Jagen in kerncentrales, natuurgebieden en chemie

Jagen in kerncentrales, natuurgebieden en chemie

Niet alleen de gronden en zelfs de huizen van duizenden Vlamingen bleken achter hun rug ingekleurd als jachtgebied, maar ook kerncentrales, chemische industriezones en natuurgebieden. Daar zou dan volgens de arrondissementscommissaris, een beëdigd ambtenaar, dus gejaagd mogen worden. Typisch voor het achterbakse bedrog dat diep in onze politieke cultuur ingebakken zit. Nu, die jagers verontrusten me helemaal niet, en ik ben niet apriori tegen de jacht, maar dat bedrog is wel symbolisch.

Voor alle duidelijkheid: dit artikel gaat over een aspect van openbaar bestuur en niet over de jacht op zich, noch over de meeste jagers. Eerlijk is eerlijk, alle jagers moeten in Vlaanderen examens afleggen die helemaal geen formaliteit zijn. Velen hebben een uitgebreidde kennis van natuur, ecologie en wild die merkelijk groter is dan de mijne. Ik ken er enkele, en ik voel me 100% veilig bij hen. De meeste jagers vormen dus volstrekt geen probleem.

Elke lezer kan gemakkelijk nagaan of zijn tuin behoort tot een officieel jachtgebied ('jachtplan'). Kijk gewoon op Geopunt.be. Die site van de Vlaamse overheid bevat veel nuttige informatie. Kies daarop

'Kaarten en Plaatsen' dan 'Natuur en Milieu' en dan 'Jagen'

U bekomt dan een kaart waarom men kan inzoomen. Iedereen die een beetje met kaarten overweg kan, zal dan het nodige te weten komen voor zijn eigen woning. Wel jammer dat Geopunt er niet bij vermeldt wie de snoodaard is die uw tuin zonder uw toestemming als jachtgebied inkleurde.

In mijn geval is het duidelijk: ik ben door één of andere mij volstrekt onbekende persoon toegevoegd aan zijn jachtgebied – net zoals mijn directe buren (een handvol aaneengesloten woningen) en tientallen andere buren. De mij al even onbekende arrondissementscommissaris heeft dan een loopje genomen met mijn eigendomsrecht en de verklaring op erewoord van die jager aanvaard. Hij heeft waarschijnlijk geen enkele van die verklaringen ooit geverifieerd. En als kers op de taart werd ik daar dan ook niet van op de hoogte gehouden. Terzijde, blijkbaar is deze gewoonte al redelijk oud, en bestaat ze overal in België.

Feit is dat ik enkele keren per jaar jagers tot kort bij mijn woning – in de velden hier vlak naast – zie rondjagen. Dat leverde nooit problemen op, maar enkele vrienden meldden wel reële materiële schade (vernietigde gewassen e.d.) en vooral een onveiligheidsgevoel.

Jagers mogen dus grootschalig bedrog plegen. Velen doen dat niet, maar het gebeurt toch maar op grote schaal. Maar de wet eist dan wel dat anderen, in casu de benadeelde burgers én ambtenaren die door heel de gemeenschap betaald, tijd en moeite moeten spenderen om hun eigendom te vrijwaren van opname in zo'n jachtgebied.

Fig. 1: Enkele opvallende onderdelen van erkende jachtgebeden (jachtplannen): 1. het Natuurgebied Oude Landen, 2. het industrieterrein van Bayer-Antwerpen, en 3. de kerncentrale van Doel.

Waarschijnlijk zijn de meeste woningen in landelijke gebieden als jachtgebied ingekleurd. Dat zijn er dan tienduizenden. Sommige jagers lachen er eens hard mee. Zo staan eveneens ingekleurd als jachtgebied de kerncentrale van Doel (waar vuurwapens verboden zijn), enkele industrieterreinen met Seveso-installaties (zoals Bayer Antwerpen), maar ook natuurgebieden – zoals De Lage Landen te Ekeren.

Naschrift 9/7/2017: Ondertussen blijkt dat zulke excessen in de inkleuring van gebieden geen uitzondering zijn. In Kampenhout staan, bij wijze van voorbeeld, ook de gemeentelijke voetbal- petanque- en tennisterreinen, de gemeentelijke terreinen voor jeugdverenigingen en zelfs speelpleintjes en een gemeentelijke basisschool (Het Klimtouw) ingekleurd zijn als jachtgebied.

Maar ergerlijk en onaanvaardbaar is de regeling van de erkenning van die jachtgebieden. Nobele onbekenden kunnen als een dief in de nacht uw grond inkleuren als jachtgebied, op erewoord verklaren dat ze daarvoor uw toestemming als eigenaar hebben, maar de bevoegde overheid - een instelling die niemand kent – verifieert deze verklaringen niet, weet donders goed dat er duizenden keren geen instemming gegeven is, dat er dus grootschalig bedrog is – officiële maar valse verklaringen op erewoord – maar doet niettemin alsof alles OK is. Dit is dus een doorstoken kaart.

Fig. 2 : 'Gelieve de fouten en het bedrog van een ander recht te zetten'. Copyright: Vlaamse overheid

 

Maar waarom moeten anderen dan diegenen die de fouten maakten opdraaien voor de kosten van het herstel van die fouten?

 

Op zich is het wel komisch: zelfs als maar de helft van de bedrogen eigenaars hier zo'n aanvraag indient, worden de arrondissementscommissarissen overstelpt met tienduizenden aanvragen. Die lui kunnen dat niet aan. Normaal moeten ze gewoon geen klap uitvoeren. Geen enkele. Ze zullen dan beroep moeten doen om ambtenaren van de provincies. Maar de verantwoordelijken voor dit bedrog en die fouten, die gaan vrijuit.

Voor mij mogen de verantwoordelijke politici en partijen die deze wetten stemden zich verontschuldigen voor dat georganiseerd bedrog. Verder verwacht ik ook verontschuldigingen en een symbolische schadevergoeding van diegene die bedrog pleegde ten aanzien van mijn eigendom, in casu de jager(s) die mijn eigendom inkleurde in zijn (hun) jachtgebied én de bevoegde arrondissementscommissaris. Ze kunnen een symbolische euro storten op rekening van een goed doel van mijn keuze, zijnde Charta Vlaanderen. Ook die verantwoordelijke politieke partijen (toen én nu) mogen hun symbolische euro storten.

Tot slot, als de bevoegde minister een beetje eergevoel heeft, dan schorst ze voorlopig alle huidige jachtvergunningen – wegens te grootschalig bedrog in de aanvragen - en keert ze de bewijslast om, zijnde terug naar de normale regels van de rechtsstaat. In een rechtsstaat is het aan de aanvrager om te bewijzen dat hij over de instemming van alle bevoegde eigenaars beschikt. Aansluitend kan de minister al die jagers met bedrieglijke dossiers een minnelijke schikking voorstellen met publieke verontschuldigingen en schadevergoeding aan de eigenaars.

Of die minimumnorm van 40 hectare voldoende is, dan wel te streng als de wet correct zou toegepast worden, dat is me onduidelijk. Enerzijds is er nog steeds een gigantisch areaal aan landbouwgronden en bossen waarop potentieel gejaagd kan worden. Anderzijds, wie gaat er nu dood van 30 hectare en geen 40?

En schaf die arrondissementscommissarissen ook maar in één klap mee af. Die functie is in praktijk een win-for-life voor oud-politici, hun kroost of een vriendje. Niemand kent ze trouwens. Dat is dus parasitisme. En als de grondwet dat belet, maak er dan een niet-vergoed extra mandaat voor de gouverneurs van.

Deze voorstellen zijn op zich natuurlijk vrij fors in verhouding tot het probleem te velde. Maar ze zullen wel hun steentje kunnen bijdragen tot een mentaliteitswijziging in d epolitiek. En dat is me wel de moeite waard.

Rudi Dierick, ingenieur, zakelijk adviseur en hoofdredacteur De Bron

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!