Over de Unia in de ruimte wordt gezwegen

Over de Unia in de ruimte wordt gezwegen

Als Hilde Crevits de waarheid zegt, zou ze ‘beledigen’. Over Unia, de olifant in de ruimte, wordt gezwegen. Nochtans is het die staat in de staat die allochtonen heeft aangepraat niet te integreren.

Hilde Crevits heeft haar moment van ‘parler vrai’ gehad: scholen doen soms bijna wanhopige pogingen om allochtone ouders te bereiken (in Gent gaat men hen thuis opzoeken, leerkrachten worden zo sociaal assistenten). En toch sturen velen stelselmatig hun kat. En dat verschijnsel neemt niet af, maar toe. In ‘de tweede generatie’, zegde zij, maar wij zitten ondertussen in de derde of vierde generatie. Caroline Gennez, die iets moet vinden om weer uit de schaduw te treden, beschuldigde haar in het Vlaamse parlement (8/03) ervan daarmee alle allochtonen te beledigen. ‘Mensen zijn op hun ziel getrapt en gekwetst’, riep zij met een klagerige pathetiek uit, waarna zij er een centenkwestie van maakte: meer budgetten voor projecten die ooit door Pascal Smet werden gelanceerd en al jarenlang veel te weinig opleveren. Haar partijgenote van Turkse afkomst, Güler Turan, noemde zich zelfs persoonlijk beledigd, want haar ouders hadden zich wél betrokken getoond. De vraag was waarom zij zich dan diende aangesproken te voelen, die kritiek van Crevits gold haar ouders toch niet? Terwijl Turan zelf zegt kritiek te hebben op ouders die zich niet betrokken voelen?

Waar waren de socialisten al die tijd?

De zachte Crevits vloerde hen met het elegant gemak dat haar eigen is: waar waren de socialisten al die tijd? Bovendien: zowel Mieke Van Hecke, de voormalige topvrouw van het katholiek onderwijs; als Herman Reynders, de gouverneur van Limburg van SP.A-signatuur; hadden eerder toch bijna woordelijk hetzelfde gezegd als zij nu? Gennez droop af. Koen Daniels (N-VA – geen familie van onderhavige auteur) wees op de discriminatie die er groeit doordat scholen allochtone ouders telefoneren om hen te betrekken, terwijl dat voor autochtone ouders nooit het geval was. Hij zei dat evenwel niet zo duidelijk, zodat Jo De Ro (Open VLD) hem daarop tackelde. Als schepen van onderwijs in Vilvoorde was hij net blij dat scholen ouders belden bij afwezigheden enzovoort.

Maar daar ging het debat natuurlijk niet over. Het ging erom dat scholen meer en meer verplicht zijn eieren onder allochtonen te leggen die voor autochtonen niet bestaan. En dat zelfs dat in een aantal gevallen niet helpt. Bart Somers als burgemeester van Mechelen heeft dat wél begrepen en oppert zelfs sancties voor ouders die niet komen opdagen. Waarop natuurlijk meteen wordt geopperd dat mensen zich ook op andere tijdsstippen kunnen informeren. Maar nogmaals: daar gaat het natuurlijk niet over, het gaat over de stuitende onverschilligheid die sommigen aan de dag leggen. Ondertussen zette zich het front van het correcte denken in gang. Piet Van Avermaet, directeur van het steunpunt Diversiteit & Leren (UGent), noemde de uitspraken van Crevits ‘triest’ en probeerde het probleem te catalogeren als een kansarmoedekwestie van ouders met weinig sociale vaardigheden en een laag zelfbeeld. En hij drong aan – je bent professor of je bent het niet – op meer onderzoek.

De vraag is dan natuurlijk waarom mensen uit de derde generatie nog altijd kansarm moeten zijn. En waarom er onderzoek moet zijn rond een evidentie die nooit uitgesproken wordt maar als een olifant in het midden van de ruimte staat: als in elke generatie een aantal bruiden of bruidegoms geïmporteerd worden, die geen Nederlands kennen en vaak zelfs niet integratiebereid zijn, dan moet je echt niet verwonderd zijn als de kansarmoede zich van generatie op generatie verlengt. Er zijn trouwens voorbeelden genoeg van mensen met een migratieachtergrond die zich niet slechts uit de kansarmoede opwerkten, maar echt maatschappelijke succesverhalen schrijven – wij hebben recent een aantal bekende voorbeelden op een rijtje gezet in De integratie is voor velen al geslaagd (01/03).

