Taalbeleid GO in de modder

Taalbeleid GO in de modder

Ik kan er echt niet aan doen, maar ik krijg steevast diarree als men kilo's hoge idealen opdringt, en tegelijk pijnlijke problemen negeert. Met de visietekst van het Vlaamse gemeenschapsonderwijs (‘GO’) over meertaligheid en vooral betere opvang van anderstalige leerlingen was het weer prijs.

Het eerste bericht dat het GO ‘meertaligheid’ beter wil waarderen, vond ik reuze. Ik ben namelijk een hartstochtelijke aanhanger van meertaligheid. Elke taal die men leert, is de spreekwoordelijke nieuwe horizon die zich opent. Telkens een rijke bron van extra contacten en kansen.

Maar hoe het GO dat aanpakt …. ? Ze hebben het daar duidelijk over een andere meertaligheid dan de mijne. Met al die ronkende voorstellen voor een beter taalbeleid in de scholen, de kritiek erop en de kritiek erop. Kunt u er nog aan uit?

De visietekst ‘Inspelen op de meertalige realiteit in het GO! Visie, vragen en antwoorden.’ van het Vlaamse Gemeenschapsonderwijs (‘GO’) is zo’n 15 pagina’s lang. Maar wat stelt het GO nu eigenlijk concreet voor? Dat ontrafelen is geen sinecure. De tekst staat vol met ronkende volzinnen, nobele bedoelingen en hoge idealen: “Vanuit deze growth mindset zijn functioneel veeltalig leren, het erkennen van de identiteit van lerenden en het streven naar een positief partnerschap met alle onderwijsactoren richtinggevende elementen.”, en “Een positieve attitude tegenover meertaligheid”.

Het doel is duidelijk: alle allochtonen en in praktijk vooral de moslims overtuigen dat alvast het GO hen met véél egards zal behandelen. Nog meer, zeggen critici daarbij, dan nu al het geval is. Zoveel zelfs dat Geert Bourgeois, de Vlaamse minister-president, er expliciete overtredingen van de taalwet in ziet.

De tekst zaait nochtans niet zelden verwarring. Zo begint paragraaf 3.1 (p. 7) over ‘CLIL’ (Content and Language Integrated Learning) – wat inhoudt dat tot 20% van de niet-taalvakken in een andere taal dan het Nederlands mogen gegeven worden. Maar wat zijn dan de talen waarvoor men meer plaats wil inruimen? De tekst spreekt daarbij over Frans, Engels of Duits. Maar in het debat in de media sprak men daar niet over, maar wel over de niet-Europese thuistalen.

Alsof men niet wil laten weten wat de eigenlijke bedoeling is.

CLIL vereist overigens ook voldoende leerkrachten die die vreemde talen grondig beheersen. Niet zo evident gezien de aantallen die zelfs het Nederlands maar matig kennen.

Daarna lijken enkele paragrafen of secties te ontbreken. Het GO zegt onder meer de taalvaardigheid in het Standaardnederlands te willen stimuleren en verhogen, maar dat ontbreekt bij de in de gepubliceerde tekst vermelde concrete maatregelen. En wat het wel zegt, dat is al jàren de praktijk in onze Vlaamse scholen. Niets nieuws dus, en vooral: wel meer ruimte voor andere talen, maar geen sterkere steun voor de taalverwerving van de relatief grote groepen die fataal achterop hinken. Onvolledige publicatie? Of was het niet echt de bedoeling?

De fatale achterstand in het Nederlands van duizenden jongeren zal hen wel levenslang blijven hinderen. En deze groep neemt nog toe, mede door de relatief grote toestroom van recente migranten, met daaronder veel laaggeschoolden én door de talrijke huwelijken met partners uit landen van herkomst.

Daarna leest men een onwaarschijnlijk aantal varianten op “het volledige talenrepertoire van alle lerenden als focus mee in het talenbeleid opnemen”. GO wil dat de leerkrachten, de directies en de CLB’s, … dat eerst wel willen doen, dan dat ze dat beloven te doen, daarna dat ze die meertalige beginsituatie in kaart brengen en ermee experimenteren. Daarbij zullen ze die 'meertaligheid stimuleren' en er 'open over kunnen communiceren', waarna ze daar dan een mooie kwaliteitscirkel rond tekenen. Het GO voorspelt ook dat ze dan de nood aan professionalisering rond meertaligheid zullen ervaren.

U bent nog mee?

De concrete veranderingen die het GO voorstaat, zijn al bij al dun gezaaid. Anderstalige leerlingen moeten groepswerken in hun moedertaal kunnen uitvoeren. Aanduidingen van lokalen moeten in andere talen. …

Tekenend lijkt me dat de hete patat wordt doorgeschoven naar externen, met name ‘Haal meer uit meertaligheid’, het boek bij het Validiv-project, en voor de krachtlijnen van het talenbeleid, naar ‘Handboek taalbeleid’ van de sterk gecontesteerde Kris Van den Branden en Nora Bogaert. Wie het fijne van het nieuwe beleid wilt kennen, moet dus eerst dokken voor betalende uitgaven.

