De SP.A-demagogie van Wouter Van Besien

De SP.A-demagogie van Wouter Van Besien

Groen maakt zich op om SP.A in Antwerpen in te lijven. Het is alvast begonnen met het programma: kapitaliseren op andermans ellende om met andermans centen te smijten. Oplossingen heeft het niet, maar arrogantie des te meer. Daarmee geeft het zichzelf volkomen bloot.

De verkiezingsstrijd in Antwerpen in 2018 lijkt uitzonderlijk boeiend te worden: in 2012 ging ‘het’ stad – na bijna vijftig jaar bijna het eigendom van de ‘sossen’ – verloren aan N-VA. Dat gebeurde nadat Patrick Janssens haar in 2006 slechts had weten te behouden door zich van zijn eigen partij te distantiëren en een campagne te voeren die puur op personencultus dreef (“Patrick! Patrick! Red ons!”). En dit permitteerde hij zich nadat hij uitgerekend de corruptie in zijn eigen partij bestreden had.

Alhoewel het erop leek dat hij toen een eclatante overwinning had behaald, was niets minder waar. Janssens had niets gewonnen, maar de verliezers van de voorbije stemrondes rond zich geschaard, als een messias die het Beest van de Apocalyps moest tegenhouden, Filip Dewinter. Die haalde echter nog steeds 33,5 procent, ondanks het feit dat het stemrecht voor vreemdelingen (2004) zijn tegenstrever ondertussen een serieuze bonus had gegeven. Hij won zelfs nog een half procent. Wat een signaal was van een diep onderliggend ongenoegen. Bart De Wever zou zes jaar later van de onverzettelijkheid van Dewinter profiteren en op dat ongenoegen kapitaliseren.

Terug aan de macht dankzij anderen

Janssens wist vervolgens zijn cultus niet aan te houden (hij probeerde nog met een eigen magazine, voor hem ontworpen door de tijdelijk op den dool zijnde hoofdredacteur van Humo, Jurgen Österwaal). Na de verkiezingsramp van 2012 ontvluchtte hij de nacht van de lange messen en liet de verrotte inboedel achter bij de charmante Yasmine Kherbache. Die had wel ervaring opgedaan als kabinetsmedewerker van Elio De Rupo, maar niet in het rattennest dat de SP.A geworden was. Ook Kherbache moest tijdelijk de handschoen in de ring gooien. Een totaal ongeïnspireerde Tom Meeuws trad aan. Die wist gewoon niet waar hij mee bezig was. In een interview met Het Nieuwsblad (08/10/16 p. 16). ontvouwde hij zijn programma. Waarna de interviewer (Pieter Lesaffer) laconiek opmerkte dat hij een beleid wilde uitvoeren dat al uitgevoerd werd.

Daarop bleef Meeuws niets over dan de sentimentele toer op te gaan. “Ik mis de liefde voor de stad. Als ik N-VA moet geloven, is het hier vuil en onveilig, een frontstad waar iedereen met getrokken messen tegenover elkaar staat.” Hij zegde niet waar en wanneer N-VA dat had beweerd, maar ging onverstoord verder: “Ik begrijp dat niet. Waarom wil die partij deze stad per se besturen als ze die niet graag ziet?” Om de troep op te kuisen misschien, die een halve eeuw sossenbewind had achtergelaten? Dat kan toch een valabele reden zijn? Meest onthullend was het vervolg: “Er zijn veel andere partijen die het gehad hebben met een burgemeester die geen beleid voert voor zijn inwoners, maar alleen stoere verklaringen aflegt over thema’s die de Antwerpenaars niet bezighouden, zoals de boerkini.”

Het was merkwaardig dat Meeuws voor zijn terugkeer aan de macht meteen niet op zijn kiezers mikte, maar op andere partijen. Die lijkt hij nu gevonden te hebben bij een zege-zeker Groen dat hem met huid en haar wil opslokken. Dat heeft tot een rechtstreekse confrontatie van Groen-boegbeeld Wouter Van Besien met N-VA geleid rond het kansarmoedebeleid.

