Rohingya en de allesvernietigende propaganda

Rohingya en de allesvernietigende propaganda

In Myanmar worden de Rohingya geconfronteerd met een bloederige ethnische zuivering. Veel moslims waaronder de Turkse vice-premier klagen dat luid aan. Maar de realiteit zit misschien toch iets complexer ineen.

De laatste weken regent het gruwelijke beelden van zwaar geweld, moord en zuivering van de Rohingya, een etnische groep in Myanmar (Birma). Deze moslims spreken talen die verwant zijn aan het Bengaals en wonen al minstens enkele generaties in dat land, meestal langer. Ze werden er echter door de boeddhistische meerderheid nooit aanvaard. Ze zouden nu door het leger en boeddhistische milities verdreven worden. Maar let op ‘zouden’ want wat er daar precies gebeurt, dat blijkt minder eenduidig dan wat ons wordt verteld.

Dat de dorpen worden platgebrand, dat is duidelijk. Een reportage van de BCC toont dat goed. Rohingya wijzen daarvoor naar het leger en boeddhistische milities. Maar de regering beweert dat het een tactiek van de verbrande aarde vanwege de Rohingya rebellen is.

De reactie daarop vanwege moslims wereldwijd is overweldigend. Ze klagen dat geweld aan, en roepen de wereldgemeenschap op tot reactie. Malala, de Pakistaanse Nobelprijswinnares voor de vrede riep haar ‘collega’ Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi op om het geweld te veroordelen.

Ankara  reageerde eveneens scherp, met een veroordeling en een aanbod voor humanitaire hulp die ze naar de getroffenen in Myanmar willen sturen. De Turkse vice-eersteminister, Mehmet Simsek, publiceerde op twitter een scherpe aanklacht met vier foto’s erbij om dat geweld tegen die arme moslims te illustreren (foto’s deels vertroebeld door de BBC).

Maar, volgens de BBC is dit viermaal loepzuivere misleiding door Simsek, en tonen al die foto’s andere zaken dan de actuele vervolging van de Rohingya. Op de eerste foto zouden drijvende lijken te zien zijn na de orkaan Nargis in mei 2008. De foto was vorig jaar, voor de huidige vervolgingen dus, al op meerdere websites gepubliceerd.

De tweede foto betreft een vrouw die rouwt bij het lichaam van haar opgehangen man in Aceh, een fel islamitische streek in Indonesië. Die foto dateert van juni 2003 en werd getrokken door een fotograaf van Reuters.

De derde foto toont twee wenende kinderen bij het lijk van hun moeder, maar dan wel in Rwanda. Deze foto is van juli 1994 (nog steeds volgens de BBC) en getrokken door Albert Facelly. Hij won toen met deze en enkele andere foto’s een prijs van de World Press Award.

De vierde foto tenslotte toont mensen in een ondiep kanaal. Deze foto was al eerder gepubliceerd op sites die opriepen tot giften voor slachtoffers van overstromingen in Nepal.

Kortom, de Turkse regering zit diep in de drek van vulgaire propaganda.

De allesvernietigende propaganda komt overigens niet enkel uit dat kamp. In dezelfde reportage toont de BBC ook een foto van zogenaamde Rohingya-rebellen. In werkelijkheid zijn het Bengaalse vrijheidsstrijders uit de onafhankelijkheidsoorlog van 1971.

Wat er dus precies gebeurt in Arakan, de noordelijke streek van Rakhine, de deelstaat in Myanmar waar de Rohingya wonen is nog onduidelijk. Het lijkt erop dat de regering er met grof geweld probeert de Rohingya te verjagen, maar dat die nu op hun beurt ook met geweld reageren. Zo is goed beschreven dat het ‘Arakan Rohingya Salvation Army’ (‘Arsa’) op 25 augustus een paar tientallen politie- en legerposten aanviel.

