Ex-moslims aan het woord - De Interviews

Ex-moslims aan het woord - De Interviews

 De getuigenis met drie 'afvalligen'.

Yasser is twintig jaar en studeert vertaler-tolk. Hij is geboren in een Marokkaans gezin dat diepgelovig is.

‘Heel ons relatiepatroon is doordrenkt van de islam,’ vertelt hij. ‘Mijn vader is ongeveer veertig jaar geleden naar dit land gekomen. Toen hij als arbeider goed zijn brood verdiende, is hij teruggekeerd naar zijn geboortedorp om er een bruid te zoeken. Ik heb een oudere en jongere zus en werd naar een katholieke school gestuurd, omdat die het dichtst in de buurt lag. Ik moest daar christelijke godsdienst volgen, maar dat werd gecompenseerd door islamitisch weekendonderwijs, waar ik Arabisch leerde (thuis spraken we een dialect) en Koranverzen. Dat slorpte aanvankelijk twaalf uur per week op, later zelfs zestien uur. Ik hield als kind dus niet veel vrije tijd over. De klasjes bestonden aanvankelijk uit een twintigtal kinderen, maar naarmate ik opgroeide werd de groep groter, tot soms wel een honderdtal tegelijk in een grote zaal.’

De Bron: ‘Hoe voelde jij je daar toen bij?’

Yasser: ‘Als kind vraag je je niet zoveel af, de zaken zijn wat ze zijn. Je ouders beslissen, zij zijn de baas, zeker in een autoritaire cultuur. Als zij denken dat dit het beste is voor jou, dan zal dat wel het beste zijn, zeker? Maar geleidelijk aan beginnen je dingen op te vallen. Zo hoorde ik in de katholieke school veel praten over vrede en verdraagzaamheid, maar altijd op een redenerende toon. Je mocht een eigen mening hebben, kon vragen stellen. Als je al iets mispeuterd had dan werd er ingesproken op je gemoed en als er al eens gestraft werd, dan was dat mild. De Koranschool was daarentegen zeer gewelddadig. Eerst vertelde men ons ook dat men voor de vrede was, en daarna moesten wij verzen van buiten leren die ons niet uitgelegd werden. Je wist vaak niet wat je memoriseerde, maar als je het niet goed kon herhalen dan kreeg je letterlijk van de stok. De stok was het voornaamste pedagogische instrument en daar werd heel gemakkelijk naar gegrepen.’

‘Ik zat dus met twee vragen: hoe komt het dat mensen die met de mond de vrede belijden, zich zo gewelddadig gedragen, zelfs tegenover kinderen? En: hoe komt het dat beide systemen zo een totaal andere pedagogie hebben? Niet de inhoudelijke contrasten tussen beide geloofsvormen zetten mij aan het denken, maar de andere praktijk van zij die er autoriteit in hebben. Om daar een antwoord op te vinden, ben ik me dan gaan verdiepen in de inhoud zelf van de islam - bij het christendom was dat niet nodig, daar kende ik de basisregels wel van’.

De Bron: ‘Maar hoe kon jij dat, als jouw leraren niet geneigd waren om uitleg te geven?’

Yasser: ‘Er was internet. Daar botste ik op kritieken op de islam. Vele waren ongefundeerd, maar daar leerde ik doorheen kijken. Gaandeweg kwam ik uit bij teksten die serieuze inhoudeljke bedenkingen gaven. En zo vond ik Koranverzen en passages uit het leven van Mohammed die mijn leraren ons niet verteld hadden?’

De Bron: ‘Zoals?’

Yasser: ‘Uitspraken die niet bepaald vriendelijk waren voor andersdenkenden. Waar letterlijk stond dat je christenen niet tot vrienden mocht nemen (5:51), terwijl ik ondervonden had hoe vriendelijk de leraren voor mij waren geweest in mijn katholieke school. Verzen ook waarin stond dat je geweld mocht gebruiken tegen andersdenkenden (4:89; 9:5). Terwijl wij in een land van andersdenkenden leefden en toch goed behandeld werden’.

De Bron: ‘Kennen de meeste moslims die verzen dan niet?’

Yasser: ‘Ze kennen slechts enkele verzen, die onschuldig zijn. Het meeste memoriseren ze zonder er bij stil te staan’.

De Bron: ‘Werd daar in de Koranschool dan geen duiding bij gegeven?’

