De sharia is gevaarlijker dan men gelooft

De sharia is gevaarlijker dan men gelooft

Het is merkwaardig hoe graag christelijke theologen van ‘progressieve’ signatuur de imams en de Korangeleerden uit de wind zetten. De hoofdvogel werd natuurlijk afgeschoten door Hans Küng, over wie ik het eerder al had in Mohammed aanvaardde de gouden regel niet. Jonas Slaats neemt nu minister Liesbeth Homans op de korrel (Knack.be (18/02/17)). Zij wil immers dat voortaan mensen die een moskee oprichten, een verklaring ondertekenen dat onze seculiere wet boven de sharia gaat. Dat kan in zijn theologisch denken niet.

Nu zindert bij de meeste van onze politici de onzekerheid natuurlijk door het lijf als zij het over de islam hebben. Als zij plots flinkheid aan de dag leggen, dan komen zij vaak te laat. Zoals recent in ons parlement, waar zij ineens ontdekten dat Saudi-Arabië via de moskee in het Jubelpark obscurantisme verspreidt. Er was echt geen rapport van het OCAD (coördinatieorgaan voor dreigingsanalyse) nodig om dat te weten. Toch is de positie van Homans in deze niet zo dwaas als Jonas Slaats wil laten uitschijnen. Hij beschuldigt haar namelijk dat zij niet snapt wat de essentie is van de sharia, terwijl hij in zijn opiniestuk onthult dat net hij dat niet doet. Waarom?

Mensen die de wil van God kennen

Slaats stelt terecht dat de sharia geen pasklaar wetboek is, maar een voortdurende discussie tussen islamitische experts. Hij doet alsof het om soepele morele gedragsregels gaat die voortkomen uit een goddelijke inspiratie, van waaruit goedbedoelende shariageleerden dan hun weg zoeken naar de universele mensenrechten. Hij vergeet daarbij verschillende elementen.

Om te beginnen is het al vreemd dat experts de goddelijke wil zouden kennen. Het is in feite dezelfde paradox waarin de katholieke kerk zich vastloopt als zij beweert dat de paus onfeilbaar zou zijn. Hoe kan de paus nu weten wat God wil? De Heilige Geest zou hem dat influisteren. De kerk heeft geleerd daar zeer wantrouwig tegenover te zijn en heeft restricties ingebouwd: het moet over geloof en zede gaan (en dus niet over de seculiere wet) en in consensus gebeuren met de wereldkerk. Dat wil zeggen: met de bisschoppen van overal.

Nooit dus. Zelfs de strenge wetten tegen anticonceptie uit de gehate encycliek Humanae Vitae uit 1968 kregen daardoor kerkrechtelijk nooit de kracht van een dwingende want onfeilbare wet. De kerk zit daar danig mee in de knoei, maar haar hele benadering leidt er wel toe dat haar kerkelijk recht slechts een reglement van inwendige orde blijft. En dat ze zich dus per definitie neerlegt bij de seculiere wet, die ze eventueel probeert te beïnvloeden maar in laatste instantie aanvaardt. De katholieke kerk is, na eeuwen inquisitie, ‘braaf’ geworden, mag je zeggen.

Vervolgens is het zo dat in de islam als onomstreden geldt dat Mohammed ‘het zegel der profeten’ is, dat wil zeggen: na Mohammed is er geen openbaring meer mogelijk. Met die stelling werden in de tiende eeuw de Syrische moetazilieten uitgeschakeld – ik had het daar al over in De echte en de verzonnen Koran. Zij beweerden dat er verdere stappen naar de waarheid konden gezet worden via de menselijke rede. Vanaf ongeveer 1100 werd elke verdere interpretatie of ijtihad op bevel van de grote geleerde al-Ghazali echter verboden. Die regel geldt nog steeds. Hoe daaruit een soepele en pragmatische wetgeving kan groeien, is mij een raadsel en verklaart Slaats ook niet.

