Over de olifant wordt maar weer gezwegen

Over de olifant wordt maar weer gezwegen

De rellen begonnen na een Marokkaanse voetbalmatch, maar dat woord ‘Marokkaan’ moest snel vergeten worden. Daarom hakt men in op de politie en de burgemeester, zodat men de echte kwaal kan ontkennen.

In 2001 publiceerde Marion van San (en Arjen Leerkes) een rapport over allochtone jongeren in België waaruit bleek dat Marokkaanse jongens (niet meisjes) 2,5 keer zo vaak voorkwamen in de statistieken van kleine criminaliteit dan zowel autochtone als Turkse jongens. Dat mocht niet gezegd worden, van San werd beschuldigd van racisme en haar rapport voor de toenmalige minister van justitie belandde ergens in een zeer diepe schijf. In 2004 werd in Antwerpen een joodse jongen bijna dood gestoken door een vijftiental dappere Marokkaanse ‘vrijheidsstrijders’ – volgens Nahima Lanjri, CD&V-parlementslid van Marokkaanse afkomst, waren ze tussen de acht en elf jaar oud (DM 03/07/04). Op dat moment golden er al lang regels op joodse scholen in Brussel die leerlingen verboden bepaalde metrostations te gebruiken, uit schrik voor terreur in naam van ‘de Palestijnse zaak’.

Hun kinderen leren opvoeden

Het volstond toen dat de opmerking werd gemaakt dat Maghrebijnse ouders hun zonen beter in de hand moesten houden om de woordvoerder van de Marokkaanse verenigingen ertoe te brengen zich gediscrimineerd te voelen. ‘Moslims hoeven van niemand lessen te krijgen over de opvoeding van onze kinderen’, zo verklaarde Mohammad Chakkar in een kort interview waarin hij het racistische karakter van de aanval op de joodse jongen minimaliseerde (DM 29/06/04). Daarbij maakte hij abstractie van het feit dat in een democratische samenleving de overheid wel degelijk het recht heeft om een zekere controle uit te oefenen op de manier waarop ouders hun kinderen opvoeden. Iedereen wist ondertussen dat niet weinig Marokkaanse minderjarigen ‘s nachts op straat lopen, zonder dat die gemeenschap daar ooit duidelijk en uit zichzelf tegen reageert. Bij Belgische ouders kan een dergelijke onverschilligheid een reden zijn om hen uit de ouderlijke macht te ontzetten. Bij Marokkanen, of Belgen van Marokkaanse afkomst, blijkbaar niet.

Misschien is het verschil in reactie te verklaren doordat de gebruiken in Marokko anders zijn? Dat zou dan betekenen dat die gemeenschap wel degelijk lessen dient te krijgen over de opvoeding van haar kinderen, wanneer die buiten Marokko opgroeien (en misschien ook wanneer die in Marokko opgroeien). Ginder zou de sociale controle sterker zijn, zo wordt beweerd. Noem een kat een kat: als ze ginder riskeren wat ze hier normaal vinden, dan vliegen ze achter de tralies, en dit voor langer dan één nacht, en waarschijnlijk niet zachtzinnig. Hier komt in het beste geval een sociaal assistent op bezoek. ‘De schoffies regeren de straat,’ zo klaagde men daarom in sociaal-assistentenland Nederland, en Geert Wilders speelde er racistisch op in met zijn slogan ‘Minder Marokkanen’. Mensen als Chakkar droegen een verpletterende verantwoordelijkheid om de goedbedoelende Marokkaanse ouders te helpen om die schoffies manieren te leren, maar hij stak zijn hoofd in het zand. Hij natuurlijk niet alleen. Welke rol spelen de moskeeën? Welke rol spelen de islamleraars in ons gemeenschapsonderwijs?

