De pers kan het licht van de zon ontkennen

De pers kan het licht van de zon ontkennen

Erdoganisten hebben geen bewijzen nodig om wilde beschuldigingen te spuien, maar ook Europese journalisten bezitten weinig zelfkritiek als ze nu klagen omdat ze toen hun lezers mist in de ogen spoten.

Die hypocrisie kan soms stuitend zijn. Donderdagavond 30 maart werden in Brussel bij de Turkse ambassade drie mensen verwond met een mes en een ijzeren staaf, waaronder een Koerdische dame vrij ernstig, toen zij hun stem in het referendum over de presidentiële macht in Turkije van 16 april 2017 wilden uitbrengen. Twee dagen later presteert Peter Mijlemans, de editorialist van Het Nieuwsblad (01/04), het om erop te wijzen dat ‘voor het verspreiden van dat fanatisme werd gewaarschuwd eind jaren tachtig’.

Ter herinnering: Het Nieuwsblad is de Vlaamse krant waarvan de hoofdredacteur zich – na de Keulse incidenten van de Sylvesternacht 2015/2019 - ­ erop voorstond dat zij tot de ‘discreten’ hadden behoord die al die jaren de polarisering niet hadden willen opdrijven door hun lezers met trieste feiten te confronteren (07/01/2016). Ik reageerde daar toen op in Melig spreken over een duidelijke ghāzwah. Mijlemans vond het niet nodig te herinneren aan die medeplichtigheid van zijn krant, noch de naam te noemen van wie toen wél gewaarschuwd had: het Vlaams Blok. De boodschap van de kiezer werd meteen omgekeerd door het Koninklijk Commissariaat van Paula D’Hondt. En het Blok werd afgeblokt door een cordon sanitaire, opgezet door de toenmalige kopman van de groenen, Jos Geysels.

En nu hoeft men er mij niet van te verdenken ooit enige sympathie te hebben gehad voor dit Vlaams Blok, het was nooit mijn partij en zijn opvolger zal dat ook wel nooit worden. Maar één zaak blijft overeind: toen zij op een onbehouwen manier de rol speelden van kanarie in de mijn, werd de boodschap van de kiezer in zijn tegendeel omgezet. Paula D’Hondt onderzocht namelijk niet hoe het kwam dat zoveel mensen (tot 24 procent in 2004) zich ergerden aan het gedrag van sommige allochtonen; zij onderzocht in een lijvig rapport hoe de autochtonen de allochtonen in de weg liepen. Ik klaagde dat recent nog aan in Over de unia in de ruimte wordt gezwegen. Het doet denken aan de manier waarop Mohammed redeneerde over de joodse stammen in Jathrib/Medina, die als autochtonen mochten opkrassen omdat ze hem als allochtoon niet wilden volgen.

Een Vijfde Colonne middenin Europa

Ondertussen zitten we met een Vijfde Colonne die lak heeft aan de situatie in Europa maar reageert op de vingerknippen van Recep Tayyip Erdogan in Turkije. Hoe is dat zo gekomen? Twee leden van de Gülenbeweging in België, Özkan Yilmaz en Ibrahim Anaz, leggen dit uit in diezelfde krant (HNB 01/04 p. 9):

‘De meeste mensen denken dat de Turkse gemeenschap veel beter geïntegreerd is dan de Marokkaanse. Dat was op een bepaald moment ook zo, maar rond 2010 is er veel veranderd. Vanaf dan heeft Erdogan zijn greep op de Turken in het buitenland versterkt (…) De Turkse verenigingen kregen extra geld en werden ingeschakeld om de Turkse trots te herstellen (…). Zo zijn veel van die verenigingen in korte tijd geëvolueerd van culturele, maatschappelijke organisaties naar politieke instrumenten (…). Allemaal organisaties die door de Vlaamse overheid zijn gesubsidieerd om de integratie te bevorderen (…). Zo is het Turkse verenigingsleven in enkele jaren geradicaliseerd’.

De vraag is dan natuurlijk waarom dit zo goed gelukt is. En dan is daar het gegeven dat Europa zich lang vergist heeft in het kemalisme. Die ideologie van een modern Turkije, gericht op Europa, dat zich afzette tegen het Ottomaanse verleden, werd gecreëerd door Mustapha Kemal Atatürk. Die generaal had een immense populariteit overgehouden aan de slag van Gallipoli bij de Dardanellen waar het Turkse leger in 1916 de Britse (en Australisch/Nieuw-Zeelandse) troepen terugdreef die Istanbul wilden veroveren. Het resultaat was dat Kemal in 1924 de president werd en op een autoritaire wijze een moderniseringsproces opzette dat hem in 1934 officieel tot ‘vader van de Turken’ (Atatürk) maakte. Zijn instrument daarbij was vooral het leger, dat als eerste gemoderniseerd was met officieren die hun opleiding hadden gekregen in Berlijn. Het khālifaat werd afgeschaft , en de imāms werden letterlijk in de moskeeën gejaagd, voortaan gecontroleerd door Diyanet, een staatsinstelling voor religieuze zaken.

