Khadija Arib – Titanenwerk voor vreedzame moslims

Khadija Arib – Titanenwerk voor vreedzame moslims

De Marokaans-Nederlandse Kadija Arib, voorzitter van de Tweede kamer, waarschuwt de Nederlanders klaar en helder tegen de stormachtige opkomst van het islamisme. Ze is ook bezorgd voor de onderschatting van dat existentiële gevaar. Ook buiten Nederland is dat brandend actueel. Haar oplossing steunt onder meer op 'één wet voor allen', en het afdwingen van respect voor dat principe.

Dit artikel is deel van onze serie ‘Titanenwerk voor vreedzame moslims

Khadija Arib opende het parlementaire jaar bij onze noorderburen met een opmerkelijke redevoering. Ze was dit jaar de spreker voor de Abel Herzberglezing 2017. Deze Marokkaans-Nederlandse politica van de Nederlandse Partij van de Arbeid is bij ons minder bekend. Ze heeft een soberder profiel dan een Marcouh of een Aboutaleb. Maar ze sluit goed bij hen aan. Sedert 1998 is ze lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, en sinds begin 2016 is ze er voorzitter.

Ze wijdde deze lezing aan ‘de integratie van Marokkaanse Nederlanders’. En ze sloeg nagels met koppen.

Over de eerste jaren van de immigratie uit Marokko

Over haar jeugd in een enigszins vervallen Amsterdamse wijk: “Wat ik mij persoonlijk nog goed kan herinneren, is het volstrekte gebrek aan contact met de buitenwereld. Mensen trokken zich terug in hun eigen gemeenschap. Nederlandse gezinnen trokken weg, waarmee er letterlijk een afstand tussen Nederlanders en Marokkanen ontstond. Dat was geen probleem. Juist omdat er geen contact was, had niemand er last van.”

Hoe Nederland de immigratie vanuit Marokko toen zag: “Dat was het beleid vanuit de Nederlandse in die tijd. De fabrieksdeuren gingen wijd open, maar de deur naar de samenleving bleef dicht. De gastarbeiders hoefden de Nederlandse taal niet te leren. Zelf hadden ze daar ook geen behoefte aan. Er werd niet van ze verlangd dat ze de geschiedenis en democratische waarden van de Nederlandse samenleving kenden.”.

Maar: “De fabrieksdeuren gingen dicht. Mannen, sterk en in de kracht van hun leven, kwamen massaal op straat te staan. Opeens hadden ze niets meer om handen. Ze hadden te veel tijd en begonnen elkaar op te zoeken en te ontmoeten. Langzaam ontstonden er eigen verenigingen, werden er Marokkaanse organisaties opgericht en kwamen er meer moskeeën. Religie werd steeds belangrijker en kreeg een prominente rol in het dagelijks leven. Het werd deel van de identiteit van de hele gemeenschap. De Nederlandse politiek stimuleerde dat.”.

Met als gevolg: “Terwijl Nederland ontzuilde, kwam er een migrantenzuil bij.”

En verderop evolueerde er ook wat: “In de Arabische landen vond een ingrijpende islamisering plaats en wonnen groeperingen die via de islam politieke invloed wilden steeds meer terrein.”

Actuele toestand

Hardliners onder de moslims wisten een prominente plaats te verwerven: “Wat (we) zagen was een imam die democratie misbruikte voor zijn eigen agenda, om zijn eigen ondemocratische opvattingen te ventileren en in de praktijk te brengen. Toch kreeg hij lange tijd alle ruimte. Omdat het om religie ging, durfden de gemeente en andere instanties lange tijd geen stappen te ondernemen.”.

En tegelijk: “Natuurlijk ging het – gelukkig – niet allemaal slecht. Ondanks deze problemen groeide er een nieuwe generatie Marokkanen op die hier geboren was, en die het voor een groot deel hartstikke goed deed. En dat geldt ook voor hun kinderen. Ze spraken de taal, deden een goede opleiding, werden mondiger. (…) Maar dat neemt niet weg dat een deel van de gemeenschap, met name jongeren die klem zaten tussen twee culturen en hun plek in de samenleving niet konden vinden, het moeilijk hadden en problemen veroorzaakten.”

