Nieuwjaarsessay Het politiek jaar 2016

Nieuwjaarsessay Het politiek jaar 2016

PIERRE THERIE – Wordt 2016 het laatste ‘werkjaar’ voor de regering Michel I? Er zijn alvast enkele belangrijke uitdagingen die we niet kunnen uit de weg gaan. Of toch nog maar een beetje pappen en nat houden?

Inleiding

Beste lezer, het is niet de bedoeling om Madame Soleil te spelen en de toekomst te voorspellen. Wat we wel willen en kunnen doen is kijken naar de uitdagingen en hoe politieke partijen daar mee omgingen en volgens hun eigen verklaringen ook in 2016 zullen doen.

2016 wordt volgens sommigen het laatste jaar waarin de regering belangrijke beslissingen zal kunnen nemen vooraleer te vervallen in electoraal opbod. De laatste kans dus om keuzes te maken die het partijbelang overstijgen en het algemeen belang van België en/of de gemeenschappen dienen.

Welke thema’s zullen in 2016 prominent aanwezig zijn (of zouden het moeten zijn)? Dan denken we aan Veiligheid, Energiebeleid, Sociaal beleid en de rol van de middenveldorganisaties, het regeerakkoord en de politieke geloofwaardigheid, communautaire discussies en last but not least: de rol van de media.

Veiligheidsbeleid

Zal 2016 het jaar zijn waarin een nieuwe tsunami vluchtelingen de EU overspoelt? Komt er opnieuw een golf van terreur op ons af?

Binnenlandse veiligheid

Niemand betwijfelt dat het Midden Oosten ook in 2016 een oorlogsgebied zal blijven. Zelfs al kan de gecombineerde Russische en Westerse militaire steun grote vorderingen maken tegen terroristische groepen in Syrië en Irak en IS zware verliezen toebrengen, dan nog blijft de kern van het kwaad overeind. Het jihadisme zal ook zonder eigen ‘grondgebied’ een wereldwijde bedreiging blijven vormen. Immers, het uitroeien van IS kan dan wel de beestigheden stoppen in Irak en Syrië, zolang er moslims zijn die de gewelddadige basisteksten van hun geschriften als leidraad nemen, zullen er terroristen zijn. Tegenover een nieuwe toevloed van vluchtelingen kan enkel een kordaat immigratiebeleid op Europees niveau helpen. Daarvoor moet de opvang georganiseerd worden via ‘verplichte doorgangspunten’ buiten de Schengenzone. Wie niet via deze centra binnen komt moet er weer uit. Zo niet worden de voordelen van deze gemeenschappelijke buitengrens een onbetaalbaar nadeel.    

Dat brengt mij bij een tweede uitdaging voor 2016: de verdere verstrengeling van wat vroeger twee aparte beleidsdomeinen waren: Binnenlandse en Buitenlandse veiligheid. Veiligheid in eigen land kan niet meer gegarandeerd worden wanneer buitenlandse dreigingen letterlijk grenzeloos geworden zijn. Het zal dus aangewezen zijn om te kijken of het volstaat om samen te werken en of de gebruikte argumenten (om niet te evolueren naar een overkoepelende politieke autoriteit) ingegeven zijn door eigenbelang dan wel door de nood aan een effectiever beleid.

Mocht er een nieuwe vloedgolf aan vluchtelingen komen dan zou vooral de gevierde Duitse bondkanselier, Angela Merkel, zwaar gezichtsverlies lijden. Nu al moet ze haar ‘Wir schaffen dass’ fors inperken: (DS) ‘Op een zakelijk evenement in Mainz zei Merkel gisteravond(11/01) dat het aantal vluchtelingen ‘gevoelig’ omlaag moet, omdat we ze ook moeten integreren. Dat heel de migratiegolf niet ordentelijk opgevangen kan worden, maakt Europa kwetsbaar, zei ze. Wanneer Merkel van tijdelijke vluchtelingen permanente immigranten maakt die we moeten integreren, terwijl ze nauwelijks enkele jaren terug nog toegaf dat dit mislukte, betwijfel ik of daarvoor een maatschappelijk draagvlak bestaat in haar land maar ook in België. Het zou ook interessant zijn om te horen hoe ze dan de wederopbouw van de crisisgebieden ziet?

