(Schijn)gevechten rond mandaten en cumuls

(Schijn)gevechten rond mandaten en cumuls

Problemen zat met cumuls en gegraai, versta: overmatige vergoedingen van ons politiek personeel, de mandatarissen en hun medewerkers. Dankzij de PS en Samusociale krijgt dit weer aandacht. Mooi. Groen en anderen lanceerden al enkele voorstellen. Maar bepaalde voorstellen lijken eerder voor de galerij bedoeld. Andere hebben venijn in de staart. Een echte verbetering van onze politieke cultuur is manifest geen sinecure.

Dat er ongezond veel mandaten gecumuleerd werden, en dat de totale vergoeding voor politici schandalig hoog ligt, dat besef begint nu ook bij politici door te dringen. Maar let wel, zeker bij de PS lijkt dat slechts bij enkele basismilitanten en lokale mandatarissen zo.

De oplossingen zoeken velen in beperkingen op het aantal mandaten, op de cumuls en op de vergoedingen. Daarop zien we varianten. Vooral links denkt aan een totaal cumulverbod. Gekend is ook de idee om vergoedingen te beperken tot 100, 120, 130 of 150% van een gewoon parlementair mandaat. Federaal is er al een parlementaire commissie rond aan 't werk.

Cumulverbod op maat van links en ambtenaren?

Bekijken we echter eerst dat venijn. De rode en roodgroene voorstellen (van Groen, PVDA en de SP.A) zijn weliswaar van wisselende kwaliteit en maturiteit, maar ze kennen allemaal een weinig ondemocratische consequentie: ze vergroten namelijk een reële feitelijke discriminatie tussen de burgers. Een totaal cumulverbod is in praktijk namelijk best comfortabel voor ambtenaren. Die kunnen levenslang politiek verlof nemen. Stopt hun mandaat, dan kunnen ze hun oude functie opnemen. Hun professionele toekomst blijft comfortabel gegarandeerd.

Maar in de privé, vooral voor werknemers, is dat nu al quasi onmogelijk. En daar is politiek verlof altijd beperkt. In principe loopt dat maar één mandaat. En in praktijk is het voor de werkgever altijd een last om eerst iemand te moeten vervangen als die een mandaat opneemt – zeker wanneer die een creatieve of een verantwoordelijke functie uitoefende. En idem wanneer het mandaat afloopt en de oud-mandataris zijn oude functie terug wil opnemen.

Met een totaal cumulverbod zal het politieke bedrijf nog meer dan vandaag gemonopoliseerd raken door ambtenaren en medewerkers van de studiediensten van de zuilen en de partijen zelf. Dat is nu al een weinig gekende, maar wel extreem ongezonde situatie. Dat zou dan nog verergeren.

Waar zit het probleem?

Op zich is een cumul met een professionele (deeltijdse) activiteit in het gewone beroepsleven niet ongezond. Een leerkracht, een arbeider, een zelfstandige, een boekhouder, of een kader in een bedrijf, die weten tenminste wat het gewone, niet-gesubsidieerde leven inhoudt. Voor hen stelt zich niet snel een probleem. Cruciaal is natuurlijk wel een correct beheer van de werklast en een goede organisatie. Maar dat kan.

Problematisch zijn daarentegen activiteiten in direct of indirect gesubsidieerde sectoren, in sectoren die een feitelijk monopolie of een oligopolie vormen zoals nutsvoorzieningen (distributie van water, elektriciteit, gas, afvalverwerking, …), mutualiteiten en vakbonden, en bij de directe toeleveranciers van al deze. Dat is vooral het geval wanneer deze bedrijven bijna geen andere inkomsten hebben dan subsidies – in de brede zin van het woord. Dan ontstaan namelijk snel situaties waarbij de politieke mandataris, of zijn directe politieke vrienden, beslissen over subsidies die het gros of de totaliteit van de inkomsten van het bedoelde bedrijf uitmaken.

De huidige politieke cultuur staat bol van deze vermenging en verstrengeling van belangen. De rode draad bij alle schandalen van de laatste jaren en decennia is net dat soort situaties. Al wie onze politieke cultuur duurzaam en significant wil verbeteren, houdt dan best rekening met deze problemen en uitdagingen. Een tweede huizenhoog probleem is het zwaar ondermaatse beleid in dit land. Dat gaat blijkbaar nauw samen met deze gepolitiseerde graaicultuur. Maar dat is voer voor een ander artikel.

Welke oplossingen?

