Tegenstrijdige berichten van de Moslimexecutieve

Tegenstrijdige berichten van de Moslimexecutieve

Het is misschien eerder iets voor specialisten, maar twee persberichten van de Moslimexecutieve van begin 2017 verduidelijken goed wat we bedoelen met de ambiguïteit in de houding van moslims en bepaalde organisaties tegenover de democratie en met de nog steeds grote invloed van islamisten – u weet wel, die lui voor wie de sharia voorrang moet krijgen op burgerlijk recht.

In deze context waren we dan ook opgetogen met het persbericht van de Moslimexecutieve (meestal wordt die aangeduid als 'EMB', de afkorting van Executive des Mususlams de Belgique) van 14 februari 2017. Dat opent direct kort en goed met: “Het spreekt voor zich (…) dat elke erkende moskee in België functioneert in het kader van de Grondwet, de wetten en waarden van ons land die boven de religieuze wetten staan. En dat de niet-erkende moskeeën net zo goed vallen onder het toepassingsdomein van deze wetgeving.”.

Fig. 1 : Recente persberichten van de EMB, op embnet.be

 

Deze verklaring zegt meer dan ze op het eerste gezicht lijkt te zeggen. Hiermee erkent de EMB expliciet de democratie, en impliciet ook de jurisprudentie van het Europees Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg. Dat veroordeelde de religieuze wetten van de islam, de sharia dus, als onverzoenbaar met de democratische rechtsorde. Dat verantwoordde dat strenge oordeel onder meer op basis van de miskenning door de sharia van enkele fundamentele rechten en vrijheden.

Ook verderop in dat persbericht bevestigt de EMB die keuze voor de democratie, en met name dat de hier wonende moslims 'net dezelfde rechten en plichten hebben als de andere burgers'.

Onze vreugde was echter van korte duur. Want op 8 maart publiceerde de EMB een persbericht waarin de eerste nogal stevig herroepen werd. Daarin stelde ze onder meer: “Een communautaire retoriek kan immers voor bepaalde moslims leiden tot een paradox, zelfs tot een dilemma, waardoor ze zich verplicht voelen om een keuze te maken tussen de moslimvoorschriften en de Belgische Grondwet.”.

Het staat er dus zwart op wit. Dit impliceert dat volgens de EMB de 'moslimvoorschriften' (de sharia dus) niet of nauwelijks verzoenbaar zijn met de Belgische grondwet. Bepaalde moslims zouden zich daardoor immers genoodzaakt voelen tussen die twee te kiezen. Dat de EMB de schuld voor dat pijnlijke dilemma op 'een communautaire retoriek' steekt, doet daar niets aan af.

Fig. 2: Post over persbericht van 8 maart 2017

 

Dit is van een totaal andere strekking dan het bericht van februari 2017. In maart luidde het: “In onze politieke context is het dus niet nuttig of wijs (...) om toe te werken naar een rampzalige tweedeling tussen de Belgische wetten en de religieuze voorschriften, met een hiërarchische ordening van deze twee normenregisters waarvan de directe confrontatie in strijd zou zijn met de maatschappelijke orde.”. Voor een volledige gearchiveerde kopie van dit bericht, zie hier.

Verderop gaat de ambiguïteit in een nog hogere versnelling. Enerzijds heet het dat 'Elke burger, ongeacht zijn overtuiging, de Grondwet en de Belgische wetten moet naleven.'. Maar onmiddellijk daarop klinkt het: “Moslims moeten dus geenszins de superioriteit van de Grondwet tegenover de principes van hun eredienst opnieuw bevestigen”.

Gezien de uitspraken van Straatsburg (dat de sharia veroordeelde als onverzoenbaar met onze wetten) lijkt het ons echter dat er wel degelijk een reden is om geen ambiguï teit toe te laten. Kan dat anders dan door die superioriteit van het burgerlijk recht te erkennen? Voor alle duidelijkheid, de veroordeling van Straatsburg treft formeel wel heel de sharia, maar ten gronde enkel de sociale doctrine die erin vervat zit. Andere delen, zoals de liturgische en dieetregels, worden door het hof nergens vermeld.

Waarom moslims dan niet de prioriteit van de burgerlijke wetten op hun religieuze normen zouden moeten respecteren, zoals alle andere gelovigen wel doen, dat zegt de EMB er niet bij.

Dat tweede persbericht is misschien cryptisch voor al wie de debatten binnen de oemma (de gemeenschap van de moslims wereldwijd) niet volgt. Maar de boodschap is niettemin eenvoudig:

  1. Deze auteur weigert te aanvaarden dat burgerlijk recht voorrang heeft op religieuze normen. Dat is het tegenovergestelde van wat het eerste persbericht letterlijk stelde.

  2. De auteur van dit tweede persbericht aanvaardt niet de door Straatsburg al duidelijk beschreven onverzoenbaarheid tussen sharia en de Belgische (en Europese) wetten, noch de voorrang van burgerlijke wetten op religieuze wetten. Ook dat is het tegenovergestelde van wat het eerste bericht impliceert.

Deze twee persberichten zijn tegenstrijdig met elkaar. Maar wat zegt de Moslimexecutieve dan nu echt?

Terzijde, langs Franstalige kant was er ook een dispuut rond de oprichting van een universitaire vorming voor islamprofessionals. De EMB eiste daarin een veto-recht op de benoeming van de docenten. Het verkreeg dat ook van de bevoegde PS-CDH-deelregering. Maar hoe zal deze daarmee omgaan? In de zin van het persbericht van februari, of naar dat van maart?

Rudi Dierick, ingenieur, zakelijk adviseur en hoofdredacteur De Bron

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!