Ook de ‘gekken’ hebben recht op spreken

Ook de ‘gekken’ hebben recht op spreken

‘Gekkenpraat’ bestrijd je niet met een nieuw cordon sanitaire, want dan drijf je hem ondergronds, maar met een gedegen ideologische discussie. Met de vraag waarop die ‘gekke’ beweringen zich baseren.

Zuhal Demir heeft daartegen maar weer eens geblunderd op de haar eigen sympathieke manier. Zij viel ‘religieuze gekken’ aan die in het stadhuis van Genk salafistische boodschappen hadden verspreid. Natuurlijk heeft zij gelijk als zij die kerels ‘gekken’ noemt, en natuurlijk heeft zij gelijk als zij bezorgd is over hun invloed, zeker als zij die een schijnbare legitimiteit verlenen door in een openbaar gebouw op te treden. Tegelijkertijd valt zij uit haar rol als zij als staatssecretaris vindt dat die ‘gekken’ niet aan het woord mogen komen, want het enige argument dat zij had was dat vrouwen achteraan en mannen vooraan zaten. Maar dat was blijkbaar hun eigen keuze (als vroeger in ‘onze’ kerken), en dat gebeurt ook zo in de moskeeën (omdat mannen zouden opgehitst worden door de billen van biddende vrouwen). In de zijbeuken zaten overigens mannen en vrouwen door elkaar.

Een werk van barmhartigheid

In een liberale democratie hebben ook ‘gekken’ recht op spreken, gesteld dat zij geen haatboodschappen uitzenden of oproepen tot geweld, zo stelde terecht Othman El Hammouchi in De Afspraak (20/11). Volgens alle berichten hebben zij dat niet gedaan. Eén van beiden zou via internet opgeroepen hebben om een jihadist te steunen die in een Spaanse gevangenis zit, maar ook dat is niet verboden. De gevangenen bezoeken is, volgens de Bergrede in het Evangelie van Mattheus een werk van barmhartigheid. Wel is de vraag legitiem of je een religieuze lezing mag voorstellen als een les in Arabische geschiedenis, zoals in Antwerpen is gebeurd, maar dat is een eerder technisch debat. En eigenlijk moeten de verantwoordelijken voor een zaal waarin religieuze bijeenkomsten verboden zijn beter uitkijken. Vraag is bovendien wat dat is een ‘religieuze bijeenkomst’. Hoort een lezing over de Bijbel daar ook toe? En waren religieuze bijeenkomsten in die zaal in Genk verboden?

Op zich hebben salafisten alleszins spreekrecht, zolang zij geen jihadisme propageren. Hen ondergronds drijven is erger dan hen aan het woord laten. Toch vindt ook modefilosoof Patrick Loobuyck in De Morgen (22/11) dat zij zoveel mogelijk moeten geweerd worden, maar hij kan geen wettelijke grond aangeven op basis waarvan. Zijn standpunt komt er eigenlijk op neer dat de grondwet niet meer geldt als het om salafisten gaat, omdat zij het achterste van hun tong niet laten zien en andere bedoelingen hebben dat waar zij voor uitkomen. Men noemt dat een intentieproces maken, maar erger is dat hij op die manier het salafisme steunt. Want denkt hij nu echt dat één van die honderden jonge mensen, die gefascineerd drie uur lang naar die twee predikanten luisteren (wat op zich geen kleine prestatie is), nu gaan zeggen: ‘Oei, we zaten fout, die mannen zijn gevaarlijk, want Loobuyck (of Demir) zegt het’. De kans is veel groter dat ze zullen zeggen: ‘Zie je nu wel dat ze gelijk hebben, want ze willen hen de mond snoeren’, en hen nog intenser via internet zullen volgen. Ze zullen in die belemmering van hun spreekrecht opnieuw een bewijs zien hoe pervers de westerse beschaving wel is als zij niet eens het discours toestaat van iemand die komt vertellen hoe hij dankzij zijn geloof een drugverslaving heeft overwonnen.

