Taal weegt op allochtone leerlingen

Taal weegt op allochtone leerlingen

Hilde Crevits ontketende een storm aan verontwaardiging nadat ze zei dat allochtone ouders zich meer moeten aantrekken van de scholing van hun kinderen. Het regende kritiek, maar die was zelden pertinent. Is het echte probleem niet dat er wel degelijk een manco is in die groep, of beter gezegd, in een groot deel ervan, maar niet in een andere groot deel? En is de prangende vraag dan niet hoe zwaar de taalachterstand van ouders weegt op de scholing van kinderen?

Het viel u misschien op dat ik in deze laatste zin niet sprak over 'allochtone ouders', maar over 'ouders' in het algemeen. Dat was ook zo bedoeld. Een soortgelijk probleem stelt zich ook voor autochtone jongeren met laaggeschoolde ouders, vooral voor kinderen uit de zogenaamde 'vierde wereld'. Die komen op school met een merkelijk zwakkere basis qua taal. Ze worden, gemiddeld gesproken en met grote onderlinge verschillen, minder gestimuleerd en begeleid door hun ouders. Velen daarvan leven meer van dag tot dag, en spenderen hun vrije tijd nauwelijks aan, noch met hun kinderen.

Maar voor allochtone ouders stelt zich nog een bijkomend probleem. Of beter gezegd: voor een groot deel ervan, maar lang niet voor alle. Dat wordt elke leerkracht in een gemengde school overduidelijk als men wat tijd maakt om die ouders aan 't praten te krijgen, tijdens oudercontacten, of voor en na de school.

Veel van die ouders zijn zelf ongeschoold, andere laag geschoold en nog anderen zijn hoger geschoold. Maar veel leerden nooit goed bruikbaar Nederlands, of slechts beperkt. Ze willen dat soms zelfs niet. Ze voelen zich daar in de praktijk ook niet toe verplicht. Ze beschouwen dat als tijdverlies. Ze leven hier in semi-segregatie, onder mede-allochtonen van eenzelfde cultuur van herkomst. De meerderheid van deze ouders wil anderzijds wel graag dat hun kinderen slagen in het leven. Dat zeker. En dikwijls voelen ze ergens wel aan dat dat in onze maatschappij ook slagen op school vereist. Maar velen geven aan dat laatste geen prioriteit, en ze doen er maar weinig moeite voor.

En tegelijk ziet men dan, soms zelfs in dezelfde families, talrijke andere ouders, broers en zussen van de eerste groep, die hun kinderen naarstig bijstaan, aanmoedigen en overtuigen op school te slagen. Of die ouders dan hoog geschoold zijn of niet, dat maakt geen verschil uit. Wat ze delen is de overtuiging dat hun kinderen, om hier gelukkig te kunnen worden, een goede baan moeten kunnen vinden én dus moeten slagen op school. Wat ze ook delen is een vrij goede sociale integratie. Ze hebben een goede verstandhouding met hun autochtone buren, collega's en bekenden, én met allochtonen uit andere culturen. Opvallend detail, deze ouders wijzen 'sociale tolken' en bemiddelaars af. Ze hebben teveel respect voor zichzelf en voor anderen om zich te laten pamperen.

Als Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) dan meent dat allochtone ouders te dikwijls nog te weinig betrokken bij de schoolcarrière van hun kinderen, dan is dat eigenlijk nog een diplomatiek understatement.

Onterecht en intellectueel oneerlijk is daarentegen de meeste kritiek op haar verklaringen. Ze veralgemeende niet naar 'alle' allochtonen. Ze miskent ook niet de andere factoren die kunnen bijdragen tot schoolse achterstand van allochtone leerlingen.

Maar ze zorgde wel voor een opvallende trendbreuk door duidelijk te maken dat er ook enkele van de belangrijke oorzaken van die achterstand bij de bedoelde allochtone families zelf liggen. Zou de CD&V zich nu echt niet meer laten leiden door schroom en electorale kortzichtigheid?

Het is ook duidelijk dat de kritiek op Crevits zich beperkte tot een relatief kleine groep fel politiek-correcte opiniemakers met een compleet overdreven toegang tot de media. Het viel me daarbij op dat die media zich lieten inpakken door gesofistikeerde, maar valse argumenten. Zo stelt Van Avermaet – die over die achterstand enig onderzoek deed in opdracht van Onderwijsminister Crevits – dat zijn onderzoek 'bewijst ' dat allochtone ouders net wel heel begaan zijn met de schoolse resultaten van hun kinderen. Maar zijn onderzoek beperkte zich enkel tot de intentie. Het liet de werkelijke daden van die ouders quasi volledig buiten beschouwing. Waarom deed hij geen onderzoek naar de werkelijke inzet van allochtone ouders in ouderverenigingen, huiswerkklassen, of andere schoolse en parascolaire activiteiten?

Vanuit mijn eigen ervaring en mijn vele contacten met scholen, vooral in het Antwerpse, lijkt héél dat onderzoek van Van Avermaet me een doorgestoken kaart en een dogmatische manipulatie.

Ronduit verwerpelijk is dat hij andersdenkende net zelf probeert te culpabiliseren. Hij wil blijkbaar niet dat we onder ogen zien hoe zwaar het gedrag van bepaalde allochtone ouders wel weegt. Als iemand terecht aan fout wordt aangewreven en als dat gebeurt op een genuanceerde, professionele wijze en men treft geen grotere groepen dan de werkelijke verantwoordelijken, wat is daar dan 'culpabiliserend' aan?

Zijn het daarentegen niet al die allochtone critici die hun eigen schoolse en professionele succes aanroepen als 'bewijs' dat Crevits fout zou zitten die culpabiliseren? Zouden ze nu echt niet weten dat een aantal persoonlijke ervaringen nooit opwegen tegen relevante gegevens over een totale populatie? Dat is net een gekende valkuil in de statistiek.

Laten we hopen dat het misleiden nu wat kalmeert. Dan kunnen media, opiniemakers én academici zich buigen over de vraag hoe zwaar die talige achterstand en onwil van bepaalde ouders werkelijk wegen op de schoolse groei en bloei van hun bloeikes, en wat daaraan gedaan hoort te worden, net zoals aan de andere diepe oorzaken van die inderdaad nog steeds onaanvaardbare grotere achterstand.

PS: Eerst wou ik dit artikel een meer ironische titel meegeven.  'Ach, hoeft Nederlands wel voor allcothoen leerlingen of zoiets. Maar zouden alle lezers wel begrijpen en waarderen dat dat ironisch bedoeld was?

Martha Huybrechts, leraar wetenschappen

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!