Daarom is er dringend nood aan een moreel agendapunt over het statuut van de vluchtelingen en hoe wij willen bijdragen tot het herstel van een regio die vandaag in brand staat, maar morgen nood zal hebben aan massale steun voor de wederopbouw. Of, scherper gesteld, gaan wij profiteren van alle hoogopgeleide vluchtelingen en ze hier laten blijven omdat ze ons economisch goed van pas komen, of zullen we vanaf het begin heel duidelijk maken dat hun toekomst in hun eigen land ligt en niet in Europa. Daarbij één essentiële bedenking:

Wetten mogen een goed beleid niet beletten, het beleid moet de wetten maken die nodig zijn voor een goed beleid.

Een beleid waarvoor een maatschappelijk draagvlak is. En als Europa dat niet kan, dan faalt het en is het gedoemd om niet meer ernstig genomen te worden door de lidstaten en zullen die de richtlijnen aan hun laars lappen wegens onrealistisch.

Buitenlandse veiligheid

Defensie werd jarenlang behandeld als een weeskind dat best zo weinig mogelijk kostte. Daar is nu een eind aan gekomen. Met de bijkomende investeringsmiddelen (9.2 miljard euro) zijn er opnieuw mogelijkheden om het leger beter uit te rusten voor de opdrachten die men weerhouden heeft. 2016 wordt voor defensie een scharnierjaar. Hierover meer in de rubriek regeerakkoord en politieke geloofwaardigheid.

Het aangekondigde personeelsbeleid is overigens in contradictie met de politieke wil om defensie te versterken. Ja, het leger kan met minder volk in actieve dienst toch operationeel zijn, op voorwaarde dat er voorzien wordt in een reserve. Door de afbouw van de grondtroepen zullen we, wanneer het echt nodig is, na hooguit één jaar de zwart-geel-rode vlag moeten vervangen door een witte. De gulden regel voor een degelijke defensie - waaraan tot nog toe niet voldaan werd - is dat de nood aan een operationele reserve groter wordt naarmate de organieke actieve eenheden worden afgebouwd.

Vermits de grenzen tussen binnenlandse en buitenlandse veiligheid niet meer duidelijk zijn, kan men de vraag stellen of defensie niet moet voorzien in een sterkere poot ‘binnenlandse steun’. Is een soort van politionele ‘bewakingseenheid’, bestaande uit hoofdzakelijk ‘afgedankte militairen wegens niet meer operationeel’, onder bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken een goede keuze? Het zal in elk geval Defensie niet helpen, want het staat in de sterren geschreven dat als er militairen worden overgeheveld, ook de financiële middelen voor de verloning mee zullen overgeheveld worden. Het vertrek van ouder personeel is enkel positief wanneer men zorgt voor een toenemende aanwerving van jonger personeel en dat is in het verleden al menigmaal geprobeerd maar nog nooit succesvol geweest.

De politieke partijen zowel van de meerderheid als de oppositie zijn blijkbaar tevreden met het gevoerde beleid. Dat het nu juist drie N-VA ministers zijn, waarvan twee gedoodverfde ‘separatisten’,  die daarvoor applaus krijgen zal bij velen niet in goede aarde vallen. CD&V blijft resoluut achter het beleid van partijgenote Angela Merkel staan en pleit voor een open en warm onthaal. Of dat bij een nieuwe golf in 2016 nog het geval zal zijn is, gezien de niet langer te verzwijgen problemen, hoogst twijfelachtig.

De regeringsbeslissing om meer te investeren in defensie veroorzaakte een diepe kloof tussen meerderheid en minderheid. Maar vermits de minderheid (behalve de Franstalige) in onze democratie niets te zeggen heeft, zal deze tegenstelling ook in 2016 geen rol van belang spelen. Of het ‘kordate regeringsbesluit’ ook synoniem zal zijn voor goed bestuur blijft een open vraag. De manier waarop defensie reageert op kritische vragen (die de traditionele media zelfs niet stellen) laat in elk geval blijken dat transparantie nog altijd geen geloofspunt is. Dit zou defensie zuur kunnen opbreken.  

Energiebeleid

De westerse wereld heeft zwaar ingezet op een nieuw energiebeleid. De twee argumenten hiervoor waren (1) de afhankelijkheid van politiek anders georiënteerde (onstabiele) leveranciers en (2) de klimaatverandering die volgens de VN-specialisten veroorzaakt wordt door de toenemende hoeveelheid CO2 in de lucht als gevolg van menselijke activiteit (verbranding van fossiele brandstoffen).

