Dubbele nationaliteit met weerhaken

Dubbele nationaliteit met weerhaken

De dubbele nationaliteit staat steeds meer onder druk. De N-VA en politici zoals Hendrik Bogaert (CD&V) en Els Ampe (Open Vld) willen het afschaffen. Maar anderen, waaronder de eeuwige twijfelaars, schrikken daarvan terug. Het zou onmogelijk zijn. Dat laatste is een gevaarlijke misvatting: er hangen wel degelijk zoveel nadelen en weerhaken aan die dubbele nationaliteit dat we ze misschien best maximaal beperken.

De meningen hierover waren overigens zeer uiteenlopend. Een geestige was de ironische opmerking van een anonieme Vlaming op internet die stelde dat we, met de afschaffing van de dubbele nationaliteit in één klap de Belgische kunnen afschaffen, gezien hij met een Vlaamse en een Europese al ruim tevreden was.

Meer droefgeestig, voor het debat dan toch, was het aantal genieters van een dubbele nationaliteit die hun eigen goede bedoelingen zonder enige schroom tot norm uitriepen. Zo vroeg Kenan Van De Mieroop (Belg en Amerikaan en onderzoeker aan de UGent) ons "wie wij zijn om te beslissen dat hij geen echte Belg is omdat hij ook stemrecht heeft in een ander land." (Knack 19/4/2017).

De analyse van die nadelen en praktische aspecten bleef dus egocentrisch en slordig, net zoals de bespreking van de zogenaamde 'onmogelijkheid'. Dubbele nationaliteit – verderop afgekort tot 'DN' – is inderdaad niet 'het' grootste obstakel voor integratie, maar ze vertraagt en hindert die wel degelijk. Maar er zijn ook andere grote nadelen. Meest opvallend en duidelijk is het risico op tegenstrijdige loyauteiten. Maar er is meer.

In wat volgt gaan we dieper in op de situatie van onze landgenoten van Turkse herkomst. Maar dezelfde problematiek stelt zich ook voor veel andere migranten. De fundamentele vragen bestaan eigenlijk al jaren. De oppervlakkige steekvlamreacties die onze media nu overspoelen, mogen ons dus niet misleiden.

Waar ligt iemands loyauteit?

Waarom is dubbele nationaliteit ('DN') eigenlijk zo'n probleem?

Teveel EU-burgers van Turkse afkomst voelen zich duidelijk véél meer Turk dan EU-burger. En talrijk zijn diegenen daaronder die dan zelfs verbaal en sociaal geweld willen gebruiken tegen andersdenkende 'Turken'. Wie dat nu nog niet beseft, … Vergeten we tegelijk echter ook niet dat duizenden in Europa wonende Turken zich best correct gedragen. Maar ook zonder de DN zal Erdogan zijn aanhangers in de diaspora niet loslaten. Hetzelfde geldt voor burgers uit vooral islamitische landen, maar ook elders.

Het is dus niet de steun aan Erdogan van de bedoelde Turkse Belgen die problematisch is, maar wel de primitieve mores van een deel van die aanhangers én de afwijzing door heel die groep van onze fundamentele normen, namelijk vreedzame dialoog en democratisch bestuur. Niet verwonderlijk dan dat Hendrik Bogaert (CD&V), Theo Francken (N-VA) en Ann Brusseel (Open VLD) voorstelden de DN af te schaffen. We kijken ondertussen echter nog steeds uit naar het eerste goed bestudeerde voorstel.

Zij stellen, terecht, dat de DN de integratie ernstig belemmert. De DN maakt de hier wonende burgers van Turkse herkomst namelijk gemakkelijker om te blijven denken dat ze zich als Turk mogen blijven gedragen, én dus bepaalde hier geldende wetten negeren, dan wel hardhandig overtreden.

De twijfelaars, scharrelaars, kakkebroeken uit alle partijen huiveren natuurlijk van zo'n klare wijn op tafel. En evenzo, maar om andere redenen, diegenen zoals Nahima Lanjri die zelf allochtoon zijn. Zij stelt, niet zonder goede redenen: “de gehechtheid aan het land van herkomst hangt daar niet van af. Mensen met een dubbele nationaliteit zijn vaak perfect geïntegreerd.”.

