Hedendaagse kunst en islam

Hedendaagse kunst en islam

De combinatie van machtshonger en onderwerping die we in de islam aantreffen, treffen we ook aan in de ‘hedendaagse’ kunst. Moslimlanden maken dan ook geen bezwaar tegen deze kunst, hoewel ze er anders alles aan doen om de decadente cultuur van het Westen buiten de deur te houden. Zoals in de islam de vrouw onderworpen is aan de man, zo is in de hedendaagse kunst het beeld onderworpen aan het woord. Dat beeld bestaat louter en alleen bij de gratie van de ideeën waarmee het door de priester-kunstenaar ‘in de echt’ is verbonden. Zonder deze ideeën heeft het geen enkele waarde en is het vaak niet meer dan een stuk afval: een pispot, een kartonnen doos, een kapotte stoel. Het (vrouwelijke) beeld krijgt zijn – bijna sacrale – betekenis pas door zijn ‘huwelijk’ met de (mannelijke) wereld van ideeën en woorden.

Van dit huwelijk gaat een enorme, nooit geziene invloed uit. Wat het in de kunstwereld heeft aangericht, is zonder meer verbijsterend. De ooit zo schitterende Europese kunst, die tal van meesterwerken heeft voortgebracht, produceert vandaag enkel nog afval. En ze is er nog trots op ook. Europa is als een geniale kunstenaar die opeens krankzinnig is geworden. Hetzelfde speelt zich nu ook buiten de kunstwereld af. De vrije samenleving – dat meesterwerk van de Europese beschaving – wordt in snel tempo overweldigd en vervangen door een islamitische samenleving die op louter machtswellust en onderwerping is gebaseerd. Niemand houdt het voor mogelijk, maar het zal de islam waarschijnlijk niet meer tijd kosten om de wereld te veroveren dan de hedendaagse kunst daarvoor nodig heeft gehad. 

Willen we de achilleshiel van de Europese beschaving leren kennen, dan moeten we de aandacht richten op dat huwelijk tussen woord en beeld, zoals het eerst in de hedendaagse kunst verscheen en nu ook als propagandamiddel wordt gebruikt door de islam en politiek correctheid. Opvallend in dat huwelijk is de extreme tegenstelling: het beeld is levensecht en waarheidsgetrouw, het woord is dood en abstract. Hedendaagse kunstwerken zijn vaak geen nabootsing meer van de werkelijkheid, maar werkelijkheid zelf: de kunstenaar maakt geen tekening van een stoel, maar stelt de stoel zelf tentoon. De ideeën die hij ermee verbindt, staan dan weer zover mogelijk van de werkelijkheid af, niet alleen in de zin dat ze uiterst abstract zijn, maar ook in de zin dat ze geen enkel verband houden met het kunstwerk. 

Die vaststelling houdt een paradox in. Woord en beeld zijn in de hedendaagse kunst onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het kunstwerk zegt ons niets als we de ‘achterliggende’ ideeën niet kennen, en de ideeën hebben geen betekenis als we ze niet verbinden met het kunstwerk. Toch is er tussen die twee geen enkel waarneembaar verband. Ze staan volkomen los van elkaar en we zien ze enkel als een eenheid omdat ons dat wordt opgedragen. ‘Dit is kunst omdat ik het zeg!’, verklaarde Marcel Duchamp toen hij zijn pispot tentoonstelde. En men geloofde hem. Op zijn gezag werd de pispot verbonden met de idee ‘kunst’. Honderd jaar later stelt niemand nog vragen bij dat – nochtans verbijsterende – huwelijk van afval en kunst. We onderwerpen ons als vanzelfsprekend aan het gezag van de hedendaagse kunst. 

We beseffen niet eens meer dat we ons onderwerpen, wel integendeel. We noemen onze onderworpenheid vrijheid en zijn er even trots op als de moslima’s op hun hoofddoek of boerkini. We voelen een diepe minachting voor al wie weigert zich te onderwerpen. Wie geen verband legt tussen kunst en afval – omdat hij dat verband niet ziet – wordt beschouwd als een cultuurbarbaar en behandeld als een melaatse waar ieder gezond mens met een grote boog omheen loopt. Het wordt hem niet vergeven dat hij zelf een oordeel wil vormen over kunst in plaats van zich te onderwerpen aan het gezag. Hij wordt uit de culturele gemeenschap gestoten en gebrandmerkt als een ongelovige, een ketter, een godslasteraar. In de hedendaagse kunst treffen we met andere woorden hetzelfde gedrag aan als in de hedendaagse islam. 

Aan de basis van dit gedrag ligt een ‘gearrangeerd huwelijk’ tussen woord en beeld, dat niet tot stand kwam door de innerlijke verwantschap en wederzijdse herkenning van beide partners, maar door een gebod van buitenaf. Zo ging dat vroeger ook met het huwelijk tussen man en vrouw: dat werd niet gesloten uit liefde, maar uit wijsheid. Het waren geen twee verliefden die tot de verbintenis besloten, maar een externe hogere instantie. Zo’n ‘hogere’ instantie bestaat niet meer: haar wijsheid is vervangen door de liefde. Het moderne huwelijk is een vrije verbintenis, geen gedwongen alliantie. Zo was het ook in de kunst: toen in de 19de eeuw het impressionisme op het toneel verscheen, werd iets zichtbaar van de liefde die de (zowel materiële als spirituele) wijsheid van de oude kunst verving. 

Het impressionisme was geen grote kunst: ze miste de grandeur van de oude kunst met al haar kennis en kunde. Maar ze had iets wat deze oude kunst niet meer had: een kinderlijke kwaliteit die spontaan vreugde opwekte en van het impressionisme de meest geliefde kunst aller tijden maakte. Het was alsof de kunst opnieuw geboren werd, in een eenvoudige, voor iedereen toegankelijke vorm. Ze was bij wijze van spreken ‘gedemocratiseerd’. Maar op die democratische revolutie volgde een vernietigende reactie. Met onwaarschijnlijke brutaliteit plantte Marcel Duchamp een pispot in de wieg van de kunst en bezegelde daarmee haar lot. Hij verving het pasgeboren kind door een ‘nieuwe’ kunst, die niet bezield werd door liefde maar door macht, de macht van een autoriteit die geen tegenspraak duldde: ‘dit is kunst omdat ik het zeg!’    

Het onvoorstelbare gebeurde: de kunstwereld gehoorzaamde. Ze onderwierp zich aan dit nieuwe gezag en voedde het koekoeksjong op tot het monster van de hedendaagse kunst. Tot op de dag van vandaag is de kunstwereld er heilig van overtuigd dat dit monster haar eigen kind is, dat het de nieuwe kunst is, de kunst van deze tijd die de kunst van het verleden doet vergeten door haar stralende jeugd. De grote vraag is dan ook: hoe komt het dat de moderne mens geen verschil meer ziet tussen kind en monster, tussen oud en nieuw, tussen liefde en macht, tussen vreugde en angst, tussen vrijheid en onderwerping? Wat veroorzaakt die blindheid voor het koekoeksjong dat eerst een eind heeft gemaakt aan de Europese kunst en nu begonnen is aan de vernietiging van hele Europese beschaving? That is the question. 

Lieven Debrouwere tekent en schrijft.

Dit stuk is overgenomen van zijn blog.

 

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneelfinancieel of organisatorisch!