Niet 1945 maar de spooktreinen staan model

Niet 1945 maar de spooktreinen staan model

De voorstellen voor de Noodtoestand van Bart De Wever worden vergeleken met de repressiewetgeving van 1945. Men verwart op die manier repressie met preventie en vergeet wat er in 1940 is fout gelopen.

Er is nogal veel te doen geweest over het Veiligheidsplan van N-VA. Ik spreek me er niet over uit of dit grondwettelijk is, of niet, maar één opmerking wekt mijn ergernis op: die van de socioloog Luc Huyse, bijgetreden door de historicus Bruno De Wever. Zij wijzen op de parallel met de bijzondere besluitwet van september 1945 die de naoorlogse repressie mogelijk maakte (Humo, 06/09 p. 11). In hun visie stelt men vandaag voor waar men ooit zelf slachtoffer van is geweest. Daarmee worden natuurlijk zeer oude wonden opengereten in sommige Vlaams-nationale middens, maar de vergelijking gaat niet op.

Let wel: ik beschouw zowel Huyse, specialist in de naoorlogse repressie, als De Wever, specialist in onderzoek naar de collaboratie, als zeer hoogstaande en eerlijke personen, die ik sterk bewonder. Toch vergissen ze zich hier en de vergissing situeert zich in het woordje ‘naoorlogs’. Het ging om een wraakmaatregel na de overwinning. Wat de andere De Wever (Bart) vandaag voorstelt, is vooroorlogs en niet repressief maar preventief. Dat maakt een wereld van verschil. Indien men de huidige voorstellen voor een Noodtoestand ergens mee moet vergelijken, dan is het niet met de wettelijke onderbouw voor de repressie, maar met de episode van de Spooktreinen van mei 1940. Even de feiten recapituleren, zoals de betreurde historicus Luc Schepens ze samenbracht.[i]

Ongecontroleerde lijsten en beestenwagons

Op 10 mei vielen de Duitsers ons land binnen. Bijna meteen werden mensen opgepakt die ervan verdacht werden met de vijand te heulen en deze hand- en spandiensten te verlenen. Dat gebeurde op basis van een Koninklijk Besluit waarover gediscussieerd werd sinds juli 1939, op basis van de Anschluss van Oostenrijk in 1938. Men raakte er niet uit en het werd ter elfder ure inderhaast erdoor geduwd op 8 mei. Het ging om verscherpte ‘surveillance’, niet om arrestaties. Op zich was dit niet fout, het was een normale oorlogsmaatregel. Probleem was het geïmproviseerde karakter.

Op 12 mei werd besloten al de geïnterneerden over te brengen naar Frankrijk in minstens twee treinen, in totaal twee à drieduizend mensen. Daartussen Vlaams-nationalisten, rexisten (van Degrelle) maar ook communisten, joden, voor de nazi’s gevluchte Duitsers. De lijst kwam tot stand op basis van slecht bijgehouden lijsten van de procureur des konings, die nooit grondig gecontroleerd waren. Het transport gebeurde in beestenwagons waarop vermeld stond dat het om leden van een vijfde colonne ging. Daarna verloren de Belgische ministers, opgeslorpt als ze waren door de maalstroom, ieder zicht op wat er met hen gebeurde.

Eén van de meest prominente gedeporteerden was Joris Van Severen, leider van de fascistische maar pro-Belgische beweging Dinaso, die pas een reeks toespraken had gehouden om het moreel van het Belgisch leger op te peppen, en daarvoor door het Hof was geprezen. Hij kwam in Abbeville terecht waar een groep dronken Franse soldaten besloten had wraak te nemen op die ‘verraders’. Toen Van Severen hen tot kalmte wilde aanmanen, werd hij neergeschoten (samen met twintig anderen).

Heel deze episode werd meteen na de capitulatie (op 28 mei) uitgebuit door het Vlaams Nationaal Verbond (van Staf Declercq, die achteraf zou snoeven dat zijn Militaire Organisatie de opmars van de Duitsers had geholpen). En door de Duitse Propaganda Abteilung. Ze werd later als motivatie aangevoerd voor de collaboratie. De dan al sterk gemarginaliseerde August Borms (die al voor de oorlog voor Duitsland had gekozen) werd nog maar eens in zijn glansrol opgevoerd, als martelaar. Met hem werd een ronde van Vlaanderen georganiseerd om de haat tegen het verslagen België uit te schreeuwen.[ii]

Gevaar van negatieve stemmingmakerij

Als we die gebeurtenissen vandaag bekijken, dan is het grote drama toen geweest dat er geen duidelijk wettelijk kader, en zeker geen duidelijke procedures bestonden voor een dergelijke noodtoestand. Het was net heel goed geweest als die er wel geweest waren. Wat Bart De Wever vandaag voorstelt is daarom, los van juridische spitsvondigheden, net een zeer goede zaak en het omgekeerde van de repressiewetgeving van 1945. Er kunnen momenten komen dat het effectief nodig zal zijn om in een mum van tijd tot noodmaatregelen te besluiten. Op dat moment zal het ook in het voordeel van de slachtoffers zijn als er binnen een duidelijk wettelijk kader en volgens vooraf gecontroleerde procedures wordt geopereerd. In die zin denk ik dat de voorstellen van Bart De Wever onze aandacht verdienen en dat de bedenkingen van Luc Huyse en Bruno De Wever aanleiding kunnen geven tot een zeer negatieve stemmingmakerij.

Eddy Daniels

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een  bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!




[i] In de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, 2, 1975, p. 1465-1467 (ze werden bijna zonder toevoeging of wijziging hernomen door Joris Dedeurwaerder & Luc Vandeweyer in de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, 3, 1998, p. 2808-2811.

[ii] zo leren we uit Bruno De Wevers standaardwerk, Greep naar de macht, 1995, p. 347.