Essentieel is de vraag hoe iemand zich hier gedraagt en waar iemands loyauteit ligt. Velen beweren dat DN helemaal geen rol speelt. Zo stelt Professor Patrick Wautelet (Universiteit Luik), specialist nationaliteitsrecht in De Standaard 18/4/2017: “Uit onderzoek in de VS en Nederland blijkt dat de dubbele nationaliteit geen rem is op de integratie”, en “Er is geen verschil tussen buitenlanders met één nationaliteit en de dubbele nationaliteit.”.

Dat laatste wordt echter nogal scherp weerlegd door de feiten die andere onderzoekers vonden. Zij stellen vast dat er inzake arbeid, scholing, misdaad en armoede – enkele van de relevante indicatoren – wel reële verschillen bestaan al naargelang de migrant hier ook staatsburger werd of niet. Zo vermeldt de Koning Boudewijnstichting dat armoede bij niet-genaturaliseerde residenten bijna dubbel zo hoog ligt als bij Belgen die in Marokko geboren zijn (37% versus 67%, hier, p. 62). Dat verschil is wel zeer groot. En zelfs al is het maar één van de aanwijzingen, wie dan nog beweert dat naturalisatie geen rol speelt, … .

Het willen aanhouden van een nationaliteit van herkomst zegt immers wel degelijk wat over waar men zijn loyauteit situeert én over de eigen inzet voor integratie. Gemengde loyauteit op zich is best natuurlijk. Elk kind van gemengde afkomst kan dat uitleggen. Maar dat wil niet zeggen dat er ook geen complicaties aan vasthangen, zoals een dubieuze loyauteit of een ondermaatse, 'te gemakzuchtige' inzet voor de eigen integratie.

Daarbij maakt het ook een verschil uit of de staat waar de migrant woont en de nationaliteit wil verwerven, daarvan een erezaak maakt. Is dat voor deze staat iets belangrijks, iets waarvoor men de migranten uitnodigt én strenge, billijke voorwaarden stelt? Is het iets dat daarom gevierd mag worden? Of is het een banale administratieve formaliteit – maar wel met kolossale gevolgen ten laste van de gemeenschap?

De DN maakt de integratie niet onmogelijk, maar het vormt wel dikwijls een ernstige belemmering.

We spreken dan nog niet over de regelrechte fraude die DN toelaat. Zo kwam een Italiaans SP-gemeenteraadslid uit Genk, een 15 jaar geleden, in Terzake aan bod. Die man presteerde het om dezelfde dag eerst in België te gaan stemmen voor de Europese verkiezingen, en daarna naar Italië te vliegen om daar een tweede maal Europees te gaan stemmen.

Het is duidelijk dat als de AKP verder evolueert in autocratisch-islamistische zin, de kans zal toenemen dat Turkse militairen ooit zullen botsen met Europese militairen. Er bestaat overigens al een front waar dat al in beperkte mate gebeurt, de Egeïsche Zee – waar Turkse jachtbommenwerpers de voorbije jaren honderden keren het Griekse luchtruim schonden en het probeert de vluchtelingenstromen naar haar voorkeuren te sturen. Vroeg of laat moet dat tot schermutselingen leiden.

De Turkse actualiteit maakt de problemen van de DN duidelijk. Maar laten we nuchter blijven, soortgelijke problemen stellen zich ook voor enkele andere allochtone groepen én voor individuele migranten die hooghartig privileges blijven nastreven en de schuld voor een gebeurlijk kwakkelende integratie steevast en bij de autochtonen leggen, maar die thuis vooral hun moedertaal blijven spreken en wier hier geboren kinderen niet zelden blijven sukkelen met ondermaats Nederlands en een conflictueus gedrag.

Het gebrek aan loyauteit is nog veel scherper voor islamistische terroristen. Die zijn gewelddadig en ze staan vijandig ten opzichte van de fundamentele Europese waarden. Deze zijn immers democratisch: hier zijn alle burgers gelijk, worden conflicten vreedzaam opgelost en stemt iedereen mee over het bestuur van de res publica. De terroristen én sympathisanten van IS en Al Qaida wijzen dat over heel de lijn af. Daarom zien wij niet in wat zo'n lui in onze samenleving mogen komen zoeken. Hun kijk op de wereld leidt alleen maar tot aanhoudende conflicten, véél geweld en ellende.

