Propagandist, advocaat of journalist?

Propagandist, advocaat of journalist?

Het Israëlisch-Arabische conflict is een taaie, vuile aanhouder. Talrijke Westerse politici beten er al hun tanden op stuk. Maar het veroorzaakt vooral enorm leed voor miljoenen gewone mensen. Het conflict zit wel complex ineen, én iets anders dan wat John Vandaele in MO suggereert.

John Vandaele suggereert in MO enkele 'diepgaande vragen over hoe we verder moeten met dit Griekse drama aan de Jordaan'. Want 'de Arabische woede het zwijgen opleggen', dat is inderdaad niet de goeie weg. Maar hij maakt hier een paar rare sprongen in zijn betoog. Mij lijken het essentiële feitelijke fouten. Dat is jammer want hij schrijft wel over één van de gevaarlijkste problemen in het Midden-Oosten. Dubbel jammer omdat hij ook talrijke rake en pertinente bedenkingen maakt. Maar door die fouten lijkt hij de echte, diepe wortels van dat conflict en van die woede te miskennen én een correcte inschatting van wat daar werkelijk gebeurt, net te bemoeilijken. Oordeelt u zelf.

Overlopen we enkele feiten. Zo beweert hij dat de grote mogendheden de oprichting van de staat Israël in Palestina toelieten zonder de lokale bevolking daarin te horen. Dat klopt niet, want de Britten hadden dat – als toenmalige bevoegde overheid in het Britse mandaatgebied (dat ook 'Transjordanië' omvatte) – net al jarenlang besproken, ondere andere met de lokale Arabische notabelen. De grote mogendheden hadden dat ook in de VN besproken met alle toenmalige leden, inclusief alle islamitische leden (Turkije, Egypte, Iran, Saoedi-Arabië, Syrië en Irak). En verder werd het Joodse deel van de lokale bevolking – inclusief de groepen die er al van ouds woonden – eveneens geraadpleegd. Dat wordt genegeerd. Terzijde, een groot deel van de Joden in Palestina stemde in met die oprichting, maar een deel – vooral de orthodoxe Joden – niet!

Kaart 1: VN verdelingsplan voor het Britse mandaatgebied, zoals aanvaard door Israël, doch verworpen door de Arabische landen, copyright Wikimedia

 

Wel juist is dat de grote meerderheid van de lokale Arabieren tegen waren, maar niet allemaal. Juist was eveneens dat die islamitische landen tegen de verdeling van het mandaatgebied stemden. Maar zowat alle andere landen keurden die verdeling goed.

    Terzijde, het VN-plan was duidelijk een compromis. Het bood de helft van het mandaatgebied aan elke groep. Het vruchtbare en druk bewoonde deel lag vooral in de Arabische zone. Anderzijds waren er wel meer Arabieren dan Joden. Die laatste waren dan nog grotendeels recente immigranten en hun nakomelingen, maar niet allemaal. De gronden in hun eigendom waren, doorgaans aan relatief hoge prijzen, verworven van Arabische eigenaars. 

De suggestie dat de grote mogendheden - waaronder ook de Sovjet-Unie die de oprichting van Israël voluit steunde – bij de verdeling van Palestina de mensenrechten van de Arabieren niet wilden respecteren, is dus door de feiten weerlegd. Die grootmachten stemden immers niet enkel in met de oprichting van een joodse staat, maar tegelijk ook met die van een Arabische staat – iets wat bepaalde advocaten en propagandisten natuurlijk verzwijgen.

Hun argument over de zogenaamd miskende mensenrechten van Arabieren is in zekere zin ook zwarte humor gezien net enkele Arabische landen bij hun toetreding tot de VN een uitzondering vroegen op de UVRM. De gelijke rechten voor de vrouw, dat wezen er twee expliciet af – waaronder Saoedi-Arabië. En gelijke rechten voor christenen in islamitische landen of voor moslims die de islam willen verlaten, dat wijzen ze in praktijk quasi allemaal af, toen zowel als nu. Idem voor kritiek op de islam. Dat willen ze de laatste jaren zelfs politiek en juridisch vervolgen als 'islamofobie'. Maar ook met dat begrip zit er enig venijn in de staart.