De vijfde colonne werd opgebouwd

Maar de allochtonen als automatische kansarmen afschilderen is voordelig voor het politiek correcte denken, omdat er twee effecten bereikt worden: de autochtonen kunnen weer eens beschuldigd worden van sociale onverschilligheid; zij zijn slechte mensen, kortom. En de allochtonen kunnen weer eens aangemoedigd worden om zich als slachtoffer te gedragen. Zo ook weer in een bijdrage aan het debat van de onvermijdelijke Wouter Van Bellingen van het Minderhedenforum. Volgens hem ondersteunen de scholen de taalvaardigheden te weinig, zodat teveel allochtone kinderen in het beroepsonderwijs belanden. Hij wijst erop dat dit in andere landen minder een probleem is. Ja, ja, en ondertussen staat thuis de tv stelselmatig op Arabische of Turkse satellietzenders.

Eén factor ziet hij natuurlijk totaal over het hoofd: de nefaste invloed die Unia en CGKR hebben uitgeoefend op het integratiebereidheid – Rudi Dierick analyseerde deze antiscociale praktijk zelfs statistisch op De Bron (09/03) in Unia heeft lak aan het algemeen belang. Unia is namelijk de ware olifant in het midden van het debat, waar in alle toonaarden over gezwegen wordt. Wat is er namelijk gebeurd?

In geheel Europa is de islamitische immigratie begonnen omstreeks 1960-1965. De problemen waren marginaal en de opvang was al bij al zeer correct (die mensen kregen zelfs kindergeld voor hun kroost ginder, iets waar ze nog nooit van gehoord hadden). Maar dan kwamen de thuislanden zich bemoeien, die hen niet eens toestonden om hun nationaliteit op te geven, zelfs niet als zij een nieuwe nationaliteit verwierven. Zij bouwden die gemeenschappen uit tot potentiële vijfde colonnes, zoals nu bewezen wordt door de pogingen om Turkse ministers als zendelingen te laten optreden in Europese landen.

De ruimdenkende intellectuelen

Naarmate die migrantengroepen werden gestructureerd vanuit de consulaten van hun thuislanden; en van overheidswege gestuurde imams kwamen prediken in met buitenlandse steun opgerichte moskeeën; ontstonden er irritaties bij de autochtone bevolking. Niet bij de welstellende intelligentsia die ver van het gebeuren leefde, en zich grootmoedig achtte als zij vriendelijk was tegenover de vreemdeling die tijdens haar buitenlandse reizen haar valiezen droeg. Wel bij veelal sociaal zwakkere burgers die moslims als buren hadden gekregen. Die zagen voor hun neus gebeuren wat ‘ruimdenkende’ intellecto’s niet wilden zien, maar wisten dit niet mooi te verwoorden. Hun irritaties mochten dus niet uitgesproken worden, dat was al snel ‘cafépraat’, zo niet ‘racisme’.

In ons taalgebied bestond er toevallig een residu van de vroegere collaboratie dat zich georganiseerd had weten te houden, en een nieuwe expressie vond in het Vlaams Blok. Dat was op dat moment een marginale club met één parlementszetel (Karel Dillen), die zich na het Egmontpact had losgescheurd van de Volksunie. Dillen kreeg naast zich twee radicale jongeren uit de ‘Vlaamse strijd’, Gerolf Annemans en Filip Dewinter. Dit Blok fungeerde als een kanariepietje in de mijn en merkte, vanuit zijn racistische ideologie, als eerste de toegenomen spanningen op. En het speelde daarop in. Met als gevolg een eerste ‘Zwarte Zondag’ in december 1987. Het jaar daarop behaalde het in de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen zelfs bijna achttien procent (17,7). Het cijfer waarop Geert Wilders momenteel hoopt en waar Frauke Petry nog van mag dromen.