Maar van wie het geweld initieel uitging, dat is nog onduidelijk. Véél wijst naar de regering van Myanmar. Het feit dat deze regering onafhankelijke waarnemers en journalisten belet naar de betwiste streek te gaan is daar een sterke aanwijzing voor. Maar reageert deze regering misschien op eerdere pogingen tot een verdere islamisering van Arakan? Het is slechts een hypothese. Er is ook sprake van een snelle aangroei van de Rohingya en demografische druk op de andere groepen in dezelfde streek. 

Het is niet uitgesloten dat onder deze moslims een soortgelijke radicalisering voorkomt als onder de moslims in Aceh en elders in Indonesië, of in Pakistan, of op de Filipijnen en dat de boeddhisten daarop reageren. Onder meer Bassam Tibi, een Duitse prof van Syrische afkomst, schreef jaren geleden al over een sluipende islamisering onder de Rohingya. Boeddhisten uit Rakhine zouden eveneens wegvluchten voor het geweld. En volgens de regering zou het Arakan Rohingya Salvation Army geleid worden een zekere Ata Ullah, een Rohingya die in Pakistan geboren is en opgegroeid in Saoedi-Arabië. Ook een rapport van de International Crisis Group (ICG) van vorige december wijst op een invloed vanuit Saoedi-Arabië. De ICG wijst in een gedetailleerd rapport ook op een religieuze factor met fatwa’s en dergelijke.

Duidelijk is wel dat de Rohingya al minstens enkele generaties in Myanmar wonen. Dat de boeddhistische meerderheid hen beschouwt als illegale migranten verandert daar niets aan. Of er ook sprake is van recente inwijking vanuit Bangladesh is nog onzeker. Wel zeker is dat Rohingya die vluchten naar Bangladesh, Maleisië of Indonesië er slecht opgevangen worden. Volgens bepaalde berichten sturen Bangladesh en India hen terug. Bangladesh zou ook weigeren hen officieel als vluchtelingen te erkennen.

De ICG wijst ook op eerdere agressie vanwege de regering, met onder meer het afsluiten van maritieme verbindingen met Maleisië, de eerste relatief zware vervolgingen in 2012, en uitsluiting van deelname aan de verkiezingen in 2015. Het wijst er ook op dat de regering geen enkel vergelijkbaar probleem heeft met andere moslimgroepen zoals de Kaman. Die zijn er wel erkend als minderheid en genieten er alle rechten.

Het beeld dat opduikt, is dat van een relatief kleine etnische minderheid van moslims die een ambivalente houding had tegenover de centrale instellingen van Myanmar, die al decennia vervolgd werd, maar zelf ook redelijk agressief staat tegenover andere groepen, en die nu plots gesteund wordt door wereldwijde islamistische krachten die streven naar een strenge, islamistische enclave. Maar of deze hypothese klopt, dat zal de toekomst moeten uitwijzen.

Ontegensprekelijk is dit een zoveelste voorbeeld van ernstig wanbestuur door een autoritair regime dat alles verknoeit met een excessief repressief beleid, strijdig met de internationale principe van evenredigheid en onderscheid tussen strijders en ongewapende burgers. Dat is in alle opzichten een contraproductief beleid. Al even klaar is dat de oplossing ligt in veel zwaardere druk op de regering van Myanmar, en zeker niet opvang van de vluchtelingen in Europa en andere Westerse landen – zoals VN-figuren vragen zonder dezelfde vraag te stellen aan de steenrijke Oliestaten (van het relatief nabijgelegen schatrijke Brunei tot in de Arabische Golf) noch aan andere landen met gigantische militaire budgetten zoals China en Rusland. Maar wedden dat China en waarschijnlijk ook Moskou elke reële druk op Myanmar zullen beletten!? Die doen véél liever zaakjes met militaire bullebakken. Wel, dat zij dan maar de vluchtelingen opnemen.

Andrea Cuypers, ecologiste en humaniste met interesse in sociale thema's

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!