Plots meer hesp en kaas op tafel

Het ging om cijfers waaruit zou blijken dat 39 procent van de leerlingen in het middelbaar thuis te maken krijgt met kansarmoede, met hogere pieken in Antwerpen. Die definitie is wel ontzettend ruim genomen, je bent al ‘kansarm’ als je moeder geen middelbaar onderwijs heeft genoten. Volgens dit criterium was zeker driekwart van de leerlingen in het deftige college waar ik een halve eeuw geleden vertoefde ‘kansarm’. Dat waren natuurlijk andere tijden, maar ik ben geneigd om in de huidige cijfers ook een element van sociale emancipatie te zien: in het verleden ging je op je veertiende werken als er thuis niet genoeg centen waren. Mijn moeder had een kruidenierswinkel vlakbij de mijnstreek en zij zag het aan het consumptiepatroon van de gezinnen wanneer de oudste ‘mee naar de put trok’: er kwam plots meer hesp en kaas op tafel.

Als er nu veel kansarmen volgens de brede definitie op onze schoolbanken zitten, dan heeft dat voor een goed deel te maken met een ruimere participatie van de onderste lagen van de bevolking aan het onderwijs en dus met het creëren van kansen. Dat mag je niet zeggen, dat is te positief. Goed nieuws is geen nieuws. Natuurlijk bestaan er ook schrijnende toestanden, zoals bleek uit het filmpje uit een school in Hoboken dat het Terzake-debat vooraf ging. De kwestie is hoe je die diagnosticeert.

NVA’er Fons Duchateau, schepen van sociale zaken en OCMW-voorzitter in Antwerpen, een noeste werker die de schijnwerpers niet zoekt, toonde zich in Terzake (29/05) niet verwonderd over de cijfers. Hij stelde evenwel meteen dat zijn bestuur het bestrijden van de kinderarmoede als een topprioriteit heeft gedefinieerd en er – in tegenstelling tot zijn voorgangers – zwaar in geïnvesteerd heeft, met een verhoging van de budgetten met tachtig procent. Daarmee sneed hij Groen-gemeente- en parlementslid Wouter Van Besien meteen de pas af, die hier mooi omheen probeerde te fietsen door alle schuld in de schoenen van Bart De Wever te schuiven. Moderator Annelies Beck pakte hem daar galant op, zodat hij wat begon te stotteren.

Maaltijden mogen niet stigmatiseren

Ze vroeg dan aan Duchateau waarom dat in Antwerpen zoveel erger is dan elders, en die liet op een rustige manier de kans om te scoren opnieuw niet voorbij gaan. Zijn stad is overbevraagd zo stelde hij, door de gestage import van kansarmoede. De grote sprong van kinderarmoede, met een toename van zestig procent, was volgens hem zelfs gemaakt tussen 2001 (toen Groen zelf in het bestuur zat) en 2012 (toen de SP.A het bestuur diende los te laten). Van Besien had daar niet van terug en begon te preken als een pastoor: ‘Laat ons tesamen, enzovoort’. Beck pakte hem opnieuw koud: ‘Dat gebeurt dan nu niet?’ Van Besien predikte voort, waarna Duchateau de kans kreeg om een aantal concrete maatregelen die nu al genomen worden op te sommen. Eén voorbeeld slechts: als ouders zich aanmelden bij het OCMW omdat hun kinderen geen winterjas hebben, dan kunnen ze die meteen krijgen bij een project Binnenste Buiten.

Van Besien vond dat allemaal wel goed, maar hij vond dat er structureler diende ingegrepen te worden. Hij pleitte voor een niet-stigmatiserende uitbreiding van de liefdadigheid. Zo nam hij de één euro-maaltijden op de korrel omdat je daarvoor naar een soort armenrestaurant moet. Hij had een punt, dat beperkt uiteraard de participatie. In zijn optiek moet dit in alle scholen aangeboden worden. Vraag is waarschijnlijk hoe je dat organiseert, want ook in de scholen zelf blijft dat toch stigmatiserend?

