Minder verkeersongevallen in lege stad

Minder verkeersongevallen in lege stad

Sinds 22 april 2015 is in het centrum van Gent de zone 30 alweer gevoelig uitgebreid. Hierdoor zou het aantal zware verkeersongevallen sterk gedaald zijn, zo beweert de politie. Als er nog maar weinig auto’s in het centrum geraken, zullen er natuurlijk ook minder ongevallen zijn. Een daling met een kwart zware gewonden klinkt positief, maar dat cijfer kan ook anders uitgelegd worden.

Het artikel ‘Kwart minder ongevallen met zwaargewonden na invoering zone 30 in Gentse binnenstad’ in DS, 22 april, brengt de feiten:

“De Gentse lokale politie stelt een jaar later vast, dat het aantal ongevallen met lichamelijk letsel sinds de uitbreiding van de zone 30 met 12 procent gedaald is. Het totaal aantal ongevallen daalde slechts van 1.691 naar 1.651, maar het aantal verkeersongevallen met zwaar gewonden daalde met meer dan een kwart van 33 naar 24.”

Goed dat ze in Gent denken aan verkeersveiligheid, maar een daling van negen zwaar gewonden, dat kan toch evengoed te wijten zijn aan minder auto’s die zich in het steeds moeilijker bereikbare Gent wagen? Is de mobiliteit in Gent nu af- of toegenomen over die tijd? Of is het gewoon statistische toeval?

Twee maal met de lotto winnen

Aan een gevaarlijk kruispunt komen er niet elk jaar even veel ongevallen, en is er maar om de zoveel jaar een toevallige, plotse piek van zware ongevallen, die een jaar later even plots voorbij lijkt. Dat is het moeilijke aan toeval: na een uitzonderlijk jaar volgt meestal een gewoon jaar– of minstens een gewoner jaar, zo leert ons de statistiek. Neem nu iemand die een 200-tal euro met de lotto wint. Zal die de volgende keer alweer een relatief hoog bedrag winnen? Dat is niet onmogelijker dan anders en dus onwaarschijnlijk. Gokkers hebben daar natuurlijk hun eigen theorieën over: het ‘geluk’ lacht hen toe, en moeten dus verder doen.

Ongevallen in cijfers bestrijden is daarom heel gemakkelijk. Neem een kruispunt waar het jaar voordien enkele zware gewonden of zelfs doden zijn gevallen. Men verandert iets aan dat kruispunt, naar smaak: maak er een rond punt van, hang er beter zichtbare verkeersborden of wied het onkruid aan de kant van de weg. De aard van de wijzigingen is niet zo belangrijk, want ook zonder zal in het volgende jaar zo goed als zeker het aantal ongevallen dalen. Voor de serieuze verkeersspecialist is het daarom zeer moeilijk om, op basis van beperkte gegevens, objectief te beoordelen of de situatie nu al dan niet wezenlijk verbeterd is.

Politici maken de omgekeerde fout als gokkers, en denken dat als ze niet ingrijpen bij ‘ongeluk’, dat ongeluk blijft duren: zelfs aan het gevaarlijkste kruispunt vallen niet elk jaar doden, maar misschien toevallig in één jaar drie doden. Politici hebben de neiging om direct te reageren op problemen, zodat net na dat jaar met drie doden het kruispunt ingrijpend moet veranderen. Als dan het volgende jaar nog maar één dode valt, krijgt de politicus van dienst bloemen toebedeeld, terwijl het echte probleem misschien genegeerd werd.

Het onbereikbare centrum

Het aantal ongevallen kan ook dalen door de afwezigheid van auto’s. De Gentse handelaren en Horeca-uitbaters weten dat al. Zelf ging ik af en toe naar Gent in de voorbije jaren. Telkens was het een heel gedoe om er te geraken en daarna die auto weg te krijgen. Elke reden is dan ook goed om niet meer naar Gent centrum te moeten gaan. Vormt het openbaar vervoer een goed alternatief? Als sporadische bezoeker van Gent heb ik niet die indruk. Ik vind het helemaal niet gemakkelijk als ik me bij een stadsbezoek aan een agenda moet houden, en zeker als ik dan nog eens kleine kinderen wil meenemen.

Maar ook oude tantes, woonachtig in Gent-Centrum, zullen ondertussen wel gemerkt hebben dat hun familie de laatste jaren steeds minder op bezoek komt. Mobiliteit is dus tegelijk een vloek als een zegen: het brengt mensen dichterbij, maar is tegelijk een bron van risico’s en gevaren. Onze hele economie is afhankelijk van een vlotte mobiliteit van personen en goederen, maar tegelijk kennen we onze buren nog amper. Bovendien, een centrumstad kan net zo min zonder activiteit als mobiliteit, zo stelde ik al in Er niet meer geraken, en nog niet dankbaar.

Gevaarlijke autorijders – dat zijn niet enkel dronken snelheidsduivels – moeten natuurlijk streng aangepakt worden. Maar een immobiliteitsbeleid heeft heel wat meer tot gevolg dan een daling in ongevallenstatistieken. Moeten we misschien een minimum aan risico accepteren, al is het maar om het weefsel van de samenleving te behouden?

Rob Lemeire, kernredacteur De Bron.

 

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!