Democratische islam

Definitie

Wat 'democratische islam' precies is, en wat 'democratische moslims' zijn, dat valt niet exact te zeggen. Het is immers een benaderend begrip. Niettemin zijn er toch wel wat zaken duidelijk over wat men er doorgaans mee bedoelt:

In de meest algemene betekenis is de democratische islam elke beleving van de islam waarin de gelovige de burgerlijke normen en de universele mensenrechten integraal bijtreedt, en deze dus voorrang geeft op de religieuze normen. 

Filosofisch is de democratische islam de grote opponent van het islamisme. Er bestaan echter ook 'tussenvormen' in de beleving van de islam.

Een democraat is al wie alle basisregels van de democratie respecteert, de universele mensenrechten dus. Dat is bij ons uitgewerkt in het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens (EVRM). Dat is dus een geheel van rechten, vrijheden én regels voor de werking van het openbaar bestuur, voor het publieke leven en voor de bescherming van uw en mijn rechten. Dat omvat veel meer dan alleen maar een meerpartijenstelsel en vrije verkiezingen. Dat omvat ook wetten met tanden, onafhankelijke rechters, een vrije, onafhankelijke pers, vrijheid van meningsuiting, syndicale vrijheden en zoveel meer. Een democratische moslim is dan gewoon ... een democraat die tegelijk ook moslim is.

Bij welke democratische moslims kan men daar meer over leren? Wie zijn? Wie ze wil leren kennen, die kan veel auteurs lezen: Korangeleerden en imams – zoals Hassem Chalghoumi, Farid Esack, Rachid Benzine, Soheib Bencheikh, Dalil Boubakeur en Tareq Oubrou; of academici, intellectuelen en activisten – zoals Bassam TibiMaajid Nawaz (Brits oud-extremist en nu fervente anti-islamist), Fatima Mernissi, Samira Bouchibti, Nawal El Saadawi Dalil Boubakeur, Zuhdi JasserTahar Ben Jelloun, Ayaan Hirsi Ali, Malek Chebel, Kamel Daoud, Boualem Sansal, Naser Khader – en politici zoals Ahmed Marcouh en Mohammed Aboutaleb. Maar ook veel gewone moslims kunnen dat verduidelijken. Verder zijn er ook bekende moslims uit islamitische landen die waarschijnlijk in deze groep thuis horen, maar die zichzelf omwille van hun persoonlijke veiligheid censureren. Ik denk hierbij onder meer aan Shirin Ebadi, de Iraanse Nobelprijswinnares. Tegelijk zijn er ook auteurs die dikwijls als democraten beschouwd worden, maar waarbij de democratische overtuiging toch niet altijd zo klaar is. Denk bijvoorbeeld aan Nasr Abu Zayd. 

Daarbij kan men opwerpen dat de democratie niet perfect is en dat er niet één model bestaat. Dat klopt, de Zwitserse democratie is niet de Noorse, noch de Yslandse, en geen van deze is perfect. Een democraat kan dus best bedenkingen hebben bij de democratie waarin hij leeft. Welke landen democratisch zijn, daarover kan men dan ook eindeloos redetwisten. Maar benaderend valt er wel een lijn te trekken – zoals in de Democracy Index van The Economist Intelligence Unit, hier. Het is overigens maar één van de bestaande rangschikkingen. Maar die kennen wel alle een duidelijke rode draad. 

Cruciaal, in de democratische islam, is de overtuiging dat alle mensen, waar ook ter wereld, gelijke fundamentele rechten en vrijheden hebben en dat de democratische principes een goed model vormen. Deze bieden 'het minste slechte' van alle mogelijke bestuursvormen. Dat onderscheidt dan weer democraten van bijvoorbeeld communisten en fascisten. Die wijzen de democratie af. Ze geloven daarentegen in 'hun' superieure model. Voor beide staat een sterk politiek gezag daarbij centraal. De individuele rechten van de burgers zijn voor beide ondergeschikt.

Deze afweging is cruciaal omdat ze toelaat – voor autochtonen net zo goed als voor allochtonen, en voor moslims net zo goed als voor niet-moslims – het onderscheid te maken tussen al wie overtuigd is van de meerwaarde en de legitimiteit van de democratische principes en de universele mensenrechten, boven die van alle andere politieke systemen, en al wie een ander systeem verkiest. Die overtuiging heeft dus niets te maken met de kwaliteiten van één democratische staat, noch een andere, maar wel met een model, met fundamentele normen en waarden en met alle goede voorbeelden daarvan.

Het begrip 'democratische moslim' is dus geen exacte zaak, maar een benaderend begrip. Het is een ideaal en een streven, en geen zwart-witzaak. Die 'democratische islam', dat is geen term die de bedoelde moslims zelf gekozen hebben. Integendeel, velen voelen zich er niet zo gelukkig bij – wat eigenlijk een begrijpelijke reactie is al we zien hoeveel islamitische landen er in die internationale onderzoeken als een 'volwaardige democratie' gewaardeerd worden.

Maar om onbegrip en onterechte veralgemeningen ten aanzien van ‘de moslims’ te vermijden is het nuttig om 'democratische moslims' te onderscheiden van die andere moslims die de democratie en de universele mensenrechten ten gronde afwijzen, soms deels, zoals de islamisten. Dat de IS, Al Qaida én hun supporters in Europa in geen enkel opzicht democraten genoemd kunnen worden, dat is duidelijk. Zij wijzen de democratie juist met groot geweld af. Vandaar de vraag: voor welke andere moslims gaat dat wel op? Wie zijn democratische moslims – onderverstaan: die correct functioneren in onze maatschappij, in het politieke debat en in ons bestuur? Maar tegelijk ook: voor wie hoeden we ons best? Zijn er misschien, als ik de gekende beeldspraak even mag gebruiken, valse profeten?

Het is dus een benaderend begrip dat vooral slaat op het sociale en politieke gedrag, en niet op hun innerlijke of persoonlijke geloofsbeleving, laat staan op de theologische kennis. Dat begrip slaat niet op een duidelijk afgebakende groep, noch op een organisatie, maar wel op een aantal stromingen met een zekere beleving van de islam. Daarom spreekt men ook soms van ‘democratisch gezinde moslims’.

Geloofsbeleving van democratische moslims

Wat betekent dat dan voor hun geloofsbeleving?

Democratische moslims zijn moslims die er een geloofsbeleving op na houden die verzoenbaar is met de universele mensenrechten en de democratie. Deze groep omvat zowel gelovige, praktiserende moslims, als moslims die hun geloof op een laag pitje gezet hebben. Dat impliceert steeds een geseculariseerde beleving van de islam (zoals Mohamed Ajouaou dat definieert) en een meer hedendaags lezing van de Koran, de overleveringen en de sharia. Daaruit worden de verplichtingen qua liturgie, dieet, bijstand aan behoeftige geloofsgenoten en vele andere doorgaans wel gevolgd, soms deels, maar de regels voor familiaal recht en omgang met niet-moslims niet of slechts beperkt. Met name al die regels en verplichtingen die de klassieke lezing van de Koran end e Hadith voorschreven maar die tegenstrijdig zijn met mensenrechten en democratie worden door hen genegeerd. Het geloof is voor de democratische moslims zonder uitzondering een private zaak.

In alle situaties waar sharia en universele mensenrechten onverzoenbaar zijn, en tegenstrijdige regels voorschrijven, geven democratische moslims voorrang aan de burgerlijke regels. Ze respecteren de gelijke rechten van alle mensen, man en vrouw, gelovige en ongelovige, ... Geweld wijzen ze af en ze respecteren de gelijke rechten van niet-moslims. Democratische moslims vinden niet dat alle mensen en alle landen tot de islam bekeerd moeten worden. We vinden ze bij soennieten, sjiieten, alevieten, ismaëli, soefi, tidjiannieten, ….

'Theologisch' staat deze geloofsbeleving echter nog in de kinderschoenen. Deze groep kent ook zijn Korangeleerden, maar hun gezag wordt geregeld betwist. Inzake sociale doctrine en staatshuishouding is de sharia voor democratisch gezinde moslims dus minder, weinig of niet relevant. In tegenstelling tot islamisten aanvaarden ze het gezag van democratisch verkozen besturen en de burgerlijke instellingen zonder enige reserve – wat niet belet dat ze de tekorten van democratische instellingen kunnen onderkennen.

Democratische moslims zijn verder ook tegenstander van privileges voor moslims, van het kalifaat en van alle religieus gemotiveerd geweld (de gewelddadige jihad). Ze werken professioneel vlot samen met niet-moslims, inclusief, voor de mannen, gebeurlijk ook onder een vrouwelijke chef.

Democratische moslims maken geen enkel bezwaar tegen publieke uitingen van andere levensbeschouwingen, ook niet de christelijke, noch de joodse. Ze vragen bijvoorbeeld wel dat collectieve cantines ook halal voedsel aanbieden. maar ze zijn er vierkant tegen dat die enkel nog halal voedsel en geen alcoholische drank meer zouden aanbieden - zoals de islamisten wel geregeld vragen. Analoog maken ze geen enkel bewaar tegen Kerststalletjes op de openbare weg of in openbare gebouwen. 

Verder hebben ze geen problemen met onderwijs dat aandacht geeft aan de principes van de seculiere rechtsstaat (zoals alle gelijke rechten), aan de menselijke biologie, de Holocaust, ...

Twijfelaars, moslims die seculariseren, ...

Naast de democratische moslims die mensenrechten en democratie bijtreden, en islamisten die ze afwijzen, zijn er ook nog veel moslims die twijfelen over hun houding tegenover de democratie. Er bestaat een zeer grote tussengroep.

Sommige democratische moslims hebben het moeilijk met bepaalde religieuze vrijheden, en meer in het bijzonder met het recht om van geloof te veranderen. Dat wordt nochtans gegarandeerd in de universele mensenrechten en in de wetten van alle democratische staten. Nietemin staan niet weinig moslims, inbegrepen bepaalde democratische, vijandig tegenover al wie de islam verlaat.

Eveneens gevoelig ligt de gebeurlijke keuze van kinderen, en vooral meisjes, om met een niet-moslim te trouwen. Bij uitgesproken democratische moslims vormt dat geen probleem, maar soms roept dat wel enige ambivalentie op. Niet-moslims die huwden met een moslima kenden bijna allen incidenten waarbij islamitische vrienden en familieleden van hun partner druk uitoefenen op die niet-islamitische partner om zich te bekeren tot de islam. Niet zelden leidt dat tot een scheiding. Maar zeer dikwijls 'volstaat' een pro-forma bekering. Dikwijls blijft dat ook daarna onschuldig, maar geregeld radicaliseert de bekeerling zelf.

Democratische moslims houden er dus een geloofsbeleving op na waarin het religieuze gescheiden wordt gehouden van hun politieke overtuiging. Ze zijn voorstanders van de scheiding van kerk en staat. In praktijk vinden we ze vooral in democratische landen, en nauwelijks in islamitische landen - wat natuurlijk ook aan de beperkte kennis van de auteur van dit stuk kan liggen.

Veel democratische moslims erkennen dat er grote verschillen bestaan binnen de oemma, de wereldwijde gemeenschap (natie) van alle moslims. Maar anderen hechten veel aan de idee van die éne islamitische gemeenschap. Dat wordt ook weerspiegeld in onderzoeken. Een kwart tot een derde van de hier wonende moslims geeft voorrang aan hun lidmaatschap van de oemma, of aan de nationaliteit van hun land van herkomst boven die van het (democratische) land waar ze nu wonen. En ene vergelijkbaar groot, of zelfs iets groter deel, zet loyauteit aan beide op gelijke voet. Deze moslims houden er dikwijls niet van dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen hen en andere groepen zoals de islamisten.

Niet-democratische moslims

De democratische islam heeft, zoveel moet nu wel duidelijk zijn, totaal niets te maken met islamisme, islamitisch fundamentalisme, islamitisch extremisme, militante islam, noch met politieke islam of moslimfundamentalisme, en al evenmin met wahabisme, salafisme en de 'islamitische democratie' – wat velen in Iran en de AKP voorstaan.

