Moslim-elite speelt verstoppertje

Moslim-elite speelt verstoppertje

Als Sadiq Khan, de burgemeester van Londen, de niet-moslims zegt dat ze beter wennen aan islamistische terreur, want zulke aanslagen zijn “part and parcel of living in a big city”, en als leiders van klassieke politieke partijen waarschuwen tegen kritiek op 'de moslims', zijn ze dan niet hard verkeerd bezig? Waarom vragen ze de moslims niet dat ze beter wennen aan kritiek op de islam zolang islamitisch-geïnspireerde terreur voort duurt? AlDe'emehs aanklacht en de herhaalde miscommunicatie van de moslimexecutieve vormen hierbij aanwijzingen dat de moslim-elite nog lang niet op democratisch spoor zit. Ze beweren dat wel te willen, maar ...

Begin mei was het weer prijs: bepaalde imams en leerkrachten islam reikten jonge moslims een doctrine aan die hen sterk beangstigt én, gewild of ongewild, een opstap biedt naar terreur. Zo kloeg Montasser AlDe'emeh het aan. De georganiseerde islam was kwaad, verontwaardigd of verrast. Mohammed Achaibi dacht het probleem te mogen vergoelijken in Terzake. De vraag blijft waar de moslim-elite werkelijk heen wil.

Eerder dit jaar publiceerde de moslimexecutieve tegenstrijdige berichten over de verhouding tussen kerk en staat, en blijven, mede door de executieve, sterke opleidingen en grondige bijscholingen voor islamprofessionals uit. Deze instelling blijft moeilijk doen over de oprichting van lokale (Vlaamse en Franstalige) universitaire opleidingen en sterke bijscholing voor islamprofessionals.

Deze en talrijke andere feiten maken duidelijk dat de moslim-elite nog lang niet in het reine is met de democratie.

Imams en leerkrachten die extremisme verkondigen

Montasser AlDe'emeh, onderzoeker rond radicalisering bij moslimjongeren bond deze week nog maar eens de kat de bel aan. Hij stelde vast dat 'veel' jonge moslims een 'terroriserende' doctrine meekregen van imams, hun leraars islam en de omgeving: 'Leef als een goede, gelovige en blindelings trouwe moslim, of je gaat naar de hel. Dan word je na je dood gemarteld. En voor wie (zwaar) zondigt, is er slechts één resterende uitweg, het martelaarschap'. Hij ziet in bepaalde vormen van islamitisch onderricht een directe opstap naar terreur. Dat sluit overigens in zekere mate aan bij de analyse die we op De Bron ook al maakten sinds 2014.

Als het klopt wat AlDe'emeh schrijft, dan gaat het minstens over enkele flagrante overtredingen van de wet.

Wij hebben alvast geen aanwijzingen die zijn vaststellingen tegenspreken, maar wel aanwijzingen die ze bevestigen. Het feit dat andere leerkrachten islam er een doctrine op na houden die wel goed spoort met democratie en mensenrechten en die niet strijdig is met de wet, doet daarbij niets af aan de aanwezigheid van de eerste, wel problematische groep. Maar hoe groot zijn beide groepen dan?

Khalid El Jafoufi (foto), voorzitter van studentenvereniging Mahara, treedt Montasser in Knack alvast bij: "Vanwaar komt dat door angst gevormde wereldbeeld? Het minste wat je kunt vaststellen, is dat zij die het beste geplaatst zijn om kinderen gerust te stellen, de imams en de islamleerkrachten op onze scholen, dat niet doen.”. Veel van de bijna 800 leerkrachten islam en de moskeeën wisten geen tegengewicht te bieden. El Jafoufi meent dat het islamonderwijs in Vlaanderen rampzalig georganiseerd is. De vraag is hoeveel dat ook echt willen. El Jafoufi denkt daarbij dat veel lokale leiders de moslimjongeren dom willen houden om ze beter te kunnen blijven controleren.

Brahim Laytouss, Gentse imam met een sterk democratische overtuiging, is al even kritisch. In De Standaard 3/5/2017 stelt hij dat er te weinig informatie is over de werking van moskeeën, dat het niet mogelijk is om uit te maken in welke mate die gebedshuizen de integratie van moslims bevorderen. Hij begrijpt en steunt de grote terughoudendheid van minister Homans om nog verder moskeeën te erkennen.

