En als we nu eens echt federaliseren?

En als we nu eens echt federaliseren?

Enkele Open Vld'ers – zoals de Hoeilaartse burgemeester Tim Vandenput en, iets voorzichtiger, Alexander Decroo willen bevoegdheden defederaliseren. De federalisering zou dikwijls niet werken, dus beter terug meer unitair. Het debat daarover zou toch moeten kunnen. Maar is dat wel zo? Is er al wel echt gefederaliseerd? En zo ja, hoeveel?

Ons voorstel: laten we nu eens eindelijk echt federaliseren, dus volledige bevoegdheden én de bijhorende regelgeving en fiscale autonomie aan de gemeenschappen en eventueel de gewesten overdragen. Want dat is bijna nog nooit gedaan én het federale bestuur werkt ruim ondermaats.

Tim Vandenput (Open Vld) en zijn Franstalige collega Dister (MR) vragen een debat over de efficiëntie van de huidige institutionele regelingen. De beloofde denktank en blog zijn er nog niet, maar dat mag de pret niet drukken. Ze menen dat het véél efficiënter is om een hele sliert bevoegdheden terug unitair te maken: buitenlands beleid, de wapenexport, de geluidsnormen rond Zaventem, mobiliteit – want de files stoppen toch niet aan de grenzen? – en verder energie en klimaat, buitenlandse handel en veiligheid. Voor deze laatste vier domeinen is ook Alexander De Croo vragende partij.

Wel, laten we dat debat dan eens ernstig voeren. Want, ze hebben een punt, in de politiek mag je nooit iets dogmatisch en voor eeuwig als aangetoond beschouwen.

Een eerste bedenking is dat de feiten die ze suggereren – met name dat er hier al veel gefederaliseerd zou zijn – minstens misleidend zijn. In 2014 beschreef De Bron al dat het zwaartepunt van het openbaar beleid financieel en vooral fiscaal nog steeds bij de federale staat ligt. Maar daarover wordt wel duchtig desinformatie verspreid, ook door de VRT die, gezien haar taak, nochtans beter zou moeten doen.

Fig. 1: werkelijke en beweerde financiële en fiscale macht (copyright: De Bron / Rudi Dierick)

Federaal is ook quasi heel de Sociale Zekerheid (met voor alles wat daarin federaal blijft afgerond zo'n zeventig miljard uitgaven), én de staatsschuld. Beide werden niet meegerekend door de VRT, hoewel het, met uitzondering van het kindergeld nog steeds een zuiver federale bevoegdheid is waar de deelstaten niets over te zeggen hebben.

Meer fundamenteel is de wijze waarop de federalisering gebeurde: voor de bevoegdheden die nationaal bleven, behield de nationale regering de volledige controle op de regelgeving, de financiering én het toezicht op het beleid. Hoogstens verkregen de deelstaten een beperkte inspraak (zoals enkele zetels in de raad van bestuur van de RVA, de NMBS en Unia). Maar operationeel kan de federale regering grosso modo rustig haar eigen ding doen.

Voor de bevoegdheden die naar de gemeenschappen de gewesten gingen ligt dat echter anders. Daar werd de bevoegdheid ofwel grof versnipperd, of de federale wetgever hield controle over de basisregels, het toezicht of de financiering, of over alle drie.

Schoolvoorbeeld van die versnippering is volksgezondheid. De federale minister controleert nog steeds ruim drie kwart van het totale budget en bijna 100% van de financiering ervan. De rest zit verdeeld over gemeenschappen en gewesten . Verder eist een federale wet dat de gewestelijke fiscaliteit 'progressief' blijven. En voor veel zogenaamd overgedragen bevoegdheden moeten er nog samenwerkingsakkoorden met de Franstaligen gesloten worden. De wederzijds grendels blijven dus op plaats, en onder Di Rupo I kwamen er nog enkele bij.

Hetzelfde zien we in het arbeidsmarktbeleid. Dat is zogenaamd aan de gewesten overgedragen, behalve dan de basisregels, én de controledienst daarop (de RVA blijft federaal), de financiering van de uitkeringen én het zeer machtige sociaal overleg. Kortom, daar staan dus vier kapiteins aan het roer, één federale en drie gewestelijke. Kindergeld is een ander typisch voorbeeld. Dat was een persoonsgebonden bevoegdheid. Maar dat werd wel overgedragen aan drie gewestelijke overheden (inclusief de GGC voor Brussel) en aan de Duitstaligen. Die kregen daarvoor wel autonomie voor hun gemeenschap, maar de Vlaamse Gemeenschap niet. De federale wetgever stelt echter wel voorwaarden aan de kinderbijslagen. Zelfs in onderwijs behield de federale overheid nog lang enkel restbevoegdheden.

