Het Duitse model voor opleiding van islam-professionals

Het Duitse model voor opleiding van islam-professionals steunt op het opstarten van enkele theologische opleidingen, onder meer aan de universiteiten van Tübingen, Osnabrück en Münster. Daar worden islamitische geestelijken en andere islamprofessionals gevormd (leraars, aalmoezeniers, ...). Ze kunnen er erkende bachelor- en masteropleidingen volgen. Die omvatten alle een theologische en een pedagogische vorming. Aanvullend gebeurt er ook kritisch theologisch onderzoek. Dat kan leiden tot doctoraten en vormt de basis van de opleidingen. De academische overheden streven daarbij naar integratie van zoveel mogelijke islamitische stromingen. Ze werken samen met representatieve organisaties van Duitse moslims.

De zogenaamde noodzaak dat kandidaat-imams voor hun opleiding naar Egypte, Turkije of Mekka zouden moeten trekken, vervalt helemaal in zo'n model, zelfs voor de hoogste jaren van zo'n opleiding.

De vraag blijft wel of de (aarts)conservatieve groepen onder de Duitse moslims en de al even conservatieve overheden in die islamitische kernlanden (met name Turkije, Marokko, Egypte en Saoudi-Arabië) zullen aanvaarden dat er een hele generatie imams zou aantreden die beter opgeleid zijn dan hun collega's uit Arabische landen, maar dan in een democratische en wetenschappelijke omgeving.

Dat model breekt radicaal met de kleinschalige privé-opleidingen die in zowat alle Europese landen al bestonden. In België gaat het over onder meer de opleidingen (in het Arabisch) aan het Institut Islamique Européen d'études Supéieures (IIEES) dat afhangt van het Islamitisch Centrum te Brussel, de 'Académie Européenne de la Culture et des Sciences Islamiques de Belgique' van de Alkhayria Belgica (Brussel) en het 'Institut des Etudes Islamiques de Bruxelles' (IEIB). Deze drie bieden opleidingen die niet erkend zijn door de overheid, maar wel door de Moslimexecutieve. Voor zover bekend bieden die opleidingen geen enkele ernstige opleiding in de fundamentele instellingen en principes van de democratische rechtsorde, noch in de wetenschappelijke methode. Ze lijken daarentegen eerder het islamisme te bevorderen.

Dat model verschilt ook van de kleinschalige initiatieven langs Vlaamse kant. De Duitse initiatieven kregen elk een véél stevigere financiële ondersteuning,met budgetten die vast toegekend werden voor meerdere hoogeleraars en ondersteunend personeel per univ, en dat voor meerdere jaren.

Rudi Dierick