Over zin en onzin van Arabisch in Vlaamse scholen

Over zin en onzin van Arabisch in Vlaamse scholen

Regelmatig horen we een pleidooi voor Arabisch in secundair onderwijs. Zo ook Mohamed Ikoubaân in DS 22/09/2017. Als we ergens een mooie geste kunnen doen, dan willen we dat graag overwegen. Kennis van meer talen opent meer horizonten, menselijk, cultureel en economisch. Maar na grondig afwegen van de voor- en nadelen, lijkt Arabisch in onze scholen geen goed idee, integendeel. Anderzijds, ten bate van de integratie en het wederzijds respect zijn er andere maatregelen die wel duurzame, positieve resultaten kunnen opleveren.

LANGERE ANALYSE

Bij deze afweging streefden we de grootst mogelijke eerlijkheid en volledigheid na. We merkten wel dat bepaalde argumenten zeer gevoelig liggen. Maar mochten we daarom de analyse onvoltooid laten?

Economisch is het dossier zwak

De argumenten pro zijn gevarieerd. Arabisch zou de werkzoekenden baten. Verificatie op de vacatures bij de VDAB leert echter dat dat niet klopt. Het Arabisch wordt zo’n 1000 maal minder gevraagd dan het Nederlands, en een 500 maal minder dan Engels en Frans. Duits volgt iets na Frans, en alle andere talen worden op zijn best 100x minder dan Nederlands gevraagd. Ongetwijfeld zijn er handelaars die graag personeel aanwerven dat Arabisch spreekt. Dat kan, en die vinden ze genoeg in hun directe omgeving.

Arabisch kunnen volgen in het SO zal de kans op tewerkstelling zelden verbeteren. Ook voor internationale handel of andere is er geen tekort. Voor werkenden en anderen die Arabisch willen leren, of zich erin vervolmaken, bestaat er overigens al een degelijk en breed gesubsidieerd aanbod via avondonderwijs en universitaire talencentra. Alvast onze economie heeft dus geen nood aan (meer) Arabisch in onze scholen.

Sommige gemeenschapsscholen bieden Arabisch overigens al aan als keuzevak in het leerplichtonderwijs, of daarnaast. Ze willen zo onder meer moslimkinderen uit radicale koranscholen houden. Jacky Goris van het Brusselse gemeenschapsonderwijs: "Die kinderen horen van alles in schimmige koranschooltjes, vzw's waarvan niemand weet wat er gepredikt wordt. Ze worden er blijkbaar geïndoctrineerd". Dat tegengaan is lovenswaardig. Maar velen die kennis van het Arabisch zo belangrijk vinden wantrouwen net elk seculier initiatief. Wat doen dan ouders die nog radicaler zijn? Of die aanpak zal slagen is dus nog onzeker.

Overigens, in de scholen die nu al Arabisch aanbieden binnen het leerplichtonderwijs, is de vraag nog niet echt groot. Die scholen raken dikwijls maar net aan voldoende leerlingen voor die keuze. Dat suggereert dat de interesse bij de ouders maar beperkt is. Misschien daarom eerst afwachten en onderzoeken welke ervaringen dat oplevert. Hoe evolueert die vraag? En welke invloed oefent dat uit op de algemene schoolresultaten van die leerlingen?

Voor de integratie zijn er risico’s

Een andere vraag is of we die geste kunnen beperken tot alleen maar het Arabisch? Voor de pleitbezorgers lijkt het een evidentie. Voor hen is Arabisch een cultuurtaal en ze dromen van meer erkenning voor die taal. Maar wat als andere allochtonen vragen dat ook ‘hun’ taal aangeboden zou worden in scholen in buurten waar ze numeriek dominant zijn? Denk aan Berber en Turks, of Spaans, of Russisch, of Chinees, of ….

