PVDA misleidt graag over bedrijven

PVDA misleidt graag over bedrijven

Betalen bedrijven nu wel of niet voldoden belastingen? Volgens de PVDA absoluut niet. Die partij strooit gretig met voorbeelden van grote ontduikers. Zo schoot het recent met scherp op KBC. Het kreeg daarvoor veel aandacht in de media. Maar enkele van die verhalen rammelen.

De PVDA publiceert geregeld cijfers over hoe weinig belastingen bepaalde grote bedrijven wel niet betalen. Maar meerdere waarnemers merkten op de partij daarbij geregeld zwaar uit de bocht gaat en nogal grove fouten maakt. Dat was onder meer zo met een manipulatieve voorstelling van zaken over de KBC.

De KBC-groep heeft vorig jaar 424 miljoen aan inkomstenbelasting betaald op een geconsolideerd resultaat van 2,6 miljard euro. Dat is 16,3 procent. Dat ligt relatief dicht bij het gemiddelde van de feitelijke aanslagvoet voor alle bedrijven. In het PVDA-lijstje staat KBC echter op de eerste plaats van de Top 50 van fiscale zondaars. De PVDA rekent ons voor dat het bedrijf in 2015 slechts 5,8 miljoen euro belastingen op een winst van 2,2 miljard euro betaalde.

Marc Ernst, ontrafelt die kritiek en stelt, op basis van gegevens van de Nationale Bank (op zijn Facebook-pagina): “Maar dat cijfer slaat enkel op de KBC-bank in België. De PVDA-studie gaat volledig voorbij aan de belasting die door andere vennootschappen van de KBC-groep zowel in België als in de andere landen van vestiging betaald wordt. De kritiek van KBC op de tendentieuze voorstelling van zaken door de PVDA gaat trouwens ook op voor andere bedrijven in het lijstje: ook in het geval van bv AB InBev dient men de bekijken wat de groep in haar totaliteit aan belastingen betaald in België en in de buitenlandse vestigingen, rekening houdend met alle belastingen.”.

De PVDA miskent in haar analyse meerdere regels. Zo bestaat er met veel landen verdragen tegen dubbele belasting: de winst van een buitenlandse dochter wordt dan enkel in het land van de vestiging belast, en niet nog een tweede keer in het land van de moeder. Een analoge regel geldt voor een dochtervennootschap in hetzelfde land als een moedervennootschap en bij holdings. De winst van de dochters wordt slechts éénmaal belast. Een holding betaalt zelf dan typisch slechts weinig belasting omdat haar winst grotendeels, en soms volledig afkomstig is van haar participaties, en die winst is dan al volledig belast.

Verder miskent de PVDA ook dat verliezen van voorgaande jaren mogen afgetrokken worden en dat bedrijven nog veel meer belastingen betalen dan enkel maar op hun winst: SZ-bijdragen, taksen op water, op energie, op notariële akten en op verzekeringspremies, verkeersbelasting, onroerende voorheffing, registratierechten, provinciale en gemeentebelastingen, Eurovignetten, enz

De banken en dus ook voor de KBC moeten ook nog de zogenaamde bankentaks betalen. Ernst: “Alle Belgische banken samen betaalden in 2015 417 miljoen aan bankentaksen, waarvan (…) in België 229 miljoen euro.” En daar stop het niet: “Ook de BTW op de goederen en diensten die ze afneemt en die niet gerecupereerd kunnen worden omdat bancaire diensten grotendeels vrijgesteld zijn van BTW zijn in het geval van de banksector extra belastingen.”

De winst- of vennootschapsbelasting vormen maar een fractie van de totale bijdrage van een bedrijf aan de samenleving. In 2011 betaalden de bedrijven in ons land voor zeventig miljard euro aan belastingen. Slechts twaalf miljard euro hiervan, of zestien procent van het totale bedrag, was afkomstig van vennootschapsbelastingen.