Dat leger zette na Atatürks overlijden in 1938 deze tendens voort. Het duldde een ‘bewaakte’ democratie, dat wil zeggen, Turkije werd via verkiezingen bestuurd, maar telkens als het misliep greep het leger de macht (in 1960, 1971, 1980). Het nadeel van dit systeem was dubbel: het werd als vanzelf corrupt; en de economie werd bureaucratisch geleid met veel overheidsbedrijven in handen van gepensioneerde generaals (een situatie die zich ook voordeed in het nasseristische Egypte van Mubarak). Dat hield als vanzelf stagnatie in, en wekte veel frustraties op die gingen schuilen onder islāmitische dekmantel.

De eerste die daarvan wist te profiteren was Necmettin Erbakan (1926-2011), de oprichter van Milli Görüş. Zijn uitgangspunt was dat Turkije stagneerde omdat het de islāmitische waarden had losgelaten en vervallen was in de decadentie van Europa. Hij was dan ook tegenstander van een toetreding tot de EU. In 1996 werd hij als leider van de Refah of Welvaart Partij eerste minister. In 1997 dwongen de militairen hem tot aftreden, waarin ze werden gesteund door het Hoog Gerechtshof omdat hij de scheiding had doorbroken tussen ‘kerk’ en staat. Eén van zijn ‘leerlingen’ was Recep Tayyip Erdogan die in dezelfde periode (1994-1998) burgemeester werd van Istanbul. Hij werd tot aftreden gedwongen wegens het gebruiken van een gedicht tijdens een toespraak:

Democratie is slechts de trein die wij nemen totdat wij op onze bestemming zijn aangekomen. Minaretten zijn onze bajonetten, koepels onze helmen, moskeeën onze kazernes en gelovigen onze soldaten’.

Hij werd veroordeeld tot acht maanden gevangenis, maar keerde terug in de politiek als leider van een nieuwe maar gematigder islāmitische partij, AKP (Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling). Hij won de verkiezingen in 2002 (met 34 procent) en werd in 2003 eerste minister.

De bloei onder Erdogan

Onder zijn impuls kende de economie eerst een ongekende bloei, en werd de lira een sterke munt. De staatsschuld werd afgebouwd van circa 75 tot 45 procent en de schuld aan het IMF raakte afbetaald. Verschillende factoren speelden in zijn voordeel: Turkssprekende naties in Centraal-Azië werden bevrijd van het sovjetische juk en gingen goede handelsrelaties aan met de broedernatie; Saudi-Arabië en andere Golfstaten zochten uitwegen voor hun oliedollars en investeerden onder andere stevig in de toeristische infrastructuur van Turkije; maar vooral ook – en deze verdienste kan hem niet worden ontzegd – het terugdringen van de overheidsmonopolies en de staatsbureaucratie. Dit gaf ruimte aan de Turkse zin voor initiatief en bevrijdde de kleine ondernemer uit de greep van de over-reglementering. Met een aanzienlijke welvaartsstijging als gevolg. Die is ondertussen stil gevallen: de geldschieters uit de Golf zitten zelf met cashproblemen; het toerisme is in volle crisis; en de vluchtelingenstroom uit Syrië drukt zwaar op de economie, onder andere omdat goedkope vluchtelingen eigen Turkse werknemers op de arbeidsmarkt verdringen.

Twee tendensen strijden daarom in de Turkse publieke opinie: enerzijds groeiende ontevredenheid omdat de gouden jaren blijkbaar achter de rug zijn en de levensstandaard weer achteruit loopt; en anderzijds een tamelijk absurd geloof in complottheorieën die er via de steeds sterker gecontroleerde media ingepompt worden (vooral tegen de Hizmetbeweging van Fethullah Gülen). Wat de economische stagnatie betreft: daar hebben de Turken in Europa natuurlijk geen last en soms geen weet van. Wat verklaart waarom de populariteit van Erdogan onder migranten (75 procent) aanzienlijk hoger lijkt te liggen dan onder ingezetenen van het land zelf. Volgens sommige schattingen zou die onder de veertig procent zijn gezakt. Op het moment dat ik dit schrijf is de verkiezingsuitslag natuurlijk niet te voorspellen, maar we mogen er ook van uitgaan dat welke de uitslag ook zal zijn, beide partijen elkaar van fraude zullen betichten.