Over anderstalige leerlingen die anderen in hun taal beledigen of bespotten, of leerkrachten uitdagend beantwoorden, of ander misbruik blijft het GO vager. Die mogen nog wel gestraft worden, maar dan niet om de taal. Maar hoe moet de leerkracht nu weten of een uitspraak in een vreemde taal – wat moet mogen voor het GO – nu opwinding uitdrukt, dan wel een belediging? Allemaal praktische problemen die in sommige scholen ernstige vormen aannemen, maar waar het GO wereldvreemd uit de hoek komt.

Ook elders toont het GO enige wereldvreemdheid, zoals wanneer het spreekt over het verbieden van vreemde talen (wat het GO dan héél slecht vindt). Alsof er anno 2017 nog scholen zijn waar elk gebruik van vreemde talen verboden is.

Wat denkt het werkvolk ervan?

Gezien dat mager beestje, vroeg ik maar even rond bij enkele collega’s in GO-scholen. Welke verschillen zou dat volgens hen opleveren? Wat zou er verbeteren? Wat neigt eerder naar een stap achteruit? En wat wordt een slag in het water?

Enkelen lieten weten dat hun school al hard werkt aan die nobele doelstellingen. Ze voelden zich misprezen voor hun inzet. Een paar merkten op dat de wetenschappelijke studies waarop het GO steunt, selectief en weinig overtuigend zijn. Kris Van De Branden en gelijkgezinden wordt verweten dat ze de taalverwerving bij anderstalige jongeren jarenlang zwaar vertraagden door hun felle verzet tegen de intensieve taalverwerving via OKAN-klassen en andere.

Een andere collega wees erop dat de leerkrachten nu nog meer overbevraagd zullen worden. Zij, en niet de ouders, zouden nu bijna exclusief de verantwoordelijkheid dragen voor het aanleren van Nederlands, én voor het welbevinden van de anderstalige leerling in zijn thuistaal. Het GO denkt aan hen voor één en ander: “gesprekken in de moedertaal voeren, verhalen vertellen, liedjes zingen, samen naar televisieprogramma’s in de moedertaal kijken of de krant in de moedertaal lezen, ...”. Zo staat het er. Echt.

De kritiek trof ook tendentieuze en selectieve lezing van bepaalden onderzoeksrapporten en ook enkele onderzoekers zelf, zoals Orhan Agirdag – die zogenaamd vaststelde dat anderstalige leerlingen veel kans lopen op sancties bij het minste gebruik van hun thuistaal. Andere collega’s gaven kritiek op het ophemelen van het onderwijs in Finland of Zweden. Voor autochtone leerlingen scoort Vlaanderen immers – zoals prof. Wouter Duyck opmerkte - even goed als Finland, en voor allochtone die thuis (ook) Nederlands gebruiken even goed als Zweden dat Europees een middenmoter is.

Bijna allen meenden dat het GO de integratie van anderstaligen zal bemoeilijken. Wat het zegt, komt erop neer dat het Nederlands eigenlijk niet zo cruciaal is, dat onder elkaar de anderstalige leerlingen gerust in talige isolatie verder kunnen.

Velen meenden dat deze richtlijn van het GO maar één reëel verschil zou opleveren: agressieve anderstalige leerlingen zouden nog minder dan vandaag opgeroepen worden tot respect voor hun medeleerlingen en de leerkrachten. Eén opperde ook dat die allochtone leerlingen die zich hard inzetten voor het Nederlands voor seut zullen uitgemaakt worden door hun minder integratiegezinde klasgenoten.

De richtlijnen zelf zijn zo vaag, dat men er veel kanten mee uit kan. Dat geeft de inspecties een grote macht. Afgaande op de ervaringen vrezen velen dat het in die verkeerde zin zal uitdraaien.

Op politiek niveau is een stevige discussie ontstaan: Geert Bourgeois maakte vorig weekend duidelijk dat de top van het gemeenschapsonderwijs niet de onverdeelde steun heeft van de Vlaamse regering. Hij wreef het overtredingen van de wet aan, naast talrijke andere bezwaren. Hilde Crevits, de onderwijsminister, wil haar gemeenschapsonderwijs nog wel steunen, maar tegelijk levert ze ook expliciete kritiek op bepaalde elementen van het nieuwste beleid van het GO.

Wat mij in deze discussie ook opviel, was dat het GO zelf geen enkele concrete, meetbare en maatschappelijk zinvolle doelstelling formuleerde. Moet dit nieuwe beleid zorgen voor betere doorstroming van allochtone leerlingen naar de arbeidsmarkt? Of naar hoger onderwijs? Of willen ze voor de Pisa-resultaten dat de achterstand van de allochtone leerlingen gehalveerd wordt? Of helemaal verdwijnt? Ik vond geen enkele concrete doelstelling, en evenmin een objectief meetbare kwalitatieve doelstelling.

Al even opvallend aan het pleidooi voor deze koerswijziging is het schermen met de voordelen van meertaligheid, hoewel het hier niet over dat ideaal gaat maar wel over een manier om dat te helpen bereiken. In het oog liepen ook enkele neerbuigende steken op tegenstanders die dan zogezegd tegen de meertaligheid zouden zijn. Maar in heel dit debat was er gewoonweg niemand tegen meertaligheid.

Zou deze operatie dan echt enkel gaan om leerlingenaantallen? Proberen het katholiek onderwijs met haar al al even ronkende en al even vage dialoogscholen maximaal te counteren?

Martha Huybrechts, leraar wetenschappen

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!