Iets vergelijkbaar geldt voor alle migranten en hun nakomelingen die wetten, normen en waarden van hun land van herkomst mordicus voorrang willen geven op de onze. Zoals Wolfgang Schäuble, CDU minister van Financiën, het al zei (in Elsevier): "Er zijn betere plekken in de wereld waar je kunt leven onder de islamitische wetten dan Europa.".

Wie lacherig doet over tegenstrijdige loyauteiten, is dus echt niet wakker.

Fiscale en sociale loyauteit

Ergens staatsburger zijn, of worden, betekent dat men rechten verwerft, samenhangend met die nationaliteit. Het impliceert echter ook plichten, namelijk een billijke bijdrage leveren tot de collectieve lasten. Belastingen betalen dus. Natuurlijk zijn het niet enkel de staatsburgers die in een land belastingen betalen, maar ook de bedrijven én al wie er langdurig verblijft en voorts ook al wie er inkomsten verwerft.

En daarbij is DN wel degelijk een spelbreker. De DN wordt echt niet voor niets in fiscale gidsen en adviezen aangeraden als één van de betere manieren om minder belastingen te betalen. Heel begrijpelijk vanuit individueel oogpunt, zeker in landen met een torenhoge fiscale druk. Maar het is en blijft dan wel zo dat het de poort open zet om minder dan zijn billijk deel bij te dragen tot de collectieve lasten.

Nationaliteit hangt in praktijk in hoge mate samen met stemrecht. Vroeger moest men staatsburger zijn om hier te mogen stemmen. Nu is dat versoepeld. Afhankelijk van de soort verkiezing kunnen EU-burgers ook meestemmen. Maar als we dat veralgemenen, dan stoten we op regelrechte privileges: EU-ambtenaren zouden dan mogen meestemmen over het gemeentelijk en nationaal beleid zonder dat ze één cent bijdragen tot de collectieve lasten. In enkele gemeenten maken die EU-ambtenaren wel tot één tiende van het potentieel belastbare inkomen uit. Dat is dan ook een mondige groep die maar al te graag méér lekkers uit de openbare kassen wil. Doch 'no pasaran' voor elke democraat. 

Alleen al om deze redenen zijn wij voor strenge beperkingen op DN.

Iedereen gelijk voor de wet dus. DN zet dat scherp onder druk omdat het een groep burgers creëert die ruime mogelijkheden krijgt om zijn plichten te minimaliseren, en zijn rechten te maximaliseren. DN is dus, in zekere zin, op zich al een benadeling en een discriminatie van de autochtone burgers die slechts één nationaliteit hebben.

Ook op sociaal vlak speelt gelijkaardige argument: de DN biedt ruime kansen tot het verwerven van disproportionele en geregeld illegitieme voordelen. Denk aan ouders van genaturaliseerde Belgen die hier recent toekwamen in het kader van familiale herenigingen, hier nooit werkten, of slechts een paar jaar, maar wel een leefloon of Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) krijgen. Dat trekken ze dan niet zelden naast het pensioen van hun land van herkomst. Ze krijgen als het ware dubbel pensioen voor slechts één keer bijdragen betaald te hebben.

De DN is hierbij natuurlijk niet de enige stoorzender. Ook de gebeurlijke onwil van de andere staten levert problemen op. Zo stelde de Koning Boudewijnstichting ooit vast dat zo'n 60% van de Belgen van Marokkaanse herkomst ook eigenaar was van vastgoed in Marokko. De vraag is dan hoeveel van die Marokkaanse Belgen hier een sociale woning betrekt. Maar dat is wel een overtreding van de wet. 'Wij' hebben geen recht op een sociale woning wanneer we al geheel of deels eigenaar zijn van een andere woning, of van een bouwgrond. Maar voor buitenlandse staatsburgers is het véél moeilijker om die voorwaarde te controleren dan voor autochtone Belgen.

Onze Noorderburen staan al iets verder: zij onderzochten dat grondig en vonden redelijk veel overtredingen van hun wetten én onwil van Marokkaanse overheden om dat te helpen uitklaren. Sommige buitenlandse overheden verlenen systematisch medewerking aan hun landgenoten om onze wetten te overtreden.

Tegenstrijdige rechten en verplichtingen

En daar stopt het niet bij. De DN kan ook tegenstrijdige rechten en plichten opleveren. Ook bepaalde landen, islamitische én niet-islamitische zoals Mexico, staan niet toe dat de nationaliteit wordt opgegeven. Maar tegelijk is de strengheid van die landen geen reden waarom wij dan wel DN zouden moeten toekennen. De Belgische wetgever is toch niet ondergeschikt aan een buitenlandse wetgever?

Weinig bekend, maar wel tragisch zijn de situaties waarbij rechten van vrouwen en kinderen die door onze wet gewaarborgd zijn, doch die genegeerd worden door mensen met een buitenlandse nationaliteit die dat volgens het recht van hun land van herkomst mogen doen. Een voorbeeld: een psycholoog in een stedelijk CLB-centrum kreeg enkele jaren geleden een dossier van een Marokkaans-Belgische vader die beweerde dat hij het recht had om een echtgenoot voor zijn dochter te kiezen. Dat klopte toen onder het Marokkaanse recht waarop hij zich beriep, maar het zou nu, onder het huidige Marokkaanse recht veel moeilijker zijn. De Belgische rechter wees die claim af op basis van het feit dat de toen 15-jarige dochter het niet eens was met die plannen, en dat de vader zelf de Belgische nationaliteit had aangevraagd en gekregen. De rechter stelde dat hij dan ook alle Belgische wetten moest respecteren.

Dat voorbeeld geeft duidelijk aan waar DN een groot probleem oplevert, namelijk wanneer de rechtsorde van het andere land fundamenteel verschilt van de onze. Dat is met name zo met uitgesproken autocratische regimes (zoals de communistische) en met bepaalde islamitische landen.

Veel van die landen aanvaarden niet dat mensen 'hun' nationaliteit opgeven. Ze koppelen daar loodzware sancties aan, zoals uitsluiting van erfenissen en het fors bemoeilijken van reizen naar land van herkomst. En Turkije dwingt alle Europeanen van Turkse herkomst ook tot een effectieve legerdienst in het Turkse leger.

Zo bleek recent dat de Genkse schepen Caglar (CD&V) niet alleen steun verleende aan de AKP  en aan de fascistische Grijze Wolven, maar dat hij net nu een (verkorte) legerdienst doet in Turkije. Hij laat zich, als Belgisch mandataris, dus bevelen tot opperste trouw aan de Turkse instellingen. En dat nemen ze ginds héél serieus, met lessen vaderlandse trouw, vaderlandse geschiedenis, veel propaganda en een opsluiting van al wie kritische vragen stelt of daar niet mee akkoord gaat. En tegen betaling van 5000 € mag Caglar zijn legerdienst van normaal één jaar beperken tot drie weken. Welk een gunst.

Gezien die kadaversancties is het te begrijpen dat de Turkse Belgen voorzichtig zijn met het opgeven van hun Turkse nationaliteit.

Het verwerven van onze nationaliteit bij behoud van die van land van herkomst is overigens niet het wondermiddel voor een goede integratie die de voorstanders daarvan maken. Getuige daarvan de duizenden die al perfect integreerden – sociaal, qua gedrag, professioneel en in de scholing van hun kinderen – voor ze in aanmerking kwamen voor naturalisatie. Getuige daarvan eveneens het gewelddadige en staatsvijandige gedrag van bepaalde genieters van de DN. De groeiende massale semi-segregatie in bepaalde grote allochtone gemeenschappen én het incidentele geweld bleken al evenmin verhinderd door het mogen verwerven van de DN. Of de terroristen ook de Belgische nationaliteit verwierven of niet, er is geen significant verschil te bemerken.

Nationaliteit voor de Vlamingen in de wereld

Andersom zijn er natuurlijk ook landgenoten met een dubbele nationaliteit in het buitenland die hun Belgische nationaliteit willen houden. En wat met de Antwerpse of Brusselse Joden die gehecht zijn aan hun Israëlische nationaliteit en die ginds ook een legerdienst vervullen, of er als vrijwilliger dienst doen? Moeten we hen dan de Belgische nationaliteit afnemen?