Niet opnieuw een generatie verliezen

Montasser AlDe’emeh wees er in dezelfde Canvas-uitzending wel terecht op dat zij de bodem inzaaien voor maatschappelijke vervreemding van jonge moslims. Zij ‘spelen’ als het ware met hun bekering om denkbeelden binnen te brengen die niet erg elegant zijn. Als je namelijk kinderen zegt dat muziek haram is, dan riskeer je scholierenstakingen als er muziekles gegeven wordt. Het probleem is echter niet of dit gezegd wordt, maar wel waarom het impact heeft. Waarom luisteren zoveel mensen naar die onzin? De vraag is dus waarom zovele intelligente jonge moslims naar een lezing gaan die verklaart dat je in de hel komt als je naar muziek luistert.

Als we daar geen antwoord op bieden, dan raken we opnieuw een generatie kwijt zo stelde Rudi Vranckx in dat Canvas-debat terecht, maar zelf had hij nog geen begin van antwoord. Vranckx is goed in signaleren, niet in analyseren. Schaffen we muziekles in de school dan maar af omdat twaalfjarigen dat verkeerd vinden? Waarom schaffen we dan meteen ook niet wiskunde af? Ik ken nogal wat twaalfjarigen die daar een broertje dood aan hebben, en in de islamwereld was dat ook nooit een populaire bezigheid (de Indische cijfers en de algebra van de Pers al-Khwarizmi overleefden maar aan de katholieke kathedraalscholen, maar gingen in de islamitische madrassa’s verloren).

Eén mogelijk antwoord is dat dit wel uit zichzelf zal slijten, en dat we hen daarvoor de tijd moeten gunnen. Ondertussen moeten we hen in onze scholen democratische principes bijbrengen. Loobuyck, die door Bart Schols gehypet wordt als de auteur van ‘het boek van het jaar’, wil daar zelfs een apart vak van maken. Uiteraard moeten we in ons onderwijs de democratie (blijven) propageren, maar Loobuyck doet me denken aan de man die op zoek ging naar een open deur om ze te kunnen intrappen. Hij maakt abstractie van het feit dat hij bepleit wat al decennialang gebeurt, en niet in één of een speciaal vak (zoals hij wil), maar onderhuids in geheel ons curriculum, van Latijn via Nederlands en geschiedenis tot fysica en wiskunde en zelfs – zelfs vooral – in katholieke godsdienst. Loobuyck weet in zijn ivoren toren blijkbaar ook niet dat sinds de aankomst van de moslims bij ons een halve eeuw geleden, zeer grote aandacht werd geschonken aan moslimkinderen, ook in katholieke scholen. 

‘Muziek’ komt in de Koran niet voor

MAAR hij ziet niet dat tegelijkertijd de onverdraagzaamheid toeneemt, ondanks die open geest in ons onderwijs. Als de beide Nederlandse predikanten zich tien jaar geleden in het Genkse stadhuis hadden aangeboden, dan kregen ze geen drie man en een paardenkop bijeen, nu zit de zaal vol met jonge, vaak goed opgeleide, door ons onderwijs met democratische waarden doordrenkte mensen. Een meisje dat Mode & Design studeerde komt op Canvas verklaren dat zij haar studies heeft opgegeven omdat zij tot het geloof was gekomen dat het bezig zijn met haar uiterlijk zondig is. Zij schaamt zich omdat zij, ondanks een hoofddoek, nog een jeans draagt, die haar vrouwelijke vormen accentueert. Dertig jaar geleden zag je amper jonge meisjes met een hoofddoek, slechts oude tantes die vanuit een boerendorp in de Rif geïmporteerd werden droegen een soort nonnenkleed. Het programma van Loobuyck faalt dus al voor het met veel poeha werd ingevoerd.

Ondertussen is er een ware lobby ontstaan, senator Bert Anciaux op kop, die zich verzet tegen aanvallen op 'de' islam. Dat zou niet slechts verkeerd zijn, maar werkt ook averechts, zeggen zij, want moedigt jongeren op zoek naar een identiteit nog sterker aan om soelaas te zoeken in de islam. Zij vergeten evenwel dat er geen aanvallen op 'de' islam gebeuren, maar op diegenen die namens de islam zomaar wat vertellen. Dat werd mooi ontmaskerd door AlDe'emeh: de predikanten die beweren dat muziek haram is, steunen zich op een Koranvers dat zich afzet tegen ijdele praat. Het woord 'muziek' komt in de Koran niet eens voor.

