De terreurexperte, de N-VA en de CD&V

De terreurexperte, de N-VA en de CD&V

Terreur is een grote zorg. Maar wat is daarop het beste antwoord? En wie heeft daarbij meest te vertellen? Het komt erop aan, om de juiste middenweg te vinden tussen al te veel nuance en al te veel stelligheid.

Martha Crenshaw, een vrouw die opvallend gelijkt op mijn vroegere baas Mieke van Hecke, is even in ons land geweest omdat ze een eredoctoraat ontving aan de Gentse universiteit. In Het Nieuwsblad van 16 september wordt ze voorgesteld als “de meest vooraanstaande stem als het gaat om onderzoek naar terrorisme” (hier). Als mijn leerlingen zo’n zin schrijven, heb ik daar drie opmerkingen bij.

Ten eerste moeten ze even overwegen of ‘terrorismeonderzoek’ niet beter klinkt dan ‘onderzoek naar terrorisme’. Daar bestaat geen regel voor. Ze moeten de zin een paar keer hardop lezen en dan een beslissing nemen. 

Ten tweede is de overtreffende trap van ‘vooraanstaand’ niet ‘meest vooraanstaand’ maar ‘vooraanstaandst’. Paardekooper schrijft: ‘Bij een overtreffende trap gebruikt het ABN altijd de uitgang –st, tenzij er een dringende reden is om dat niet te doen.’ Het is waar – ‘vooraanstaandste’ klinkt niet goed. Dan moet maar worden uitgeweken naar een ander woord: ‘belangrijkste’, ‘voornaamste’, ‘bekendste’, enzovoort. Dat zijn ook mooiere woorden.

En ten derde … nu wordt het moeilijk. ‘Het komt erop aan,’ vertel ik mijn leerlingen, ‘om de juiste middenweg te vinden tussen al te veel nuance en al te veel stelligheid.’

Als je schrijft dat ‘Napoleon een van de belangrijkste Franse generaals van zijn tijd was,’ maak je je belachelijk. Napoleon wás gewoon de belangrijkste. Maar als je in een scriptie schrijft dat ‘Romeo en Julia Shakespeares bekendste stuk is,’ kun je in moeilijkheden komen. Voor je het weet is de professor die de scriptie moet beoordelen getrouwd met een gerenommeerde Hamlet-specialiste en dan sta je daar met je Romeo en Julia.  Om een soortgelijke reden had Het Nieuwsblad beter geschreven dat professor Crenshaw ‘een van de belangrijkste-voornaamste’ terreurspecialisten was. Want misschien hebben sommige lezers wel heel veel tijd besteed aan het lezen van een boek van een andere terreurexpert, van Bruce Hoffman, of van Alex Schmid of van Ariel Merari. Of van Rik Coolsaet, die evengoed een doctoraat behaalde aan de Gentse universiteit. En dan is het niet leuk te horen dat iemand ánders de belangrijkste-voornaamste expert is, namelijk ene Martha Crenshaw, en dat die ook een stapeltje boeken geschreven heeft. 

En het zijn haar boeken die je zult moeten lezen, want met het gesprek in Het Nieuwsblad alleen kom je er niet. Het stuk is immers nogal luchtig. ‘Terreur bestrijd je niet met boerkiniverbod.’ Ja, dat mag je met krijt op het bord schrijven. ‘Er zijn deze zomer helemaal niet veel aanslagen geweest.’ Tja, wat is veel? En inderdaad, de aanslag op de Bataclan was niet in de zomer maar in de late herfst. ‘Religie is belangrijk, maar ISIS heeft zeker ook een politieke strategie.’ Ook weer waar, en bij de jihadisten lopen die twee nogal door elkaar.

Verder gelooft Crenshaw niet zo erg in bewaking, noodtoestanden, het verbieden van terreurverheerlijking en een preventieve hechtenis die langer dan achtenveertig uur duurt. Met andere woorden: al de voorstellen die de N-VA in haar recente veiligheidsnota aanhaalt om de ‘sociale cohesie’ te beschermen. Crenshaws eredoctoraat en de bijhorende krantenstukken sluiten dus goed aan bij de politieke actualiteit in ons land, wat natuurlijk toevallig kan zijn. 

Ik heb die N-VA-voorstellen eens rustig bekeken (hier) en ik zie er veel nadeel aan. Die respons deel ik als ik me niet vergis met de liberalen, de groenen en de socialisten van de intellectuele soort. Maar het eigenaardige is dat vooral de CD&V er een grote mond over opzet. Waarom eigenlijk? De CD&V lijkt mij nou net een partij die bij terreurdreiging wat graag de ‘sociale cohesie’ in bescherming zou nemen middels haar burgemeesters en middels een regering waarin ze weer de eerste viool speelt.  De voorstellen die de partij zelf aandraagt, zijn trouwens ook niet de minste: meer samenwerking tussen leraren en politie, inniger contact tussen sociale werkers en gerecht, ‘iets doen aan de bitcoins’ (verbieden?) … 

Als ik een slecht karakter had, zou ik de CD&V nu politieke spelletjes kunnen aanwrijven. Maar daarmee kom ik geen stap verder. Ik zal gewoon zelf, als grote jongen, over die antiterreurnota moeten nadenken en eens mooi lijstje maken, in twee kolommen, van de voor- en nadelen ervan. Misschien kan Martha Crenshaw mij daarbij helpen. Of niet.

Philippe Clerick is leraar Nederlands en blogger

Dit stuk is overgenomen van zijn blog.

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneelfinancieel of organisatorisch!