Voor Vlamingen die zich elders vestigen, zal het verwerven van de nationaliteit van dat land veel praktische en juridische problemen beperken. Maar moeten we daar dan ook zonder meer in meegaan? Me dunkt mogen we toch vragen dat wie zich echt definitief elders wil vestigen, daar dan ook enkele redelijke gevolgen bij neemt. Eventueel na verloop van tijd.

Ook voor de vreemde partners in gemengde huwelijken en kinderen uit die huwelijken stellen zich analoge vragen. Nu verwerven de meeste van die partners en bijna al die kinderen de nationaliteiten van beide landen. Maar is dat wenselijk? En zo ja, onder welke voorwaarden? En is dat ook eerlijk tegenover de landgenoten die slechts één nationaliteit hebben?

Dat vertrekkende landgenoten een band met ons land behouden, dat biedt potentieel voordelen voor ons land. En dat nieuwe landgenoten (nog even) de nationaliteit van hun land van herkomst willen aanhouden, is op zich evenmin een onoverkomelijk probleem. Daarom dus geen totaalverbod, maar wel beperkingen.

Een militaire dienst in derde landen is verdedigbaar voor loyale bondgenoten, maar te verbieden voor andere staten. Loyale bondgenoten zijn landen die lid zijn van de Europese Unie, of andere bevriende landen voor zover die nooit terrorisme (dat ons eigen land ooit trof) steunden. Dat laatste sluit dan wel Turkije uit: dat liet immers jarenlang duizenden rekruten ongehinderd naar de IS trekken. Enkelen kwamen daarna terug naar ons land of naar andere EU-landen om er aanslagen te plegen. Turkije verleende ook op andere vlakken grote steun aan de IS, net zoals enkele andere islami(s)tische landen. Mede daarom hoort Turkije volgens ons niet meer in de NAVO. Maar dat is een ander debat.

Samengevat, dubbele nationaliteit (DN) is in praktijk te dikwijls wel degelijk een probleem, en met name voor de staatsburgers van landen van herkomst van wie de rechtsorde sterk verschilt van de onze. Dat kan doordat het (potentieel) conflicterende verplichtingen oplegt, sterk verschillende rechten voorziet of wanneer de bedoelde derde overheid weigert onze rechtsorde of bepaalde diensten daarvan te erkennen. Dat probleem stelt zich dus niet voor de EU-landen, noch voor andere westerse, democratische staten. Het stelt zich wel voor bepaalde eerder autoritaire regimes en voor bepaalde islamitische landen, met name die landen waarin de sharia nog invloed uitoefent op de rechtsorde.

Nationaliteit terug een ereplaats geven

Gezien al deze overwegingen is een veel betere regeling noodzakelijk. Daarbij wordt het verwerven van de DN maximaal beperkt, worden de voorwaarden strenger en worden ook de regels voor wie al een DN geniet aangescherpt. De feitelijke gelijkheid van alle burgers is daarbij het streefdoel: alle overdreven voordelen voor al wie een DN geniet moeten op de schop. Voor sommige landen verbieden we DN zelfs beter, zeker wanneer er conflicterende verplichtingen bestaan.

Fig. 1 : Canadese eed van trouw, in Engels en franse versie

 

Bij het toekennen van onze nationaliteit is een feestelijke ceremonie, met het afleggen van een eed van trouw aan onze wetten, een dikke plus. 

Verder zijn er ook sterke argumenten om de DN te verbieden voor alle openbare mandatarissen, officieren in politie en leger en voor geestelijken, rechters en ambtenaren met een gezagsfunctie. Voor allochtone politici met een DN is dat natuurlijk een uitgelezen kans ons alle twijfels weg te nemen over hun loyauteit. En wij horen hen dan ook te verdedigen tegen landen van herkomst die daar lastig over doen.

Fig.: Plechtige toekenning van de Canadese nationaliteit

 

Ons land heeft daarbij het volste recht om dit beleid zelf en autonoom uit te werken en toe te passen. Overleg met de andere EU-staten is zinvol, mede om zodoende voldoende druk te kunnen uitoefenen op staten die privileges verdedigen. Maar dat mag ons nooit vertragen. Nationaliteit is immers nog steeds een zuiver nationale bevoegdheid. Waarom dat veranderen? Europees overleg is voorts een ijzersterke garantie dat er nooit iets serieus van in huis komt.