Het levensverhaal van hun profeet

Dat is de kern van de hele zaak: die predikanten verzinnen zomaar wat en een nochtans kritisch opgeleid publiek zuigt dat gretig in zich op. El Hammouchi (geen salafist maar wel een zelf verklaarde conservatief) weerlegde AlDe'emeh met het argument dat je je niet alleen op de Koran moet steunen, maar ook op de hadith (traditie); qiyas (analogie); en ijma (consensus in de ulama). Maar wat zie je dan in het filmpje op Ter Zake (20/11) over de twee predikanten? Zij zeggen dat je moet leven volgens het levensverhaal van de profeet, de sira (onderdeel van de hadith). En beweren dat zij dat kennen. En hun publiek gelooft hen.

Nu, in mijn boek De Kwestie M. Een gekaapte godsdienst steun ik mij vierhonderd bladzijden lang op die sira en wat blijkt daaruit? Dat Mohammed tegen dansen was (met de voeten stampen) omdat hij dit met zijn chronische hoofdpijn niet kon verdragen. Dus verbood hij het aan iedereen. Toen een vrouw te luid jammerde omdat haar man gesneuveld was, gaf hij opdracht zand in haar mond te gooien. A’ïshah was razend en verbood het formeel aan de man die hij die opdracht had gegeven. Wat komt dan die andere modefilosoof Khalid Benhaddou op Canvas verklaren (een tijdje geleden)? Dat Mohammed een tolerant man was. Maar in diezelfde sira lezen we dat hij zijn opposanten via sluipmoord liet uitschakelen, in hun slaap. Zelfs een moeder met haar baby aan de borst.

Ook een 'verlichte' moslim als Benhaddou, de chouchou van de media (zeker sinds koning Filip bij hem thuis een iftar-maaltijd ging meemaken) verzint dus zomaar wat. Dat mag van hun profeet, men noemt dat taqiyya, de gerechtvaardigde leugen om het ware geloof te verdedigen. De eerste keer dat dit in de Sirat Rasul Allah van Ibn Ishaq ter sprake komt, is als een sluipmoordenaar tegen Mohammed zegt dat hij maar tot de dichter kan doordringen die een spotschrift op hem schreef, als hij kan liegen. De ‘tolerante’ profeet zegde dat dit in die omstandigheden geoorloofd was.

De psychosociale destabilisering

Over die leugens moeten we volgens de islamofielen in het zog van Anciaux dus zwijgen, die moeten we ondergaan. Maar het wordt ondertussen erger en erger. De enige juiste aanpak is daarom die van de onstuimige Montasser AlDe'emeh, die de salafisten de vraag voor de voeten gooit: waar halen jullie dat? De reactie van Othman El Hammouchi bewijst dat dit hun zwakke plek is. Hij verdedigt terecht dat het hun recht is om leugens uit te kramen, maar leugens blijven leugens. Als daarover geen debat meer mogelijk is, dan wordt de liberale rechtstaat die hij verdedigt met een beroep op de Amerikaanse filosoof John Rawls in omgekeerde zin verkracht.

De Nederlandse rechtsfilosoof Paul Cliteur zegt het zo: je kan respect opbrengen voor mensen die onzin uitkramen, maar niet voor die onzin. Integendeel, het getuigt juist van een gebrek aan respect als je onzin niet wenst te weerleggen. Sommige mensen beweren bij hoog en bij laag dat de maanlanding niet heeft plaatsgevonden. Ze mogen dat, en je kan met hen praten, maar je legt je daar toch niet zomaar bij neer?

De centrale vraag in dit dossier wordt echter niet of muziek haram is of niet (ook Hammouchi houdt zich daar niet mee bezig), maar waarom zoveel jonge moslims, die goed zijn opgeleid in onze scholen en perfect geïntegreerd met vele maatschappelijke kansen, zich naar de prediking van zulke salafisten begeven, hun mogelijkheden weggooien en zich in een religieus isolement terugtrekken. De reden heeft volgens mij niets met democratische of wetenschappelijke kennis te maken, want die is er bij hen genoeg, maar met psychosociale destabilisering en wel vanuit twee paradoxen. De Nederlandse ex-rapper gaf daar zelf duidelijke signalen van: hij had succes met wat hij ‘muziek’ noemde, maar leefde in een wereld van seks & drugs & rock and roll. En daar heeft hij diep berouw over. Dat siert hem. Maar in plaats van dat berouw om te zetten in iets positief, zet hij het om in iets negatief. Hij cultiveert het, pronkt ermee in het aanmoedigen van jongeren om zich op te rollen in zichzelf in plaats van open te staan op de samenleving. Waarom is die neiging zo sterk?