De elite koos zich een ander volk

En toen gebeurde het meest tragische: in plaats van het signaal van de kiezer te begrijpen, begon de gevestigde politieke kaste de kiezer te culpabiliseren. Het ironische adagio van Bertolt Brecht na de bloedige onderdrukking in de DDR van een arbeidsopstand in 1953, werd overgenomen: ‘Als het volk de partij niet meer wil, dan moet de partij zich maar een ander volk kiezen’. CVP’er Paula D’Hondt kreeg als koninklijk commissaris de opdracht te bestuderen niet waarom het gedrag van sommige allochtonen zo storend was voor een toch aanzienlijk aantal autochtonen, met weinig sociale vaardigheden; maar op welke manier de autochtonen in de weg liepen van de allochtonen. Dat leidde tot de oprichting van het CGKR, het huidige Unia, de advocaat van die allochtonen en van die allochtonen alléén (dat allochtonen racistisch konden zijn, werd hautain van tafel geveegd, zelfs al kwamen die vaak uit culturen die intrinsiek racistisch zijn).

Jos Geysels van het toenmalige Agalev lanceerde dan het cordon sanitaire, als methodiek om de hinderlijke partij monddood te maken. Diens aanpak zond een dubbele duidelijke boodschap uit: autochtonen die te klagen hadden, moesten voortaan hun mond houden. En de allochtonen die ergens een probleem mee hadden, konden dat nu ongestoord en ongestraft aan de autochtonen wijten. In feite werd de slachtoffercultuur – die in de islam ingebakken zit sinds Mohammed zich aangevallen voelde als hij zelf aanviel – officieel geconsacreerd. En het racisme dat deel uitmaakt van de mohammedaanse traditie (dhimmi’s zijn minderwaardig aan moslims om over kafirs nog te zwijgen) werd van overheidswege getolereerd en zelfs gesacraliseerd.

Ik beschreef dat perverse mechanisme in 2005 in een boek dat ik De Open Samenleving en haar Nieuwe Vijanden noemde. Ik stelde daarin dat er een soort samenzwering groeide tussen het zogezegd ‘verlichte’ intellectuelendom en het meest achterlijke religieuze denken van de planeet met als inzet het verketteren van het ‘eigen volk’, tenminste dat deel van het ‘eigen volk’ dat over weinig sociale vaardigheden beschikt. Zodat deze belaagde onderlaag haar toevlucht zocht bij een soort neofascisme, omdat dat de enigen waren die wilden luisteren. De pers negeerde het boek quasi volkomen, de boodschap was hinderlijk. Mocht iemand het vooralsnog willen lezen, ik heb nog een stapeltje liggen. Bestelling is mogelijk à rato van 20 euro via EddyDaniels1949@gmail.com.

Racismebestrijding leidde tot racisme

In alle geval: de zogezegde racismebestrijding, leidde tot racisme. Dat gebeurde overigens in geheel Europa maar nergens zo sterk als in België, omdat het anti-vreemdelingendiscours hier het eerst een georganiseerde stem kreeg, omwille van de intact gebleven banden tussen rechts flamingantisme en de vroegere collaboratie. Wat elders niet het geval was. De rest is geschiedenis: het Blok behaalde zijn grootste triomf in 2004, na het ondemocratische proces voor de correctionele rechtbank, dat gevoerd had moeten zijn voor het Hof van Assisen. Het behaalde toen 24 procent, het cijfer waarop Marine Le Pen vandaag lijkt af te klokken.

En daarna ging het achteruit. De bevolking had gesproken en koos voor meer democratische alternatieven, nadat Gerolf Annemans en Filip Dewinter kozen voor een nog ‘vuilere’ koers met nog scherpere klauwen. Hun eindeloze opbodpolitiek leidde nergens heen, dat begrepen de mensen ook, maar zij hadden hun signaal uitgezonden. De luisterende fakkel werd daarop zonder fanatisme overgenomen door N-VA en geleidelijk aan ook door Open VLD en heel aarzelend door CD&V. In Nederland heeft dit geleid tot het ‘pleurop’-manifest van Mark Rutte, waarvan de toonzetting nu overgenomen wordt door Sybrand Buma van CDA.