Groen wil aanzuigeffect versterken

Duchateau stelde dat echt structureel ingrijpen erop neerkomt dat je mensen zelfredzaam maakt door deelname aan de arbeidsmarkt. Daardoor kwam hij uit bij de arbeidsmarkt-paradox: in Antwerpen zijn er veel openstaande vacatures en veel niet te plaatsen werklozen. Zo kon hij terugkeren bij zijn centrale argument, het aanzuigeffect dat de stad heeft op kansarmen met weinig kwalificaties. Die mensen vluchten naar de stad omdat zij daar terechtkomen in een netwerk dat ze kennen, maar dat is geen netwerk dat hen helpt om stappen vooruit te zetten. Het bevestigt hen in de armoede.

Opnieuw ontvluchtte Van Besien het debat. ‘We hebben geen nood aan een zondebok’ en ‘Het is de historische opdracht om een sociale ladder te zetten’. Net wat Duchateau bepleit had. Net als Tom Meeuws verweet Van Besien N-VA blijkbaar dat die het beleid uitvoert dat hij beweert te willen uitvoeren. Beck probeerde hem weer op het juiste spoor te brengen, maar Van Besien zegde onbeschaamd: ‘Wij moeten niet de armen bestrijden, wij moeten de armoede bestrijden’, zonder één concreet instrument aan te halen. Daarna haalde hij opnieuw zijn ‘structurele aanpak’ boven en die ging in precies de omgekeerde richting van wat Duchateau bepleitte. Van Besien wil in de grootsteden blijkbaar investeren in sociale woningbouw die het aanzuigeffect moet versterken. Hij zit daarmee perfect op dezelfde golflengte als zijn partijgenoot Wouter De Vriendt die vindt dat we meer vluchtelingen moeten opnemen.

Beck riep hem weer tot de orde, waarop hij eindelijk toegaf: ‘Ik vind ook dat de gemeentes rond Antwerpen te weinig doen’. Plots dienden die sociale woningen in Antwerpen ook voor sociaal zwakke Antwerpenaren. Vooraleer hij op die interne tegenspraak kon ‘gepakt’ worden, begon hij over de uitstroom van niet-gediplomeerden uit het onderwijs, net alsof het stadsbestuur daar ook al voor aansprakelijk kan worden gesteld. Zijn antwoord was vervolgens: investeren, investeren, investeren. Waar de centen vandaan moesten komen, zegde hij er niet bij.

Voldoende boterhammen met choco

Dat gaf Duchateau de kans om terug te komen op zijn stokpaardje: ‘Oppositioneel links redeneert: “Ze komen toch, begin dus maar te bouwen”. Een open grenzenbeleid is echter niet te combineren met een open toegang tot de sociale zekerheid. Zo creëer je je eigen armoede. Een goed beleid zal maar mogelijk zijn in de mate dat we de historische fouten kunnen rechtzetten, de Snel-Belg-wet, de regularisaties, de massale instroom. Zonder de vluchtelingencrisis zou het aantal mensen in kansarmoede in 2016 in Antwerpen gedaald zijn’. Zijn taak bestond er niet in de armoede te importeren, zo stelde hij nog, maar ze bestrijden bij de mensen die nu al in Antwerpen vertoeven. Daar mag men hem op afrekenen.

Wouter Van Besien zat er als een gestraft schooljongetje bij. Hij zal toch nog veel boterhammen met choco moeten eten, wil hij burgemeester van Antwerpen worden. Annelies Beck daarentegen heeft de laatste tijd blijkbaar behoorlijk wat boterhammen gegeten: van een venijnige interviewer die wel eens de indruk wekte partijdig te zijn, is zij uitgegroeid tot iemand die ernstig ingaat op correcte argumenten en de deelnemers op hun nummer zet als zij zich proberen te verschuilen achter blabla. We kunnen er slechts gelukkig om zijn.

Eddy Daniels

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!