We zullen ons sowieso moeten buigen over de kosten, én over de vraag welke talen er dan in onderwijs een plaats zouden moeten krijgen. De ervaring met de levensbeschouwelijke vakken maakt duidelijk dat er strenge voorwaarden gesteld moeten worden, zo niet ontploffen de kosten. In praktijk zullen waarschijnlijk alleen maar talen van ‘sterke’ concentratiewijken aan bod komen: Berber, Turks en Arabisch, en hier en daar misschien Spaans of Italiaans. De ene keer deze, dan een andere, en misschien soms twee van deze.

Foto: Arabische varianten. Welk Arabisch zou dan onderwezen moeten worden? Eén van de regionale varianten, of htet klassieke Arabisch van de Koran? (Wikipedia

Daarop volgt dan de vraag of er wel voldoende lesgevers en goede handboeken gevonden kunnen worden voor die talen. Arabisch meer ruimte geven zou dus wel eens een kostelijke doos van Pandora kunnen openen.

Het algemene onderwijsbeleid wil het aantal keuzemogelijkheden voor leerlingen anno 2017 eerder beperken. Extra talen gaat daar dus enigszins tegenin – zonder dat dat een absoluut beletsel vormt.

Er is echter nog een ander aspect aan deze problematiek, die van de semi-segregatie van bepaalde groepen. Die term verwijst naar bepaalde grotere anderstalige groepen die sterk geconcentreerd wonen in bepaalde wijken, waar velen in hun dagelijks leven quasi enkel die taal gebruiken en blijven steken op een dermate beperkt niveau Nederlands dat dit hun kansen op werk, individuele ontplooiing en maatschappelijke integratie ernstig hindert. Dit probleem duikt op in delen van de Turkse en Arabische groepen – en ook bij een deel van de Franstaligen die zich in Vlaanderen vestig(d)en, maar dat is een ander verhaal met andere problemen.

Semi-segregatie gaat dikwijls samen met huwelijken met partners uit landen van herkomst. Hoe begrijpelijk soms ook, het is tegelijk een sterke rem op de integratie van de jongeren, op hun scholing en hun latere kansen op werk. Voor veel hooggeschoolden is het ver-van-mijn-bed. Maar daarmee verdwijnt dat probleem niet. Zal onderwijs in die vreemde talen deze semi-segregatie én de latere ontplooiing dan niet voelbaar schaden? De pleitbezorgers van Arabisch of van meer plaats voor vreemde talen, zoals het GO met haar nieuwste visietekst, negeren die vraag.

Arabisch als cultuurtaal?

Het moeilijkst ligt de vraag om Arabisch hier als ‘cultuurtaal’ te erkennen en het een ruime plaats in ons secundair onderwijs te geven. Khalid El Jafoufi, van de studentenvereniging Mahara, vroeg dat al in DS van 11/01/2017: “Waarom bieden we ook geen Hebreeuws en klassiek Arabisch aan?”. Zo’n erkenning gaat de symboliek vlot voorbij. Het wijzigt, los van de organisatorische complicaties en de extra kosten van één taal meer in het aanbod, ook de culturele status van dat Arabisch.

Maar is dat verantwoord en wegen de voordelen van die taal wel op tegen de nadelen?

Als intellectuele vorming zou het in theorie Latijn en Grieks misschien kunnen vervangen, maar Chinees kan dat ook. Een keuze maken is onvermijdelijk. In de praktijk stoot Arabisch ook op problemen zoals een tekort aan voldoende onderlegde leerkrachten en aan actuele en relevante literaire werken.

De voordelen zijn daarom vooral politiek: het zou een unieke geste aan de Arabieren zijn. De Arabisch-sprekers vormen evenwel maar een kleine minderheid van de allochtonen. Zo’n groot voordeel kan het dus nooit opleveren, tenzij dan de specifieke erkenning als cultuurtaal, en niet enkel als een extra vreemde taal in het reguliere onderwijs.

