvermindering krijg. En als alle bedrijven in Indiana en  West-Virginia en Ohio en Michigan en Illinois zo’n brief schrijven, hoe zal Trump dat dan oplossen? Zal hij met al die  bedrijven samen een deal afsluiten? Of zal hij dat geval per geval bekijken? En hoever zijn we dan nog verwijderd van het vriendjespolitiekkapitalisme?*

Ik doe nu net alsof die staatsteun voor Carrier iets heel bijzonders is en iets heel zeldzaams. Dat is natuurlijk niet zo. Zelfs Reagan heeft nog ingegrepen om Harley Davidson te beschermen tegen buitenlandse concurrentie. En we moeten maar naar ons land kijken om het speciale-regelingen-kapitalisme aan het werk te zien. Je krijgt een premie voor zonnepanelen, voor energiebesparing en voor biologisch tuinieren. Je wordt financieel aangemoedigd voor het aanwerven van oudere werknemers, voor het aannemen van jongere werknemers en voor het investeren in technologie die jongere en oudere werknemers overbodig maakt. En dan zijn we verwonderd dat het algemene belastingpeil zo hoog is.

Er valt weinig tegen te beginnen. Politici willen altijd ingrijpen in de economie om een of ander doel te bevorderen dat goed overkomt op de televisie: goedkoop wonen, hogere lonen, schone lucht, open ruimte, kenniseconomie. Voor Trump is dat doel het in stand houden van de industriële productie en de daarbij horende hoge lonen voor arbeiders met veiligheidshelmen op.  Maar na Tatcher en Reagan is het enige tijd in de mode geweest om af een toe iets te zeggen tegen die staatstussenkomst, die immers lang niet altijd aflevert wat ze belooft.  Het was in de mode om af en toe een goed woord te spreken van de vrije markt, die de zaken ook soms aardig voor elkaar krijgt. Die tijd lijkt nu gedaan. Na de deal van Indianapolis zei Mike Pence, de toekomstige vice-president: ‘Als je de vrije markt laat begaan, verliest Amerika.’ En Trump voegde eraan toe: ‘Telkens weer, telkens weer.’

*  Mijn linkse vrienden gaan er nog aan toevoegen dat Trump cadeaus uitdeelt aan de aandeelhouders van Carrier. Dat ligt er maar aan hoe je het bekijkt. De aandeelhouders willen een zekere ‘return on investment’ en die kunnen ze bij Carrier waarmaken als ze, ofwel hun bedrijf verplaatsen naar Mexico, ofwel een ferme loondaling doorvoeren in Indianapolis. Door de steun moeten ze nu hun bedrijf niet verhuizen en moeten ze ook geen loondaling doorvoeren. Je zou dus evengoed kunnen zeggen dat de steun een subsidie is om de hoge lonen van de Amerikaanse Carrier-arbeiders in stand te houden.

** “The free market has been sorting it out and America’s been losing,” Mr. Pence added, as Mr. Trump interjected, “Every time, every time.”

Philippe Clerick is leraar Nederlands en blogger

Dit stuk is overgenomen van zijn blog.

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneelfinancieel of organisatorisch!