Militairen in de straat, nog niet zo zot

Militairen in de straat, nog niet zo zot

Ooit was ik tegen. Het leek me een stoeIs het nu goed of niet dat er militairen in de straat rondlopen als extra bescherming tegen terreur? Het debat daarrond mist diepgang. Erger, het staat bol van de gemeenplaatsen. De realiteit van de laatste maanden deed mij alvast evolueren van 'eerder tégen', tot 'voorzichtig voor'. 

Nog niet zolang geleden was ik nog tegen. Het leek me een stoere maatregel tegen terreur die enkel zou dienen voor het gevoel. Soms geeft het je een veiliger gevoel, maar als ik er teveel zie, dan bekruipt me de vraag of we überhaupt wel veilig zijn, met of zonder. Aanvullend de vraag of de politie die taak niet alleen moest aankunnen. In een democratie moet dta toch? Verder is het zonder enige twijfel danig belastend voor de betrokken militairen. Om van de kosten nog maat te zwijgen.

Maar ik merk dat mijn inschatting daarrond aan ’t keren is. Mijn eerder principiële tegenargumenten blijven nog steeds geldig. Relevant is zeker de vraag waarom onze politie en de burgerlijke veiligheidsdiensten niet in staat waren om dat varkentje – bescherming tegen de islamistische en de sporadische andere soorten terroristen – te wassen? En nog steeds actueel: is dit wel het gepaste antwoord? En wat met de kosten? En bedreigt het onze vrijheden niet?

Voor dat laatste argument had ik nooit een hoge pet op. Zelfs gekende terroristen genieten in West-Europa nog steeds veel meer vrijheden dan een Koerd of een secularist in Turkije. De rechten en vrijheden van 99,99% van de burgers werden in praktijk de voorbije jaren niet ingeperkt. Eigenlijk is dit argument gewoon populisme. Nochtans mikken terroristen, ook met zware wapens, op een aanzet tot burgeroorlog.

Mede daarom ontgaat de logica van partijen zoals de CD&V me. Deze week mocht Hilde Crevits dat bij Linda De Win in Villa Politica nog eens herkauwen: 'de beste verdediging is een samenleving waarin we zorg dragen voor elkaar'. Het verbaast me dat de CD&V'ers niet massaal hun voet ontwrichten als ze die open deur intrappen. Maar hoe zouden we dan bij deze aanslagen een samenleving moeten organiseren waarin we samen zorg dragen voor elkaar? Islamisten willen helemaal geen gezamenlijke zorg! Die willen alleen maar strijd, vijanden en tegenstanders die overwonnen moeten worden.

De antwoorden op die andere vragen zijn al even ontnuchterend: ondanks veel agenten per duizend Belgen, is de inzet daarvan zo verlamd door bureaucratie, syndicale privileges en verkeerde beleidskeuzen dat ze het inderdaad niet alleen aankunnen. De veiligheidsdienst is dan weer hopeloos onderbemand – weerom, vergeleken met andere, vergelijkbare landen. Dat is voor beide het gevolg van decennialang wanbeleid. Maar dat verandert niets aan de feiten. De extra militaire mankracht op straat bleek dus in praktijk wel goed van pas te komen.

En die leverde ook resultaten op: in meerdere Europese landen waren het militairen die (would-be) terroristen wisten te stoppen. Op de TGV vanuit Frankrijk slaagden twee Amerikaanse militairen in burger, met grote risico’s voor eigen leven en relatief zware verwondingen, enkele zwaar bewapende islamisten te overwinnen.

Dat laatste wijst op een tweede doorslaggevende reden: militairen zijn beter geoefend en meer gewend om te vechten tegen bewapende vijanden dan de politie. Niet weinig aanslagen waren amateuristisch opgezet, maar bij andere gebruikten de terroristen zware oorlogswapens. Dan is de politie al snel de verliezer in het gevecht. Ondertussen weten we ook hoe cruciaal het is om de terroristen zo snel mogelijk uit te schakelen. De feiten bevestigen ondertussen wel de claims van de voorstanders.

Een laatste belangrijk argument pro ligt in de aard van de dreiging: het islamisme. Dat tekent op dit moment voor de overgrote meerderheid van de aanslagen in Europa. Dat aantal toont nog lang geen reële daling. De extreme prioriteit die politie- en veiligheidsdiensten daaraan geven, levert alsnog geen significante daling in de aanslagen op, net zomin als de veroordelingen van terreur door islamitische organisaties in Europa.

De dreiging is dus nog niet afgenomen. Tegelijk zien we ook dat daders van de aanslagen van het laatste jaar dikwijls nog niet bekend stonden als potentiële terroristen bij de politie- en veiligheidsdiensten. Beide moeten hun globale slagkracht dus nog minstens één orde van grootte verhogen.

Is het dan – bij het nog steeds tekort schietende antwoord op dat extremisme en die terreur – wel zinvol dat men zoveel wel gekende extremisten nog vrij rond laat lopen? Eist onze veiligheid dan niet dat alle gekende extremisten maximaal uit onze maatschappij verwijderd worden? Vraagt dat dan geen sluitend beleid met onder meer langdurige opsluiting en uitwijzing, overal waar mogelijk? Dan kunnen politie en veiligheidsdiensten véél meer mankracht vrijmaken voor het opsporen van de nu nog onbekende extremisten.

Om af te sluiten over mijn eerste vraag, of militairen in de straat verantwoord zijn, neig ik dus naar een voorlopig positief antwoord. Tegelijk zou deze zo snel mogelijk stopgezet moeten kunnen worden. Maar we mogen het vel van de beer niet verkopen voor die geschoten is.

Voor meer artikels over islamistisch terrorisme, zie ons dossier 'Gewelddadig islamisme'.

Andrea Cuypers, ecologiste en humaniste met interesse in sociale thema's

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!