Die pleitbezorgers weiden graag uit over de rol van het Arabisch als ‘één van de brontalen van de Europese en Euro-Mediterrane beschaving, waarvan het bestuderen onmisbaar blijft’. Via het Arabisch werd veel kennis doorgegeven en de wetenschap stond in de Arabische wereld ten tijde van de vroege Middeleeuwen op een hoger niveau dan in het christelijke Europa. Maar dat is een historische betekenis. Die laten we hier terzijde. We beperken ons tot de actuele betekenis van de verschillende soorten kennis waaraan we in ons onderwijs veel tijd willen besteden. Daarmee willen we niet afdoen aan die historische betekenis. We kijken enkel naar het heden. Alle historisch belangrijke brontalen worden overigens aan veel universiteiten onderwezen. Daar gebeurt ook veel wetenschappelijk rond.

Tot nog toe overtuigen die pleitbezorgers op dit vlak helemaal niet. Zo ziet de autochtone en veeleisende ouder nauwelijks meerwaarde voor zijn kinderen. Dat geldt voor alle leerlingen die Arabier noch moslim zijn. Als we iets veranderen, dan moet het béter zijn. Latijn, klassiek Grieks of zelfs modern Chinees hebben daarentegen voor velen wel een intellectuele, culturele meerwaarde, of een economische. Maar biedt het Arabisch wel voordelen voor de moslims zelf?

Arabisch ook taal van een dogmatisch denken

Arabisch is niet alleen de taal van zoveel tienduizenden landgenoten. Uit gelovige moslimkringen horen we dat het de énige taal van de Koran is. Voor velen, moslims en anderen, is het zelfs in de eerste plaats de taal van de Koran. Dat is, volgens velen, ‘het’ grote literaire werk in klassiek Arabisch. Ook moslims met een andere moedertaal bepleiten soms het Arabisch. Zij menen dat de jonge moslims de Koran beter zouden kunnen lezen als ze die taal al intensief meekrijgen in het reguliere onderwijs. Voor hen krijgt die religieuze motivatie daardoor een grotere plaats dan de functionele/economische.

Net daarin ligt een probleem. Het aanleren van de kritische, wetenschappelijke methode is immers essentieel in ons onderwijs en het onderwijs steunt verder nadrukkelijk op de universele mensenrechten. En net die twee, die methode en de mensenrechten, staan haaks op de Koran.

Voor veel moslims is de Koran het woord van Allah, hun god, en dus de hoogste wijsheid en de opperste waarheid. De Koran mag nooit in vraag gesteld worden. Dat is apostasie en daarop staat de doodstraf. In die klassieke leer en in het islamisme krijgen de islamitische normen en plichten (de sharia) voorrang op de burgerlijke normen. De maatschappij moet, in die visie, naar islamitische normen georganiseerd worden en moslims krijgen daarbij voorrechten op de anderen. De Koran staat dus essentieel, omwille van de feitelijke status ervan in die islamistische stromingen, voor een dogmatische manier van denken. Daarvoor is in ons onderwijs wel een plaats, terecht, maar dan in de levensbeschouwelijke vakken.

Ondertussen bestaan er ook andere lezingen van de Koran, denk daarbij aan talrijke democratische moslims. Maar die staan nog in de kinderschoenen. Dat zien we onder meer aan het ontbreken van een moderne lezing die wel vlot verzoenbaar is met de principes van de democratische samenleving. Dat zien we ook aan de tegenstrijdige berichten vanwege de Moslimexecutieve, nochtans de erkende vertegenwoordiger van de moslims. Door het Arabisch dan ruimer in het reguliere onderwijs te bieden, riskeren we dat dogmatische denken dan ook ruimer te laten verspreiden.

Heel het denken dat vervat zit in die klassieke lezing van de Koran, is intellectueel én normatief is in niet-geringe mate strijdig met onze wetenschappelijke, democratische cultuur, met onze wetten, en met de eindtermen.

