Media en manipulatie

Media en manipulatie

Wat kunnen en mogen we van onze media verwachten? Het is gepast over onze media te spreken, want wij betalen het feest, zij het grotendeels onvrijwillig want ongevraagd. Om diezelfde reden hebben we ook absoluut het recht om verwachtingen te formuleren. Dat mag dan al een recht zijn waarvoor we betaald hebben, het is blijkbaar allerminst een verworven recht.

Ik denk dat we die verwachtingen op twee punten kunnen concentreren: informatie en duiding. We willen in de eerste plaats weten wat gebeurd is, en hoe. Dat is dan het luik ‘informatie’. Maar het interesseert ons ook waarom iets gebeurd is, welke mechanismen en samenhangen er achter steken, en wat dat nu voor de toekomst betekent. Dat laatste noemen we duiding. We krijgen geen van de twee. In de plaats daarvan wordt ons de lievelingsideologie van de journalist opgediend.

Informatie

Zo kon het dan gebeuren dat de VRT (in het journaal van 22:00 u op 11 januari 2015) ‘acclamer’ door ‘uitfluiten’ vertaalt, wat toelaatbaar lijkt, als het maar om Marine Le Pen gaat. Ik zoek daar geen kwade wil achter. Onze journalisten weten dat gewoon niet meer. De visie van mijnheer Monard en mevrouw Van Hecke volgend, heeft ons onderwijs ze niet meer met ‘nutteloze weetjes’, zoals vocabularium van vreemde talen gekweld en nog minder met het onzinnige van buiten leren van teksten.

Maar hun vaardigheden, bij voorbeeld assertiviteit, zijn goed ontwikkeld. Het mag zijn dat hun woordenschat een beetje te wensen overlaat, maar hun politiek en maatschappelijk bewustzijn is om zo solider. Ze ‘weten’ wat een menigte ‘moet’ doen als ze met Marine Le Pen geconfronteerd is: uitfluiten. Daardoor is de vertaling absoluut simpel. Dat een paar sullige oude eierkoppen beweren dat ‘acclamer’ wel degelijk applaudisseren of toejuichen betekent is hier van geen verder belang. Dat het in ‘Larousse’ zo staat ook niet. Wie of wat is ‘Larousse’? Ergens een nieuw praatcafé?

Ik wil ook de aandacht trekken op de transformaties die zich hier in de laatste halve eeuw hebben voltrokken. Ik, een min of meer representatief ‘staal’ van het oude systeem, weet heel goed wat ‘acclamer’ betekent. Ik weet ook wel iets over mevrouw Le Pen, misschien zelfs meer dan die journalist. Maar – minstens naar mijn gevoel – lang niet genoeg om definitief te weten of ik haar nu ‘moet’ toejuichen of uitfluiten. Ik denk overigens dat ik helemaal niets ‘moet’, buiten zorgvuldig een eigen oordeel vormen alvorens iets te zeggen. Wat een hemelsbreed verschil! Maar gedane zaken nemen geen keer.

Nu is een simpele vertaling van een woord wel de primitiefst denkbare vorm van informatie. En ook daarin worden we al ‘bedrogen’. Ook hier al krijgen we, door een mengsel van ideologisering en andere verdwazing, in plaats van informatie de politieke visie van de journalist geserveerd.

Duiding

Maar het is natuurlijk vooral bij het luik ‘duiding’ dat alle registers getrokken worden. We vinden hier een overvloed aan uitstekende voorbeelden bij de grootmeester zelf: Yves Desmet. Die voorbeelden getuigen vaak van een bewonderenswaardige subtiliteit. Desmet schreef in ‘de Morgen’ van 10 januari een opiniestuk: “De onwil om ons in een puur wij-zijverhaal te laten opsluiten, is groter dan ooit”. Natuurlijk ging het om de nasleep van de ‘Charlie Hebdo’ tragedie. Wat Desmet ons wil verkopen is dat de multiculturele maatschappij wel degelijk vooruitgang maakt. Dat is natuurlijk, vooral vlak na die waanzinnig moordpartij, niet direct een triviale opgave. Het vereist dus enige ‘vaardigheden’ waarover de heer Desmet meer dan voldoende beschikt.

Hij begint met: “Wat deze keer anders was: de oproepen aan 'gematigde' moslims om stelling te nemen tegen de moorden van criminele jihadisten bleef uit.” (1). Op de taalfout gaan we maar beter niet in. De tijd dat minstens hoofdredacteurs er nog naar streefden om goed Nederlands te schrijven, en bij voorbeeld meervoud en enkelvoud uit elkaar te houden, ligt al lang achter ons. Beperken we ons tot de boodschap.

