Pensioencommissie gebuisd (kort)

Pensioencommissie gebuisd (kort)

De pensioencommissie onder leiding van Frank Vandenbroucke kreeg voor haar rapport veel waardering. Ze bevestigt dat het huidige stelsel onhoudbaar is. Maar ze stelde geen enkele oplossing voor de zwaarste problemen voor. Daarom deze korte bespreking. Voor een grondigere analyse, zie bij Scholiers en Vuchelen (hier).

Financieel wordt de relatieve onhoudbaarheid van het huidige stelsel veroorzaakt door de combinatie van meerdere factoren: een snelle en voortdurende stijging van de levensverwachting, de zeer hoge wettelijke pensioenen voor statutaire ambtenaren (grofweg twee maal zo hoog als voor werknemers in de privé met een vergelijkbaar loon).
Daarnaast zijn er de minder zwaarwegende factoren zoals de wens van velen om 'vroeg' op pensioen te kunnen gaan en het feit dat de pensioenleeftijd niet mee evolueert met de levensverwachting.

Het puntensysteem dat de commissie voorstelt oogt mooi. Het kan velen duidelijker maken hoeveel pensioenrechten ze al opgebouwd hebben. Maar te gronde is het niets meer dan een wijze van voorstelling. Het verandert niets aan de onderliggende logica, noch aan de snelheid waarmee pensioenrechten opgebouwd worden.

Nuttig is ook het optrekken van de minimumduur van een loopbaan die recht geeft op een volledig pensioen van 40 tot 42 jaar en het geleidelijk (zij het traag) optrekken van de pensioenleeftijd tot 67 jaar in 2030.

Het verwondert natuurlijk niet dat deze commissie zwaar inzet op maximale bescherming van de pensioenen van ambtenaren en gelijke pensioenrechten voor iedereen afwijst, als men weet dat elf van de twaalf leden van de commissie recht hebben op een ambtenarenpensioen. De commissie kent voorts ook bijna enkel linkse en centrumlinkse leden. Al even voorspelbaar is het pleidooi voor een verzwaring van de fiscaliteit op de tweede en derde pensioenpijler gezien deze er vooral zijn voor mensen uit de privésector.

Voor ambtenaren wil de commissie echter geen enkele zwaardere eigen bijdrage. Tegelijk geeft de commissie ook geen enkele afdoende reden waarom ambtenaren van zo'n zoveel beter pensioen moeten blijven genieten (zelfs als ze enkele bescheiden suggesties doet om het verschil misschien iets te verkleinen). Alle gegevens bevestigen immers dat voor werknemers het geheel van het wettelijk pensioen en de tweede pijler (die in de privé slechts voor zo'n 40% van de huidige werknemers bestaat) nog steeds veel lager is dan het wettelijk pensioen voor ambtenaren met een vergelijkbare baan en inkomen.

De commissie aligneerde zich anderzijds wel op de groeiende consensus - die ook door de N-VA verdedigd wordt - dat de laagste wettelijke pensioenen tot de armoedegrens moeten opgetrokken worden. Mooi natuurlijk, maar het denkwerk bleef ook daar beperkt. Voor de privésector komt dat er namelijk op neer dat de verschillen tussen een pensioen voor iemand met een laag inkomen en een middeninkomen relatief klein worden. Voor ambtenaren met vergelijkbare lagere en de matige lonen blijft het verschil echter veel groter (in het voordeel van de ambtenaren met hoge en middeninkomens) door de veel gunstigere berekeningswijze en de veel hogere plafonds.

De commissie wil het repartitiemodel voor de wettelijke pensioenen behouden. Dat is een keuze, maar het is zeker niet de enige optie. Dit heeft echter wel een prijs: de komende decennia blijft er een nood aan relatief sterkere transfer van de werkenden, en dan vooral van de werknemers in de privé naar de ambtenaren. De kost van de eigen voorstellen werd echter niet berekend.

De financierbaarheid van de eigen voorstellen is dus dé zwakke plek van dit pensioenrapport. De commissie rekent sterk op een veel sterkere economische groei. Zo niet blijft het voorstel quasi onbetaalbaar. Die groei is ondertussen nog lang niet 'binnen handbereik', integendeel. Veel economisten vrezen voor langdurige stagnatie. De commissie negeert daarbij ook de noodzakelijke structurele hervormingen (afbouw van reglementeringen, veel lagere lasten op lonen en elektriciteit, heroriëntatie van openbare bestedingen, ...).

Deze voorstellen zijn dus niet alleen onvolledig en zwak onderbouwd, maar ook precair: hun betaalbaarheid is nauwelijks beter dan die van het huidige stelsel, en zowat alle grote huidige discriminaties werden behouden (ten voordele van de ambtenaren). Eigenlijk wel een gigantische nederlaag voor de liberale minister van pensioenen. Hopen dat de volgende federale regering die discriminaties en de andere grote uitdagingen wel aandurft. Of moeten we ook daarvoor wachten op (Europese) rechters die privileges vernietigen?

Voor een grondigere analyse, zie bij Scholiers en Vuchelen (hier).

Rudi Dierick, hoofdredacteur, ingenieur, zakelijk adviseur

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. 
We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Stuur ons gerust een  e-mail met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.