Het feit dat er recent ook moslims hard werken aan een meer vreedzame lezing van de islam, is een lichtpunt. Deze democratisch gezinde moslims, zoals de vooraanstaande Indonesische islamitische leider Kyai Haji Yahya Cholil Staquf, stellen expliciet dat de islamitische normen ondergeschikt zijn aan de burgerlijke normen.

Maar deze strekking kan véél beter gesteund worden met andere initiatieven. Denk aan een sterke faculteit islamitische theologie naar Duits model, een gedegen aanbod via open universiteit (minstens een volledige bachelor), het opzetten van een groot fonds voor studieleningen, en het uitwerken van gedegen handboeken Arabisch en islam die wel aansluiten bij ons onderwijs (en dus geen salafistische werken gefinancierd door Saoedi-Arabië, noch Ankara meer).

Die democratisch gezinde moslims stellen dat ze net zo goed een vreedzame lezing kunnen maken van de Koran en dat de hunne de enige goede is, en niet die van de islamisten die er een rechtvaardiging van hun sektarisch en zwaar discriminerende wereldbeeld in zien, en voor geweld tegen al wie ‘de islam beledigt’ of agressief bejegent. Dat is dan het woord van de ene moslim tegen dat van de andere. Het minste dat men kan zeggen is dat de Koran tegenstrijdigheden bevat en teveel rechtvaardiging voor geweld biedt.

De omvang van het wereldwijde islamistische geweld dwingt ons om die minder vreedzame lezing ernstig te nemen. Het is één van de grootste globale uitdagingen, naast de globalisering, de technologische evoluties en de ecologische en klimatologische vragen.

Onevenwicht tussen voor- en nadelen

Meer Arabisch in ons onderwijs biedt dus vooral voordelen voor de islamisten, en nauwelijks of zelfs helemaal niet voor veel democratisch gezinde moslims. Deze, nemen net afstand van dat dogmatische Korannieke denken en willen dat hun kinderen hier vooral de wetenschappelijke methode en de streektaal goed leren. Voor hen hangen er dus eerder nadelen aan. Voor wie graag Arabisch wil leren, bestaat er overigens al een ruim aanbod in hoger en avondonderwijs. Dat is even genereus gesubsidieerd als de andere talen.

'Met Arabisch wordt het én ingewikkelder én minder goed', zo leert eze analyse

En de vooroordelen tegen Arabieren en de islam dan? Die zijn er wel degelijk en die moeten we doelgericht aanpakken. Maar dat doen we net door meer wetenschappelijke kennis, door respect te tonen voor alle mensen, en niet door onwetenschappelijk denken te gaan erkennen. De weerstand tegen het Arabisch die Ikoubaân aanklaagt, daar is dus wel iets van. Maar voorzichtigheid tegenover die taal en vooral tegen het denken dat er onlosmakelijk mee verbonden gaat, is terecht, legitiem en dus gerechtvaardigd.

Mohamed Ikoubaân is bekend om zijn verdienstelijke inzet op cultureel vlak. Maar als hij die vooroordelen echt de wereld uit wil, waarom negeert hij dan dat geweld door islamisten, de religieuze motivatie ervan en alle andere terechte grieven tegen het gedrag van bepaalde Arabische en andere moslims?

Al wie het Arabisch een plaats in ons onderwijs wil geven, die moet al deze problemen en consequenties onder ogen zien. Zo’n erkenning is gevaarlijk omwille van de grote ambivalentie van teveel moslims tegenover de democratische samenleving. Het zal de positie van de islamisten versterken en die van de seculiere moslims verzwakken. En zolang de islam in Europa ambivalent blijft tegenover de democratie en tegenover het vrije, kritische denken, riskeert het ook de afkeer tegen die democratische samenleving te vergroten. Dat voorstel is om al deze redenen contraproductief en schadelijk.

Martha Huybrechts, leerkracht wetenschappen

Rudi Dierick, ingenieur, zakelijk adviseur en hoofdredacteur De Bron

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!