Vandaag zitten we hier wel met de gebakken peren: een recalcitrante migrantengroep waarin elk eigen falen geduid wordt vanuit een bijna genetisch Vlaams racisme, met blindheid voor het eigen geïmporteerd racisme uit hun thuisland. De parabel van de splinter in andermans, en de balk in het eigen oog. Die omkering der waarden wordt actief ondersteund door instellingen als Unia en het Minderhedenforum, die stelselmatig dit bijgeloof aanmoedigen. Wie er wat van durft te zeggen, als de moedige maar steeds correcte Hilde Crevits, die ‘beledigt’. En mensen als Güler Turan, die niet eens aangesproken werd, plegen electoraal interessante krokodillentranen. Ondertussen zweeft de vraag waarom uitgerekend vanuit ons land zoveel Syriëstrijders zijn vertrokken. Ik vraag me af waarom er niet eens naar Unia en het Minderhedenforum wordt gekeken als mogelijk verklarende factor.

‘Onze militanten begrepen ons niet meer’

En dit terwijl de instrumenten voorhanden zijn om daar wat aan te doen: onze scholen en een zeer, zeer groot deel van onze bevolking, staat open voor migranten die zich inpassen. Zelfs als we alle huidige kiezers van het Vlaams Belang als racisten zouden zien, wat zeker niet het geval is, dan nog komen we op maximaal één racist op de acht. Wat een onvermijdelijk sociologisch maximum is. En toch wordt elk racistisch incident waar autochtonen bij betrokken zijn, onwaarschijnlijk uitvergroot en impliciet in de schoenen van alle Vlamingen geprojecteerd. Terwijl het racisme dat uitgaat van de zogeheten ‘jongeren’ – veelal Marokkaanse rotjochies, om het taalgebruik van wijlen Pim Fortuyn te gebruiken – in onze media nog steeds taboe is. Ook Marion van San werd in 2002 verketterd toen zij dit schoffiegedrag met statistisch materiaal aantoonde.

Het moet daarom een prioriteit zijn om naar de allochtone gemeenschappen de boodschap uit te zenden dat zij moeten ophouden met zeuren maar zelf initiatief moeten nemen, en hun kinderen en jongeren in de hand moeten houden. Vele ouders slagen daarin en dat kan ook als zij kansarm zijn. De scholen staan open, vreemdelingen worden verwelkomd, er hangen slogans uit over ‘wij sluiten niemand uit’ en ‘wij zijn allemaal vriendjes’. Hoe ver kan je echter gaan? Moet je op je knieën gaan liggen? Dat is wat, zo vermoed ik, Koen Daniels bedoelde en waar Jo De Ro zo onhandig op reageerde. Het is dat nochtans wat politiek correcte politici als Caroline Gennez blijkbaar willen. Zij leven nog steeds in de illusie dat klagerige migranten het kiesvee vormen dat de arbeidsklasse zal vervangen dat zij aan de deur hebben uitgejaagd met hun verheven ‘humanisme’. Daarom ik kan het niet laten nog maar eens het verhelderend citaat te gebruiken van een onvervalste ‘linkse’ die de mond werd gesnoerd met een schepenambt.

Robert Voorhamme, toen nog de sterke man van de Antwerpse socialistische vakbond ABVV, later de sterkhouder van de SP.A in het Antwerps schepencollege onder Patrick Janssens, liet in De Standaard vijftien jaar geleden optekenen: “Jarenlang hebben de socialisten bij hun militanten het respect voor universele waarden ingeprent. Maar zij [de militanten] begrijpen niet dat ze moeten samenleven met mensen die deze waarden aan hun laars lappen. Ze begrijpen helemaal niet dat wij zoiets gedogen. We hebben het hen zelfs verweten dat ze de problemen hebben gesignaleerd. Dat is gewoon onbegrijpelijk” (DS 28/09/02).

In feite is dat niet onbegrijpelijk. Het is pervers.

Eddy Daniels

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!