Wat de PVDA verder ook verzwijgt is dat sommige bedrijven die het éne jaar verlies maken, dat kunnen overdragen naar het volgende jaar. Daarin betalen ze dan al snel heel weinig winstbelasting in verhouding tot de gemaakte winst. Maar als men het plaatje over er verliesjaren samenvoegt met dat van de winstjaren, dan ziet het er danig anders uit.

Maar de PVDA heeft nog andere misleidende kaarten in haar mouw. Ernst: “De PVDA selecteert een beperkt aantal grote bedrijven, toont aan dat er geen belastingen betaald worden en veralgemeent die conclusie naar alle ondernemingen in België. Dat lijstje, de hele berekening en de agitprop-exploitatie er van, is eigenlijk pure demagogie.”

Waarschijnlijk verduidelijkt dit ook waarom sommigen die partij al eens ‘Partij Van De Arglist’ (PVDA) noemen.

Ernst geeft nog andere aanvullende achtergrondinformatie:

Inzake personenbelastingen zorgen de 10% meest verdienende mensen in België (het zogenaamde 10de deciel) voor 45,8% van de fiscale inkomsten. Of: 10% van de bevolking betaalt op dit moment 45,8% van de Belgische personenbelastingen. De 30% meest verdienenden betaalt bijna 79% van de Belgische personen belastingen. Dat was de situatie op basis van de inkomsten in 2007 maar er is geen enkele reden om te denken dat die inmiddels grondig gewijzigd is.

Deze berekeningen werden gemaakt door Geert Noels, een duurzame vermogensbeheerder met sympathie voor Groen (liet hij ooit in Knack optekenen) en voorstander van het sluiten van de nationale en internationale fiscale achterpoortjes - die evenwel door de politici gemaakt gemaakt/gelaten werden (men kan dus bedrijven bezwaarlijk verwijten er gebruik van te maken). De actualisatie van die gegeven kunnen gemaakt worden met de info hier

Inzake bedrijfs- of winstbelasting is de realiteit ook totaal anders dan sommigen door een combinatie van onwetendheid en onkunde (en veel op ideologie gebaseerde bijziendheid of blindheid), menen te kunnen stellen. Bron: nationale bank en studiedienst VBO. De werkelijkheid is de volgende: Van de 200.423 winstgevende bedrijven in de privésector telden er 196.912 minder dan 50 werknemers (kleine onderneming), 1.798 tussen 50 en 100 werknemers (middelgrote onderneming) en 1.713 meer dan 100 werknemers (grote onderneming). Het betreft de situatie in 2011. Een gemiddelde kleine onderneming kende dat jaar een aanslagvoet in het kader van de vennootschapsbelasting van 25%. Voor een middelgrote onderneming kwam dit uit op 27,6% en voor een grote onderneming op 27%. 

Wanneer we naar de buitenlandse dochterondernemingen gevestigd in België kijken, dan zien we dat er hiervan in 2011 4.775 winstgevend waren. Een gemiddelde buitenlandse dochteronderneming kende een aanslagvoet in het kader van de vennootschapsbelasting van 25,5. Er is evenmin enige reden om te veronderstellen dat de situatie inzake vennootschapsbelastingen vandaag grondig, laat staan fundamenteel, gewijzigd zou zijn ten opzichte van 2011.

Noot: Marc Ernst was tijdens zijn jonge jaren wat onder de indruk van de maoïstische frases van AMADA (Alle Macht aan de Arbeiders) – de voorloper van de huidige PVDA, om ze daarna vanop een afstand kritisch te bekijken en er steeds meer hiaten in te zien. Hij publiceerde een soort voorontwerp voor een geschiedenis van de PVDA/AMADA in het Vlaams Marxistisch Tijdschrift, die eerder kort besproken werd op dit medium ('Dieper ingaan op geschiedenis van PVDA').

Luc Ryckaerts, adviseur in een internationale organisatie en Brusselse Vlaming

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!