De publieke verontwaardiging is groot en groeiend. Zelfs bepaalde politici voelen dat aan - hoewel ik sommigen ervan verdenk het niet eerlijk te spelen. Daarom lijkt het mij aangewezen dat burgers extra druk op de politieke ketel zetten. Want als we het initiatief in deze aan politici overlaten, dan blijft het gegarandeerd beperkt tot schijnmaatregelen zoals de vermogensaangifte of een beloofde decumul waarvan er dan nooit koninklijke besluiten volgen (zoals de ministeriële verantwoordelijkheid wel bij wet bestaat, maar niet in praktijk, want al decennialang blijft het koninklijk besluit daarvoor achterwege).

De vermogensaangifte is ook zo'n farce: mandatarissen en anderen die aan het Rekenhof vroegen wat daar in moet staan, kregen zo te horen dat men al zijn bankrekeningen moet vermelden, maar niet wat daarop staat. Verder wordt dat blijkbaar zo goed als nooit gecontroleerd. Laat staan dat een bevoegde overheid systematisch zou nagaan of er geen sprake is van een verdachte toename van het vermogen.

Omwille van deze overwegingen, lijken volgende maatregelen me noodzakelijk:

  1. Cumul van openbare mandaten moet beperkt wordt tot redelijke proporties. Cumul van mandaten die een voltijdse inzet verwachten, is verboden, tenzij voor beperkte periodes. Een politicus mag dus wel een minimale continuïteit in zijn professioneel engagement nastreven.

  2. Om graaizucht tegen te gaan zouden politieke mandatarissen slechts voor één openbaar mandaat betaald mogen worden. Cumul van openbare mandaten zal dan qua inkomsten beperkt worden tot maximaal 100% van een parlementair mandaat.

  3. Cumul met professionele activiteiten in de privé mag enkel als dat voor de verkiezing of benoeming expliciet gemeld wordt. De vergoeding voor zo'n mandaat worden dan beperkt tot dat percentage van de professionele tijd die men eraan wil besteden.

  4. Om vermenging van belangen te vermijden wordt elke cumul van een openbaar mandaat met een professionele activiteit in de privé verboden als de betrokken werkgever hoofdzakelijk leeft van subsidies, van openbare aanbestedingen of van inkomsten voor taken van openbaar nut.

  5. Mandatarissen moeten een deel van hun vergoeding voor het openbare mandaat kunnen overdragen aan (bijkomende) beleidsmedewerkers.

  6. Alle mandatarissen moeten al hun inkomsten aangeven. Bevoegde overheden, zoals Rekenhof én Financiën, moeten de aangifte van het vermogen systematisch nakijken op onverklaarbare aangroei. Daartoe moet elke aangifte de omvang van het vermogen correct inschatten.

Aansluitend kunnen we nog denken aan twee bijkomende maatregelen om ook de spelregels beter en transparanter te bepalen en om ervoor te zorgen dat politici de praktijk niet kunnen uithollen:

  1. De kiezers moeten de hoogte van vergoedingen van publieke mandatarissen met bindende referenda kunnen vastleggen. Deze referenda moeten dan ook wettelijk toegelaten worden.

  2. Elke burger moet individueel klacht kunnen indienen als hij meent dat algemeen belang geschaad wordt ten voordele van particuliere belangen.

Hoe de nodige maatregelen er concreet moeten uit zien, dat is nog zaak voor debat en verdere verfijning. Cruciaal is wel dat er voor meer transparantie gezorgd wordt, dat er redelijke waarborgen tegen ongezonde machtsconcentratie en zelfverrijking volgen en dat de burgers die effectief kunnen afdwingen.

Voor alle duidelijkheid, we zijn geen vragende partij voor het publiek maken van de vermogensaangifte, noch voor een totaal cumulverbod – zoals bepaalde politieke partijen vragen. Dat is voor hen ook 'goedkoop' omdat ze zelf maar in weinig besturen zetelen, en zelden ondernemers in hun midden tellen. Maar het is in praktijk discriminerend tegen werknemers uit de privé, zelfstandigen en ondernemers.

Of referenda moeten beslissen over de hoogte van vergoedingen in de publieke en de semi-publieke sector, daarover twijfelen we nog. Het is wel duidelijk dat we dit niet aan de politici alleen mogen overlaten. Noodzakelijk is dus een machtsverschuiving naar de burgers. Zwitserland en IJsland geven goed aan hoe men referenda goed kan gebruiken als aanvulling op de representatieve democratie. Het kan.

Luc Ryckaerts, adviseur in een internationale organisatie, Brusselse Vlaming

Mede ondertekend door Swa Cauwenbergh en Rudi Dierick

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!