Toezicht op de banken ondermaats

Toezicht op de banken ondermaats

Bij de hervorming van de banken is toezicht cruciaal: wat baten kaars en bril (in casu steeds strengere regels) wanneer de uil het zien niet wil – hier: als toezicht zo tekort blijft schieten?

Dit is een iets langere besperking. Een kort artikel over bankenhervorming en toezicht vindt u hier.

Dat toezicht schoot inderdaad zeer zwaar tekort, en de huidige Belgische hervorming biedt niet de noodzakelijke beterschap. De nieuwe regeling voor het toezicht behoudt immers instellingen die eerder tekort schoten, én hun verantwoordelijken. De nieuwe regels staan dus zonder tanden tegenover verantwoordelijken voor zware fouten en bedrog bij banken én toezichthouders. Spaarders en beleggers zullen daarom wantrouwig blijven.

Toezichthouder 1 : FSMA

Zo werd Jean-Paul Servais herbenoemd als grote baas bij de financiële waakhond FSMA. Die man zat echter al op die post tijdens de hele financiële crisis. Hij waarschuwde zelden, en helemaal niet over Dexia.

Het Franse Rekenhof spaarde de FSMA niet: “De toezichthouder heeft op geen enkele manier bijgedragen tot het detecteren van risico’s, noch tot het vaststellen en bestraffen van nalatigheden.”. Servais is inderdaad onbekwaam. Niemand bestreed dat ten gronde.

Maar de politieke verantwoordelijken weigerden de evidente besluiten te trekken. De meerderheid in de Dexia-commissie (met o.m. Dirk Van der Maelen (SP.A) en Peter Dedecker (N-VA)) was heel scherp voor Servais, maar hun partijen keurden zijn herbenoeming wel goed. Zo'n grof onverantwoorde bestuursdaad is typisch voor het huidig Belgisch bestuur: in ruil voor voldoende snoepjes voor alle coalitiepartijen kan elke knoeier, tot en met zelfs de allergrootste knoeier, (her)benoemd worden.    

Dat deze instelling bevoegdheden moet afstaan aan de Nationale Bank is daarbij slechts een doekje voor het bloeden: twee toezichthouders is hier, mede omdat enkel de federale overheid  in deze  materie bevoegdheden heeft (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de VS waar ook de staten bepaalde bevoegdheden hebben) eerder dure overdaad. In theorie kan gedeeld toezicht werken, en zelfs goed, maar één instelling is eenvoudiger en doorgaans beter.

Toezichthouder 2 : Nationale Bank

Onbekwame figuren horen niet thuis in toezicht op onze banken. Maar ook andere personen die in 2008 al op post zaten in het toezicht en die geen alarm sloegen, blijven zitten, of ze maakten zelfs promotie. Denk aan Peter Praet: was directeur bij de NBB, medeverantwoordelijk voor toezicht op de banken. Maar hij waarschuwde nooit dat bijna al onze grote banken dreigden kopje onder te gaan, zag er twee effectief over kop gaan, echter hij waarschuwde nooit maar kreeg wel promotie naar de ECB!

Ook de geloofwaardigheid van de Nationale Bank (NBB) zelf is niet echt overtuigend. De NBB kwam de voorbije jaren in het nieuws met haar extreem lage schatting van de nucleaire bonus. Dat was wel leuk voor de toen nog zeer lucratieve marktpositie van Electrabel, maar het stinkt. Daardoor ontstond immers een redelijk vermoeden van bereidheid om adviezen te schrijven op maat van het Belgisch establishment en tegenin het algemeen belang.

Dat incident is ten gronde enkel een aanwijzing, en niets meer dan dat. Dat vermoeden is echter schadelijk voor deze rol van de NBB. Als toezichthouder op de banken is de NBB verantwoordelijk voor zowel adviezen aan de federale regering en het parlement over de relatieve risico-graad van de verschillende soorten banken, als voor de operationele opvolging van het effectief risicoprofiel van de verschillende actieve banken. Met dit precedent bestaat het vermoeden dat ze morgen de grote banken zal durven proberen te bevoordelen. Dat risico blijft dan bestaan tot minstens 2025 (eventuele overname van die taak door de ECB).