Nogal wiedes dat die oproepen er niet waren: de vertegenwoordigers van de moslim gemeenschap waren er deze keer snel bij om hun afkeuring en afschuw duidelijk te uiten, zonder `slimmigheden en zonder dat iemand eerst hun arm moest omdraaien. Iedere navraag in die zin was dus overbodig, en bleef dan ook uit. Dat is ook mijnheer Desmet niet ontgaan, want in de volgende paragraaf legt hij zelf sterk de nadruk op die reactie van de moslim vertegenwoordigers.

Maar stellen we nu eens ernstig de vraag: “Wat was er deze keer anders?” Dan is het evidente antwoord toch: “Wat deze keer anders was: de 'gematigde' moslims hebben onmiddellijk overtuigend stelling genomen tegen de moorden van criminele jihadisten.” (2) Waarom schrijft Desmet dan (1) en niet (2), waar (2) de situatie toch veel duidelijker en beter weergeeft? Wel, omdat hij een andere bedoeling heeft dan gewoon de situatie verklaren.

Hij wil ons namelijk een ‘opinie’ opdringen, en ik weet niet eens of het echt de zijne is. Dus hij zegt niet dat de moslims nu voor de eerste keer wél gedaan hebben wat redelijkerwijze van hen verwacht mocht en kon worden – wat eigenlijk goed nieuws zou zijn – maar hij schrijft dat de lastige onredelijke moslimcritici deze keer eens geen eisen ventileerden.

Een volledig overbodige vaststelling omdat er – deze keer – geen reden voor reclamaties was. In plaats van “de moslims hebben het nu eens correct gedaan”, wat natuurlijk zou impliceren dat zulks in het verleden niet het geval was, wordt gezegd “hun critici zijn nu eens niet onredelijk geweest”, wat impliceert dat dit in het verleden wél het geval was. Hij verschuift daarmee de verantwoordelijkheid, de ‘zwarte Piet’ dus, voor de duidelijk bestaande gevaarlijk gespannen atmosfeer, die na deze moorden weer brisanter geworden is, een klein beetje van de moslimgemeenschap naar het recalcitrante ‘racistische’ deel van de autochtone bevolking. Blijkbaar ziet hij daar nut in. Daarom die listige verdraaiing.

Natuurlijk zijn er in hetzelfde artikel nog een rits andere voorbeelden, maar ik denk dat het een beetje ‘overkill’ zou zijn heel het rijtje af te gaan. Stellen we ons liever de vraag: is dat soort ‘duiding’ een probleem en waarom?

Intuïtief is men geneigd hier niets meer dan een tamelijk kinderachtig spelletje in te zien. ‘Zwarte Pieten’ is nu eenmaal iets waar volwassenen maar moeilijk warm voor kunnen lopen. Het is echter wel iets gevaarlijker dan dat. Stel maar heel gerust dat er – minstens – twee soorten lezers zijn. De eerste soort slikt alles wat door YDS opgediend wordt als zoete koek. Die houden er een weer eens versterkt vooroordeel aan over: inderdaad, ons volk is schuldig aan het conflict omdat we intolerant en racistisch zijn.

De tweede soort lezer is kritisch, ontdekt de ‘kronkels’ en wordt daar boos van. Ze voelen zich niet ernstig genomen, als onmondige onnozele kinderen met een kluitje in het riet gestuurd. Ze zullen hun ergernis echter niet tot de auteur beperken, maar ook gedeeltelijk op de moslimgemeenschap projecteren die in dit geval natuurlijk perfect onschuldig is. Zo wordt een spanningsveld dat in ieder geval al gevaarlijk is nog verder gepolariseerd.

Ik geloof niet dat mijnheer Desmet dat wil. Ik denk eerder dat hij het gewoon niet kan laten, dat hij min of meer meent deze stijl aan zichzelf verschuldigd te zijn. Hij zou beter nog eens grondig nadenken. Hij heeft communicatiewetenschappen gestudeerd, en we moeten dus aannemen dat hij de mechanismen die ik hier beschrijf veel beter kent dan ik. Maar natuurlijk is het zijn absoluut recht om op die manier aan ‘duiding’ te doen: hij heeft niet eens iets onwaars beweerd. Zoals het even goed mijn absoluut recht is zijn methode te doorzien en er het daglicht op te laten schijnen.

Gerard De Beuckelaer, ingenieur, oud internationaal topmanager, gastdocent, mede-oprichter Charta Vlaanderen en eindredacteur De Bron

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur.

We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Stuur ons gerust een  e-mail met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.
Vond u dit een goed artikel? Kijk dan misschien eens hoe u ons kan steunenfinancieelredactioneel of organisatorisch