De gemeenschap die ontzien wordt

Nu, zestien jaar na de eerste wetenschappelijke signalen van wat de man in de straat al lang met zijn klompen aanvoelde (en wat het aanvankelijke succes van het Vlaams Blok verklaart), breken er rellen uit die zonder enige twijfel wijzen naar Marokkaanse jongens, de voetbalmatch geeft de negationisten geen respijt. Ondertussen is gebleken dat Molenbeek een broeinest is van jihadisme, een hellhole. Toen Filip Dewinter er wilde provoceren, werd hem dat verboden. Uiteraard had hij niet de term ‘safari’ moeten gebruiken (volgens van Dale en het Groene Boekje een ‘expeditie van jagers of natuurvorsers in wildrijk gebied’). Zelfs Wilders distantieerde zich van die term, en ook het Vlaams Belang was niet gelukkig met zijn aanpak. Na de voetbalrellen had ik verwacht dat hij van zijn partij de kans zou krijgen om zijn duivels te ontketenen in de Kamer, maar in plaats daarvan kregen we een al bij al ‘brave’ interpellatie van Barbara Pas, die zich voegde in het communautaire gehakketak over de politiezones in Brussel.

In de kern echter had Dewinter helaas toch weer gelijk: hij als verkozene van het volk mag niet gaan rondneuzen waar schoffies de straat regeren. De burgemeester van Molenbeek kon niet anders dan zijn ‘verkenningstocht’ verbieden, want hij zou de hel ontketend hebben. De schoffies namen een goede week later wraak door duidelijk te maken dat zij hun no go zone willen uitbreiden naar Brussel stad, naar de voornaamste as zelfs van Brussel stad, naar het hart van die stad. De directeur van de biblioheek aan het Muntplein verklaarde dat hij duidelijk gezien had dat bij de rapperrellen van dinsdag vooral tieners actief waren, maar dat zij wel bevolen werden door dertigers. Dat hij die etterbuil blootgelegd heeft, is dan toch een onverwacht neveneffect geweest van de provocatie van Dewinter van wie het handelsmerk erin bestaat steeds gelijk te hebben op zo’n manier dat je hem geen gelijk kunt geven.

Maar ondertussen is daar dat onmiskenbaar feit dat de Marokkaanse gemeenschap sacrosanct is. Meteen na de rellen van minstens driehonderd schoffies kon men overal verklaringen horen dat de Marokkanen daar de ergste slachtoffers van zijn omdat hun hele gemeenschap weer eens gestigmatiseerd wordt. Deze goedbedoelende zalvingen vergeten echter één zaak: als een gemeenschap haar kinderen stelselmatig niet in de hand houdt, en dat over een lange termijn, dan draagt die gemeenschap als gemeenschap wel degelijk een verantwoordelijkheid. Zeker als men weet dat die gemeenschap stevig in de gaten wordt gehouden door de ambassade van het land van oorsprong (waarvan men de nationaliteit zelfs niet kan verliezen door Belg te worden, zelfs als men dat zou willen).

Een vreemde manier van solliciteren

Bovenop die omerta komen dan de leugens. Zowel van Bart Brinckman in zijn commentaar in De Morgen (9/11), als van senator Bert Anciaux in Villa Politica (9/11), waar hij opdook om bij Linda De Win commentaar te geven. Ook al vergaderde niet de Senaat, waar hij toe behoort, maar de Kamer, waar hij niet toe behoort. De jongens hadden in die optiek amok gemaakt omdat ze och arme geen werk vonden. En dat ze dat niet vonden, dat was dat weer te wijten aan het ondermaats niveau van het Franstalig onderwijs. Dat je op school moet leren dat je niet met een verkeerspaal een meubelzaak mag inbeuken; dat je op school moet leren dat je een Indische uitbater van een nachtwinkel geen doodsangsten mag doen doorstaan; dat je op school moet leren dat je niet op andermans auto mag dansen; ontgaat mij ten enenmale. Volgens mij leer je zoiets in het gezin, meer nog: volgens mij hoef je dat niet te leren, maar weet je dat gewoon. Als je dat niet weet, dan schort er iets aan de leefwereld, aan de cultuur waarin je vertoeft.