‘Houwt dan in op de nekken’

Maar wat hij vooral niet verklaart is waar de shariageleerden zich op steunen. Want ze praten toch niet in het wilde weg? Als hij even naar de realiteit kijkt, dan merkt hij dat de vier soennitische madhahib of rechtsscholen vier bronnen voor de sharia hebben geformuleerd: de Koran; de Hadith; de Qiyas; en de Ijma. De Koran is niet een geschrift van Mohammed, maar een boek dat op een tafel ligt in de hemel en dat Mohammed in stukken en brokken door de engel Gabriel tijdens trances werd ingefluisterd (althans, dat geloven de moslims). Waarna Mohammeds vertrouwelingen dit hebben opgetekend. De Hadith is een verslag van diezelfde vertrouwelingen over het doen en laten van die profeet en zijn uitspraken in concrete kwesties. Hij is onderverdeeld in sira (het levensverhaal) en sunna (morele en juridische adviezen).

Qiyas is de leer naar analogie. Bijvoorbeeld: Mohammed heeft alcohol verboden. Nu zijn er drugs waarover hij nooit iets gezegd heeft, omdat ze in zijn tijd niet voorkwamen. Vanuit de analogie stellen de meeste shariageleerden dat Mohammed alle intoxicerende middelen wilde verbieden. Dus vallen ook drugs onder die regel. De Ijma tenslotte is de consensus. Als een shariageleerde twijfelt, dan zal hij nagaan hoe ander rechtsgeleerden over een thema geoordeeld hebben, en zich daarnaar richten.

De sharia is dus veel minder soepel dan Slaats ons wil doen geloven, maar er is meer. De hoogste autoriteit voor de sharia is de Koran. Die kan men lezen en hij is ondubbelzinnig: tegen ongelovigen moet gestreden worden, tot zij zich neerleggen bij de overmacht van de moslims. Het duidelijkst in dat opzicht is soera 47:4:

'Wanneer jullie dus een ontmoeting hebt met hen, die ongelovig zijn, houwt dan in op de nekken en wanneer gij onder hen een bloedbad hebt aangericht, bindt hen dan in boeien. Daarna of begenadiging of loskopen, totdat de strijd zijn geweld heeft neergelegd' (vertaling Kramers).

Dit is fundamenteel verschillend van de christelijke opdracht om alle volkeren te bekeren (Mattheus 28:19). Het christendom heeft als doel anderen te overtuigen, de islam wil anderen onderwerpen. Dat vele christenen tegen die regel gezondigd hebben door toch dwang uit te oefenen, en vele moslims serieuze pogingen doen om anderen in vrijheid voor hun geloof te winnen, doet niets af aan het feit dat de basisteksten een compleet andere boodschap uitdragen. Het is trouwens zo dat het christendom in zijn eerste drie eeuwen van onderop naar omhoog klom, en dat zijn aanhangers daarbij vervolging riskeerden. Terwijl de islam in de eerste drie eeuwen uitsluitend met het zwaard werd verspreid en van bovenaf met geweld werd opgelegd.

Een kwestie van krachtsverhoudingen

De bewering van Slaats dat alle serieuze islamitische geleerden het door de eeuwen heen vrij algemeen eens waren over het idee dat moslims zich moeten houden aan de wetten van het gebied waar men woont’ is daarom een pertinente leugen. Zij zijn het altijd eens geweest over het feit dat men de wetten respecteert van het gebied waar men woont, tot men sterk genoeg is om ze te veranderen. Tot het zo ver is, mag men taqiyya beoefenen, liegen tot men purper ziet in naam van het geloof. Mohammed zelf heeft dit expliciet toegestaan, met als merkwaardig hoogtepunt soera 8:43-44. Daarin werd gesteld dat Allah zelf zijn volgelingen bedrogen had voor de slag bij Badr:

'Toen Allāh hen jullie in jullie slaap toonde als gering in aantal; en zo Hij u hen als talrijk had getoond, zoude gij versaagd hebben en in tegenspraak zijn gekomen over het beleid. Maar Allāh heeft heil gegeven. Hij is waarlijk wetend omtrent wat in de borsten is. En toen Hij hen aan jullie toonde, ten tijde dat gij samentrof, als gering in uw ogen, terwijl Hij jullie gering maakte in hun ogen, opdat Allāh een beschikking zou treffen, die reeds bestemd was volvoerd te worden. En tot Allāh is het dat de beschikkingen teruggevoerd worden.'

