PS wil communautaire spoorprivileges

PS wil communautaire spoorprivileges

De PS wil dat het Waalse spoor meer investeringen krijgt ten nadele van Vlaanderen. Ze geeft daarvoor echter geen enkele sociale, noch economisch steekhoudende reden.

Volgens berichten van einde april in La Libre Belgique en Dernière Heure ging de PS niet meer akkoord met decennia oude 60/40-verdeelsleutel voor de investeringen van de NMBS. De partij diende bij de Kamer een voorstel (resolutie) in om het aandeel voor Wallonië gevoelig te verhogen. De PS klaagt aan dat met die 40 procent van de middelen Wallonië 'de helft van de spoorwegen' in stand zou moeten houden.

Bovendien zijn er meer bruggen en tunnels in Wallonië. Volgens de PS zou het spoor er daardoor gemiddeld 20% duurder zijn. In praktijk gaat het echter slechts over 46,6% van het spoorwegnet en een nog kleiner aandeel van het rollend materiaal. De Waalse reizigers zijn namelijk 'even weinig' spoorgebruiker als de Vlaamse. De meeste forenzen nemen de auto. Het kent daarenboven relatief minder forenzen door de lagere tewerkstellingsgraad. Het Vlaamse Gewes tekent verder voor een merkelijk groter aandeel van het vrachtvervoer dan zijn bevolkingsaandeel.

Voorts is die 46,6% het gevolg van de eigen politieke eisen van de Franstalige politici. Die hebben zich altijd al verzet tegen de toepassing van dezelfde regels als in het Vlaamse gewest (verderop met 'Vlaanderen' omschreven). Hier werden er sneller stations en lijnen gesloten. Een te groot deel van het Waalse budget gaat daardoor naar het in stand houden van het relatief overbemeten spoornet in Wallonië. Verder kende het Waalse net ook enkele budgettaire ontsporingen zoals bij de bouw van nieuwe stations (in Luik en Mons). En ook veiligheid vraagt relatief veel geld. Daardoor blijft er weinig over voor extra rollend materiaal en andere nieuwe infrastructuur.

De PS klaagt dan aan dat dat de afwerking van het GEN op Waals grondgebied opzadelt met lange vertragingen. Alsof de investeringen hier niet even goed kampen met ernstige vertragingen.

De cruciale vraag is natuurlijk op basis van welk criterium men budgetten wil verdelen: kijkt men naar het gebruik, dan zou Vlaanderen, met zijn veel omvangrijkere vrachtverkeer en zijn veel zwaardere files, net meer dan 60% moeten krijgen. Kijkt men naar de economische en mobiliteitsnoden, dan eveneens. Kijkt men naar de consumptie van een stuk openbare dienstverlening, dan speelt de omvang van de bevolking. De 6,5 miljoen inwoners van het Vlaamse Gewest tellen bijna dubbel zoveel werkenden (en forenzen) als de 3,6 miljoen Walen. Afgaande op aantallen werkenden en forenzen zou Vlaanderen (in de zin van 'het Vlaamse gewest') dus ruim 65% van de budgetten moeten krijgen. En afgaande op de export zelfs meer dan 80%.

Een andere insteek ware wie die budgetten moet dragen. Dat zijn vooral de Belgische belastingbetalers. Maar de belastingbetalers uit het Vlaamse Gewest dragen zo'n 70% van de totale fiscale inkomsten van deze twee gewesten. Ook volgens dat criterium krijgt ons gewest dus te weinig investeringen.

Maar wat de PS werkelijk voorstaat is nog een heel ander criterium: ze wil namelijk geen verdeling à rato van de bevolking. Want dan zou het grote extra spoorinvesteringen in de grote Waalse bevolkingscentra moeten eisen. Dat doet het echter niet; het eist net hoge uitgaven in de dunbevolkte plattelandsgebieden. Bekijken we even wat cijfers: de provincies Namen en Luxemburg hebben samen zo'n 770.000 inwoners. Dat kan men vergelijken met de 855.000 in Limburg. Maar die twee Waalse provincies worden wel bediend door veel meer stations (18) dan Limburg (slechts 9).

De andere Franstalige partijen spraken zich nog niet uit over deze eis van de PS, de Vlaamse evenmin, op de N-VA na. Die is tegen meer geld voor Waals spoor en dus minder voor Vlaams. Ze verwijst naar de noden (die bij ons relatief hoger liggen) en naar de wenselijke verantwoordelijkheid van elk gewest voor de eigen beleidskeuzes. De N-VA wil daarentegen dat de spoorwegen regionaal opgedeeld worden in twee grote maatschappijen, die dan samen Brussel bedienen.

Daar zijn wel enkele argumenten voor te vinden. Dan kan elk zijn eigen prioriteiten leggen inzake mobiliteit én zelf kiezen hoe het dat nastreeft. En dan betaalt elk ook voor zijn eigen keuzen. Dan kan het spoorbeleid in elk gewest ook beter aansluiten op de eigen noden en voorkeuren. De Waalse budgetten voor het spoor kunnen dan nog altijd aangevuld worden vanuit de algemene solidariteit die er op Belgisch niveau nu al bestaat (met een genereuze extra financiering voor de minder gegoede gewesten). De democratische legitimiteit van het beleid én de bedrijfseconomische efficiëntie zullen er beide bij varen.

Martha Huybrechts, leerkracht wetenschappen

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!