De gepolitiseerde benoeming van haar directeurs is al evenmin bevorderlijk voor het vertrouwen – alle expertise, ernst en deontologie van het personeel ten spijt. Zo was de huidige grote baas van de NBB, Luc Coene, betrokken bij de nep hervorming van de elektriciteitsmarkt in 2002 en 2003. Nep, omdat het monopolie van Electrabel toen behouden werd en er geen werkelijke liberalisering van de markt kwam. Daardoor konden nog vele jaren lang miljarden woekerwinsten naar Parijs. Zuiver verlies voor onze economie. De Nationale Bank heeft dus geen onbesproken reputatie.

Ook deze instelling biedt door deze incidenten en de structureel gepolitiseerde top slechts inferieure waarborgen. Beter dat dan niets, maar het kan veel beter.

Verantwoordelijkheid te theoretisch

Deze hervorming behoudt dus toezichthoudende taken voor twee instellingen die beide niet in staat bleken tot de nodige kritiek op, noch tot sancties tegen bedriegende en roekeloze bestuurders en directeurs van zodra die tot het Belgische establishment behoren – kritiek en sancties die noodzakelijke waren omwille van het algemeen belang.

Terzijde: in steeds meer landen worden banken voor grootschalig bedrog van spaarders en/of beleggers en/of voor onverantwoorde beleggingen en andere foutieve beleidskeuzen veroordeeld tot 'reële' schadevergoedingen. Niet zelden zijn die zelfs gigantisch.

Daarenboven worden ook meer en meer directeurs en bestuurders persoonlijk aansprakelijk gesteld. Hier en daar worden die ook al tot effectieve gevangenisstraffen veroordeeld. Hier lijkt dat hoogst onwaarschijnlijk. Ivan Van de Cloot klaagt dat scherp aan: “In IJsland zit de plaatselijke Francine Swiggers achter tralies”.

In België staat de teller van de sancties voor Dexia nog steeds op nul, zowel voor boetes en minnelijke schikkingen, als voor schadevergoedingen en gevangenisstraffen. Bij Fortis zagen we enkel minuscule, lachwekkend lage straffen. Straks is België – bij wijze van spreken – het enige land zonder 'afschrikwekkende' veroordelingen. Dit is natuurlijk een politieke afweging, maar ze is niet zonder belang voor de geloofwaardigheid van de nieuwe regels.

In de nieuwe Britse regels zijn gevangenisstraffen voorzien. In de Belgische echter niet. Een heksenjacht op de gekende knoeiers is daarbij niet zo cruciaal, maar wel dat de vicieuze cirkel van overduidelijke onverantwoordelijkheid radicaal doorbroken wordt.

Daar ligt net het kalf gebonden, de verantwoordelijkheid van bestuurders van de grote bancaire instellingen. Deze hervorming lijkt de bestaande toestand – van feitelijke onverantwoordelijkheid voor de toplui van de grote banken en van de toezichthouders – grosso modo te willen bestendigen. België valt internationaal steeds meer uit de toon door de afwezigheid van enige sanctie voor het grootschalig bedrog en het wanbestuur. Deze hervorming lijkt, voor zover bekend, hiervoor geen ernstige verbetering te zullen bieden.

Vele experten, economisten en geraadpleegde topmanagers bevestigden nochtans de noodzaak om bij elk geval van zwaar bedrog of wanbestuur in banken de directeurs, bestuurders en eventueel ook ondergeschikten aansprakelijk te kunnen stellen.

Prof. em. Jef Vuchelen stelde bijvoorbeeld voor om bonussen over vele jaren te kunnen verbeurd verklaren en om de interne controles te verstrengen. Zo'n 'claw back' is juridisch geen sinecure, maar men mag zich zeker niet meer verschuilen achter beperkte aansprakelijkheid.

Doch niets daarvan in de nieuwe wet; geen ernstige wettelijke regeling van de verantwoordelijkheid en spreekplicht voor de interne controleurs en hun diensthoofden. Verantwoordelijken ook effectief verantwoordelijk stellen, tot en met de reële mogelijkheid tot zeer strenge straffen, inclusief gevangenis, lijkt zowat alle geraadpleegde experten en waarnemers belangrijker dan het beperken van de hoogte van de bonussen.

Rudi Dierick, hoofdredacteur De Bron, ingenieur en zakelijk adviseur.

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur.
We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Stuur ons gerust een e-mail met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.