Het debat is dus in alle hevigheid open. Urgent is nu dat we de aard en de frequentie van ontoelaatbare boodschappen van imams, leerkrachten islam en andere opiniemakers correct in kaart brengen. Tot nog toe was de thesis van de meeste (vooral linkse) opiniemakers en … in onze hoofdsteden dat het slechts over zeer kleine aantallen ging, en dat de meeste islam professionals de wet niet overtreden.

Tekenend is hierbij hoe niet-moslims één en ander inschatten. De meesten met een politiek-correct overtuiging menen dat er nauwelijks een wolkje aan de hemel is met 'onze' moslims – zoals zij die graag noemen. En als er al grote problemen zijn, dan is slechts een zeer kleine groep daarvoor verantwoordelijk. Mensen met een extreemrechtse overtuiging zien dat in tegenovergestelde zin: zij menen dat er met de islam nauwelijks iets aan te vangen is, en dat slechts uitzonderlijk moslims wel integreerden.

Tussen beide zit een strekking waartoe ik de drie voorgaande moslims reken net zoals andere democratische moslims, naast Maarten Boudry, Luckas Vander Taelen, Ivan Van de Cloot, het Engelse Spiked, en in de politiek de N-VA, J.M. De Decker, progressieve groepen zoals Vlinks en de rechtse vleugels van de Open Vld en de CD&V. Die groep onderscheidt de verschillende stromingen in de islam en wil 'democratische moslims' wel voluit erkennen, maar maakt terecht bezwaar tegen erkenning van islamisten.

Wie streeft naar echte, volwaardige integratie?

De reactie op de klachten van AlDe'emeh van Mohammed Achaibi (foto copyright VRT), de Vlaamse ondervoorzitter van de Moslimexecutieve (EMB) was voorspelbaar. Maar soms is die wel griezelig. In Terzake negeerde hij de aangeklaagde feiten zelf en sprak koudweg over een heksenjacht en personen die zich herhaald "interessant proberen te profileren". Hij poneerde dat Ade'emeh's aanklacht onterecht was.

Pas na enig aandringen van de interviewster legde hij uit dat zulke praktijken niet kunnen en dat de EMB net hard werkt aan een onderricht van een vreedzame islam: "Het kan niet dat kinderen bang worden gemaakt voor het hiernamaals, bang worden gemaakt voor God. God is de barmhartige god: dat is in de drie monotheïstische godsdiensten het geval. Het is niet aan islamleerkrachten en ook niet aan imams om kinderen bang te maken. We moeten in onze klassen vrede verspreiden."

Maar hij bekritiseerde ook Jacky Goris, hoofd van het gemeenschapsonderwijs te Brussel. Die zou geen contact met de EMB opgenomen hebben. Die kritiek werd direct ontkend door Jacky Goris. Die legde uit wel degelijk de bevoegde contactpersonen, de inspecteurs islam, aangesproken te hebben. Achaibi stelt verder geen klachten over leerkrachten islam ontvangen te hebben. Jacky Goris sprak dat vierkant tegen.

Terzijde, wij contacteerden dhr. Achaibi tot enkele maanden geleden geregeld over problematische geloofsbeleving en religieus gemotiveerd geweld. Buiten enkele veelbelovende, initiële telefonische contacten kregen we echter geen antwoord. Hij kreeg veel artikels over de islam voorafgaand voor review en voor commentaar toegestuurd. Bijna steeds zonder antwoord. Enkele maanden geleden schreef hij ons niet verder aangesproken te willen worden.

'Met zo'n attitude moet men zich niet verwonderen dat het slechte nieuws niet meer doorkomt.'

We kunnen begrijpen dat hij in zijn functie bij de EMB door het werk overspoeld wordt. Hij moet zich, bijna volledig als vrijwilliger, buigen over complexe en tijdrovende dossiers. Dat klopt. Maar zelfs dan komt zijn negatie van AlDe'emehs aanklacht en zijn eigen kritiek op Goris volstrekt niet geloofwaardig over.

Achaibi stelde in Terzake ook dat het islamonderricht niet alleen in de erkende scholen en door benoemde leraars gebeurt, maar ook in de moskeeën en de daaraan verbonden Koranscholen, doch dat de EMB daar geen controle over heeft. Merkwaardig, de EMB die geen toezicht zou kunnen houden op wat er effectief in die moskeescholen gepredikt wordt. Want een deel daarvan is ondertussen wel degelijk erkend én betoelaagd door onze overheden.

Foto: Khalid Benhaddou (links) en Salah Echallaoui, voorzitter EMB (rechts). Benhaddou is een prominente vertegenwoordiger van de modernistische stroming in de islam. Echallaoui heeft een eerder traditionalistische reputatie.

