Poco angst versus angst voor poco’s

Poco angst versus angst voor poco’s

Angst weerhoudt politiek correcten ervan vrij over islamterreur te praten. Niet zozeer uit angst voor de islam, wel om hun eigen leefwereld niet te verliezen. Dat hierover niet gesproken mag worden is echter hoogst angstwekkend voor veel andere burgers.

Zelfs wie het nieuws strikt opvolgt moet nu ongeveer de tel kwijt zijn wat betreft islamterreuraanslagen in Europa. We zijn er enigszins gewend aan geraakt. Waar velen echter moeilijker aan wennen, is hoe de mainstream media hierover rapporteren: zij blijven telkens zo vaag mogelijk over de motieven van de terroristen, zelfs als die terroristen zelf daarover geen doekjes winden.

Daar waar de media het in hun broek doen om hierover een brede discussie te voeren, zijn het hun grootste tegenstanders bij wie het angstzweet uitbreekt net omdat hier niet over gepraat kan worden. Angst, of ten minste een sterk gevoel van ongemak, definieert zo de gedragingen van beide kampen. Aangezien beide angsten niet compatibel zijn, polariseert dit.

Deze tegenstanders vallen op hun beurt dan weer uit elkaar in twee groepen. Enerzijds zijn er de werkelijke racisten en extreemrechtsen. Zij vormen al bij al een kleine en marginale groep, zelfs als de poco’s het anders doen uitschijnen. Anderzijds zijn er de veel interessantere poco-critici die een verschil zien tussen racisme en kritiek op allochtonen. Politiek correct behandelt hen voortdurend als verdoken racisten, een zware onrechtvaardigheid.

De eigen, geliefde leefwereld

Aan de ene kant staan de politiek correcten, met hun wereldbeeld waarin weinig plaats is voor kwaadaardige vreemde culturen. Al het écht grote kwaad in de wereld valt terug te voeren tot rechtse zakken, vuile racisten, wereldvreemde katholieken, gretige kapitalisten – labels die in hun ogen vooral slaan op rechtse of conservatieve stromingen, endemisch aan het Westen. Los van dat ultieme kwaad is de mens overigens in sé goed. Vandaar dat zelfs als niet-westerlingen vreselijke daden begaan, de politiek correcten dit steeds weer willen terugvoeren tot het echte kwaad: de niet-progressieve westerling. Een terrorist reageert enkel maar op racisme, uitbuiting, machtsmisbruik en een aftands katholiek moralisme. Zo denken zij.

De grootste angst van de politiek correcten vormt alles wat de politiek correcte orde bedreigt. Deze orde is vooral aanwezig in de media en de politiek, zodat het ook die instituten zijn die de poco’s het scherpste verdedigen. Vandaar dat telkens wanneer een ‘verkeerde’ opinie of interview in de krant verschijnt, dit meteen met de luidste stem vele tegenkantingen moet krijgen vanuit alle richtingen. Dat zijn de nodige ‘zuiveringsrituelen’ om te bewijzen dat men nog steeds past binnen de poco orde. En dan nog krijgen vele poco’s de niet op de realiteit gebaseerde perceptie dat kranten die ‘rechtse zakken’ veel te veel aan het woord laten.

Daarom ook dat woorden gewikt en gewogen moeten worden, tot in de banaalste nieuwsberichten toe. Vandaar dat het woord ‘islam’ zo weinig valt in artikels over islamterreur. Elke afwijking hierop is er namelijk één te veel, omdat ze bij de politiek correcten grote angsten inboezemt. Zij ervaren het als een aanval op hun leefwereld. Elke onzuiverheid wijst op het mogelijk einde van hun orde. Elke onzuiverheid boezemt angst in, en moet grondig uitgezuiverd worden.

Aan de andere kant staan de poco-critici, die heel anders over vreemde culturen nadenken. Voor zover ze hun on-westerse identiteit laten evolueren naar een antiwesterse mentaliteit vormen immigranten van welke generatie dan ook een mogelijk gevaar. Als dan nog de poco’s vooral deze immigranten met open armen omarmen, zonder enige verwachtingen dat ze zich westerse waarden eigen maken, vormt dat voor hen een heus horrorscenario. De leefwereld van de poco-critici wordt zo langs twee kanten aangevallen, zowel intern als van buitenaf.

Dat komt omdat zij de meerwaarde inzien van de diepe wortels van de westerse cultuur, zelfs als de westerse geschiedenis ook veel zwarte pagina’s bevat. Het grootste kwaad volgens hen zijn net de vernietigers van deze cultuur. Deze vernietigers kunnen verschillende vormen aannemen: niet-westerse culturen die op de één of andere manier het Westen willen veroveren, of westerse ‘verraders’ van de eigen cultuur – vooral de poco’s, volgens hen.

De terreur is dan helemaal niet het gevolg van rechts en/of christelijk Europa, maar van een geïmporteerd probleem, gecombineerd met politiek correcte westerlingen die makker lijken te reageren op echte gevaren dan op vrij onschuldige ideeën komende van niet-politiek correcte medeburgers. Als er al eens een klein groepje echte westerse racisten een racistische oprisping krijgen, vinden deze poco’s dit blijkbaar veel erger dan dikwijls veel racistischere en gevaarlijkere uitspraken van sommige allochtonen.

Als politici en kranten zwijgen over de problemen waar hun critici mee worstelen, voedt dit hun diepste angsten. Ook hier staat hun leefwereld op het spel: de westerse culturele verwezenlijkingen. Zij vinden dus dat de mainstream media en politici zich niet met echte problemen bezighouden.

De grote bedreiging

De bovengenoemde tegengestelde angsten hebben dus wel wat met elkaar gemeen: de angst dat de eigen leefwereld, de eigen cultuur, ten onder gaat – hoewel langs beide zijde heel anders over die cultuur wordt nagedacht. Geen wonder dat poco’s net gruwen van hun critici, net zoals deze critici gruwen van de poco’s: ze vormen elkaars diepste bedreiging. Poco’s staan net zo goed in de weg van anti-poco’s, als dat anti-poco’s in de weg staan van poco’s. Ten minste in perceptie.

Geen wonder van de hopeloze, dikwijls krampachtige polarisatie. Misschien kunnen ze elkaar beter begrijpen door de erkenning dat het definiërende gevoel aan beide kampen gelijk is – namelijk angst. Angst voor het verliezen van levensruimte.

Rob Lemeire, redactielid bij De Bron.