Regelmatig proberen islamisten van 2de en 3de generatie, en ook bekeerlingen, zich als democraten voor te doen. Een voorbeeld daarvan is de ‘Muslims of Europa Charter’ (zie hier voor een geannoteerde versie) en de 'Verklaring van Brussel van 22 Januari 2015'. Die verklaringen staan bol van de retoriek, inclusief veroordelingen van religieus gemotiveerd geweld, maar zelden bevestigen deze groepen dat ze de democratie en de universele mensenrechten bijtreden. Daarentegen wordt wel nadrukkelijk trouw aan de onveranderlijke principes van de islam voorop gezet. Zo wordt er dan wel gesproken over ‘gelijkwaardigheid van man en vrouw’, maar nadrukkelijk nooit over de 'gelijke rechten'. Als er naar ‘democratie’ verwezen wordt, dan gebeurt dat met dermate reserve en zware afwijkingen dat het weinig overtuigend is.

Verder ijveren de ‘crypto-islamisten’ regelmatig voor beperkingen op de vrije meningsuiting: kritiek op de islam, of op stromingen daarbinnen wordt door hen systematisch beschouwd als islamofobie en dat zou verboden moeten worden. Dat begrip gebruiken ze regelmatig, maar ze geven nooit een definitie die het onderscheid maakt tussen legitieme kritiek aan de ene kant, en islamhaat, moslimhaat en racisme aan de andere kant. Als er dan wel concrete definities worden gegevens, dan blijkt dat eigenlijk gewoon beter gebruik gemaakt wordt van de algemene begrippen zoals ‘racisme’, ‘discriminatie’ en dergelijke. Democraten kan men hen dus, op basis van hun gedrag, niet echt noemen. Ze proberen immers de vrijheid van meningsuiting te beperken ten aanzien van de islam. Voor meer daarover, zie het encyclopedische artikel over islamofobie.

Die crypto-islamisten zoeken de oorzaak van extremisme ook exclusief buiten de islam en zeker buiten de 'echte islam', maar wel bij de beweerde discriminatie van moslims in democratische landen, hun sociale en professionele achterstelling, bij de islamofobie of bij een gebeurlijke identiteitscrisis of gebrekkige religieuze opvoeding van 'jongeren', dan wel bij andere strikt individuele factoren van psychosociale aard. Zolang maar beweerd kan worden dat het niets met de islam te maken heeft.

Geregeld suggereren ze dat moslims hun geloof in democratische landen niet in alle vrijheid kunnen beleven. Wat er dan concreet ontbreekt, dat wordt nergens verduidelijkt, op wat hoogst betwistbare gevallen na. Zo eisen zij dat extra pauzes op het werk om te bidden, dat de hoofddoek altijd en overal gedragen moet mogen worden, of dat er geen alcohol en varkensvlees meer mag aangeboden worden in kantines en cafés – allemaal weinig democratisch.

Ex-moslims

Een apart geval zijn ex-moslims. Denk aan Waleed Al-Husseini en Afshin Elian. Dat zijn democraten, maar de gelovige moslims maken een scherp onderscheid tégen die personen. Het zijn immers geen moslims meer. Daarbij zien we ook dat vooral islamisten geregeld proberen om bepaalde uitgesproken geseculariseerde moslims te disckrediteren door te beweren dat het ex-moslims zijn. Daarom beschouwen we die ex-moslims niet als democratische moslims, maar die moslims die zichzelf nog wel nadrukkelijk als moslim beschouwen uiteraard wel. 

Nawoord

Hopelijk wordt het onderscheid tussen democratische moslims en de andere moslims hiermee duidelijker. Dit is overigens geen finale beschrijving. Het is enkel een zoeken naar een correcte voorstelling van de realiteit. Wie dit beeld mee wil helpen verfijnen, .... We kregen al feedback van enkele kritische pennen, moslims en niet-moslims. Maar beter inzicht verwerven, dat stopt nooit. Commentaren kan u toesturen via rudi.dierick@gmail.com. 

Rudi Dierick, ingenieur en zakelijk adviseur, hoofdredacteur De Bron