Grieks op Kreta

Grieks op Kreta

Over Kreta hoorde ik zakenadvocaat Louis H. Verbeke eens opmerken dat er ‘wel een paar goeie hotels waren’. Dat is mogelijk. Ik ben er nooit geweest. Maar ook zonder meester Verbeke wist ik dat Kreta heel vroeger, meer dan drieduizend jaar geleden, een grote beschaving had gekend met als centrum het paleis van Knossos. Dat paleis werd vanaf 1900 beetje bij beetje blootgelegd door Engelse archeologen.  Ze vonden er de resten van mooie fresco’s met dolfijnen, dames in geel-blauwe vestjes en naakte heren die een voorwaartse salto maken over een grote stier. Ook vond men kleitabletten met geheimzinnige tekens, die men het Linear B noemde en waarvan men veronderstelde dat ze een of andere oude taal weergaven. Welke taal, dat wist men niet. Het was misschien een oud-Cypriotisch dialect, of verbasterd Hittitisch, of nog iets anders. Het enige waar de geleerden het eens over waren, was dat het geen Grieks kon zijn. Stel je voor Grieks op Kreta!  

Na de tweede wereldoorlog vatte een jonge architect, Michael Ventris, het plan op om het Linear B te ontcijferen. Dat was mij een monnikenwerkje. Eerst moest een lijst van de tekens worden opgesteld. Dat is niet zo makkelijk als het lijkt. Ieder handschrift wijkt af van een ander. De een zijn r lijkt op de ander zijn z en de een schrijft een l met een lus en de ander zonder lus. Als je de taal niet kent moet je dus op de tast beslissen of die z en die r en die l en die andere l twee of drie of vier verschillende letters zijn. Na lang wikken en wegen besliste Ventris dat er 87 verschillende letters waren.

Dan moest worden geraden of de tekens woorden, afzonderlijke klanken of lettergrepen voorstelden. Dat was nog het gemakkelijkste. Een schriftsysteem met woorden – zoals het Chinees – heeft honderden verschillende tekens; één met afzonderlijke klanken – zoals het onze – een vijfentwintigtal. Met 87 tekens moest het Linear B dus een lettergrepenschrift zijn, waarbij een klinker wordt weergegeven door een klinker, en een medeklinker door een medeklinker plus een klinker. Dat is eigenlijk een heel logische werkwijze, want medeklinkers kun je moeilijk afzonderlijk uitspreken. Daarom zeggen we ons alfabet op als a-bé-sé-dé enzovoort. In een Nederlands lettergrepenschrift zou een woord als ‘klinker’ bijvoorbeeld geschreven worden als ka-li-ni-ke-ra, of iets van die strekking. 

Professor Karel van den Eynde, die mij ooit wat algemene taalkunde heeft proberen bijbrengen, was in de wetenschap een groot voorstander van de  ‘gissen en missen’-methode. Die werkwijze is echter zowel verleidelijk als gevaarlijk als het aankomt op de ontcijfering van een onbekend schriftsysteem van een onbekende taal. Je kunt immers je gissingen blijven aanpassen tot ze kloppen met het bestaande materiaal, zonder enige garantie dat ze ook nog eens juist zijn. Zo kwamen sommige geleerden tot vertalingen als ‘Deze slechte administratieplaats betaalde een belasting van 22,6 maten saffraan’ terwijl we nu weten dat de tekst betekent: ‘De priesteres, de sleuteldragers en de volgelingen bezitten 22,6 eenheden graan.’ 

Ventris begon op de kleitabletten naar weerkerende patronen te zoeken. Hij kende ondertussen alle Linear B-tabletten uit het hoofd, zodat hij op elk ogenblik een volledig overzicht had van het materiaal en zodat hij, als een computer, elke hypothese onmiddellijk kon toetsen aan elke bestaande tekencombinatie. Door te zoeken naar  plaatsnamen zoals ko-no-so (Knossos) kon hij ook zoetjes aan voorlopige klanken gaan koppelen aan de tekens. Zo vormden zich hypothetische woorden als do-e-ro, do-e-ra, pa-te, ma-te.  Zou het dan toch Grieks zijn, dacht de architect,  doulos, doulè, patèr, mètèr? Ook de combinatie me-no kwam vaak voor op het einde van een tekenreeks. Was dat niet de uitgang menos van het Griekse passieve participium? Het bleef behelpen, want het waren in het beste geval geen oud-Griekse, maar oud-oud-Griekse vormen. Bovendien geleken die vormen nooit helemaal op de woorden die ze moeten voorstellen omdat er altijd tekens ontbraken. Ventris begon allerlei afschuwelijk ingewikkelde spellingsregels op te stellen om die verdwenen letters te rechtvaardigen. De onzekerheid bleef.

Toen kwam een verlossende brief van de Amerikaanse archeoloog Carl Blegen. Die had nieuwe kleitabletten opgegraven met nieuwe reeksen tekens, waar ook nog eens kleine tekeningetjes naast stonden. Het ging dus om fragmenten waar Ventris zich niet op had gebaseerd om zijn systeem uit te werken. Die fragmenten hadden de fout van Ventris definitief kunnen bewijzen. Ze hadden, om met Popper te spreken, Ventris’ theorie kunnen falsifiëren. Maar dat is natuurlijk niet wat gebeurde. Het fragment, in klanktranscriptie zag er als volgt uit: 

Als je Grieks hebt gevolgd aan het College van Melle, of aan een ander college, dan heb je in de eerste vorm het woord tripos herkend, en als je een heel vlijtige student was, de dualisvorm tripode.  En ook zonder Grieks herken je op de tekeningen wel de driepotige ketels, en een beetje verder de urnen met drie – tiri – oren.  Er zijn er ook met vier – qetoro – denk aan quatre.

Over de ontcijfering van de kleitabletten schreef John Chadwick, vriend en medewerker van Ventris, een spannend boekje – The Decipherment of Linear B.Wie deze vakantie naar Kreta trekt – ideaal om te lezen op een van ’s eilands mooie stranden, of in de lobby van een van die goeie hotels van meester Verbeke.