Yasser: ‘Het was puur van buiten leren. Er werd niet verwacht dat je er iets van begreep. Je moest zelfs geen Arabisch verstaan. Thuis was ik opgevoed in een Marokkaans dialect dat grondig verschilde van klassiek Arabisch. Sommige sura’s begreep ik gewoon niet, maar je moest ze wel van buiten kennen en bij de minste fout die je maakte, kreeg je slaag’.

De Bron: ‘En wat met de gewelddadige verzen?’

Yasser: ‘Daar gleed men zedig overheen’.

Eddy: ‘Het valt mij, als katholiek opgevoede van de preconcilaire periode, op hoe verschillend van buiten leren wordt opgevat. In het lager onderwijs moesten wij reeksen catechismusvragen in ons hoofd proppen - er zijn er bij die ik vijftig jaar later nog steeds ken - maar de meester gaf ons eerst een uitgebreide uitleg, die ik soms ook onthouden heb. Toen ik ouder werd, ontdekte ik dat dit een theologische duiding was die indertijd ontworpen was door kerkvaders als sint Augustinus. Dat gebeurde in de Koranschool dus niet?’

Yasser: ‘Helemaal niet. Dat trof mij als kind al. In de katholieke school spande ik mij in de godsdienstles niet in, omdat mij gezegd was dat dit de foute godsdienst was, maar ik werd toch al geraakt bij de reflectie die ons aangeleerd werd als een parabel werd verteld of een moraal werd aangepraat. Vooral de tolerantie viel mij daarbij op. Het was niet zozeer de andere geloofsleer die mij trof, maar de totaal verschillende pedagogie. Dat bleef mij bij en het gevolg was dat ik met het ouder worden mij ook ging bevragen over de andere geloofsinhoud. Ik heb dan nagegaan wat de islam werkelijk zegt en ben me gaan afvragen waarom die Koranleraars zulk een schrik hadden van kritiek. Als dit het ware geloof was, dan moesten ze daar toch geen schrik van hebben?’

De Bron: ‘Hoe evolueerde je dan?’

Yasser: ‘Ik ontdekte de kritiek op de islam op internet. Mijn eerste reflex was: als goede moslim moet ik in staat zijn om die te weerleggen. Toen ik vervolgens op de gewelddadige verzen uit de Koran uitkwam en op obscure Hadith (verhalen of regels uit het leven van Mohammed), nam ik nog steeds aan dat daar wel een goede verklaring voor zou zijn, want ik was er van overtuigd dat islam voor vrede stond. Het moest wel om wettige zelfverdediging gaan, want indien dit letterlijk waar was dan kon die religie toch niet zoveel aanhangers hebben? Dus begon ik een blog om uit te leggen dat de islam niet zo negatief was als sommigen dachten, en dat zijn gewelddadig karakter slechts valse schijn was omdat de profeet indertijd aangevallen werd. Maar door in discussie te treden met mensen die de islam echt bestudeerd hadden, realiseerde ik me dat je dat niet zomaar kon wegredeneren, en dat de ware islam voor wat anders stond dan ik toen nog geloofde’.

De Bron: ‘Het is inderdaad een klassieke techniek van voorstanders van de islam dat Mohammed werd aangevallen en zich moest verdedigen. Maar als je vraagt waar en door wie, dan weten ze het eigenlijk niet goed, want jarenlang werd hij in Mekka met rust gelaten. ‘Bij Badr’ antwoorden ze dan meestal, waar zijn ummah en de Quraysh van Mekka voor het eerst botsten. Maar de veldslag komt er, zo leert ons ook de Hadith, omdat Mohammed er op uit was om een karavaan te plunderen, terwijl Mekka een expeditie had opgezet om die te beschermen.’

Yasser: ‘Inderdaad. En zo zijn er een hele reeks passages. De ummah moest zich verdedigen, maar waarom in Syrië of Irak? Waarom in Egypte en Perzië? Waarom tot aan de Pyreneeën en de Himalaya? Daar bovenop kwam de bewering dat de Koran vol ware wetenschap staat.’

De Bron: ‘Zoals het vers dat Allah de mens geschapen heeft uit een bloeddruppel en dat dus de moderne genetica zou aankondigen (96:2)?’

Yasser: ‘Bijvoorbeeld. In werkelijkheid staat de Koran vol wetenschappelijke fouten. In feite mist de islam daardoor elke geloofwaardigheid. Het trof mij als een mokerslag dat een Schepper die alles geschapen heeft, zijn eigen schepping niet eens kende, terwijl de mens die wel kan ontrafelen. Dat was voor mij de druppel die de emmer deed overlopen, ik werd een afvallige, een apostaat’.

