Extra financiering Brussel en transfers

Extra financiering Brussel en transfers

Di Rupo's bonanza voor de Franstaligen

Welke extra financiering van Brussel?

De staatshervorming Di Rupo I voorzag een aanzienlijke extra financiering voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (BHG). Dat was zogenaamd noodzakelijk omdat de budgetten die het gewest al kreeg voor de hoofdstedelijke functies – zo'n 600 Mio euro per jaar – niet zouden volstaan. Daarom krijgt het nu zo'n 450 Mio euro per jaar extra. Dat zal oplopen tot een klein miljard tegen 2033, het einde van de overgangsperiode voor de financiering van de deelstaten. Deze bedragen zijn vaste dotaties: ze moeten, in tegenstelling tot de meeste huidige middelen voor de hoofdstedelijke functie, niet elk jaar goedgekeurd worden.

Velen vragen zich af of dat geld wel verantwoord is, en waarom Vlaamsgezinden dat zo hard bekritiseren. In Brussel wonen en werken toch ook honderdduizendenVlamingen. Dat extra geld komt dan toch iedereen ten goede?! Of niet? En was de hoofdstedelijke functie niet ondermaats gefinancierd? We bevroegen de voorbije maanden en jaren de leiders en de studiediensten van de meeste politieke partijen en andere organisaties. De antwoorden werden afgetoetst met enkele experts.

Dat onderzoek leverde het volgende op:

“Voor elke 100 € die uit de schatkist naar de hoofdstedelijke functie gaat en die daar besteed wordt aan taken van de gemeenschappen, ontstaat er een niet-omkeerbare netto-transfer van Vlaanderen naar de Franstaligen van 50 à 60 €. De omvang van deze transfer kan oplopen tot zo'n 200Mio €/jr., zijnde de helft van de extra middelen, plus al wat nu al doorgesluisd wordt.”

Figuur 1 : Transfers via budgetten voor de hoofdstedelijke functie – vereenvoudigd schema

Nadere toelichting

Meer in detail leerde dat onderzoek dat Brussel nu al aanzienlijke middelen voor de hoofdstedelijke functie krijgt, namelijk zo'n 600 Mio € per jaar. Mede daardoor heeft het +/-35% méér inkomsten per inwoner dan de andere gewesten. Maar een groot deel van dat geld gaat niet naar de hoofdstedelijke functie, doch naar openbare dienstverlening die de Brusselse bevolking ten goede komt. Verderop noemen we dat de 'lokale openbare dienstverlening'.

Nu al wordt veel gewestgeld doorgesluisd naar taken van de Franse Gemeenschap, met kruimels voor de Vlaamse (0%, 5% à 20% al naargelang het budget). Vlamingen moeten daarbij echter wel zo'n 65% van dat extra geld voor Brussel opbrengen. Dat zijn dus grote éénzijdige, niet-omkeerbare en verdoken transfers naar de Franse Gemeenschap.

Dat extra geld wordt ook verantwoord door de grote noden in scholen en kinderopvang. Daarvoor zijn echter de gemeenschappen bevoegd. Dat is dus een ongeldig argument.

De reële 'nog niet voldane' noden van Brussel én de andere beweerde redenen werden nog nooit ernstig onderzocht. De bestaande studies zijn van de hand van Brusselse onderzoekers, geschreven in opdracht van Brusselse politieke mandatarissen. Zowat alle Vlaamse experts stellen echter grote vragen bij deze studies. Dit argument van die zogenaamd niet voldane behoeften is dus minstens voorbarig.

Maar liefst de helft van de extra middelen mag Brussel besteden aan éénder wat het zelf verkiest. Het kan dat integraal besteden aan vormen van openbare dienstverlening die behoren tot de verantwoordelijkheden van de gemeenschappen. Daarbij moet dan minimaal 20% van die extra middelen naar de Vlaamse Gemeenschap gaan, of naar Nederlandstalige initiatieven, en 80% mag naar de Franse gemeenschap gaan.

Deze extra middelen voor Franstalige dienstverlening in Brussel verlichten de druk op begroting van de Franse Gemeenschap. Indirect komt dat dus ook ten goede aan de Walen.

Terzijde, zowat alle Brussels-Vlaamse toppolitici (Grouwels, Smet, Vanhengel, Vanackere, ...) stelden de voorbije jaren dat de lokale Brusselse instellingen substantieel kunnen en moeten besparen. Daar komt nu echter niets van in huis. De met dit federale regeerakkoord aangekondigde hervormingen stellen niets serieus voor. Erger, een detail-analyse van de institutionele hervormingen suggereert dat de Vlamingen eerder institutionele drukkingsmiddelen uit handen geven, vooral doordat de extra gelden voor Brussel vaste dotaties worden. Daarover moet niet meer jaarlijks gestemd worden.

Figuur 2 : Transfers via budgetten voor de hoofdstedelijke functie – detailschema

Blanco cheque?