Dit staat weer in schril contrast met het Evangelie: ‘Laat je ja ja zijn en je nee nee. Wat daar bovenop komt is uit den boze’ (Mattheus 5:37). Slaats moet dus geen onzin vertellen: zolang de shariageleerden de Koran als hoogste rechtsbron accepteren, KUNNEN zij de seculiere wetgeving niet accepteren, want die seculiere wetgeving is principieel een tirannie in hun ogen, die de strijd voor het ware geloof onmogelijk maakt. Zij kunnen, zelfs als zij het goed bedoelen, hoogstens DOEN ALSOF zij die accepteren. Zij wachten hun tijd af en werken aan een wijziging van de krachtsverhoudingen.

Zoals Mohammed zelf deed met het in 628 gesloten verdrag van Hudaybiya met Quraysh, toen hij in een zwakke positie verkeerde. Dat verdrag bepaalde dat tien jaar lang iedereen op pelgrimage mocht komen naar de Ka’aba in Mekka, en dat een bepaalde periode gereserveerd was voor de moslims. In 630 waren de krachtsverhoudingen echter gewijzigd ten gunste van Mohammed en kreeg hij een openbaring dat het Allah onwelgevallig was dat ook heidenen rond de Ka’aba circuleerden. Hij hief het tienjarig verdrag dus eenzijdig op, en dat was ook zijn vaste praktijk: verdragen waren nuttig als hij zich zwakker voelde; overbodig als hij zich sterker wist.

De afvallige houdt zijn mond wel

Het is ook niet waar, wat Slaats beweert, dat men volgens de sharia ‘niet (mag) moorden, niet (mag) stelen, zo mededogend mogelijk (moet) zijn’. Ik wil best geloven dat veel eerlijke moslims denken, en dat veel goed bedoelende imams zichzelf wijsmaken dat dit er staat. Maar helaas, dat is niet zo. Zowel uit de Koran als uit de Hadith blijkt duidelijk dat moord, ook sluipmoord, toegestaan is als het de profeet ten goede komt. En dat de bezittingen van andersdenkenden mogen geroofd worden, inbegrepen hun vrouwen en kinderen, ook voor seksslavernij. Bij elke belangrijke overwinning voegde Mohammed een nieuwe vrouw toe aan zijn harem, en hij nam die uit de oorlogsbuit, net nadat hun mannen vermoord waren. Bovendien staat de Koran het gebruik van slavinnen (‘wat uw rechterhand bezit’) nadrukkelijk toe, bovenop de vier wettige echtgenoten (soera 4:3). En dat men meedogend moet zijn? Binnen de umma of rovergemeenschap, inderdaad. Elk krijgt zijn deel in de buit. Maar niet daarbuiten.

Slaats zal wel beweren dat men dit in zijn context moet lezen en in zijn tijd en milieu moet zien en blablabla. Maar hij mag mij dan toch eens een tekst tonen – één – waarin een representatieve groep imams deze regels afstrijdt. Of ze – de truc die de christelijke theologen veelal met de Hebreeuwse Bijbel uithalen – metaforisch uitlegt.

Ondertussen blijft het een feit dat alle vier de madhahib of rechtsscholen het erover eens zijn dat een moslim die murtadd of afvallig wordt, ter dood moet gebracht worden. Ze twisten echter over de vraag wie dit mag voltrekken, de overheid of elke gelovige. Het resultaat is dat de straf, behalve in landen als Mauretanië, Soedan, Saudi-Arabië of Pakistan, zelden voltrokken wordt (ook al omdat de afvallige meestal zijn mond wel houdt).