 

Deze reactie staat ook niet alleen. Eerder dit jaar publiceerde de Moslimexecutieve (EMB) twee tegenstrijdige berichten. Eerst werd expliciet bevestigd dat de burgerlijke wetten voorrang genieten op religieuze normen, maar direct daarop werd daar twijfel over gezaaid en klonk het dat de moslims de superioriteit van de Grondwet tegenover de principes van hun eredienst niet hoeven te 'bevestigen'.

En in de politieke arena defileert een quasi eindeloze stoet militanten – denk aan Youssef KoboNadia Fadil en zoveel andere gekende moslims. De ene keer streven ze zaken na die eigenlijk privileges zijn – zoals symbolen van een bepaalde overtuiging mogen dragen. Dan, zoals bij de Mohammed-cartoons, ageren ze tegen de vrijheid van meningsuiting. Want, 'die eindeloze golf beledigingen tegen de moslims, dat kan toch niet'. Waarbij ze legitieme kritiek op moslims lustig op één hoop smijten met beledigingen. De 'belediging' is dan hun argument, maar het bespreken van pijnlijke waarheden beletten, dat lijkt hun doel. Continue verkondigen ze het mantra dat er niets mis is met 'de' moslims – waarmee ze dan vooral het problematische gedrag van bepaalde jongeren en van de islamisten proberen uit de wind te houden én het grote islamitisch-religieuze aandeel in de motivatie van al die terroristen.

Er bestaan dus nog grote vragen over de werkelijke inzet en bereidheid tot democratisch gedrag. Dat is duidelijk.

Welke moslims menen het echt goed met de democratie? Ik ken er wel, vrienden en ook meer bekende moslims besproken in mijn artikel over democratische moslims.

Maar met hoeveel zijn ze? En in welke mate willen de hier wonende moslims integreren? En aanvullend, in welke mate erkennen ze het burgerlijk recht? Hoeveel wel? Hoeveel niet? Hoeveel twijfelaars? Uiteraard telt daarbij alleen de orde van grootte van die drie groepen. En even belangrijk, in welke mate dragen de lokale leraars islam, de imams, de bestuursleden van de moskeeën en de andere moslim-opiniemakers bij tot een reële integratie? De vragen blijven brandend actueel. Het blijven heikele vragen, zeker wanneer de meest bevoegde instantie in dit landje, de Moslimexecutieve, daarover koud en warm tegelijk blaast.

Die bezorgdheid én de zorgen over de weerbarstige groep moslims vormden een rode draad in de opiniebijdrage van Ahmed Azzouz (inspecteur-adviseur Islamonderwijs), Dick Wursten (inspecteur-adviseur Protestants-evangelische godsdienst), Saïd Aberkan (hoofd-islamconsulent Vlaanderen FOD Justitie) en mezelf in De Morgen 25/4/2017.

Daarin schreven we onder meer dat "over interpretatie en toepasbaarheid van de heilige boeken en de daarin vervatte voorbeelden en instructies te twisten valt'" dat er daarover binnen elke geloofsgemeenschap grote verschillen bestaan. “Veel hedendaagse, 'rationele' Korangeleerden en democratische moslims wijzen een simplistische (versta: literalistische) lezing van de Koran ook af. (…) Voor andere moslims is de heilige, superieure Koran echter nog steeds een dogma (en) is relativering (van de interpretatie) van de Koran goed voor zware sancties”.

We schreven verder ook over de moslims die de democratie bijtreden: “Eén van hun problemen is wel dat zij nood hebben aan meer gezaghebbende doctrinaire teksten (die dus niet strijdig zijn met de democratie, n.v.d.r.) en een verdere radicale hervorming van de islamitische theologie. Want veel andere Korangeleerden houden nog vast aan een klassieke lezing, waardoor veel gewone gelovigen de Islam op deze manier aanleren.”

En wat dat laatste oplevert, dat werd raak beschreven door AlDe'emeh, maar ook door de berichten over de geloofsbeleving van jonge moslims die zich sectair opstellen, met name tijdens de ramadan, en, in onze buurlanden, over zware wantoestanden in Britse en Nederlandse Koranscholen.

Modernisten tegen traditionalisten

Kobo, Jahjah, Fadil, Koç en dergelijke zijn – voor zover geweten – geen religieuze leiders, noch prominente gelovigen. Het zijn schijnbaar geseculariseerde moslims. Maar toch streven ze naar specifieke en verregaande privileges voor moslims. Hun islamitische identiteit is blijkbaar een 'culturele' en 'antropologische' identiteit die veel sterker is dan hun democratische overtuiging. Dat is blijkbaar een oppervlakkige façade.