Dat is natuurlijk geen reden om de rechten van Arabieren zelf te mogen miskennen.

Kaart 2 : Arabische invallen na het terugtrekken van de britten in 1948, copyright Wikimedia Commons

 

Ook de daarop volgende paragraaf (over de Joden die erin slaagden in ’48 - ’49 snel ‘veel meer grond in te palmen dan voorzien door de Verenigde Naties’ en over de bezetting van de Westbank, Oost-Jeruzalem en Gaza ) is opvallend. Waarom verzwijgen dat de Joden wel de verdeling van de VN aanvaardden, maar de Arabische landen niet én het Joodse deel binnenvielen met de openlijk gestelde bedoeling om alle Joden van die 'islamitische grond' te verdrijven? Waarom ook verzwijgen dat Egypte daarop Gaza bezette en Jordanië de Westbank – beide in tegenstelling tot wat de VN voorzag?

De VN schreven toen dus wel degelijk een eigen staat voor de Palestijnse Arabieren voor. Maar dat werd op het terrein hoofdzakelijk door Arabische leiders onmogelijk gemaakt.

Dat de bezetting van (grote delen van) de Westbank veel ellende oplevert voor de Palestijnen, dat is duidelijk. Dat Israël daarbij al eens bepaalde mensenrechten inperkt, of overtreedt, eveneens. Maar waarom verzwijgen dat veel VN-resoluties, en vooral de selectieve en scheve interpretatie ervan, over de voorbije decennia degenereerden tot propaganda waarbij één staat veel strengere eisen worden opgelegd dan zowat al zijn buurlanden?

Kaart 3:  bezette West-Bank en ontruimde Gaza, benaderende voorstelling, copyright Wikimedia Commons

 

Vergelijk het even met de Turkse bezetting van een deel van Cyprus. Daarbij verdubbelden de Turken de lokale Turkse bevolking door het overbrengen van een 200.000 Turken vanop het Turkse vasteland. Sterker nog, ze verdreven alle (resterende) Griekse inwoners van het door hen bezette gebied en verboden die naar hun eigen woningen terug te keren. Dat gaat dus merkelijk verder dan de Israëlische bezetting van de Westbank. Ooit al gehoord van een internationale veroordeling van Turkije voor overtreding van paragaaf 49 van het Vierde Protocol van Genève?

Ik meen dat de kolonisatie van de Westbank (door vooral de nationalistische Israëli's) schadelijk én verwerpelijk is. Dit lijkt me helemaal niet de weg naar een duurzame vrede. Maar ik ben ook niet blind voor de legitieme vraag van de Joden naar een werkelijke vrede. Hun boutade ‘dat als de Arabieren de wapens neerleggen er vrede mogelijk is, maar als de Israëli's dat zouden doen, Israël niet meer zal bestaan’ is scherp, maar er zit een grond van waarheid in.

Critici van het Israëlische beleid zijn er genoeg.

Maar concreet heeft geen van die critici ooit één realistische blauwdruk gegeven van een institutionele regeling die de legitieme rechten van Joden en Arabieren kan waarborgen. De blauwdruk voor een oplossing bestaat overigens al jaren. Alle betrokkenen weten hoe een finaal compromis er grosso modo moet uitzien: met een quasi volledig autonome Palestijnse staat binnen de grenzen van 1967 met grenscorrecties en gebiedsruil, een geëigend statuut voor Jerusalem, veiligheidswaarborgen voor Israël en een billijke regeling voor vluchtelingen. Het ontbreekt aan politieke wil en vertrouwen.

De hardnekkigheid waarmee de Israëlische nationalisten hun rechten eenzijdig en desnoods met geweld proberen op te dringen aan hun eigen staat, en aan de Palestijnen, vergemakkelijkt dat zeker niet. Hun verrottingspolitiek is vooral na 1983 fors versneld. Het aantal Joodse kolonisten in de Westbank verzeventienvoudigde sindsdien. In Oost-Jeruzalem verviervoudigde het. Maar ook de bloedige verbetenheid waarmee de Palestijnen en zoveel andere Arabieren maakt zo'n vrede bijzonder moeilijk. Die ijveren openlijk om Israël te vernietigen, en diplomatiek alvast het leven onmogelijk te maken. Of ze misbruiken de Palestijnen in de Westbank en Gaza als gijzelaars die blijkbaar alleen maar mogen leven – maar zeker niet wegtrekken naar veiligere oorden – om Israël het leven zoveel mogelijk te vergallen,. Maar dat was al vaste politiek van bijna alle Arabische landen sinds 1948. Enkel Jordanië en Egypte boden een uitzicht op vrede. Maar zij haalden het niet tegen de Arabische en Joodse hardliners.

Jordanië gaf bijvoorbeeld een Jordaans paspoort en staatsburgerschap – en dus gelijke rechten – aan honderdduizenden Palestijnse vluchtelingen, en enkel een paspoort aan vele anderen. Geen enkele andere Arabische staat deed dat. Nochtans definieerde het PLO-handvest de Palestijnen als Arabieren die zich op de dag van de verdeling van Palestina door de VN binnen de grenzen van het toenmalige Britse mandaatgebied bevonden. Mooie Arabische solidariteit is dat. Stel je nu eens voor dat de andere Arabische landen, met een gezamenlijk bevolking van bijna 400 miljoen inwoners en onmetelijke rijkdommen, hetzelfde hadden gedaan als de Jordaniërs. Was er dan niet al lang vrede, mèt volwaardige Arabische rechten in een eigen deelstaat in het historische Palestina en met een billijk sui generis statuut?

De Arabische solidariteit die John Vandaele dan bij Abou Jahjah ziet, is net géén solidariteit. Het is een tactiek die de Palestijnen, van jong tot oud, degradeert tot waardeloos kanonnenvlees. Al wie dat miskent, draagt niets bij tot de vrede.

Het Jordaanse voorbeeld illustreert dat contrast goed. De Palestijnse Arabieren hebben eigenlijk plek zat waar ze een billijke toekomst kunnen uitbouwen en er hun eigen cultuur kunnen genieten en beleven, maar de Israëli's hebben geen enkel ander land waar ze heen kunnen, hun eigen cultuur beleven en als Joodse samenleving zich kunnen ontplooien. Maar dat alles zal de lezer niet horen bij de advocaten en propagandisten van het éne kamp.

'Het is volgens mij een regelrechte schande voor de internationale politiek én voor alle media die daaraan meedoen, dat men twee maten en gewichten gebruikt.'

Voor al wie 'vijftig jaar onwettelijke bezetting en nederzettingen' aanklaagt, waarom niet erkennen dat die nederzettingen pas in 1980 met de VN resolutie 465 veroordeeld werden? Dat is dus een kwart eeuw geleden. En waarom negeren dat die claim van onwettelijkheid niet weinig ondermijnd wordt door die hierboven besproken hypocrisie? En waarom geen eerlijkheid over wat die resoluties wel zeggen, en wat niet?

Zo vraagt de VN-resolutie 242 expliciet niet dat de Israëlische troepen terugtrekken uit heel de Westbank en Gaza (wat voor Gaza ondertussen al wel gebeurd is). Die resolutie laat ruimte voor een reële militaire aanwezigheid in de Westbank. Een afscherming van grenzen die toevoer van wapens voor terroristen kan vermijden, is dus zeker niet strijdig met die resolutie. Die resolutie vraagt ook expliciet respect en erkenning voor de soevereiniteit, de territoriale integriteit en de onafhankelijkheid van alle bestaande staten in die regio, dus ook van Israël. Maar dat tweede deel van die resolutie, dat verzwijgt menig demagoog natuurlijk. Want, op Jordanië en Egypte na, voldeed geen enkel Arabisch land aan die expliciete vraag.

Suggereren dat terreur het (legitieme) wapen is van de zwakke die kansloos is 'als het om echt militair geweld gaat', dat zet de deur open voor een grootschalige en bloederige burgeroorlog. En dat risico loert nu om de hoek. Het Arabische terrorisme was quasi-permanent aanwezig sinds 1948. Het zoekt naarstig naar 'gaten in de dijk' om alles te overspoelen. Maar ook sommige individuele Israëli's maken zich, vooral de laatste jaren, schuldig aan grof en soms dodelijk geweld.

Feit is daarbij wel dat de Israëlische overheid, en met name het gerecht, daar streng tegen optreedt. Getuige daarvan de veroordeling van Elor Azaria, een Joodse militair die een Palestijn aanvaller zonder rechtsgeldige reden doodde en eerdere soortgelijke veroordelingen (zoals die van Yosef Haim Ben-David en deze). Langs Arabische kant ziet men daarentegen een openlijke en massale verheerlijking van de recente Palestijnse terroriste die met een vrachtwagen vier Joodse militairen op een toeristisch bezoek vermoordde. En dat veel Israëli’s, tot en met hun premier, oproepen tot gratie, dat haalde die dodende militair nog niet uit zijn cel. Het contrast is gekend, de feiten zijn er. Maar in de propaganda komt dat slechts partieel en eenzijdig aan bod.

Die escalatie, die kans op afglijden naar een alles verterende burgeroorlog, dat is misschien net wat veel hardliners en hun doortrapte, dan wel aartsnaïeve reisgezellen wensen. Dat het bloed massaal zal vergoten worden, dat een definitieve, finale streep kan getrokken worden onder die duivelse, onuitstaanbare inbreuk op het heilige principe dat land dat ooit onder islamitische controle kwam, nooit meer onder niet-islamitisch gezag kan komen, en zeker niet het heilige Jeruzalem. Dat dat landje verder ook nog een redelijk goed functionerend voorbeeld is van een democratische samenleving – met al zijn specifieke beperkingen erbovenop – dat kan en mag niet.

John Vandaele vraagt retorisch welke andere drukkingsmiddelen (dan terreur) de Palestijnen nog kunnen gebruiken?

De vraag is begrijpelijk, maar doortrapt. Doch het antwoord is eenvoudig, namelijk eender welk geloofwaardig aanbod dat een duurzame vrede met een eigen Joodse staat kan waarborgen in de zin waarin de VN-resolutie 242 dat voorschreef! Enkele Jordaanse ingrediënten horen zeker thuis in dat menu.

Wat wij als kleine, Europese buitenstaanders daarbij wel kunnen doen, is eenvoudig én best haalbaar: die waarheid benadrukken, toelichten én al wie daartegen ingaat - Israëlische kolonisten en andere hardliners net zo goed als Arabische extremisten – veroordelen en ze nooit één cent geven, noch de minste erkenning. Wat gedacht van een inreisverbod in de EU voor alle Israëlische kolonisten en voor alle leden van Hamas en consoorten en voor al wie, ongeacht de kleur en nationaliteit, ginds burgers vermoordde?

We mogen, om John Vandaele te parafraseren, die Arabische woede dus zeker niet het zwijgen opleggen. We moeten daarentegen wel haar terechte grieven onderkennen, en die dan onderscheiden van elke geheime agenda, van goed gecamoufleerd racisme en van leugenachtige hypocrisie, om daarna alle onterechte aanklachten te weerleggen. Woede die aangewakkerd is door een oneindige voorraad napalm, moeten we dus blussen, weerleggen en droogleggen, overal waar we kunnen.

PS: de lezer zal ongetwijfeld begrepen hebben dat dit artikel vooral een kritiek is op een bepaalde berichtgeving, en geen visie op dat conflict zelf.  Dit artikel wil de meest relevante feiten geven. Het streeft een correcte, evenwichtige voorstelling van zaken na. Waar ik mijn mening aangaf, is dat duidelijk aangegeven. Wie meent dat het niet voldoet aan die ambitie, mag dat gerust laten weten. De Bron staat open voor alle pertinente kritiek en repliek. Waarheidsbevinding is ons streven.

Rudi Dierick, ingenieur, zakelijk adviseur en hoofdredacteur De Bron

 

Zie ook:

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!