De Bron: ‘Kwam je daar publiek voor uit, of hield je dat voor jezelf?’

Yasser: ‘Ik hield dat strikt voor mezelf. Dat kenbaar maken zou gevaarlijk zijn geweest. Ik kende de islamitische gemeenschap goed genoeg om te weten wat mij te wachten stond’.

De Bron: ‘Zoals?’

Yasser: ‘Een minderheid zou mijn keuze met droefheid respecteren, en zich psychologisch van mij afkeren, zodat ik amper nog een gesprek met hen zou kunnen voeren. Ik zou helemaal geïsoleerd worden. De meerderheid zou zich lijnrecht tegen mij keren. De meesten met woorden, met psychologische druk, met chantage, maar een kleine groep zelfs met fysieke bedreigingen. Ze zouden mij als een verrader behandelen’.

De Bron: ‘Je moet je heel verlaten hebben gevoeld? Kon je er zelfs niet over praten met je zussen?’

Yasser: ‘Zeker niet, zij zouden in paniek geschoten zijn, het uitgebracht hebben bij mijn ouders, de ellende was gewoon niet te overzien. Ik zweeg tegen iedereen. Ik ging wel niet meer naar de moskee, maar dat doen zovele jonge moslims niet, dus dat wekte geen achterdocht. Ondertussen gingen mijn studies erop achteruit, ik voelde me onzettend alléén. Ik hield wel mijn blog nog bij, maar die werd altijd kritischer. Daarop werd ik dan benaderd door een studente die een thesis maakte over afvalligheid of apostasie in de islam. Zelfs dan hield ik de boot nog af, het heeft twee maanden geduurd voor ik mij aan een gesprek met haar durfde wagen. Ik ken de moslims, ik weet dat sommigen tot alles in staat zijn, dat ze zich achter een valse identiteit kunnen verschuilen om te achterhalen wie je bent. Toen ik instemde met een gesprek, was dat een bevrijding. En zij heeft me dan in contact gebracht met de beweging van ex-moslims. Daar ontmoet ik regelmatig lotgenoten met vergelijkbare ervaringen. Al zijn die van elk van ons verschillend’.

De Bron: ‘Maar jullie komen als het ware in het geheim samen?’

‘Dat is zo,’ valt Ahmed in. ‘Wij moeten voorzichtig zijn. En wij niet alléén. Heel de islamitische bevolking heeft schrik van de radicalen, zij worden meer en meer meester van de situatie. Het zijn meestal naïevelingen met een laag opleidingsniveau, vaak kwamen ze recent van Marokko om hier dan de Marokkaanse gemeenschap te domineren. Ze volgen de Hadith letterlijk, ze passen de meest onnozele regeltjes toe en voelen zich daardoor perfect. En ze zien dan dat er in dit land andere normen gelden. En dus besluiten ze dat dit land - waar ze naartoe zijn gekomen om het beter te hebben - slecht is, want niet-islamitisch. Ze beginnen meteen te zagen aan de tak waar ze zelf pas zijn komen op zitten’.

De Bron: ‘Jijzelf bent hier geboren?’

Ahmed: ‘Mijn vader is hier aangekomen tijdens de eerste migratiegolf omstreeks 1960. Hij moest toen al van die godsdienst niet veel weten, en dat was een gevoelen dat velen toen nog deelden. Het waren avonturiers die iets aandurfden, die een beter leven zochten, hard werkten en een beter leven kregen. Na een aantal jaren is hij een bruid gaan zoeken in Marokko. Die mannen waren toen erg in trek, ze waren rijk als ze in hun dorpen kwamen. Mijn moeder was naar Marokkkaanse normen een vrijgevochten vrouw, en ik ben hier in België geboren. Thuis werd er nooit over godsdienst gesproken, wij gingen nooit naar de moskee, deden zelfs niet mee met de Ramadan. Niemand maakte daar een probleem van. Ik studeerde goed, informeerde me met het ouder worden over de godsdienst via de lessen zedenleer in het atheneum, en besloot dat die niets voor mij was. Daarmee leek voor mij de kous af te zijn.’

De Bron: ‘De islam was een verhaal dat je achter de rug had?’

