Een zomer van tattoos en terrorisme

Een zomer van tattoos en terrorisme

Iedereen spreekt over de opeenvolging van terreurdaden in juli 2016. Niemand over de hype van tatoeages. Wie zegt dat er geen verband is tussen beide?

Juli 2016 was de maand waar we opgeschrikt werden van de ene na de andere terrorismedaad. Augustus 2016 de maand waarin we de tel kwijtraakten. Wie weet vandaag nog waar en wanneer de laatste aanslag is gebeurd en – ongeveer – hoeveel slachtoffers er waren?

Naast de terreur woedt er een voortwoekerende rage van tatoeages en piercings. Niemand lijkt daar betekenis aan te hechten, maar net tijdens diezelfde zomer zou het iedereen wel moeten zijn opgevallen. (Neen dus.)

Tattoospotting

Terug naar begin juli, ergens in Europa aan een strand. De zon straalde fel. Zelf ben ik niet zo’n zonneklopper, dus bekeek ik vanonder een parasol hoe anderen zich in het water amuseerden of in de zon lagen te bakken. Ik zat daar, nog van geen kwaad bewust. Mijn smartphone zou me ieder moment informeren over de verschrikkingen.

Een hobby van me is tattoospotting°. De zomer is daar een goede gelegenheid voor. Zo kwam me een familie in het vizier. In het centrum zat zo’n gespierd dokwerkerstype-met-bierbuik, stoer te wezen als een zilverrug. Hij had de meeste tatoeages. Zijn rug, armen, benen en buik waren flink bedrukt. Hij had de meest stoere tatoeages. Ik werd er stilletjes van en lette goed op, achter mijn zonnebril, niet te staren.

Maar ook de andere aanwezige meerderjarigen binnen deze familie waren de initiatie van die eerste tattoo duidelijk al in ruime mate ontgroeid. Zo was daar zijn vrouw, een iets minder stoer koppel, en een ik schat achttienjarig meisje. Hun kleine kinderen daarentegen speelden nog onbevlekt in het zand. Ik kan nog een poging doen om hun tattoos te beschrijven, maar dat laat ik over aan de fantasie van de lezer – het beeld lijkt me duidelijk.

Mijn smartphone trok plots mijn aandacht, waardoor ik de tatoeages vergat. Dat verhaal is ondertussen geschiedenis: juli 2016 was voor iedereen een verhaal van onaangenaam en geschrokken wakker worden. Augustus 2016 om wat terug in te dommelen.

Oorlog als fascinatie

Toevallig las ik in diezelfde julimaand ‘Oorlogscultuur’, van Martin van Creveld. Dat boek gaat over de krachtige culturele fascinatie voor oorlog. Een fascinatie waar niemand volledig aan kan ontsnappen. Ook de moderne westerling niet.

‘Oorlogscultuur’ gaat over de initiatieriten voor jonge soldaten, zowel in de meest primitieve stammen als in onze moderne samenleving. Over de verbondenheid van de oorlogscultuur met onder meer het verfraaien van de huid met kleuren en attributen. Over de initiatieriten waar jonge aspirant-krijgers aan onderworpen worden vooraleer ze als vol worden aanzien. En over hoe elke cultuur wel heel wat andere conventies heeft uitgevonden, heel andere symbolen, om hetzelfde uit te drukken: oorlog. Oorlog blijkt niet enkel een pragmatisch fenomeen. Het gaat niet eenvoudigweg om veroveren, onderwerpen en/of de vijand verdrijven.

Zo valt alles samen. De zeer pacifistische West-Europese cultuur maakte van oorlogstaal een taboe. Het oorlogsgevoel lijkt er voorbijgestreefd. Onwennig worden we echter geconfronteerd met extreme dieptes van het kwaad - terreur. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan: als het westerse oorlogsgevoel onderdrukt wordt, komt het wel via andere wegen tot uiting. Steeds meer westerlingen tooien zich met zelf uitgevonden oorlogssymbolen.

Iedereen doet maar op. Van huisvrouw en nerd tot tentsletje en metaalbewerker – alle lagen van de bevolking doen tegenwoordig mee. De tattoos springen vooral in het oog bij voetballers: hoe duurder, hoe meer tattoos. En is dat niet de sublimerende oorlogssport bij uitstek?

De ene tekent slangen, de andere sprookjesfiguren. De ene sterretjes, de andere duivelse kruisen. Abstracte tekens, over leuzen tot tekeningen. Van het meest banale tot vergezocht, van lelijk en schetsmatig tot artistiek en gedetailleerd: het gemeenschappelijke punt is dat er geen gemeenschappelijk punt is. Maar de tatoeage is enkel maar een surrogaat voor de werkelijke behoefte. Wie eraan begint, kan altijd nog een groter plekje vinden op zijn lichaam om verder te doen. Iedereen doet maar op, om een diepere behoefte die ze zelf niet begrijpen te bevredigen: oorlog.

Van sterrenmeisje tot sterrenvolk

Waar is de tijd nog dat het sterrenmeisje, met tatoeages van sterren op haar gezicht gezet, de risée was van het hele land? Dat was in 2009, zeven jaar geleden. Tattoos waren nog niet altijd zo stoer of maatschappelijk geaccepteerd als nu. Behalve dan in eerder obscure kringen. Vandaag echter kijken we niet zo snel meer op. Noch voor de zoveelste daad van terreur, noch voor het zoveelste bedrukte en/of gepiercete lichaam.

Onze huidige samenleving onderdrukt een belangrijke behoefte. Pas als we die onderdrukking van ons kunnen afwerpen, zullen we ons echt kunnen verdedigen tegen terreur. We hebben geen nood aan oorlogszucht, maar ook niet aan radicaal pacifisme. Wel aan een samenleving die bereid is zich te verdedigen, die de reële gevaren herkent en erkent, en die, in uiterste nood, de nodige offers kan brengen.

 

° tattoospotting: het vergelijkend observeren van mensen met tattoos. Net zoals trainspotting het observeren van treinen is, met als doel speciale types locomotieven of rijtuigen te observeren.

Rob Lemeire, kernredacteur De Bron.

 

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneelfinancieel of organisatorisch!