Slaats zal wel uitpakken met de twee tolerante verzen uit de Koran, 2:256 en 18:29: ‘Er is geen dwang in de godsdienst’. En ‘Wie dan wil, laat hem geloven en wie wil, laat hem ongelovig zijn’. Die waren evenwel tot stand gekomen toen Mohammed zich in een zwakke positie bevond, hij had die traditionele vrijheid toen nodig om zelf overeind te blijven. Bovendien betekende het niet dat men in zijn buurt mocht geloven wat men wilde. Wel dat wie er anders over dacht, mocht opkrassen zonder gemolesteerd te worden. Toen hij vanaf 630 zonder enige oppositie de macht bezat, lagen de verhoudingen omgekeerd, en gold een totaal andere regel die het duidelijkst verwoord wordt door de grootste Hadith-autoriteit al-Boekhārī: ‘De profeet van Allāh zegde: wie zijn geloof verlaat, dood hem’. [1] Datzelfde lezen we ook in de Koran:

Indien de huichelaars niet ophouden, en ook zij in wier harten krankheid is en de onruststokers in Medina, zullen Wij u waarlijk tegen hen laten optreden; daarna zullen zij niet [in Medina] met u samenwonen, tenzij een geringe tijd. Terwijl zij vervloekt zijn en, waar zij ook aangetroffen worden, worden gegrepen en doodgeslagen’ (33:60-61). ‘Zij zouden wensen dat jullie ongelovig worden, zoals zij ongelovig zijn. Doch neemt u onder hen geen verbondenen, zolang zij niet uitwijken op de weg Allāh’s. Doch indien zij zich afwenden, grijpt hen dan en doodt hen, waar gij hen aantreft’ (4:89).

Durven in de spiegel kijken

Tenslotte is voorspelbaar dat Slaats zal stellen dat ook wij uit een duistere periode komen. In zijn tekst verwijst hij ernaar dat de guillotine pas relatief recent in Frankrijk werd afgeschaft. Dat klopt, maar daar gaat het niet over. De mensenrechten zijn niet over één nacht ijs geschreven en in ons verleden zijn er genoeg episodes waar wij ons diep over mogen schamen (we doen dat trouwens). Maar steeds zijn er in de christelijke traditie tegenkrachten aan het werk geweest die het gedrag van hun tijdgenoten afkeurden, iets wat in de islamitische traditie niet waarneembaar is. En net uit de negatieve ervaringen van het Westen, en de steeds weerkerende kritiek van binnenuit erop, is de doctrine van de mensenrechten geboren. Het Westen heeft in de spiegel gekeken, zijn zonden gezien en beterschap gezocht.

Het gaat niet over het verleden, maar over het heden. Het gaat erom welke maatschappij men in het heden wil. Imams die in alle oprechtheid zeggen dat ze zich naar onze democratische rechtsregels willen voegen, horen uiteraard in onze samenleving thuis. Maar de praktijk is helaas dat er nogal wat rondlopen die stiekem het omgekeerde verkondigen en als maatschappijmodel de salaf prediken, de normen van de roversbende rond Mohammed. Wantrouwen is bijgevolg gewettigd en het is geen overbodige eis dat zij dit concreet maken door te verklaren dat de seculiere wet boven de sharia gaat.

Dit is nergens discriminerend, want ook de katholieke kerk is door dat stof moeten kruipen om de moderniteit te accepteren en door de moderniteit geaccepteerd te worden. Nog in 1864 publiceerde paus Pius IX een Syllabus Errorum, waarin hij liberalisme, socialisme en de persvrijheid dwaalwegen noemde. En nog in 1910 legde Pius X aan alle priesters de antimodernisteneed op, waarmee zij die dwaalwegen moesten verwerpen (de eed werd pas afgeschaft in 1967). Indien de shariaverklaring zo aanstootgevend zou zijn, dan is er trouwens geen bezwaar tegen dat de overheid ook van katholieke priesters vraagt om een verklaring dat zij die Syllabus Errorum verwerpen.

Dat zou alleszins constructiever zijn dan vandaag beweren dat de Sharia een weg is naar de mensenrechten. Slaats spuit ook hier een mistgordijn. Hij schrijft dat het ‘geen enkel probleem is om het concept van mensenrechten op godsdienstige overtuigingen te baseren’. Hij haalt hier de grote goocheltruc uit waar Karen Armstrong kwistig gebruik van maakt: hij ‘christianiseert’ de islam. Want laten we wel wezen: in de Evangelische traditie (het Nieuwe Testament) komen ruim elementen voor die kunnen gebruikt worden om in de richting van de mensenrechten te redeneren. In de Koran of de Hadith vind ik die niet.