Ahmed: ‘Inderdaad. Ik studeerde vervolgens aan de VUB - een bewuste keuze - en werd wetenschapper, waarna ik een mooie loopbaan opbouwde in het bedrijfsleven. Van racisme had ik geen last, ik voelde me aanvaard en tevreden. Maar ondertussen zag ik hoe de radicalisering toenam in Marokko, hoe de godsdienst er altijd belangrijker werd. En ik zag ze ook hier arriveren en geleidelijk aan de toon aangeven. In het verleden kwamen de Marokkanen om te werken en zich te verbeteren, gaandeweg zag je er meer komen die slechts wilden profiteren van de sociale zekerheid. En je hoorde ze altijd meer klagen over dit land. Ineens zagen vele Marokkanen overal racisme, zeker als ze ergens hun zin niet kregen. De mislukkelingen werden de rolmodellen in de wijken met allochtone meerderheid’.

De Bron: ‘Lag dat aan de godsdienst of aan de moeilijkheid om zich aan te passen?’

Ahmed: ‘De godsdienst verzet zich tegen aanpassing of integratie. Achter de kwalijke ontwikkeling zag ik steeds weer die godsdienst opdoemen, waar ik eigenlijk niets mee te maken wilde hebben. Ik realiseerde me evenwel dat ik, willen of niet, beschouwd werd als een moslim en zelfs niet uit die godsdienst mocht treden als ik dat wilde. Ik zag ook dat er steeds meer misdaden werden begaan, ook in mijn naam. En dat de hele geschiedenis op zijn kop werd gezet: de kruisvaarders hadden de islam aangevallen! Dat de kruisvaarders slechts reageerden op een eerdere jihad van moslims, dat hoorde je nergens. Zelfs de christenen durfden dat niet meer zeggen. Ik begon mij grenzeloos te ergeren, en besefte plots dat ik niet langer een passieve toeschouwer kon blijven, dat ik niet langer mocht zwijgen. En zo kwam ik bij de beweging van ex-moslims terecht.’

Die beweging werd merkwaardig genoeg gestart door een autochtone Vlaming. Jan is een geboren Limburger, uit een sterk katholieke familie.

Jan: ‘We hadden nogal wat heerooms en tante nonnekes. Mijn ouders waren overtuigde kerkgangers, ik werd grootgebracht in dat geloof en had daar geen moeite mee. Ook toen ik studeerde - ik werd wetenschapper net als Ahmed - bleef ik ’s zondags naar de mis gaan. Aan de universiteit leerde ik dan een meisje kennen dat me fascineerde. Zij was van Egyptische afkomst. We groeiden als vanzelf naar elkaar, ik nodigde haar voor de kerstdagen uit bij mij thuis en ze viel bij iedereen in de smaak. Tenslotte vroeg ik haar ten huwelijk.’

De Bron: ‘Bijna een kerstverhaal?’

Jan (lacht): ‘Een islamitisch kerstverhaal. Zij had daar wel oren naar, maar ze vertelde mij dat als ze met een christen zou trouwen, zij bij haar familie nooit meer over de vloer zou kunnen komen. En ze vroeg mij dus om mij tot de islam te bekeren. Ik aarzelde uiteraard, maar zij legde mij uit dat dit niet veel om het lijf had, vermits de Koran Jezus ook als een profeet beschouwt. Alléén was Mohammed een latere profeet en de islam gewoon een nieuwere versie van het jodendom en het christendom. Pas op: zij bedroog mij niet, zij was daar oprecht van overtuigd, zij is daar eigenlijk nog altijd van overtuigd. En ik liet me overtuigen, vertelde dat aan mijn ouders die hier veel verdriet om hadden, maar overtuigde ook hen met precies dezelfde redenering. Ik wierp het geloof dat ik van hen meegekregen had niet weg, maar voegde er wat aan toe. Vanuit het katholicisme werd er daartegen niet het minste weerwerk geboden, het was de tijd van de dekolonisering en alle christenen liepen met een gigantisch schuldcomplex rond. Alles wat er misliep in de wereld was hun fout’.

De Bron: ‘Dat is nog steeds zo. Toen de tsunami tien jaar geleden de Indische Oceaan trof, was dat de schuld van de Amerikanen die niet bijtijds verwittigd hadden.’

Jan: ‘Inderdaad. Ook ik liet me vangen aan het verhaal over de agressieve kruistochten. Ik leerde bidden als een moslim, studeerde zelfs Arabisch. Als toekomstig familielid en nieuwe moslim werd ik er hartelijk onthaald, ook al hadden sommige familieleden vragen bij de oprechtheid van mijn bekering tot de islam.

