Praktische adviezen

Praktische adviezen medewerkers  De BRON

Voorafgaande opmerking: u hebt graag dat zoveel mogelijk lezers uw artikel(s) lezen en waarderen. Houdt dan ook voldoende rekening met enkele elementaire regels qua leesbaarheid, correcte taal e.d.m..

We zagen graag dat alle medewerkers met deze adviezen rekening houden. Het alternatief is dat inhoudelijk sterke bijdragen nog veel vormelijk werk vereisen van de eindredactie, die ook bemand wordt door vrijwilligers. Men verschuift dan uit slordigheid zijn werk naar een ander, en dat komt de uitbouw van ons medium niet ten goede.

INHOUDELIJK

de BRON is een open en pluralistisch medium, met kwalitatieve berichtgeving en opiniëring. Iedereen kan meewerken en tegensprekelijke meningen zijn mogelijk. Wij verwachten daarbij van elke medewerker wel dat hij zichzelf kenbaar maakt via een kort CV, anonieme inzendingen worden niet geaccepteerd. Elk stuk wordt met naam getekend en die naam verschijnt prominent in de inleiding. Onderaan elk artikel wordt de auteur ook kort gesitueerd in zijn professionele competentie en zijn eventueel politiek of filosofisch engagement. Eventueel kan een medewerker vragen om onder een schuilnaam te opereren, maar slechts dan als hij een gegronde reden heeft om zich niet kenbaar te maken, bijvoorbeeld te verwachten professionele of familiale moeilijkheden. Zelfs dan moet hij bij de redactie gekend zijn. Verder uitgewerkte deontologische regels in bijlage.

De norm om ingezonden artikels of aangemelde medewerkers te beoordelen, is journalistiek: biedt deze bijdrage een toegevoegde waarde voor de lezer? Zijn de aangereikte feiten correct en voldoende gestaafd? Houdt de auteur rekening met de meest relevante publiek bekende gegevens? Blijven de ingenomen standpunten binnen de grenzen van wet en wellevendheid? Scheldtirades, persoonlijke rancunes of oproepen tot haat worden geweigerd. Kritiek op personen of instellingen, ook in de vorm van een opinie, is maar mogelijk indien deze met feiten gestaafd is en logisch wordt beargumenteerd. Ook klaagzangen zonder het aanreiken van alternatieven zullen geweerd worden. Dus geen teksten in de vorm van ‘kijk wat ze nu weer gedaan hebben, is dat niet erg?’. Wel: ‘Daar en daar heeft die of die deze positie ingenomen. Dat lijkt ons fout. Juister zou zijn, indien …’ Humor en ironie kunnen uiteraard wel. Met satire en sarcasme dient voorzichtig omgesprongen te worden, voor cynisme hoeden we ons.

Deze criteria worden getoetst door een kernredactie. Geen enkele bijdrage kan gepubliceerd worden zonder dat ze grondig nagelezen is, zowel inhoudelijk als vormelijk, en een draagvlak geniet in deze kernredactie. Herschrijven is mogelijk indien de inhoud interessant wordt bevonden, maar de verwoording niet voldoet. Het kan dat er ernstige ingrepen in de tekst gebeuren, of toevoegingen. In dat geval wordt de tekst gemaild naar de afzender, die 24 uur krijgt om bedenkingen en/of bezwaren kenbaar te maken. Daarbij worden houterige formuleringen of taalfouten aangeduid met rood, alternatieven of verbeteringen met blauw, bedenkingen met groen. Indien de wijzigingen in de tekst fundamenteel zijn, dan kan het ook zijn dat de tekst in co-auteurschap wordt gepubliceerd, zodat elk zijn verantwoordelijkheid nemen kan indien er achteraf kritiek komt.

VORMELIJK

Belangrijke opmerking vooraf: er dient gewaakt te worden over vlotte leesbaarheid en een correcte taal. We richten ons op de Woordenlijst van de Nederlandse taal (http://woordenlijst.org/) en vragen van de medewerkers dat ze een spellingcheck uitvoeren voor verzending. Zeker dt-fouten zijn uit den boze. Slordigheden moeten vermeden worden, zoals de ene godsdienst met hoofdletter (Islam), en de andere met een kleine letter (christendom). In de regel zijn godsdiensten met kleine letter, naties met grote. Dus ‘joden’ als het om joodse gelovigen gaat, Joden als het om leden gaat van de Joodse natie (wat weer niet hetzelfde is als Israëliërs, onderdanen van de staat Israël.