Die daling van populariteit in het land zelf verklaart waarom Erdogan de stemmen in Europa zo nodig lijkt te hebben en zich tot steeds sterkere provocaties laat verleiden. Maar zoals steeds geldt hier het gevleugelde woord van Talleyrand: ‘Tout ce qui est excessif est insignifiant’, alles wat uitzinnig is, heeft uiteindelijk geen betekenis. We kunnen niet koffiedik kijken, maar precies de uithalen aan het adres van Nederland en Duitsland over nazisme enzovoort, zouden wel eens kunnen aanduiden dat we het begin van het einde van het Erdogan-regime beleven. Vele Turken in Europa lijken echter zo in de ban te zijn van het gejubel over het herstel van de Turkse trots dat ze blind en doof zijn voor elke kritische noot in de media van de landen waar ze verblijven.

Wat maar weer eens bewijst dat het opdrijven van de democratische vorming in Europa weinig oplevert, omdat de kern van elke islāmitische hervormingsbeweging tot nu toe altijd weer uitliep op een principiële keuze voor autoritarisme. Het probleem met Turkse maar ook andere in Europa levende mohammedanen is niet dat ze de regels van de democratie niet kennen, maar dat ze die niet erkennen.

Dat blijkt nog het stevigst in de hetze tegen de Gülenbeweging, waarschijnlijk de meest naar verlichting strevende islāmitische beweging waar dan ook. Zij zet namelijk in op tolerantie gedragen door modern onderwijs. Ze controleerde op een bepaald ogenblik een kwart van de private scholen in Turkije zelf met een zeer seculier leerprogramma (ook bij ons in de Lucernascholen). Het gevolg is dat zij een eigen intelligentsia heeft gevormd die op basis van haar intrinsieke bekwaamheid belangrijke posten in het Turkse overheidsapparaat wist te bezetten.

Het ‘complot’ van de gülenisten

Vanuit die strategische positie heeft Gülen steeds elke poging van Erdogan om zich aan te passen aan de Europese Unie gesteund, zonder dat zij ooit strijdmakkers zijn geweest. Toen Erdogan vanaf 2010 zijn zwenking maakte – sommigen zeggen ‘zijn masker liet vallen’ – trok Gülen die steun terug. Vanaf dan werd zijn sterke troef, de intellectuele bekwaamheid van zijn aanhangers, tegen hem gebruikt. Er werd ingespeeld op de jaloezie van de minder gevormden die zich vaak gepasseerd voelden voor de goede baantjes: de gülenisten zouden een staat in de staat vormen en elkaar hand- en spandiensten verlenen. Beschuldigingen die men bij ons nog sporadisch kan horen tegen de Loge, vroeger tegen de jezuïeten en de joden, en in de zakenwereld tegen de Vlerickboys.

En dan was daar de poging tot staatsgreep vanuit het leger van 15 juli 2016, waarbij ongeveer 250 doden vielen. Erdogan ‘wist’ meteen dat Gülen erachter zat. Die ontkende alle betrokkenheid en verklaarde zich neer te leggen bij de besluiten van een internationale onderzoekscommissie die Erdogan dan weer niet zag zitten. Hoogstens wilde Gülen gezegd hebben dat sommige van de coupplegers mogelijk beïnvloed waren door zijn democratische ideeën, maar dat houdt nog geen organisatorische band is.

Ondertussen is de erdoganistische heksenjacht aan de gang, die overigens al ingezet werd in 2014, ook onder de Turken in Europa via het nu door Erdogan gecontroleerde Diyanet. Het eerste bewijs voor de betrokkenheid van de Hizmetbeweging moet nog geleverd worden, en daarom weigert de Amerikaanse regering ook tot vandaag Gülen uit te leveren (die in de VS in ballingschap leeft). Dat is echter geen bezwaar voor de erdoganisten om zonder enige kritische geest hun leider na te bazuinen dat die band wel degelijk bestaat. Zij zijn nu eenmaal gevormd in geloven wat ze willen geloven.

Erdogan zal op de één of andere manier op zijn gezicht moeten gaan om hen uit hun dromen te bevrijden. Misschien zullen precies zijn uithalen naar Nederland en Duitsland daartoe leiden? Het zijn de voornaamste ‘leveranciers’ van toeristen. Eerder joeg hij de Russen al weg en al zijn de betrekkingen ondertussen hersteld, die komen niet echt terug want die zitten momenteel zelf in een economische crisis. Het inkomen van miljoenen mensen hangt af van het toerisme. De Turken in Europa liggen daar niet van wakker, die in Turkije wel.

Eddy Daniels

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!