De nieuwe dotatie voor het hoofdstedelijk gewest komt neer op een reële blanco cheque ter waarde van meer dan 200 mio,, zijnde de helft van die extra dotatie. Dat zal oplopen tot een half miljard euro. Daar staat geen enkele afdwingbare resultaatsverbintenis tegenover, noch voor de kwaliteit van de dienstverlening onder die hoofdstedelijke functie, noch voor het wegwerken van de discriminaties van Vlamingen in Brussel.

Van blanco cheque gaat natuurlijk niet 'per definitie' zoveel procent in een niet-omkeerbare transfer naar de Franstaligen. Het gewest zou kunnen beslissen dat het die extra dotatie integraal zou besteden aan de hoofdstedelijke functie. Gezien de hardnekkigheid waarmee het in het verleden al gewestelijke middelen probeerde door te schuiven naar de gemeenschappen, lijkt het echter hoogst onwaarschijnlijk dat het deze blanco cheque niet maximaal naar de Franstaligen zou doorspelen.

De wet kent daarbij geen garanties op het gedeelte van de andere middelen die het gewest voor dit regeerakkoord al besteedde aan taken van de gemeenschappen dat naar Vlaamse initiatieven moet gaan. Als het gewest bijvoorbeeld weer eens een serie nieuwe crèches financiert die 'toevallig' allemaal Franstalig blijken, dan kunnen de Vlaamse volksvertegenwoordigers dat niet tegenhouden, noch via het Vlaamse Parlement, noch via de Kamer, en al evenmin, in praktijk, via de Brusselse Gewestraad.

In theorie is er wel een politiek verweermiddel, maar dat is van een extreme aard, namelijk de Brusselse gewestregering laten vallen. Dat is mogelijk, maar het vereist wel dat 12 van de 17 Vlaamse leden van de gewestraad hun vertrouwen opzeggen. En dan nog, is het onzeker wat er dan zou gebeuren met de 'lopende uitgaven'. Stel bijvoorbeeld dat het gewest langlopende contracten met de gemeenten afsluit voor het doorsluizen van die middelen. Zou dat dan niet, als 'lopende zaken' gewoon verder voortduren?

Juridisch lijkt het hoogst twijfelachtig of de direct benadeelde Vlamingen zich kunnen verzetten tegen deze niet-omkeerbare transfer van Vlaanderen naar de Franstaligen. Ook de Brusselse Vlamingen lijken geen enkel effectief bruikbaar juridisch verweermiddel te hebben tegen de bestaande en de nieuwe discriminaties die ze in Brussel ondergaan.

Nieuwe en onomkeerbare transfers

De regeling voor de extra financiering van Brussel die de B-partijen overeen kwamen komt dus neer op nieuwe en onomkeerbare transfers, en op een tweevoudige discriminatie:

  1. De inwoners van het Waalse en het Vlaamse Gewest dragen significant bij tot de financiering van 'lokale openbare dienstverlening' aan de lokale Brusselse bevolking voor diensten die ze in hun eigen gewest volledig zelf moeten financieren. Dezelfde lokale openbare dienstverlening in de twee andere gewesten, moet echter door elk gewest uit eigen middelen gefinancierd worden.

  2. Door die niet-omkeerbare transfers financieren de Vlamingen uit de Vlaamse Gemeenschap de openbare dienstverlening aan Franstalige Brusselaars. Dat zijn dus privileges voor die Franstalige Brusselaars, en indirect, voor de andere Franstaligen.

Deze transfers zijn ook in hoge mate onomkeerbaar. Zelfs als Vlaanderen morgen merkelijk armer wordt dan de twee andere egwesten, zullen er nog grote transfers naar de Franstaligen blijven bestaan.

Voorts wordt een deel van de extra's voor Brussel ook verantwoord als een compensatie voor de kosten die forenzen veroorzaken. Maar als dat een eerlijk argument was geweest, dan had Vlaanderen ook vergelijkbare compensatie van het Waalse gewest moeten krijgen: er zijn immers meer Walen die in het Vlaamse Gewest komenw erken, dan andersom! En verder: als morgen er geen Vlamingen meer in Brussel gaan werken, maar wel Brusselaars naar Vlaanderen, dan nog zal Brussel een zware pendel-taks krijgen, en Vlaanderen niets. Deze regelingen discrimineren de Vlamingen dus onmiskenbaar.

Op zoek naar een betere analyse

In een volgende bijdrage bespreken we de standpunten van de verschillende Vlaamse partijen hiertegenover. We onderzoeken daarna de mogelijkheden voor de Vlamingen om dat te betwisten.

De Bron probeert deze complexe regelingen voor de huidige en de bijkomende financiering van Brussel zo correct mogelijk te beschrijven. Wie deze analyse wil betwisten, kan elke verfijning, of verbetering in De Bron publiceren. We staan open voor alle correcte en pertinente objectieve gegevens en voor elke verhelderende analyse.

Rudi Dierick, hoofdredacteur

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. 
We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Stuur ons gerust een 
e-mail met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.