Nieuwe landgenoten verplichten te kiezen of ze hier willen stemmen of in hun land van herkomst, zoals Hendrik Vuye en Veerle Wauters voorstellen, ligt eveneens voor de hand. Wie naar hier migreert, maakte een keuze en mag dan ook gevraagd worden daar bepaalde consequenties van te aanvaarden. Hier kiezen is dan een extra stap naar een sterkere, integratie in de geesten van de migranten. En ook dit is geen sluitende regel. We zouden er zeker geen zware sancties aan koppelen. Maar deze eis zal niettemin wel zijn steentje kunnen bijdragen tot een zinvolle bezinning bij de bedoelde migranten. Het is dus een maatregel met een vooral symbolische, motiverende betekenis.

Onderhandelen met de derde landen over de voorwaarden zelf is dom en onzinnig. Dat geeft hen teveel kans om privileges voor hun eigen burgers en voor de eigen staat te beschermen. Dat schaadt het nodige wederzijdse respect. Wel kunnen praktische modaliteiten besproken worden.

Een strikt verbod op DN is dus niet nodig. Dat is overkill. Zinvol is daarentegen wel ze streng te beperken en een uitdoofscenario voor wie vandaag al van een DN geniet.

Daarbij kan vereist worden dat iedereen die de Belgische nationaliteit aanvraagt, steeds moet melden welke andere nationaliteit hij heeft én of hij die wil behouden. Elke latere wijziging moet dan ook gemeld worden.

Analoog kunnen we de vraag van nieuwe landgenoten én van vertrekkende landgenoten om banden te mogen blijven onderhouden tegemoet komen. De administratieve rompslomp voor migranten beperken we daarom best maximaal. En het integratiebeleid kan eenvoudiger en beter.

Tegelijk kan van al wie onze nationaliteit wil, ook verwacht worden dat ze plechtig beloven dat ze, zolang ze hier verblijven, onze nationaliteit in alle praktische opzichten voorrang moet hebben op die van het land van herkomst. Dat kan dan ook officieel meegedeeld worden aan dat land van herkomst om praktische complicaties te vermijden. Dat impliceert verder ook dat de nieuwe landgenoot een gedetailleerde aangifte doet van al zijn bezittingen in zijn land van herkomst.

Dit laatste kan men ook opleggen aan al wie de voorbije decennia onze nationaliteit verwierf. Dan verkrijgen we alvast één extra instrument tegen misbruik van uitkeringen en van sociale voorzieningen. Dat biedt geen sluitende waarborg, maar het zal wel helpen.

Aansluitend beperken we best ook de overdreven voordelen die DN nu oplevert. Zo kunnen we regelingen rond het vermijden van dubbele belastingen aanpassen. Nu zijn er veel verdragen afgesloten met andere landen waardoor de staatsburgers die in beide landen belast kunnen worden, slechts éénmaal belasting betalen. Doordat onze belastingvoet hoog ligt, kost dat veel aan onze schatkist. Véél beter is daarom dat alle landgenoten hier op hun volledige wereldwijde inkomsten belast worden, maar dat de elders effectief betaalde bedragen afgetrokken worden van wat hier betaald moet worden.

Voor wie twijfelt over de juridische haalbaarheid, de VS passen deze regel al jarenlang toe. Het kan dus perfect. In dezelfde lijn (disproportionele voordelen beperken) zou men ook bepaalde sociale voorzieningen sterker kunnen koppelen aan de nodige opbouw van individuele rechten.

Voor kinderen van gemengde herkomst is het te verdedigen dat ze een dubbele nationaliteit mogen genieten, mits ze kiezen éénmaal ze volwassen worden. Daarna kan behoud dus nog wel best, maar enkel mits ze in hier belasting betalen op hun volledige inkomen en, als ze hier gedomicilieerd zijn, ze voorrang geven aan onze nationaliteit. En al wie onze nationaliteit opgaf, zou deze redelijk vlot moeten kunnen herwinnen.

Verder moet de EU ook zware druk zetten op die landen die hun burgers 'gijzelen' of die ze helpen om onze wetten te overtreden. We schroeven daarom best de effectieve voordelen voor die landen én hun burgers terug. Zo kunnen we de toegang tot sociale woningen beperken tot burgers met een nationaliteit van die landen die ook daadwerkelijk meewerken aan het controleren van de voorwaarden. Waarom Marokko geen volledige lijst vragen van alle Marokkanen die hier verblijven en ginds een eigendom bezitten?