Arab wijst ook op reactie van de autochtone Nederlanders: “Ik heb veel Nederlandse vrijwilligers van behulpzame mensen in de jaren ’80 zien veranderen in cynici in de jaren daarna. Ze hielpen migranten integreren, vol liefde en overgave en met grote verwachtingen, maar werden vaak geschaad in hun vertrouwen. Soms bleek een migrant iets te hebben gestolen of kwam niet opdagen bij een afspraak bij één of andere instantie, terwijl die ander juist met veel moeite alle benodigde papieren voor de migrant bij elkaar had verzameld. Na een reeks van dit soort ervaringen sloeg de ruimhartigheid om in teleurstelling en boosheid. Soms was er zelfs sprake van afkeer.”.

Nogal wiedes: “Zowel de liefde als de afkeer was ongefundeerd: binnen alle groepen heb je goede en slechte mensen. Maar als je van iemand houdt, niet om wie hij is maar vanwege zijn afkomst, dan zal je, als diegene niet blijkt te voldoen aan je verwachtingen, die persoon gaan haten.”

Goede bedoelingen maken de zaken al eens erger: “Door de soms naïeve houding van Nederlanders ontstonden er ook problemen in de Marokkaanse gemeenschap. Sommigen dachten met alles weg te kunnen komen. Er werden zaken getolereerd of overwogen die met geen mogelijkheid getolereerd of overwogen zouden worden bij andere groepen.”.

Eén wet voor alle burgers

Khadija Arab heeft een duidelijk idee van de aangewezen oplossing. Ze verdedigt daarvoor nadrukkelijk de fundamentele gelijke rechten van alle burgers én, impliciet, hun even gelijke plichten: “Er werden shariahuwelijken gesloten in moskeeën. Vrouwen en kinderen werden achtergelaten in landen van herkomst. Ik heb mij daar als Kamerlid altijd tegen verzet. Ik begreep niet waarom verwerpelijke zaken minder verwerpelijk werden als zij door migranten werden begaan. Migranten hebben recht op gelijke rechten, niet op aparte rechten.”.

De democratie staat nu dus voor een existentiële keuze: “Hoe ga je om met een groep die een beroep doet op democratie, zonder in die democratie te geloven? Die de rechtstaat misbruikt om zichzelf te manifesteren, maar die rechtstaat liever afschaft om andersdenkenden uit te schakelen?”.

Zij maakt alvast een kristalheldere, democratische keuze: “We moeten ernaartoe dat we iedereen meekrijgen in het omarmen van de universele en tijdloze waarden, die horen bij een democratische samenleving. Vrijheid van meningsuiting, gelijkheid, bescherming van minderheden, respect voor andersdenkenden. Dat zijn waarden die wij moeten verdedigen. Daar mogen wij niet op inleveren.”.

Khadija Arib verduidelijk met, met grote moed en zonder de taboes die hier in Vlaanderen welig tieren hoe veel migranten de democratie afwijzen, terwijl ze er wel een beroep doen om zich te kunnen roeren: “Het is essentieel dat we zorgvuldig omgaan met onze democratie en de waarden die daarbij horen. Dat we ze uitdragen en vooral verdedigen.”. En verderop “De politiek moet zélf het goede voorbeeld geven.”.

Een onmiskenbare waarschuwing voor de stormachtige opkomst van het islamisme en een onmiskenbare alarmkreet aan alle naïeven en onverschilligen, aan de ritselaars die denken er wel een slaatje uit te kunnen halen en aan de militanten van aparte rechten en voorrechten, kortom, aan de Beke’s, Lanjjri’s, Al Fikry’s en Kobo’s van deze wereld en hun gelijkgezinde opiniemakers in onze media.

Tot daar deze citaten. De volledige lezing vindt u  de hier.

Martha Huybrechts, leerkracht wetenschappen

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!