Ze zijn in het Jubelpark niet gek

Dat doen trouwens ook de Korangeleerden die daar achter zoeken niet, zo bleek onder andere in de Verklaring van Marrakech. Dit is een poging, gesponsord door de koning van Marokko, van driehonderd leden van de oelama om zich op een lijn te plaatsen met de internationale rechtsnormen voor de bescherming van minderheden in moslimlanden. Zij vonden slechts een nogal obscuur verdrag van Medina dat Mohammed zelf trouwens tot drie keer toe geschonden heeft; ten opzichte van joodse stammen in die oase (de derde keer liet hij alle mannen van een stam, de Quyrayza, zevenhonderd in totaal, in koelen bloede afmaken).

Daarom is de recente aanval in onze parlementaire commissie op de Senegalese vertegenwoordiger van de moskee in het Jubelpark ook zo dwaas. Het OCAD had twee verdwaalde Syriëstrijders gevonden die daar ooit gepasseerd waren. Welja, er zullen er ook wel eens gepasseerd zijn aan de KU Leuven of de VUB. Denkt het OCAD nu echt dat de haatpredikanten zo onnozel zijn om openlijk te opereren in het belangrijkste islamitische centrum van het land? Beseffen zij nog altijd niet dat het salafisme gewoon een logische conclusie is uit de Koran? En dat dit salafisme logischerwijze tot jihadisme leidt, zonder dat daar veel verbeelding voor nodig is?

In dat opzicht heeft – horresco referens ­ zelfs Filip Dewinter gelijk: het jihadisme zit inderdaad als een kuiken in het ei van de Koran. Toch vergist ook Dewinter zich. Geweld, zelfs genocidaal geweld, zit namelijk ook ingebakken in de Hebreeuwse Bijbel. Mocht het Filip Dewinter (of Jonas Slaats) interesseren, misschien een klein lijstje van Bijbelpassages die niet te onderscheiden zijn van de jihadische aansporingen in de Koran: Exodus 17:14; 20:37; 32:27-29. Numeri 25:3-8; 31:15-24. Deuteronomium 4:9; 7:3-6; 20:37. Joshua 5:13-15; 6:17-21; 8:24-29; 10:40-41. I Samuel 15:28. Ezra 9:11-12; 10:19. Nehemia 13:25; Psalm 137:8-9. Het waren die teksten waar de kruisvaarders zich op beriepen toen ze massamoorden begingen in Jeruzalem; en de conquistadores toen ze de Azteekse cultuur vernietigden in Mexico.

Veli Yüksel zet Dyanet uit de wind

Maar ik herhaal: het gaat niet over het verleden, maar over het heden. Het gaat erom welke maatschappij men in het heden wil. Als men daar geen duidelijkheid over schept, dan blijven de wolven zich camoufleren in schaapsvacht. Als bijvoorbeeld Veli Yüksel. Die trok namens CD&V in onze Kamer stevig van leer tegen de invloed van Saudi-Arabië op moskeeën via het Jubelpark, maar slaagde erin in alle talen te zwijgen over de invloed van het Turkse staatsorgaan Dyanet op de Turkse moskeeën bij ons. Die krijgen zelfs vooraf geprepareerde preken voorgelegd. En worden omgevormd tot verklikkerscentra tegen de Gülenbeweging die in ons land schitterend werk heeft gedaan via de Lucernascholen.

Veli Yüksel die recent nog aangeklaagd werd door – of all personsJohan Leman, omdat hij, als Belgisch parlementslid, zich blijkbaar moeiteloos in de erdoganistische haatpropaganda inschakelt. Ondertussen maakt Jonas Slaats zich druk erover dat onze minister Homans niet begrijpt dat imams verplicht zijn de goddelijke boven de menselijke wet te plaatsen.

Eddy Daniels

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!




[1] Het materiaal over afvalligheid is verzameld op http://www.answering-islam.org/Silas/apostasy.htm vanuit een salafistische visie. Op http://www.muhammadanism.org/Terrorism/muhammad_islam_terrorism.pdfn vanuit een antijihadische. Een verantwoording van de gestrengheid. https://islamqa.info/en/12406. Retr 05/02/2016. Zie ook onder andere sūrah 4:137.