Hoe je overigens werk hoopt te vinden door de zaak van een chocolatier te vernielen, of de ruiten van een bibliotheek in te slaan, is mij ook een raadsel. Natuurlijk, als je klaagt dat ‘ze’ je in minderwaardig onderwijs hebben gestopt, maar je hebt zelfs het getuigschrift van die ‘minderwaardige’ school niet gehaald; als je geliefde scheldwoord ’Flamand’ is, terwijl je vooral in het nabije Vlaanderen werk kunt vinden (zoals blijkt uit de film Black van Adil El Arbi en Bilal Fallah uit 2015); als je je arrogant gedraagt op een sollicitatiegesprek; ja, als je het werk niet goed genoeg vindt dat je door een gebrek aan kwalificaties slechts krijgen kunt. Ja, dan vind je waarschijnlijk geen werk. En dan kan je boos zijn op de samenleving omdat anderen een BMW hebben en jij niet. En dan zal Bert Anciaux je beklagen.

De ghazwah van de profeet voltooien

De olifant in de Brusselse ruimte heet, om de term van de betreurde Pim Fortuyn te gebruiken: Marokkaanse rotjochies. Niet kutmarokkaantjes, de term die Yves Desmet gretig overnam van de Amsterdamse wethouden Job Cohen (die deze overigens gebruikte in een onbewaakt ogenblik, voor een verborgen camera). Want die term is discriminatorisch, zelfs racistisch. Het is niet elke individuele Marokkaan die verantwoordelijk is voor het wangedrag van veel te veel rotjochies, er zitten daar zeer veel fatsoenlijke mensen tussen die een positieve bijdrage leveren aan onze maatschappij. Het is wel de Marokkaanse gemeenschap in haar geheel die verantwoordelijk is, en dat moet mogen gezegd worden. Het zijn de Marokkaanse woordvoerders en vooral de Marokkaanse ambassade die een zware schuld dragen. Maar die ambassade wordt niet op het matje geroepen, ook al is geweten dat zij via haar kanalen de non-integratie verkondigt. Liever gaan onze politici ginder smeken om onze misdadigers bij hen hun straf te laten uitzitten (het rijke België heeft namelijk geen geld om gevangenissen te bouwen, het arme Marokko wel). Liever zijn onze veiligheidsdiensten de hunne dankbaar omdat zij af en toe een tip krijgen van een jihadist die bij hen wel en bij ons niet praten (hoe ze hem aan het praten krijgen, wordt dan niet gevraagd).

Ondertussen mogen we ons ook afvragen waarom dat zo is. En dan is daar een helder moment geweest bij de Nieuwsblad-commentator Pieter Lesaffer in zijn spontane reactie (07/11). Hij noemde het gebeuren ‘een raid’ maar besefte waarschijnlijk niet goed de betekenis van dat woord. De term ‘raid’ stamt uit het Arabisch en is te herleiden tot ghazwah, plundertocht. Het is de manier waarop de rashidun of recht geleide kaliefen, de directe opvolgers van Mohammed, vanaf 632 hun wereldrijk uitbouwden en daarbij tegen hun bedoelingen in de islam verspreidden.

De werkelijke problemen verzwijgen

Van die erfenis werd nooit afstand genomen en die ideologie wordt vandaag via internet gepropageerd onder de rotjochies, zonder dat er een duidelijk wederwoord komt – een man als Khalid Benhaddou komt niet verder dan de verklaring dat Mohammed een tolerant man was. Wat hij duidelijk niet was (in feit begon die ghazwah naar het noorden al tijdens zijn leven, vanaf 630). Het gevolg is dat zij – zonder daarvoor naar de moskee te gaan – er vandaag overtuigd van zijn dat zij een goede daad verrichten als zij ziekelijk geweld gebruiken, omdat zij op die manier de wereld van de kafirun ­­destabiliseren.

Wat willen zij daarmee bereiken? Niets eigenlijk, hun beloning wacht hen later in het paradijs. Want door de boel kort en klein te slaan hebben zij gehandeld in de geest van hun profeet (die zelf de palmbomen van de Nadirjoden in Medina liet omhakken) en dus het werk van Allah verricht. Dàt is de olifant in de kamer waar moet over gezwegen worden. Daarom vermeit men zich graag in kritieken op Philippe Close, de Brusselse flikken en de zes politiezones. Allemaal juist, waarschijnlijk, maar tegelijkertijd een manier om de werkelijke problemen te verzwijgen.   

Eddy Daniels

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een  bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch