Het populisme als vrucht van ontvoogding (3)

Het populisme als vrucht van ontvoogding (3)

Met enige vertraging het vervolg van de reeks van Jaak Peeters over het populisme. Waarvoor onze excuses.

Het populisme kwam er niet zomaar, het heeft als voedingsbodem reële problemen. En als er problemen bestaan die de elite niet oplost, of opgelost krijgt, dan zouden ze wel eens gelijk kunnen hebben. Het is een fundamentele natuurwetmatigheid: nihil sine causa. Alles heeft een oorzaak. Aristoteles en na hem vele anderen baseerden er hun wereldbeeld op.

Als er zoiets bestaat als populisme, dan is daar een oorzaak voor. Je kunt stellen dat misinterpretatie, onkunde en onbegrip de enige oorzaak van het populistisch fenomeen zijn. Ongetwijfeld is die verklaring in een aantal gevallen nog correct ook. Daarom ook is een bepaald soort onvrede van alle tijden. Maar altijd? In die mate? En alleen maar uit domheid? Ligt de oorzaak niet ook buiten de populist?

Reële toestanden die tegen de borst stuiten

Dwingt de algemeenheid, zowel in geografische als in historische zin van het voorkomen van ‘populisme’ ons niet uit te zien naar een uitwendige oorzaak van het populisme? Kort gezegd: het populisme is minstens ook een reactie op toestanden en feiten die velen tegen de borst stuiten. Waarom zouden de revolutionairen met gevaar voor eigen leven de Bastille hebben bestormd als er niets aan de hand was dan alleen maar wat hersenschimmen in hun eigen hoofd? Is dat geloofwaardig?

Als er zoveel populisme is, rijst de vraag of populisten niet tenminste voor een deel rechtmatig reageren en misschien soms zelfs wel gelijk hebben.

Maar die evenwichtige vraagstelling ontbreekt dus ten enenmale. Slechts uiterst zelden zie je journalisten en essayisten die zich op een zo neutraal mogelijke manier afvragen of de opkomst van het populisme vanuit een normaal menselijk standpunt of dito aanvoelen niet begrijpelijk is. Telkens weer zijn het de populisten die tegen de muur worden gespijkerd. Tegen hen is het, dat in kranten en tijdschriften gefulmineerd wordt, vaak in niet meer dan gesofistikeerde schotschriften, en dit over heel Europa. Men herinnert zich nog het gescheld vanuit de EU-commissie toen Jürgen Haider in Oostenrijk een eclatante overwinning behaalde.

Er bestaat geen enkele twijfel over dat veel populair gepraat over politiek en maatschappij volstrekt ondoordacht en daarom misplaatst is. Doch teveel krijgt de kritische waarnemer het gevoel dat met het badwater ook het kind wordt weggeworpen. Er wordt ook iets waardevols weggeworpen dat met democratie en emancipatie te maken heeft en dat daarom nou net in onze zorgelijke tijden zou moeten gekoesterd worden, ook omdat het de vrucht is van eeuwen inzet voor ontvoogding, hoe onvolmaakt die ook is. Het ‘kind’ is inhoudelijk rijker dan veelal gedacht.

De mens handelt uit meer dan één motief

Kunnen we ons inbeelden hoe de elites in Sint-Petersburg over de bolsjewisten dachten? Verbaast het als ik zeg te vermoeden dat die bolsjewisten vandaag populisten zouden genoemd worden?

Dat is een intrigerende gedachte. Ze roept het vermoeden op dat het toekennen van de kwalificatie populisme (en vele andere kwalificaties) door politieke en economische belangen wordt bepaald en daarom niet per se correct is. En waarom zou het in onze dagen aan dergelijke oneigenlijke motivaties ontbreken?

Voor mensen die materialistisch denken zijn opstanden en maatschappelijk verzet altijd door eigenbelang gemotiveerd. Ik deel die mening niet. Omdat de mens een groot voorstellingsvermogen bezit, staan die materialistische belangen nooit op zichzelf: altijd gaan ze gepaard met eisen naar meer zeggenschap en vrijheid van meningsuiting en naar meer menselijke erkenning. Daarmee wordt gezegd dat revolutionairen en dus ook zogenaamde populisten een hele wereld van betekenissen met zich meedragen, die helemaal niet te vangen valt in de korte schotschriften van antipopulisten. En dat geldt eveneens voor het zichzelf elite noemende volksdeel. Er is nooit één motief, maar altijd een hele batterij, veelal onbewuste overwegingen in het spel.

De knoop van de volksgemeenschap

Mensen zijn echter wat ze zijn: vatbaar voor persoonlijke voorkeuren en inderdaad geneigd tot het najagen van eigenbelang. Tocqueville heeft het ons geleerd, en met hem de hele geschiedenis. Dat roept om verzet en weerwerk. Onze kranten zijn te veel op kortstondig mediageweld gericht en te weinig op evenwichtige analyse, maar de dagelijkse feiten bevestigen ons dat gezond wantrouwen tegenover leidinggevenden verantwoord is.

Daarom bestaan er bijvoorbeeld vakorganisaties. Dat is toch een blijk van wantrouwen? Maar vandaag lopen die vakbonden voorop in getier tegen ‘populisten’. Is het dan te verwonderen dat bijvoorbeeld de socialistische partij bij ons haar basis bij de arbeiders is kwijt geraakt en zich moet richten (net als de Democraten in de VS) op een coalitie van minderheidsgroepen, van migranten via ecologisten en feministen tot holebi’s? Is het dan te verwonderen dat de Democratische partij uitgerekend in haar oude bastion, de Rust Belt bij de Grote Meren, een verpletterende nederlaag heeft geleden?

De eis van de modale ‘populist’ valt inderdaad best wel te verdedigen en het is dat wat de Democratische kiezers in de oude industriestreken naar Donald Trump dreef: de populist wil gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid en fatsoen en een eerlijke plaats voor iedereen (of beweert dat te willen). Wat wil zeggen dat ieder mens maar ook elk volk zijn plaats onder de zon moet krijgen. Daarmee doet hij niets anders dan Woodrow Wilson in zijn 14 punten en plaatst hij zich in een lange democratische en emancipatorische traditie, die de elitairen verengd hebben tot een traditie van minderheden.

Méér speciaal is de knoop in het hele verhaal dus die gehate ‘ene volksgemeenschap’, waar die elitairen – zo betoogden we al in onze eerste aflevering – mee afgerekend hebben, die meerderheid waarvan ze zeggen dat ze niet bestaat. Dat woord ‘volksgemeenschap’ alleen al lijkt antipopulisten de haren ten berge te doen rijzen. Vaak kunnen ze niet laten naar de jaren dertig van vorige eeuw te verwijzen, een tijdperk dat voor de overgrote meerderheid vandaag allang geschiedenis is. Men noemt dat de reductio ad Hitlerum. De mensen raken die mantra beu.

Zolang iederéén aan de beurt kan komen

Ikzelf ben evenwel formeel: alleen een gemeenschap die ook etnisch samenhangend is – en dat is niet hetzelfde als homogeen, want iedereen weet dat zulks niet bestaat – beschikt over het ideale fundament om de onderlinge vereenzelviging waar te maken die nodig is om de rijkeren voor de armeren te doen betalen (Miller 2009). Ik schrijf: het ideale fundament. Daar, en nergens anders, zit de reden waarom multinationale staten de neiging hebben uiteen te vallen – en waarom Europa, als het een multinationale staat wil zijn, zonder twijfel eveneens uiteen zal vallen. Overigens, en terloops: vele multinationale staten zijn dictatoriaal, anders vallen ze niet te handhaven (Annemans en Utsi, 2010).

Als mensen de beleving hebben allemaal soort- of nestgenoten te zijn, dan beleven ze een vorm van onderlinge solidariteit die het egoïsme van de vele groepen ver in de schaduw stelt. Kan iemand me vertellen wat daar mis mee is, behalve dan dat het niet spoort met het Postmodernistische Geloof? Vreemd genoeg: zelfs een etnisch denkende gemeenschap is niet in zichzelf ‘racistisch’. Als er één groep is die ooit in het oog van het racisme zat, zijn het voorzeker de Joden. Diezelfde Joden vonden van oudsher in de Noordelijke Nederlanden een uitwijkplaats, hoewel diezelfde Noordelijke Nederlanden etnisch toen nog heel erg herkenbaar waren.

Ideologische antipopulisten van extreemlinkse slag doen dan weer verontwaardigd over wij-zij-denken. Je hoort en leest dat vrijwel elke dag. Maar als ik me associeer met iemand anders, associeer ik me tezelfdertijd niet met anderen. Wij-zij-verhoudingen zijn dus natuurlijk en helemaal niet fout, zolang iederéén aan de beurt kan komen.

Een botsing van wereldbeelden

Wat populisme wordt genoemd heeft dus veel meer stof in huis dan uit de gevoelloze laatdunkendheid van de vrijwel dagelijkse vloed van in de vorm van politiek correct denken gegoten veroordelingen kan blijken. De werkelijkheid is dat de zogenaamde populist een ander wereld- en maatschappijbeeld najaagt dan de antipopulist.

Omdat de elites altijd al hun zin kregen is de weerstand die ze tegenwoordig ontmoeten hen niet bepaald welgevallig. Ze stoort hen in hun superieure bezigheid: goed doen voor dat ondankbare volk waar ze op neerkijken. Doch ook voor hen verandert de wereld: er is een democratie ontstaan die ‘egalitaire aristocratie’ werd genoemd (J. L. Nancy). Voor sommigen valt daar moeilijk mee te leven.

Het plebs, ook onder de vorm van de verafschuwde populisten, heeft echter te veel in huis om meesmuilend weg te honen. De populist heeft, in al zijn stunteligheid vaak, namelijk veel argumenten uit de sfeer van de rechtvaardigheid en de menselijke waardigheid langs zijn kant en kan de antipopulist daarom vastpraten met zijn eigen retoriek. Zoals op 9 november Filip Dewinter nog deed in een debat over de Amerikaanse verkiezingen op Canvas: hij verzekerde, met zijn eeuwige sarcastische grijns, Karel De Gucht dat hij het niet persoonlijk wilde spelen en betoogde dan dat het gewone volk die ondraaglijk hoge vergoedingen voor EU-kopstukken niet begrijpt. Je hoorde De Guchts botten kraken, doorheen de tv.

Jaak Peeters

Lees verder: De hoop van het volk weer laten opleven (4)

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!

Wie dit essay in zijn oorspronkelijke vorm wil lezen, kan terecht op het discussieforum van Dwarsliggers