‘Toen wij trouwden viel het mij op dat ik eigenlijk een contract sloot met een mannelijk familielid van de bruid dat mijn echtgenote ten huwelijk gaf. We hebben dan allebei een geslaagde loopbaan opgebouwd bij multinationals. Ons huwelijk verliep bevredigend. We zijn geen praktiserende moslims geworden in die zin dat we geen moskee vonden die ons aanstond. Het meest haalbare leek ons nog de studentenmoskee in de Leuvense Rijschoolstraat die gesubsidieerd wordt door de KU Leuven. Bij ons eerste bezoek daar, trof het mij dat er een pamflet lag waarin vers 5:51 werd aangehaald dat je geen joden of christenen als vrienden mag nemen. In de lokalen van een Katholieke Universiteit, nota bene!’

De Bron: Ging er toen bij jou een belletje rinkelen?

Jan: ‘Ik voelde me daar niet goed bij en we besloten thuis als moslims te leven, maar niet deel te nemen aan het publieke moslimleven. We voedden onze kinderen ook in die zin op, ze studeren nu zelf in een wetenschappelijke richting en staan meer dan sceptisch tegenover de islam. Met mijn vrouw is dat evenwel nog steeds onbespreekbaar. Ze reageert kregelig als ik er zelfs maar een zinspeling op maak. Niet omdat ze zo oneerlijk is, maar omdat ze die vraag gewoon niet aankan, want zij verscheurt haar tussen iemand die een gedegen wetenschappelijke opleiding heeft gekregen en iemand die geen afstand nemen kan van de patriarchale en tribale structuren waarin ze werd opgevoed. Onze kinderen reageren helemaal anders: het kan hen gewoonweg niet schelen.’

Ahmed: ‘Een beetje als bij mij vroeger.’

Jan: ‘Inderdaad. Ik ben evenwel niet gebonden aan die tribale structuren, en mijn kinderen ook niet, en dat maakt het verschil. Na 9/11 begon ik mij dan serieus vragen te stellen. Als de islam dan toch voor vrede stond, hoe kwam het dan dat hij zo gemakkelijk kon ingeroepen worden als voorwendsel tot geweld?’

De Bron: ‘Ik zat laatst toevallig in het gezelschap van vier gewone moslims uit vier verschillende landen. Ze begonnen zelf over DAISH, hun naam voor ISIS, dat ze hevig afkeurden. De Marokkaan en Tunesiër waren het erover eens dat dit het werk was van Israël, de Koerd beweerde dat Erdogan van Turkije er achter zat en de Tsjetjeen was ervan overtuigd dat het om een internationaal complot ging waar Poetin en Rusland bij betrokken was. Wat mij opviel was dat elk van hen - al dan niet onder invloed van propaganda die zij opvingen - hun aartsvijand erin projecteerde.’

Jan: ‘Dat is typisch, hun islam is het nooit geweest. Ik ben dan met de wetenschappelijke ernst die ik geleerd had, de Koran gaan bestuderen, en de Hadith. Ik viel van de ene verbazing in de andere. De enige aansporing tot vrede die ik erin terugvond, was tussen moslims onder elkaar, zolang ze de profeet maar gehoorzaamden. Maar andersdenkenden moesten gehaat worden. Joden waren door Allah veranderd in apen en zwijnen (2:65; 5:60; 7:166), Christenen konden geduld worden als zij de moslims maar belasting betaalden (9:29). Heidenen of atheïsten dienden onthoofd te worden (9.5 en 47:4). Ik stelde vast dat Mohammed hoegenaamd geen vrede verkondigde, maar oorlog en haat. Vanaf het moment dat hij voldoende sterk was, ging hij bijzonder gewelddadig tekeer.’

Ahmed: ‘Moslims kennen inderdaad geen vrede, zelfs niet onder elkaar. Ze delen zich op in sekten, verklaren elkaar takfir of afvallige omdat ze een andere interpretatie volgen, plaatsen bomauto’s bij elkaars moskeeën. Je legt mij niet uit dat ze dat doen omdat ze hier gefrustreerd raken door het gebrek aan kansen. Je verhoogt je kansen op werk niet door met bommen te prutsen of op internet te surfen om dat te leren. De bommenleggers, de Syriëstrijders, dat zijn geen gediscrimineerden, dat zijn mislukkelingen die willen vernietigen omdat ze er niet in slagen iets op te bouwen. Ze grijpen elk excuus aan om terreur te kunnen zaaien. Typerend is dat met Palestina: ze gebruiken de ellende van de Palestijnen terwijl ze in werkelijkheid niets met hen inzitten. De Palestijnen zijn voor hen geen levende en lijdende mensen, het zijn abstracties, voorwendsels.’

Jan: ‘Het is een feit dat de Palestijnen door de zionisten onrechtvaardig behandeld werden en worden. Maar er zijn andere volkeren die zoiets overkomen is, en die hebben er zich doorheen geslagen. Een beweging als Hamas echter gebruikt zelfs de cement om huizen te bouwen liever om tunnels te graven om Israel aan te vallen. Hun spiritualiteit is suicidaal’.

De Bron: ‘Wat doen jullie nu concreet ertegen?’

Jan: ‘Uiteraard is onze beweging nog klein, maar langzaam groeiende. We geven steun aan elkaar, en dat is al veel waard. Daarnaast hebben we een viertalige website opgebouwd, www.exmoslim.org waarop we stelselmatig de leugenpropaganda doorprikken. Die functioneert vrij passief momenteel maar het bezoekersaantal stijgt. Mogelijk zullen we in de toekomst meer naar buiten treden, met perscommuniquées telkens als de publieke opinie weer eens bedrogen wordt. Laatst konden we anoniem op RTBF getuigen (hier). Op de website volgde een discussielijn. Het was opvallend hoe agressief vele reacties waren: wij zaaiden haat, wij wilden de publieke opinie bedriegen, enzovoort’.

De Bron: ‘Kwamen die reacties van moslims?’

Jan: ‘Dat weet je natuurlijk niet. Nogal wat gaven die indruk, maar anderen leken dan weer afkomstig van westerse intellectuelen die niet kunnen verdragen dat je één kwaad woord over de islam zegt. De illusie van de vreedzame islam moet hardnekkig in stand worden gehouden’.

De Bron: ‘Fellow travellers of nuttige idioten noemde Lenin westerse intellectuelen die zo tegenover de Sovjet-Unie stonden. Ik heb wel de indruk dat hun invloed afneemt.’

Jan: ‘Ik hoop het. Ze tonen ons alleszins dat er nog veel werk aan de winkel is. Maar dat vergt veel tijd en inzet, en we hebben daartoe meer mankracht nodig.’

Eddy: ‘Ondertussen komt het mij voor dat de islam bezig is zichzelf te ontmaskeren? Van Boko Haram in Nigeria via al-Shabab in Somalië en al-Qaeda in Yemen tot ISIS in Irak en Syrië en de Taliban in Pakistan, overal valt steeds weer op met hoeveel overtuiging de terroristen hun argumenten uit Koran en Hadith putten? Dat kan toch ook de brave moslim niet ontgaan?’

Ahmed: ‘Denk maar niet dat ze zich daarmee ontmaskeren. De terroristen worden breed gedragen in de islamitische wereld. Zelfbeklag en rancune overheersen, de gewone mensen juichen omdat er eindelijk uit hun rangen mensen opstaan die durven terug te vechten tegen het goddeloze Westen’.

Eddy: ‘Gewone mensen willen toch in vrede leven?’

Frank: ‘Ik betwijfel het. Ze willen veeleer aan de kant van de overwinnaars staan’.

Ahmed: ‘Inderdaad. En vermits ze geleerd hebben dat zij steeds weer de verliezers zijn, zien ze in de terreur een kentering van hun lot. Ze zulllen nog veel meer geweld moeten zien, en het geweld zal hen persoonlijk moeten raken, vooraleer ze zich vragen gaan stellen’.

Jan: ‘En tegen dan moeten wij klaar staan met antwoorden. Daar werken wij aan. Elke moslim die kritisch gaat nadenken, is voor ons een overwinning. Niet omdat wij iets tegen moslims hebben, maar omdat wij niet kunnen verdragen hoe die mensen meegesleurd worden op een weg die naar hun eigen ondergang voert’.

Dit gesprek vond plaats voor de gebeurtenissen in Parijs en Verviers. Ondertussen woedt de discussie weer: het Westen is schuldig omdat het de Syriërs in de steek laat tegen Assad, maar als het tussenkomt dan is het imperialistisch en lokt het zelf represailles uit van IS. Zo komen ook heel minzame moslims op Canvas verklaren. En Koranverzen die ondubbelzinnig gewelddadig zijn, worden ‘uit hun context gerukt’ genoemd. We komen daar nog op terug.

FRANK DUPONT & EDDY DANIELS

Lees ook een korte inleiding  'Ex-moslims kunnen niet langer zwijgen (1) '

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneelfinancieel of organisatorisch!