Moslim zijn is voor velen in die groep iets dat verwijst naar diepere verschillen inzake hoogste loyauteit en normen. Dat zijn dus geen vlot overbrugbare verschillen. Dit gaat over de meest fundamentele normen inzake maatschappelijke orde. Dit raakt dan ook de fundamentele juridische normen. En dan komen we terug uit op wat we hier eerder al bespraken, een conflict in normen waarmee veel moslims nog worstelen. Straatsburg oordeelde in 2003 en 2004 dat de sharia onverzoenbaar is met de democratische rechtsorde. Het oordeelde onder meer "dat de sharia niet verenigbaar is met de fundamentele principes van de democratie", en "dat de bepalingen van de sharia, onder andere betreffende strafrecht, lijfstraffen en de positie van vrouwen in het geheel niet verenigbaar zijn met de seculiere rechtsstaat en de Conventie (= de Europese conventie voor mensenrechten)".

Maar willen bepaalde moslims niet horen. Willen de hier wonende moslims dan geloofwaardig zijn als democraat, dan moeten ze de voorrang van burgerlijk recht op religieuze normen bijtreden.

Terzijde, deze begrippen 'democratische moslims' en 'islamisten' kennen geen exacte definitie. Ze geven gewoon een zo goed mogelijke beschrijving. Ze dekken beide verschillende stromingen. Maar het verschil is wel fundamenteel: erkennen moslims de voorrang van burgerlijk recht op religieuze normen – wat fundamenteel is in de democratie – of niet – zoals de islamisten doen.

Gezien die fundamentele tegenstrijdigheden lijkt het mij aangewezen dat we voorzichtig blijven met (verdere) erkenning van de islam én dat we aandringen op ernstige controles op het respect voor de wet door alle reeds erkende islamitische organisaties.

In de marge hiervan moeten we opmerken dat de communicatie van de EMB ook op andere vlakken te wensen laat. Zo worden er méér persberichten teruggevonden op de Facebookpagina van de EMB dan op haar eigen website. Het tweede hier besproken persbericht (van maart 2017) is niet terug te vinden op de webstek van de EMB.

Pijnlijke problemen niet gebaat bij censuur

Tot slot, veel welmenende moslims krijgen het hevig op hun heupen van deze discussies. Dat is meer dan begrijpelijk. Hun religie krijgt de laatste jaren wereldwijd veel kritiek. Dat kan alleen maar pijn doen. Maar misschien moeten ze dan toch eens eerst kritisch nadenken over de eigen gemeenschap en de daarin gangbare doctrines. Het probleem is immers veel ruimer dan alleen maar de Moslimexecutieve (EMB).

Als Sadiq Khan de niet-moslims zegt dat ze beter wennen aan islamistische terreur, want zulke aanslagen zijn “part and parcel of living in a big city”, en als leiders van klassieke politieke partijen waarschuwen tegen kritiek op 'de moslims', zijn ze dan niet hard verkeerd bezig? Waarom vragen ze de moslims niet dat ze beter wennen aan kritiek op de islam zolang islamitisch-geïnspireerde terreur voort duurt? En uiteraard, waarom maken ze die terreur niet onmogelijk? In Polen, Japan en Israël lukt dat wel redelijk goed, elk rekening houdend met de omstandigheden. Het kan dus best.

Doen moslim-opiniemakers en vertegenwoordigers er dan niet beter aan om alle legitieme kritiek op de islam en op de islamistische stromingen niet voluit erkennen? Zetten ze niet beter prioritair in op het helpen scheiden van het kaf en het koren? Waarom geen begrijpelijke sociale doctrine formuleren die wel verzoenbaar is met de democratie?

Want eisen dat de anderen geen onderscheid tussen moslims mogen maken en doen alsof slechts weinig moslims problemen veroorzaken ('slechts enkele salafisten'), dat is contraproductief. Dat is vragen om censuur en negatie van objectief gekend, feitelijk gedrag. Want de pijnlijke waarheden negeren, dat is ze in een hoekje wegsteken. Maar daar zullen ze toch alleen maar blijven verder rotten. Erken ze dus, al die pijnlijke waarheden.

Rudi Dierick, ingenieur, zakelijk adviseur en hoofdredacteur De Bron

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!