Opgepast, ontgoochelend verhaal

Opgepast, ontgoochelend verhaal

Wat met al die mandaten in (semi-)openbare maatschappijen en intercommunales? Ik heb er wel enige ervaring mee. Ik zag er wel enige onkunde, naast ondergewaardeerde expertise, doch weinig gegraai. Doch het bestaat. De samenstelling van raden van bestuur, dat kan véél beter.

Met de commotie over de intercommunales de afgelopen dagen stellen mensen zich terecht wel wat vragen over hoe dat nu juist zit met politici en al hun nevenfuncties. De excessen zijn in de media al belicht, al is nog niet alles uitgespit. Maar daarnaast is er natuurlijk nog een hele variëteit aan politici en ‘postjes’, al verkies ik eerder de term ‘mandaten’. Als je overigens het gros van die ‘postjes’ gaat bekijken, dan zal je vooral zien dat dit weinig spectaculair is. Het doorsnee gemeenteraadslid zal één of twee – of geen – extra mandaten hebben, en de kans is vooral ook groot dat daar onbetaalde mandaten tussen zitten. Sommigen hebben er natuurlijk beduidend meer. Je mag ook niet uit het oog verliezen dat heel wat mandaten verplicht door een gemeenteraadslid of burgemeester moeten ingevuld worden.

De roep naar transparantie is terecht. En omdat de wereld verbeteren best bij jezelf begint, geef ik graag een inkijk in mijn kortstondige ervaring in ‘Intercommunalenland’.

Verplichte bekendmaking

Alle politici met een nevenmandaat of een uitvoerend of parlementair mandaat moeten jaarlijks een overzicht overmaken aan het Rekenhof. Dat overzicht wordt in het Staatsblad gepubliceerd. De website Cumuleo – een privé-initiatief – geeft netjes per politicus een overzicht van die mandaten. Vind je een politicus daar niet terug, dan wil dat zeggen dat het over een gemeenteraadslid, districtsraadslid of districtsschepen gaat die geen andere betaalde mandaten heeft.

Als je bij mij gaat kijken, dan zie je daar voor 2015 (de lijst voor 2016 wordt in de loop van dit jaar in het Staatsblad gezet) 9 betaalde en 6 onbetaalde mandaten staan. Bij de betaalde staan twee belangrijke: het mandaat van districtsschepen en mijn toenmalige job bij de Universiteit Antwerpen, wat strict genomen geen mandaat is. Als districtsschepen had ik een brutoloon van 4.000 euro. De hoogte van dat loon wordt berekend op basis van het aantal inwoners van je district. Mijn collega’s uit Hoboken of Berendrecht hebben dus beduidend minder. Welke bevoegdheden je hebt, maakt weinig verschil voor het loon, maar uiteraard wel voor het aantal uren werk. Als schepen voor openbare werken is dat toch een dikke voltijdse baan. Waarom ik dan nog halftijds bleef werken aan de Universiteit Antwerpen? Heel simpel: mijn brutoloon als districtsschepen lag ruim 27% lager dan aan de universiteit. Het decreet voorziet bovendien dat je als districtsschepen of districtsvoorzitter slechts voor maximaal 50% procent ambtshalve politiek verlof kan krijgen, en dat je dus minstens halftijds ergens anders moet werken om je sociale zekerheid in orde te houden.