Het geostrategisch belang van een onafhankelijke energiebevoorrading is evident. Wie ‘de kraan kan dichtdraaien’ zal men met voorzichtigheid behandelen. Alleen heeft de klimaathype ervoor gezorgd dat we de onstabiele leveringen door ‘onbetrouwbare’ landen zullen vervangen door al even onstabiele groene stroomleveringen. Daarbij botst het debat over de minst vervuilende energiebron, nucleaire centrales, op een taboe en werden door gebrek aan investeringen kansen gemist om deze schone technologie verder te ontwikkelen en de risico’s op korte en lange termijn te verkleinen. In de plaats daarvan werd en wordt handenvol geld uitgegeven aan subsidies voor de groene stroom, zonder dat de doorsnee consument daar beter van werd. Integendeel, de factuur die pas nu gepresenteerd wordt maakt duidelijk hoe catastrofaal het energiebeleid destijds was en nog altijd is. 

China, waar men vijfentwintig nieuwe nucleaire centrales zal bouwen, heeft duidelijk een andere visie op het energiebeleid dan het Westen. En het ligt voor de hand dat ook de andere opkomende industrieën niet zo maar zullen afstappen van het gebruik van fossiele brandstoffen. Immers het aanbod is nog nooit zo groot geweest en door een minder verbruik in de Westerse landen, is de vraag gedaald waardoor deze energiebron voor langere tijd veel goedkoper zal blijven dan de hernieuwbare energie. De gigantische  inspanningen van de Westerse economieën (jaarlijks honderden miljarden euro aan subsidies en andere financieringskanalen) voor de hernieuwbare energie zijn daarom gedoemd onrendabel te zijn. Dat hoeft zo niet te zijn, want nu blijkt dat zowel onder klimaatalarmisten als sceptici het besef groeit dat de opwarming veel minder snel en minder dramatisch zal zijn dan voorspeld wordt. Wat tijdens de recente Parijse klimaatconferentie werd voorgesteld als een succes - de opwarming beperken tot 2° - zal ook lukken als we niets doen aan de CO2 uitstoot. We zouden dus beter investeren in een zuiniger energieverbruik én een betere bescherming tegen de gevolgen van een mogelijke beperkte opwarming. 

België beschikte, naast grote invoerder van fossiele brandstof (gas en olie), over een nucleaire energiecapaciteit die goed is voor zowat de helft van het elektriciteitsverbruik. Maar recentelijk bleek dat we voor de prijszetting van onze elektriciteit zeer afhankelijk geworden zijn van de Franse multinational Suez. Wij verloren alle zeggenschap over onze energieproductie toen onder de Paarse regering van Verhofstadt Electrabel in 2005 voor 100 % in handen kwam van het Franse Suez en Verhofstadt tegelijk besliste om zo snel mogelijk de nucleaire centrales te sluiten. Wie daar behalve de Fransen beter van werd is nooit duidelijk geworden.

Ondertussen is er wel één onwelkome waarheid: de massa’s geld die we onze ‘winderige vriendjes’ toestopten zijn bijlange niet voldoende om het schrappen van 50 % van onze nucleaire centrales te vervangen. Is dat geen schoolvoorbeeld is incompetent bestuur?

De tegenstellingen tussen de politieke partijen over het energiebeleid zijn groot. Vooral het feit dat in de federale meerderheid twee Vlaamse partijen (N-VA en CD&V) zitten die niet verantwoordelijk zijn voor de genomen beslissingen door de Paarse regering, biedt hen speelruimte om het beleid eventueel een ander kant op te sturen of ten minste de kwalijke kanten van de genomen beslissingen te minimaliseren. Maar voor Open VLD en MR ligt dat moeilijker, hoewel de wendbaarheid van de liberale familie altijd zeer groot was. In Vlaanderen ligt het energiebeleid ook moeilijk en dreigt de sterk stijgende energiefactuur nog voor veel kritiek te zorgen.

Over de klimaatpolitiek valt ook dit jaar nog veel uit te klaren. Niet alleen was er eigenlijk geen overeenkomst tussen de gewesten, behalve de vage beloften die in Parijs gepresenteerd werden als een ‘historisch’ succes, maar door specialisten al fel gehekeld werd. Hoewel slechts een anekdote, maar enkel de studiediensten van CD&V en N-VA toonden belangstelling voor het klimaatdebat tussen klimaatalarmisten en sceptici dat De Bron vorig jaar organiseerde. En later toonde N-VA nog bijkomende belangstelling voor deze problematiek, wat erop wijst dat de andere partijen zich vergenoegen om mee te lopen in de kudde van gelovigen.  

Sociale zekerheid en het middenveld

Hoewel de sociale zekerheid en de rol van het middenveld in België heel belangrijk zijn voor iedereen, wordt hierover nooit een debat gevoerd dat de partijpolitieke horizon overstijgt. Wanneer er één wens is die zou mogen uitkomen in 2016, dan wel deze: dat er eindelijk afgestapt wordt van de heilloze profileringsdrang en bewuste misleiding door de politieke protagonisten. Laat mij dat illustreren met twee voorbeelden:

In De Standaard en andere media was er een rel over de kostprijs van de uitkering van de werkloosheidsvergoeding. Met cijfers bewees Wouter Beke dat het ACV en ABVV de goedkoopste waren en de Hulpkas (een staatsinstelling) twee maal zo duur was als de sociale organisaties. Maar zijn cijfers bewezen ook dat hoe meer werklozen de vakbond telt hoe goedkoper deze dienst is. Wie daar even blijft bij stil staat kan toch niet anders dan alle sociale organisaties verplichten om te fusioneren zodat die ene vakbond nog meer werklozen telt en dus ook nog goedkoper kan werken? Bizar toch dat de vakbonden Belgisch willen blijven omdat het een schaalvergroting mogelijk maakt, maar eenzelfde schaalvergroting op Vlaams niveau afwijst. Daarvoor zijn duidelijk andere (financiële?) motieven die niets te maken hebben met de dienstverlening maar alles met de toe-eigening van een  ‘overmatige corporatistische machtspositie’.

Of neem een ander voorbeeld van een debat dat niet over de essentie gaat: de kostprijs en dienstverlening van mutualiteiten. Het lijdt geen twijfel dat de christelijke mutualiteit (CM) omwille van zijn zeer groot ledenaantal een veel groter netwerk van diverse diensten kan aanbieden en veruit de beste service levert, zonder dat dit meer kost dan wat de andere mutualiteiten aanbieden. Dat laatste dachten we ook, maar helaas is het niet helemaal correct, zo schrijft Louis Ide (N-VA en arts) in Knack online. Want wanneer men de door de CM verplichte aanvullende ziekteverzekering erbij rekent dan is de Hulpkas voor ziekte en invaliditeitsverzekering goedkoper.

Maar zelfs dan nog: kan iemand mij uitleggen waarom niet iedere zieke of andersvalide over diezelfde voordelen zou kunnen genieten? Of moet men ‘christen’ zijn om recht te hebben op een betere dienstverlening die dan nog grotendeels betaald wordt met belastinggeld? Wie zwaait met gelijkheid en gelijke behandeling is toch voorstander van een gelijke dienstverlening? Opnieuw, wie deze dienstverlening volgens ideologische zuilen blijft opsplitsen, heeft ander motieven die veel minder edelmoedig zijn dan men ons wil wijs maken. Mag ik dan ook protesteren tegen het verkopen van de kritiek op de sociale organisaties als een kritiek op het fantastische werk die de talloze vrijwilligers presteren. Zij verdienen het niet om gebruikt te worden voor misleidende spelletjes.

Dat de vakbonden nodig zijn, daar is zelfs geen discussie over, ook al gebruiken hun leiders dat valse argument aan de lopende band om het debat over hun rol en werking uit de weg te gaan.

Laat mij een voorbeeld geven waarom vakbonden noodzakelijk zijn. Gewezen topman van het ACV, Luc Cortebeek, schrijft in Knack onder meer: Er is evenwicht nodig tussen privé- en professioneel leven, het liefst zonder burn-outs, zeker wanneer mensen het zo lang moeten volhouden. Dat evenwicht bereik je alleen met goed overleg.

Voor éénmaal ging het dus niet over méér geld en meer privileges, maar over een naar mijn aanvoelen veel belangrijk onderdeel van het vakbondswerk: ijveren voor meer  werkvreugde en minder uitbuiting. Wanneer men vaststelt dat heel veel mensen met een burn-out thuis zitten en de firma (in een concreet voorbeeld) het werk vervolgens laat doen door twee werknemers, wegens inderdaad te zwaar, dan heeft de vakbond zijn werk niet goed gedaan. Of was het misschien een werknemer die niet gesyndikeerd was en dus geen recht heeft op hun steun? Wanneer we nu vaststellen dat firma’s wat graag ingaan op de vraag van veel middenkaders om over te stappen naar een vier vijfde werkweek, dan is daar een goede reden voor: van die werknemers wordt wel nog verwacht dat ze identiek dezelfde werklast uitvoeren in vier in plaats van vijf werkdagen. Een belangrijke besparing op korte termijn met soms desastreuze gevolgen op iets langere termijn. Is er één vakbond die daarvoor al ooit op de barricaden is gaan staan?

En dan zegt Cortebeeck koudweg ‘het liefst zonder burn-out’!

Waar is de tijd dat de mensen met plezier gingen werken, waar niet kunnen werken ervaren werd als een straf? Zijn de jongeren nu opeens allemaal lui geworden? Neen, dat geloof ik niet. Maar ze zijn wel soms te zwak om de juiste keuzes te maken en de maatschappelijke druk om ‘mee te zijn’ zorgt ervoor dat de rustperiodes allesbehalve rustig zijn. Waar zitten de sociale organisaties om hier tegenin te gaan?

De politieke partijen die in de greep zitten van de sociale organisaties, CD&V en sp.a willen uiteraard niet dat hun machtsbasis beknot wordt. Een fundamenteel debat over het statuut en de rol van de sociale organisaties zal dus ook niet voor dit jaar zijn. Meer valt er daarover helaas niet te zeggen.

Het regeerakkoord

2016 wordt ongetwijfeld gedomineerd door de dagelijkse problemen met migranten (zie ons eerste onderwerp) en de begrotingsproblemen. De grote staatsschuld afbouwen is een werk van lange adem. Wanneer 2016 geen beterschap brengt dan zal deze regering geen deftig resultaat kunnen voorleggen in 2019. Geen onbelangrijke vooruitzicht, dat ook voor Vlaanderen geldt. Ondertussen wordt het hoog tijd dat de ‘grote bouwdossiers’ gerealiseerd worden en dus is niet investeren zelfs geen optie.  

Het gebeurt niet veel dat een partijvoorzitter voor én na de verkiezingen besparingen aankondigt. Hoewel het met een centrumrechtse regering een makkie zou moeten zijn om daadwerkelijk te besparen en dus de staatsschuld, nu al meer dan 400 miljard euro en stijgend, nominaal te doen dalen - wat tot op de dag van vandaag niet lukte. Helaas, ook dit jaar lijkt dat onmogelijk te worden, omdat CD&V zich vooral wil profileren door een centrum-links beleid te voeren en zichzelf uitriep tot het sociale geweten van de regering Michel I. Men hoeft zelfs geen communautaire tegenstellingen te hebben om het regeringsbeleid te herleiden tot wat schaafwerk. Rustige vastheid.

De sociale zekerheid, met een budget van ongeveer 85 miljard euro de grootste begrotingspost, zit de facto zelfs niet meer in het bevoegdheidsmandje van de federale regering. Het volstaat om de geschiedenis van de sociale wetgeving erop na te lezen om vast te stellen dat reeds in de 19de eeuw het vooral christelijke en socialistische organisaties zijn die de toon zetten. En men hoeft geen specialist te zijn om te beseffen dat de laatste decennia het sociaal overleg tussen werknemers en werkgevers enkel nog resultaat kon boeken wanneer de regering de tegenstellingen met veel belastinggeld wegmasseerde.

Hoewel ook defensie in 2016 zal besparen, wordt het toch een uiterst belangrijk scharnierjaar. Het klopt dat de grote investeringen voor defensie altijd gedragen worden door de volgende regeringen. Het zal dan ook geen uitzondering zijn wanneer er in 2016 keuzes gemaakt worden waarvan de draagwijdte en de financiële kostprijs slechts bij benadering gekend zijn, meestal onderschat worden.

Daar komt nog een grote nieuwe onzekerheid bij, namelijk dat door de razendsnel evoluerende IT-gebonden wapensystemen (vliegtuigen, drones, raketafweersystemen, opsporingsmiddelen, …) het gevaar groot is dat elke keuze vandaag zeer snel zal voorbijgestreefd zijn. Vandaag kiezen voor een duur wapensysteem dat pas binnen vijf à tien jaar geleverd wordt en na tien jaar gebruik voorbijgestreefd is, kan geen enkele specialist uitsluiten.  Meer zelfs: de kans dat het zo zal zijn is heel groot. We kunnen dus alleen maar hopen dat de regering bijzonder voorzichtig is en goed bestuur laat voorgaan op afspraken in het regeerakkoord. Dus ja, zelfs op het gevaar af dat een volgende regering de gereserveerde investeringsmiddelen (9,2 miljard euro) zou aanpassen.

De communautaire agenda

De inkt waarmee Knack schreef hoe professor Bart Maddens treurde om het onvermogen van de Catalaanse nationalisten om een regering te vormen was nog niet droog, of ze slaagden er alsnog in hun intern getwist opzij te schuiven. Catalonië krijgt met Carles Puigdemont, nationalist van het eerste uur, een nieuwe minister-president. De onafhankelijkheid staat opnieuw prominent op de Spaande agenda.

Waarom ik net deze gebeurtenis aanhaal, heeft een dubbele reden: de Catalanen bewezen dat er pas kans op slagen is wanneer het onderlinge gekibbel ophoudt, en de prominente rol van de onafhankelijkheidsbewegingen om het gekibbel te stoppen.

Een vriend schreef mij ooit dat de reputatie ven ruziemakende Vlamingen hardnekkig, want heel oud is: “Filips de Stoute, de eerste hertog van Boergondië, trouwde met Margaretha van Male, en kreeg op die manier Vlaanderen. Hij gaf zijn zoon en opvolger, Jan zonder Vrees, een document met raadgevingen, waarin te lezen was: ‘Als het oorlog is, vraag dan aan de Vlamingen geen troepen. Vlaamse troepen zijn niets waard. Ze gehoorzamen geen bevelen en maken onderling ruzie. Ze zwerven doelloos rond, plunderen links en rechts wat, en als ze dat moe zijn gaan ze gewoon naar huis. Het is veel beter de Vlamingen om geld te vragen dan om soldaten.”

Het Vlaamsgezinde DNA waarover ik reeds schreef in verband met de relaties tussen de Vlaamse beweging en N-VA, is opnieuw aan de orde. Dat het eerst tot een confrontatie moest komen tussen ‘gelijkgezinden’ en de achterdocht bijlange nog niet is weggenomen, toont opnieuw hoe moeilijk het is om in Vlaanderen een eensgezind front te vormen.

Samen met Jean Pierre Rondas kan men zich inderdaad verbazen over de plotse hernieuwde belangstelling voor het communautaire dossier bij N-VA. Immers, een partij met een goed gevulde portemonnee kan toch geen probleem hebben om in zijn uitgebouwde studiediensten ook specialisten te hebben die de opdracht hebben om de eerste doelstelling grondig te analyseren en om te onderzoeken wat daarvoor nodig is en welke wegen daar het best naartoe leiden?

We kunnen Peter De Roover volgen wanneer hij zegt dat decennia lang aan de zijlijn staan roepen niets opleverde. Hij kan het weten.

Dat de Vlaamse beweging een sta-in-de-weg was volgens De Wever (in 2012) en de avond van de verkiezingen (in 2014) het confederale project dood en begraven werd, gaf voedsel aan het wantrouwen dat ook in 2016 niet zal verdwijnen.

De Vlaamse politieke partijen staan al jaren voor tegengestelde visies. Waar Open VLD unisono enkel heil ziet in het versterken van de Belgische staat, is er meer ‘dissidentie’ bij CD&V waar mandatarissen zoals Hendrik Bogaert vinden dat dit België niet voldoet aan de noden van goed bestuur en daarom verder willen gaan. Er waren nog fervente Vlaamsgezinde CD&V politici - die prominent aanwezig waren op Vlaamse hoogdagen zoals het Zangfeest - maar toen de postjes dienden verdeeld te worden bleek hun manmoedigheid niet zo groot als ze ons voorhielden. Dat de sp.a ook vandaag nog denkt dat het leven in de slipstream van de PS rendabeler is dan het opkomen voor de verzuchtingen van hun potentiële Vlaamsgezinde kiezers, bewijst dat hun prioriteiten weinig met democratie maar des te meer met macht te maken hebben. Ze doen maar…   

Dat de twee Vlaams-nationalistische partijen, N-VA en Vlaams Belang, mekaar het licht in de ogen niet gunnen en Vlaams Belang door een ongenuanceerd ‘eigen volk eerst’  al meer dan twee decennia geboycot wordt, maakt de verdeeldheid binnen de politieke wereld compleet.

Het enige dat 2016 kan bieden is dat iedere Vlaamsgezinde eens voor de spiegel gaat staan en zich afvraagt of Vlaanderen voor hem of haar nog wel op de eerste plaats komt. Of het confederale project méér is dan een electoraal verhaal. Of de politieke versnippering goed dan wel nefast is voor Vlaanderen.

In plaats van te spreken over het DNA van één partij, zouden we beter werken aan één partij die het DNA van de hele Vlaamsgezinde beweging uitdraagt.

De rol van de media

Zowel Anders Gelezen als De Bron en vele andere nieuwe e-magazines en blogs tonen aan dat ze een bescheiden maar niet onbetekenende rol kunnen spelen in de berichtgeving. De traditionele media, TV, kranten en weekbladen zullen de ‘gaten’ die ze bewust laten vallen ook in 2016 niet opvullen.

Een VRT kijker hoorde eind november op Het Nieuws dat een presentatrice het had over een kleine minderheid extremisten. Daarop vroeg hij aan de verantwoordelijke voor Het Nieuws, Bjorn Soenens of dat niet al te vergoelijkend was? Immers er zijn nogal wat Jihadisten wereldwijd, Al Quaeda, IS, Boko Haram, Al Shabab, enz.”

Hierop reageerde Soenens (na aandringen; e-mails in ons bezit) met onder meer volgende uitspraak: “Met zekerheid kan je stellen dat extremisten die tot geweld en terreur overgaan een uiterst kleine minderheid vormen, maar helaas wel een luidruchtige kleine minderheid.”

Dat de terroristen een zeer kleine minderheid zijn is juist. Maar zijn verklaring dat ze een luidruchtige minderheid zijn, slaat alles. Zou Soenens wel beseffen hoe permissief zijn uitspraak is? Boem, boem, pang, pang, ja ze maken nogal wat lawaai, helaas!

Zou Soenens wel beseffen dat deze kwalificatie van terroristen een slag in het gezicht is van die vele duizenden slachtoffers wereldwijd? Hoe wereldvreemd kan iemand zijn om zich te verschuilen achter naakte cijfers en welk een gebrek aan empathie bij een man die beweert dat hij het recht heeft om te bepalen wat wij mogen weten. En laat over dat laatste géén twijfel over bestaan:

“Bij Het journaal zijn we niemands knecht of niemands vriend, tenzij die van de  onweerlegbaar vaststaande feiten. Dat is onze enige opdracht.”

Dat steeds meer gewone burgers de weg vinden naar nieuwe nieuwsbronnen, waar heel dikwijls mensen met een meer dan doorsnee kennis analyses maken die tot nadenken stemmen, is bemoedigend. Hún lezers vragen niet om voorgekauwde meningen. Ze zijn verstandig genoeg om zelf te denken.

Maar het succes van die nieuwe spelers staat of valt met hun onafhankelijkheid en de wil om verder te kijken dan de waan van de dag. Kritische journalistiek waar de traditionele media blijkbaar niet meer toe in staat zijn omwille van diverse redenen zoals de afhankelijkheid van subsidies, de nood aan commercieel succes, mankracht om aan ‘slow journalism’ te doen en vooral de overtuiging dat het de media zelf zijn die moeten nadenken en beslissen wat ze wel of niet delen met hun kijkers en lezers. 2016 ziet er dus rooskleurig uit voor die kleinschalige initiatieven. Ze knagen gestaag aan de geloofwaardigheid van de groten en zullen steeds meer weldenkende burgers overtuigen, wanneer ze blijven inzetten op kwaliteit. 

Pierre ‘Pjotr’ Therie,

dwarsligger

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur.

We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneelfinancieel of organisatorisch!