Teksten worden na goedkeuring van de kernredactie doorgestuurd aan een correctieploeg, die waarvan één lid nog een taalkundig nazicht doet. Dat belet niet dat ieder van ons toch nog fouten kan maken, of dat fouten ons ontgaan. Ook over tikfouten wordt gemakkelijk heen gelezen, omdat onze hersenen zo gestructureerd zijn dat ze niet lezen wat er staat, maar wat ze vermoeden dat er zal staan. Iedereen die een taal- of tikfout opmerkt, mag die dan ook meteen melden, zodat aanpassing snel kan gebeuren. Dit soort medewerking wordt erg op prijs gesteld.

Daarnaast zijn er algemene richtlijnen, die ten dele eigen zijn aan ons medium, maar meestal universeel worden toegepast. De aspirant-auteurs wordt gevraagd zich aan deze richtlijnen te houden. Ze zijn bedoeld om zowel de uniformiteit als de leessnelheid te bevorderen. Lange zinnen vallen zelden goed uit. Moeilijke termen dienen liefst vervangen te worden door eenvoudige synoniemen of omschrijvingen. Dus niet ‘contributie’ maar ‘bijdrage’, niet ‘zich conformeren’ maar ‘zich aanpassen’ enzovoort. Herhalingen of nodeloze uitweidingen worden genadeloos geschrapt.

Algemene regels:

  • Elk artikel heeft een titel van maximum veertig karakters, spaties inbegrepen. In de titel komt in géén geval een vraagteken of uitroepteken voor. Als het kan wel een actief werkwoord. Werkwoorden openen een tekst, vaststellingen sluiten hem.

  • Elk artikel heeft een inleiding van maximum tweehonderd karakters, spaties inbegrepen. Hier kan wel een vraagteken voorkomen, maar nog steeds geen uitroepteken.

  • Elke inleiding wordt voorafgegaan door de naam voluit van de auteur in hoofdletters, voornaam eerst, vervolgens familienaam.

  • De naam van de auteur wordt herhaald aan het einde van het artikel, plus een korte situering in maximum 150 karakters, spaties inbegrepen.

  • In de eigenlijke tekst kunnen tussentitels, met een interval van tussen de 1.500 en 3.000 karakters, spaties inbegrepen.

  • De tussentitels bevatten maximaal 35 karakters, spaties inbegrepen.

  • Voor een nieuwe, onverwachte of zijdelingse gedachte wordt het gedachtestreepje gebruikt, liefst op cijferbord ctrl - of –. Zeker geen lang streepje kapitaal _ . Het kort streepje tout court of koppelteken wordt gebruikt om woorden of begrippen te verbinden, bijvoorbeeld CVP-staat of Saoedi-Arabië.

  • Per tekst krijgt elke auteur één (1) uitroepteken. Elk tweede uitroepteken wordt genadeloos geschrapt. Het wordt zelfs sterk geapprecieerd als dit ene niet gebruikt wordt. Vele auteurs schrijven met uitroeptekens als om te zeggen dat de lezer dom is en niet snapt wat belangrijk is. Het is als iemand in zijn oor schreeuwen of als de nieuwslezers op tv die steevast de nadruk leggen op getallen, als om de kijker te zeggen: ‘Het zijn er veel, hoor!’ (Ik heb hierbij mijn ene uitroepteken opgebruikt). ‘Bij de treinramp kwamen 37 mensen om het leven’. ‘De drugs vertegenwoordigen een straatwaarde van honderdduizend euro’. ‘In Irak gebeurden er vandaag dertien bomaanslagen’. Mijn bedenking is dan telkens dat ik ook wel weet wat 37, honderdduizend of dertien is.

  • Evenmin als uitroeptekens zijn orthografische aanduidingen op hun plaats als B (bold) of I (Italic) of U (underscore). Ook hier geldt de filosofie dat de lezer niet voor domoor mag versleten worden, en zelf zijn accenten mag leggen, liever dan bij de schouders te worden genomen en door elkaar geschud door een auteur die vreest dat hij hem niet begrijpt. Bold wordt slechts gebruikt voor tussentitels. Italic wordt gebruikt voor titels van boeken of artikels, en voor zeldzame vreemde begrippen als research & development, Fremdkörper, bon chic bon genre, se non è vero è ben trovato of moehajidun. Underscore wordt nooit gebruikt, tenzij in links naar andere artikels. Die worden aangegeven in trefwoorden in donkerblauw.

  • In de tekst worden geen afkortingen gebruikt, tenzij voor geijkte begrippen, ook om de leessnelheid niet te breken. Dus wel vzw, ABVV, html, NGO maar niet o.a., bvb., t.t.z. Dit getuigt van luiheid en zoveel moeite is het niet om ‘onder andere’, ‘bijvoorbeeld’ of ‘’t is te zeggen’ in te tikken. Door daartoe verplicht te zijn, leert men die non-begrippen ook te mijden, want eigenlijk heeft men ze maar zelden nodig.

  • Uniformiteit in de afkortingen. De Standaard noemt zichzelf dS, De Morgen spreekt over DM. Wij moeten het uitgangspunt hanteren dat ook het lidwoord een hoofdletter krijgt, maar het voegwoord niet. Dus DS en DM, maar GvA en BvL, De Tijd is dan weer Tijd wegens lekker kort. Allemaal subjectief, maar wel uniform.

  • Aan bronvermelding doen en dit zo precies mogelijk (maar kort), zodat de lezer zelf kan verifiëren of extra informatie zoeken. Dus niet gewoon maar ‘in De Standaard stond dat’, maar ‘in DS (22/07) stond’.

  • In de tekst geen citaten in vreemde talen. Geijkte begrippen kunnen wel gebruikt worden, als ‘Fingerspitzengefühl’, ‘wait and see’, ‘savoir faire’, ‘risorgimento’, ‘zakat’. Citaten worden zo correct mogelijk vertaald. Als het bij uitzondering vereist is om het vreemde taaleigen weer te geven om misverstanden of betwistingen te voorkomen, dan wordt die tekst zo kort mogelijk gehouden en pas na de vertaling (zodat de lezer niet verplicht is de vreemde tekst te doorploeteren vooraleer de Nederlandse variant te krijgen).

  • Citaten worden niet in cursief gebracht (want dat vertraagt de leessnelheid), maar in romein, omgeven door enkelvoudige aanhalingstekens. Dubbele aanhalingstekens worden slechts gebruikt als zich binnen in het citaat een ander citaat voordoet. Bij het afsluiten van het citaat komt het aanhalingsteken na het leesteken. De cursieve of schuine letter kan bij uitzondering gebruikt wordt om een speciale klemtoon te leggen, maar dit gebeurt mondjesmaat. Titels van boeken of artikels kunnen schuin (italic), en als het kan voorzien van hyperlink.

  • Cijfers worden in lettervorm gebracht als het woord uitspreekbaar of goed gebekt is. Dus ‘vijftien’ en niet 15, ‘tweehonderd’ en niet 200. Maar wel 48 of 212. Uiteraard is dit enigszins subjectief, de filosofie is telkens weer de leessnelheid bewaken.

  • Bijzonder sterk moet gewaakt worden voor het geslacht en getal. Dagelijks hoor je zelfs op het tv-nieuws gruwelijke uitspraken als ‘het hoofdkwartier die de zaken organiseerde’ of ‘de partij kon zijn achterban niet in bedwang houden’ of ‘die achterban wilde hun belangen vrijwaren’. Het moet natuurlijk ‘dat’, ‘haar’ en ‘zijn’ wezen.

  • Professoren zijn God niet. Veel auteurs halen een professor erbij als ze geen tegenspraak meer dulden, en dan schrijven ze niet professor maar Professor met hoofdletter. Waarom ze van professor een verheven functie maken, maar voorzitter, directeur en minister met een kleine letter schrijven is mij nooit duidelijk geworden, net zo min als ze normaal de naam laten volgen door de titel, en bij professoren omgekeerd. De juiste schrijfwijze is dus: ‘Aldus beweert Willem Huppeldepup, professor aan de Vlerick School’.

  • Tenslotte enkele frequente taalfouten die te mijden zijn.

Van zodra’ moet eenvoudig ‘zodra’ zijn. We gebruiken in het Nederlands geen voegwoord bij een ander voegwoord.

Met mondjesmaat’ is gewoon ‘mondjesmaat’. Het gaat om een bijwoord, geen zelfstandig naamwoord.

Op vinkenslag liggen’ is ‘op het vinkentouw zitten’.

Kortelings’ betekent ‘onlangs’ maar wordt veel foutief gebruikt in de zin van ‘binnenkort’.

Interesseren aan’ is een gallicisme. In het Nederlands ‘interesseren voor’.

Akkoord zijn met’ idem dito: ‘akkoord gaan met’.

Mits’ is een voegwoord, geen bijwoord. Het kan slechts gebruikt worden indien gevolgd door een zin met een actief werkwoord.

Gans’ is oubollig en staat voor ‘geheel’. Ganzen zitten op het water.

Mekaar’ is spreektaal. De modernere vorm is ‘elkaar’.

Alsmaar’ is spreektaal. De correcte vorm is ‘almaar’.

 

Suggesties om deze lijst uit te breiden zijn welkom. De algemene norm is overigens de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal (het Groene Boekje) gemakkelijk te downloaden op http://woordenlijst.org/