De Hooge Maey

En dan heb je de mandaten in de intercommunales. Wie nu een smeuïg verhaal verwacht over dikke beloningen waar je niets voor moet doen, zal ik toch moeten teleurstellen. Laat ons beginnen met de minst kleurrijke functie, het zitje in de raad van bestuur van de intercommunale Hooge Maey. Een klassiek intercommunaal bedrijf voor afvalverwerking (zeg maar: het beheer van het Antwerpse stort), waarin enkele gemeenten en een privébedrijf samenwerken. De raad van bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van die gemeenten en van de privépartner, en komt tien keer per jaar bij elkaar. Daar worden dan de maandelijkse activiteitscijfers bekeken, de financiële cijfers, eventuele investeringen besproken en dergelijke meer. De hoofdopdracht was natuurlijk er op toezien dat het bedrijf zijn opdracht rendabel bleef vervullen. Vergaderingen die in duur variëren van één tot anderhalf uur, en waar je vooraf toch liefst de stukken al eens hebt doorgenomen. Vergoeding: ongeveer 170 euro bruto per zitting. Ben je niet aanwezig, dan krijg je uiteraard niets. Afhankelijk van de agenda denk ik dat ik jaarlijks zo’n 60 % van de vergaderingen bijwoonde, wat dus zo'n goede duizend euro opbracht. Daarvan ging dan uiteraard nog 100 euro naar de partij, en uiteraard was dit bedrag belastbaar. En o ja, er stond een schotel met belegde broodjes omdat de vergadering doorgaans rond etenstijd plaatsvond.

Energie

De volgende vijf mandaten vormden eigenlijk samen één cluster. Als ondervoorzitter van de Raad van bestuur van Imea zat je ook in het regionaal bestuurscomité, in het corporate governance comité (maar dat hebben we wel afgeschaft in de loop van dat jaar) en in de overkoepelende organisatie Intermixt. Imea is een distributienetbeheerder, een bedrijf dat zorgt voor de gas- en elektriciteitsleidingen in Antwerpen en een aantal andere aangesloten gemeenten. Alvast voor een schepen van openbare werken is dat een nuttig mandaat omdat je rechtstreeks contact hebt met één van de belangrijke spelers op je openbaar domein. Opbrengst van die vijf mandaten? Ook hier weer: een vergoeding per vergadering van één tot twee uur, tenminste als je aanwezig bent. En ook hier weer: had je de vergadering niet voorbereid, dan zat je er voor spek en bonen bij. Wat toch weer enkele uren werk vooraf inhield. Gezien ik lang niet iedere vergadering kon bijwonen, ontving ik voor een vijftiental vergaderingen jaarlijks maximaal tweeduizend. En ook hier: partijafdrachten en belastingen – en, o ja, platte sandwiches.

Het is trouwens in deze vergaderingen dat ik Koen Kennis aan het werk heb gezien, want hij was daar overal voorzitter. Efficiënt, to the point, goed voorbereid en met een enorme kennis van zowel bedrijfsvoering als het hele energiekluwen in dit land. Koen werkte in het verleden als consultant. Je zou kunnen zeggen dat in dit soort vergaderingen specialisten moeten zitten, en geen politici. Dan huur je een consultant in als Koen en betaal je een veelvoud aan vergoedingen. Het was trouwens in diezelfde vergaderingen dat ik vanop de tweede rij de voorgenomen deal tussen de Chinezen en Eandis heb zien afspringen. Ik vond het daarbij vooral ontstellend om op te merken dat academici met internationale faam maar in deze zonder enige dossierkennis op de deal aan het inhakken waren terwijl ze niet eens de feiten juist hadden.

De Lijn

En tot slot mijn twee mandaten bij De Lijn. Geen intercommunale maar een overheidsbedrijf. Dat was andere koek. Vergaderingen van dik een halve dag met een propvolle agenda. Om alleen nog maar de stukken door te nemen had je ruim een volle dag nodig. Serieuze discussies ook, overigens, in een raad van bestuur die naast politici ook afgevaardigden van de vakbonden telt, een regeringscommissaris en nog enkele andere mensen. Maar vooral ook boeiende vergaderingen. De Lijn is tenslotte hét Vlaamse vervoerbedrijf met een omzet van een miljard euro en een zevenduizend werknemers. Vergaderfrequentie: een tiental keer voor De Lijn, drie tot vier keer voor Lijninvest – maar dat laatste hebben we in de loop van 2016 opgedoekt. Vergoeding: een vast bedrag van 2500 euro per jaar en 250 euro per zitting en een Lijnabonnement. In theorie kon je dus 2500 euro opstrijken zonder iets te doen. Ik heb echter weinig vergaderingen meegemaakt waar niet iedereen aanwezig was – en dat voor de volle vergadering, niet zomaar even binnen en buiten om de zitpenning op te strijken. En oh ja, hier waren het koffiekoeken.

En wat hebben we nu geleerd? Ook al zijn er zeker wantoestanden die moeten opgeruimd worden, toch heb ik in mijn bescheiden doortocht doorheen de intercommunales maar zeer weinig gezien van een ongeoorloofde graaicultuur. Zijn de vergoedingen exuberant? Daar kan je lang en veel over discussiëren. Ik denk niet dat een bruto zitpenning van 100 tot 200 euro (voor een vergadering, verplaatsing, voorbereiding…) excessief is. Concreet: voor mij was het een surplus, maar ik zat in die vergaderingen naast iemand met een vrij beroep, en die leed eigenlijk omzetverlies voor ieder uur dat hij zich met een intercommunale en niet met zijn eigen job bezighield.

Experts of mandatarissen?

Worden intercommunales efficiënt beheerd door een bestuursraad die vol politici zit? Daar zijn wel wat bedenkingen bij te maken. Velen die voor het eerst in zo’n raad van beheer komen hebben daar weinig ervaring mee. Zo zijn er altijd wel een aantal die nauwelijks weten hoe ze een balans of een resultatenrekening moeten lezen. Ook het bedrijf zelf is voor hen vaak een onbekende. En men leert dat gaandeweg wel, maar de regelmatige afwisseling na iedere verkiezing betekent dat de CEO van het bedrijf vaak een veel te zware stem heeft in de raad van bestuur.

Mandatarissen dan maar vervangen door experts? Goedkoper zal het alvast niet zijn (als het al wettelijk toegelaten is) en je zal dan vooral zien dat enkel het schepencollege nog over voldoende informatie over die bedrijven beschikt en niet langer de gemeenteraad. Aanwezigheid van politici in raden van bestuur is dus wel nuttig, al was het maar omdat je zo voldoende doorstroming van informatie naar de gemeenteraad en inspraak van de gemeenteraad in het beleid rond de intercommunales krijgt. Wat niet wegneemt dat je in redelijk wat raden van bestuur een pak minder zitjes zou kunnen voorzien en dat je het hele landschap best grondig rationaliseert.

Schimmige regionen

Wat er zeker uit moet zijn al die schimmige neven-, onder- en bovenconstructies die zich met allerhande zaken bezighouden en het zo draaien dat ze niet onder de Vlaamse decreetgeving vallen. Dat zijn vehikels die gemeenschapsgeld controleren, maar waar de normale democratische controle niet langer mogelijk is. Het is in die schimmige regionen dat de échte graaicultuur zich kan afspelen. Ik zag in de discussie in het Vlaams parlement daarover veel bereidheid om hier eindelijk eens de grove borstel door te halen, en ik hoop dan ook dat het deze keer zal lukken. Vergis u overigens niet in kleur van sommigen die zich nu in het gewaad van witte ridder hullen. De tegenstand van sommigen zal achter de schermen groot blijven. Ik vond het frappant hoe op een gegeven moment in de discussie Louis Tobback zei dat er grote kuis moet worden gehouden, terwijl ik nog geen jaar geleden diezelfde Tobback op één van bovengenoemde vergaderingen het belang van het uitdelen van ‘postjes’ hoorde verdedigen.

En hoe zit het tegenwoordig met mij? Sinds ik in het parlement zit, kan ik wettelijk in geen enkele van de hierboven genoemde raden van bestuur zetelen. Van zodra mijn voorganger in het parlement ontslag had genomen - en ik de facto dus opvolger werd - heb ik mij daar dan ook niet meer laten zien. Nog gauw de laatste zitpenning incasseren terwijl je feitelijk al in een andere rol zit, dat vond ik een deontologische brug te ver. Momenteel heb ik een lokaal en een parlementair mandaat. Maar die cumul, dat is een andere discussie en daar zullen we het een andere keer over hebben.

Paul Cordy, cultuurminaar, medewerker UA op politiek verlof, schepen en volksvertegenwoordiger (N-VA)

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneelfinancieel of organisatorisch!