Persoonlijke frustraties ideologiseren

1° In de geest van moslims botsen de mogelijkheden van deze samenleving met de achterlijkheid van de samenleving waarin zij hun oorsprong vinden, en die zij geacht worden superieur te vinden. Die dichotomie brengt in hen een schizofrene onzekerheid met zich mee. Die werd volgens mij nog steeds het best beschreven door Betty Mahmoudy in Not without my daughter waarin zij vertelt hoe haar man, een in de USA opgeleide Iranese arts-specialist met zeer Amerikaans gedrag, van de ene dag op de andere een moslimfanaticus werd toen hij zich begon te interesseren voor de Khomeiny-opstand in zijn land van oorsprong in 1978. De steun van de VS aan de dictatuur van de sjah werd voor hem het excuus om zijn frustraties de vrije baan te laten en geheel de westerse samenleving te verwerpen. Ongeveer zoals Hammouchi over onze olie-import begint als we ons zorgen maken over de ideologische invloed van Saudi-Arabië. Op vakantie in Teheran, ontpopte Betty’s veramerikaniseerde man zich van liefhebbende huisvader in huistiran die vrouw en dochter met instemming van zijn familie gevangen hield. Toen zij bij die familie protesteerde omdat hij haar sloeg, kreeg zij als antwoord dat dit volgens de Koran zijn recht was.

2° Die schizofrenie wordt vervolgens aangewakkerd door westerse intellectuelen, die vanuit een grondeloos westers schuldcomplex, allochtonen opvangen die op de vlucht zijn voor een gebrek aan kansen (of erger) in hun thuisland. Op zich een mooie bedrijvigheid. Maar van bij hun aankomst praten zij hen meteen aan dat ze bij ons het slachtoffer kunnen worden van blank racisme. Elk persoonlijk falen, iedere 'normale' frustratie, wordt vervolgens vertaald in discriminatie en zet aan om weg te vluchten in een retrograde religieuze identiteit; gekoppeld aan blinde haat voor de samenleving die hen kansen geeft die hun samenleving van oorsprong hen niet gaf. Dat de westerse samenleving niet perfect is; dat er bij ons inderdaad incidenteel (maar niet structureel) racisme voorkomt; dat wij een verleden van kolonialisme achter ons aansleuren (waarbij wij steeds weer Leopold II op ons bord krijgen); dat wordt dan het excuus om onze open samenleving in haar geheel af te wijzen; wel te genieten van haar gunsten (als sociale zekerheid); maar zich vervolgens op te rollen in zelfgenoegzame kritiek, in een ideologiseren van persoonlijke frustraties. En in het importeren van precies die condities die hen ginder op de vlucht hebben gedreven: lethargie en eindeloos zelfbeklag.

‘De’ profeet van Ignatius van Loyola

De werkelijke oorzaak van de huidige spanningen is daarom, zo schreef ik al in mijn eerste boek van 2005, De Open Samenleving en haar nieuwe vijanden, de bekrompenheid van een bepaald type westerse intellectueel. Een intellectueel die zich moreel superieur waant en uit zelfhaat, uit haat voor zijn christelijke erfenis, gaat schuilen bij de 'noble sauvage' van Jean-Jacques Rousseau. En zo vandaag bij de islam uitkomt. De laatste variant van die lafhartigheid is de bewering dat je de islam aanvalt als je hem aan een kritisch onderzoek onderwerpt. Men noemt dat islamofobie en Bert Anciaux heeft geprobeerd om dit bij wet te verbieden.

Het strafste kwam ik dat ooit tegen bij een progressief geëngageerde jezuïet die mij verketterde omdat ik 'de' profeet zou aanvallen als ik durfde de vraag stellen wat die vanuit Mekka in Syrië, Irak en Egypte te zoeken had. Op mijn vraag of Ignatius van Loyola Mohammed als 'een', laat staan als 'de' profeet beschouwde, kreeg ik zelfs geen antwoord.

Eddy Daniels

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een  bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch