Gülen steunen door hem te bekritiseren

Gülen steunen door hem te bekritiseren

Lukas Demeersseman schreef aan de VUB een proefschrift over de berichtgeving van de media rond de mislukte staatsgreep in Turkije. Daarin herneemt hij de argumenten van Erdogan tegen Gülen. Hij neemt nochtans correct afstand van Erdogan, maar stelt terecht dat dit niet hoeft te betekenen dat je geen kritiek kunt hebben op een tegenstander van de Turkse president, met name op Fethullah Gülen. Merkwaardig genoeg formuleert hij geen kritiek, maar brengt slechts argumenten aan die Gülen net ondersteunen.

Het lijkt alsof veel journalisten bang zijn om als pro-Erdogan bestempeld te worden,’ zo schrijft hij. ‘Maar het is toch niet omdat je kritiek uit op een tegenstander van Erdogan dat je daardoor meteen achter het beleid van de Turkse president staat?’, zegt hij terecht op Knack.be (27/05). Hij heeft daartoe 128 berichten beschouwd uit vier kranten, twee Vlaamse (Het Laatste Nieuws  en De Standaard) en twee Angelsaksische (de Britse The Sun, en The Times). Daarbij stelde hij vast dat Erdogan nogal eenzijdig negatief tot beledigend wordt voorgesteld, terwijl Gülen er uit naar voren komt als de brave geleerde, voorstander van een gematigde islam, van dialoog met christenen en joden, van pluralisme en democratie.

Hij versterkt wat hij bestrijdt

Demeersseman vraagt zich af of dit eenzijdige beeld wel klopt. Een legitieme vraag uiteraard, en hij zegt argumenten aan te halen die dit in twijfel kunnen trekken. Merkwaardig is echter dat die argumenten dezelfde zijn als die van Erdogan en feitelijk waardeloos. Om te beginnen haalt hij een video uit 1999 aan waarin Gülen zijn aanhangers oproept om hoge plaatsen in het staatsapparaat na te streven. In 2009 kwamen dan nog eens documenten boven water die stelden dat heel wat mensen bij de Turkse politie en rechterlijke macht gülenisten waren.

De vraag die ik mij dan stel is: wat is daar fout mee? Gülen heeft met zijn Hizmetbeweging een netwerk opgebouwd van scholen die zeer degelijk onderwijs aanbieden, ook in ons land (de Lucernascholen). Het is toch volkomen normaal dat mensen die goed opgeleid zijn, meer kans op promotie maken dan wie zwak onderwijs kreeg. En nu is het eenmaal zo dat Erdogan een voorstander is van achterlijk Koranonderwijs. Hij moet dus Gülen niet verwijten dat hij een meer aangepast kader opbouwt dat gemakkelijker zijn weg maakt in de staatsorganen. Ik snap dan ook niet wat Demeersseman met dit punt wil duidelijk maken.

Demeersseman herneemt ook de klassieke stelling over dat Gülen aanvankelijk Erdogan steunde, in ruil voor modernisering. De waarheid is dat Gülen zich niet verzette tegen Erdogan., op voorwaarde van modernisering – dat is wat anders dan ‘steunen’. Erdogan kwam immers uit de Rehaf-partij van de reactionaire Necmettin Erbakan (1926-2011), de oprichter van Milli Görüş, die voor precies het omgekeerde stond als Gülen. Erdogan hield echter zijn beloften niet, wat kon verwacht worden. Gülen hield zich lang in, maar in 2010 uitte hij openlijk kritiek, zoals Demeersseman ook correct aangeeft. Het conflict verscherpte in 2013 toen er ernstige beschuldigingen kwamen van corruptie in Erdogans entourage.

Hij heeft geen poot om op te staan

Demeersseman: ‘Dit alles lijkt me persoonlijk cruciale informatie om een volledig beeld te schetsen over de situatie in Turkije. Maar wat blijkt? Slechts in 7% van de berichtgeving komen deze elementen aan bod. Dat vind ik oprecht jammer.’ Maar daarmee keert hij de zaak toch om? Hij verwijt ‘onze’ media dat ze wel beschermheiligen lijken van Gülen en te negatief schrijven over Erdogan, maar nu blijkt dat ze Erdogan net ontzien en te weinig de argumenten van Gülen naar voren brengen. Waarschijnlijk omdat ze onzeker zijn over de rol die Gülen werkelijk speelt. Ondanks al hun geroep over een ‘moderne islam’, vertrouwen ze die niet als ze die tegenkomen. Terwijl ze net zouden moeten juichen omdat er een islamitische beweging is die de nadruk legt op onderwijs dat zich niet beperkt tot het van buiten leren van de Koran (in het Arabisch).

‘Ik vermoed dat de meeste journalisten bang zijn om de stempel van “Erdogan-supporter” toebedeeld te krijgen’, schrijft Demeerssamen. ‘Maar door op de vlakte te blijven over Gülen en daartegenover Erdogan wél te bekritiseren, ontstaat het beeld dat de Turkse president geen poot heeft om op te staan.’ Ook hier zet hij de feiten die hij zelf aanbrengt op hun kop: Erdogan heeft in zijn dispuut met Gülen inderdaad geen poot om op te staan. Zelfs indien tijdens de processen die nu begonnen zijn mocht blijken dat een aantal coupplegers een opleiding heeft gekregen in Hizmet-onderwijs (wat mij vrij logisch lijkt, en Gülen zelf ook niet betwist) en daar een netwerk aan heeft overgehouden, dan bewijst dat nog niet dat Gülen het brein was achter de poging tot staatsgreep, noch dat die van zijn organisatie uitging.

Demeersseman eindigt zijn stuk dan ook met op veilig spelen en afstand nemen van Erdogan, maar voegt er in één adem aan toe dat ‘er ook een correcte, volledige en kritische berichtgeving moet zijn over zijn tegenstanders’. Ja, dat zal wel. Maar de enige kritische berichtgeving die we bij Demeersseman zelf lezen is dat de Hizmet-beweging serieus onderwijs biedt, geijverd heeft voor de democratie en zich tegen corruptie heeft gekeerd. Waar klaagt hij dan eigenlijk over? Zou het kunnen dat zijn conclusie al vaststond voordat hij zijn onderzoek maar begonnen was? Het is merkwaardig dat je met zulk een proefwerk tegenwoordig een mastertitel behaalt en daarna nog eens mag uitpakken in een toch wel prestigieus medium. Leest niemand dan zulk een teksten kritisch na?

Eddy Daniels

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!