De nauwkeurigheid van zo'n lijst beoordelen we best met grote omzichtigheid. Maar dat is geen probleem. Het doel is immers de houding van de Marokkanen tegenover onze nationaliteit en hun respect voor onze wetten ten goede te doen keren. En dan kan zo'n lijst wel nuttig zijn. Het zal ook de Marokkaanse overheid aanzetten tot meer respect voor de gelijke rechten van onze Europese staten.

Katalysator van een moderne, veilige samenleving

Wat we hier voorstellen, is een assertief en in principe exclusief Europees burgerschap. Al wie Europees staatsburger is, krijgt dan quasi alle rechten én alle bijhorende plichten. Maar voor alle anderen moet het een welbewuste keuze zijn. Die geeft toegang tot veel rechten, maar impliceert ook meer evenredige plichten dan nu. Het verwerven van onze nationaliteit mag daarbij geen groep bevoorrechten opleveren, lui die hier wel alle rechten genieten, of méér dan al wie slechts één nationaliteit heeft, maar de facto minder plichten.

Voor EU-burgers mogen de voorwaarden voor naturalisatie daarbij versoepeld worden. Het volstaat dat ze de fiscale en andere plichten van ons staatsburgerschap aanvaarden én kennis van de streektaal aantonen. Jaren wachten hoeft dan niet meer.

Migratie naar ons land zal daarbij terug een positieve, eerlijke keuze worden, en niet meer scheefgetrokken door een zekere zucht naar uitkeringen op de rug van anderen. Dat betekent ook dat we ons integratiebeleid dringend moeten herzien én werk maken van een immigratiebeleid dat die naam waardig is. De economische logica van deze aanpak is duidelijk: verlaag de toegang tot uitkeringen en de subsidies voor 'integratie' fors; dat zal alle migranten met een uitkerings-centrische motivatie demotiveren; maar daardoor kunnen tegelijk de lasten omlaag, wat migranten met een eerlijk project én de autochtone bevolking dan sterk zal baten.

Die assertieve opzet maakt het dan ook gemakkelijker om terroristen van vreemde herkomst te sanctioneren. Die weren we best zoveel mogelijk uit onze samenleving. Uitwijzing en afname van nationaliteit zijn daarbij evident. Dat is dan vooral een maatregel ter bescherming van onze veiligheid en van de openbare orde, en geen zaak van individuele rechten. Ook predikers die onder gezag van vreemde overheden staan, kunnen dan vlotter geweerd worden. Maar dat kan eigenlijk ook zonder andere regelingen voor de nationaliteit.

Daarbij moeten we het risico dat men die mensen statenloos maakt, op zijn ware grootte inschatten. Alle ons bekende gevallen hebben direct recht op de nationaliteit van hun land van herkomst, en in veel gevallen hebben ze die nog. Mochten er andere gevallen bestaan, dan bestaan er andere oplossingen om gevaarlijke personen te kunnen weren. Denk aan levenslange opsluiting. We mogen ons ook niet laten wijsmaken dat we onze 'vuilbak' dan bij elders zouden uitkappen: het enige wat we doen, is mensen die duidelijk opgevoed zijn met een fundamenteel ander normen- en waardenbesef terugsturen naar de landen waar ze daarin zijn opgevoed of waar de lokale normen daar beter bij aansluiten. Dit is dus eerder een toepassing van het principe dat de vervuiler moet betalen.

Samengevat, een meer respectvolle omgang met onze eigen nationaliteit én die van andere landen is nodig. Nationaliteit is immers juridisch gezien, én moreel, een sluitsteen voor een democratische en moderne maatschappelijke ordening; een orde waarin er een evenwicht bestaat tussen rechten en plichten, en tussen de rechten van alle burgers én hun plichten om redelijk bij te dragen tot de collectieve lasten, én om op gelijke basis te kunnen genieten van de weldaden en voordelen van onze instellingen.

Luc Ryckaerts, adviseur in een internationale organisatie, Brusselse Vlaming

Rudi Dierick, ingenieur, zakelijk adviseur en hoofdredacteur De Bron

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!