We mogen dus, vereenvoudigd stellen dat de deelstaten voor de meeste van hun bevoegdheden slechts voor een deel van de respectieve domeinen bevoegd zijn, of niet bevoegd voor de financiering ervan, of rekening moeten houden met blijvende communautaire grendels, of meerdere van deze. Echte autonomie genieten ze slechts zelden. Er is zo goed als géén enkele bevoegdheid voor de gemeenschappen en de gewesten waarvoor de deelstaten zowel de volledige regelgeving, als de financiering én het toezicht erop controleren! Wie denkt dat de meeste gefederaliseerd zijn, die droomt.

Een derde bedenking bij het voorstel tot defederalisering slaat op de operationele praktijk: de unitaire besluitvorming is in theorie wel mooi, maar in praktijk is dat een aartsconservatieve werkwijze waarbij de meest conservatieve van de twee gemeenschappen het tempo bepaalt en remt. Het werkt gewoonweg niet, los van de eeuwige chantagepogingen van Franstaligen om via complexe regelingen, steeds extra privileges te verwerven.

Dat werd mooi geïllustreerd door de ongrondwettelijke uitsluiting van Vlamingen voor enkele gerechtelijke topfuncties in Brussel en door de wijze waarop via de financiering van de zogenaamde hoofdstedelijke functie een extra kanaal voor niet-omkeerbare transfers werd opgezet.

Fig. 2: Transfers via de zgn. hoofdstedelijke functie (copyright: De Bron / Rudi Dierick)
De '0 à 20%' links onderaan lijkt dicht tegen 20% te liggen.

Het Belgische bestuursniveau lijkt mede daarom een schijnbaar eeuwige discriminatiemachine. Eentje waarbij bepaalde Vlaamse partijen instemmen met discriminaties van Vlamingen. Achter nodeloos complexe regelingen steken dus veel heimelijke privileges. Maar dat feitelijke gegeven, dat negeren onze blauwe helden wel. Eigenlijk deed hun betoog ons best lachen. Zo doorzichtig en ongegrond. Of is het behoud van privileges voor de apparaten van de traditionele partijen en de bevriende lobby’s net hun diepe motivatie?

Overigens, als de gewestelijke bevoegdheid echt een oorzaak zou zijn van de mobiliteitsproblemen – met al die files op autowegen die rond Brussel zo vaak de gewestgrenzen passeren – of een reële complicatie, waarom zien we dan geen zware fileproblemen rond andere grootsteden waar het verkeer over twee, drie of vier (deel)staatsgrenzen gaat? Denk aan Luxemburg, Bazel, Genève en Berlijn. Veel minder files dan Brussel en Antwerpen. Elke (deel)staat is daar bevoegd voor het eigen beleid, en toch bolt het op wieltjes.

De reden daarvoor is dat het niet de ééngemaakte bevoegdheid is die 'goed bestuur' garandeert (of kraakt), maar wel autonomie en respect voor mekaars autonomie! Het is daarbij volgens mij net het extreme gebrek daaraan bij talrijke Franstalige politici én de honger van de traditionele partijen naar privileges en rookgordijnen daarvoor die ons bestuur zo bemoeilijkt.

Eigenlijk beschouwen ze kiezers als idioten, met hun praatjes zoals de suggestie dat de files samenhangen met gewestelijke autonomie en onder unitair bestuur zouden verdwijnen.

Daarom zien wij maar één manier om de efficiëntiewinst van onze blauwe hervormers te realiseren, namelijk door nu eens eindelijk echt te federaliseren naar de gemeenschappen en, ondergeschikt, de gewesten. Elke politieke gemeenschap bepaalt dan in zijn eigen parlement wat het zelf wil doen. De federale overheid behoudt dan enkel die bevoegdheden waarvoor beide grote gemeenschappen instemmen. Elke deelstaat moet het eigen beleid zelf financieren via eigen belastingen. De federale staat krijgt een vast aandeel daarvan, net zoals in Spanje en Baskenland, voor haar taken zoals defensie, diplomatie en voor de federale solidariteit. Alle grendels worden afgeschaft, net zoals alle verplichte samenwerkingsakkoorden.

Véééél efficiënter.

Luc Ryckaerts, junior adviseur in een internationale organisatie, Brusselse Vlaming

Rudi Dierick, ingenieur, zakelijk adviseur, hoofdredacteur van De Bron

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!