De megalomanie van de puberende tiener (3)

De megalomanie van de puberende tiener (3)

In de bundel over Erdoğan van uitgeverij Aspekt analyseert Armand Sağ Turkije onder Erdoğan. Van klein broertje in Europa tot puberende tiener. Sağ beklemtoont dat het Sèvressyndroom – ‘Turkije omringd door vijanden’ – de centrale gedachte is van waaruit zowel honderd jaar Turkse geschiedenis naar het model van Atatürk, als de politiek van Erdoğan vandaag dient begrepen te worden. Zo verklaart hij ook de houding van Turkije tegenover de Europese Unie: de natie deed al in 1959 een aanvraag om lid te worden van wat toen nog de EEG heette, de Europese Economische Gemeenschap. Zij werd aan het lijntje gehouden tot 1963, toen begonnen de formele besprekingen.

Maar die werden afgebroken wegens de militaire staatsgrepen en in 1987 moest er opnieuw een officiële aanvraag worden ingediend. Sindsdien wordt Turkije (in Turkse ogen) weer aan het lijntje gehouden, omdat het niet aan de regels voldoet, terwijl landen die vroeger tot het Warschaupact behoorden vlot toegelaten werden. De Turken begrijpen dat niet, of willen het niet begrijpen, zij houden er het gevoelen aan over als tweederangs mensen behandeld te worden. Dat kwetst enorm het meest kwetsbare gevoelen van deze natie, haar trots.

Het islamitische Wirtschafswunder

Maar in 2002 kwam Erdoğan dus aan de macht. Ook hij maakte van het toetreden tot Europa een centraal programmapunt, zij het dat hij voor zijn achterban het accent verlegde: niet Turkije moest toetreden tot de EU, maar de EU tot Turkije. Dit wortelt in de panturkse filosofie die ontwikkeld werd onder auspiciën van Necmettin Erbakan (Millî Görüş) en Alparslan Türkeş (Bozkurtlar of de Grijze Wolven). De Indo-Europese volkeren van Europa (de Basken uitgezonderd) stammen in die visie af van dezelfde Euraziatische volkeren waar de Altaïsche Turken uit zijn voortgekomen en dat ‘bewijst’ men onder andere aan de hand van de Anatolische archeologie (de Hittieten als proto-Europeanen). Wil Europa levenskracht verwerven, weg van zijn feminiene decadentie, zo redeneren de Panturken verder, dan heeft het een injectie nodig met bloed van een gezond steppenvolk om zijn strijdbare wortels terug te vinden.

Erdoğan brengt Europa in eigen ogen dus een geschenk, in plaats van omgekeerd. Ook in die constructie is niet de islam het centrale verzamelpunt, maar het volksnationalisme, hoe islamitisch de retoriek ook klinkt. Maar in zijn streven naar internationale integratie om buitenlands te domineren, liet Erdoğan wel de kemalistische paranoia los van ‘Turkije omringd door vijanden’. Dat leidde tot een nieuwe opening, vanuit een sterk zelfbewustzijn, naar de Arabische wereld, en dat is misschien wel een verklaring voor de voornaamste troef die hij vervolgens kon uitspelen: een stevige economische opleving van gemiddeld zes procent jaarlijks, en de afbouw van de schuld bij het IMF. Tussen 2002 en 2012 steeg het BBP met 65 procent. De bevolking profiteerde duidelijk van het Erdoğan-tijdperk, na een eeuw overtrokken beloftes van kemalisten en voorzichtige neo-islamieten. Eindelijk slaagde de neoliberale islamrenovatie die al uitgeprobeerd was sinds 1950 onder Menderes.

De succesformule van Hjalmar Schacht

We zagen immers al dat elke poging om het land economisch te moderniseren stukliep op een te zwakke financiële basis met telkens een galopperende inflatie als gevolg. Erdoğan wist die valkuil te vermijden door twee factoren: vanuit zijn volkse massabasis mobiliseerde hij niet meteen de hogere burgerij, maar de sluimerende dorpseconomie, of haar afgeleide in de smalle straatjes van de steden. Daardoor ontstonden er duizenden kleine bedrijfjes die een internationaal afzetgebied vonden. Onder andere in ‘Turkse’ gebieden in Centraal-Azië die vroeger tot de Sovjet-Unie hadden behoord maar sinds 1991 een eigen weg gingen, vaak drijvend op rijke gasvoorraden. En Erdoğan werkte prestigieuze infrastructuurprojecten af die door zijn voorgangers in de steigers waren gezet, maar afgeblazen wegens gebrek aan financiële middelen.

Het valt op dat dit tweede punt ook het succes bepaalde van Adolf Hitler indertijd: hij tilde Duitsland na 1933 uit het economische moeras door projecten af te werken (de autobanen, de Volkswagen, de expansie van de chemische industrie) die al waren uitgetekend onder de door hem verfoeide Weimar-republiek. Die behaalde hij met een soort keynesiaanse deficit spending, opgezet door Hjalmar Schacht (die betaalde met later invorderbare wissels). Dit zou in zijn gezicht ontploft zijn als hij de oorlog niet was begonnen. In feite haalde Hitler als volleerde Gazi of ‘plunderaar’ (in Turkse termen) elders wat hij in eigen land niet had, financiële rugdekking.

Over die ruimte om een oorlog te beginnen beschikt Erdoğan niet. Hij wist de economische expansie echter te onderbouwen, met leningen van de Arabische Golfstaten (vooral Qatar) die een uitweg zochten voor hun teveel aan oliedollars. Diezelfde oliedollars dienden ook als onderbouw voor de ‘Turkse Riviera’, een ontzagwekkende keten van luxehotels langs de oostelijke en zuidelijke kusten. Het toerisme ‘boomde’, maar de ironie wil dat uitgerekend de man die het decadente Europa wil genezen via Turkse preutsheid, de Europese decadentie massaal importeerde om aan euro’s te geraken. En dit met steun van de dollars van de hypocriet-preutse islamitische oliestaten. Iranese en Saudische jongedames stappen in nikab op het vliegtuig in Teheran of Ryad, en in bikini af in Antalya.

De hond die de hand bijt die hem voedt

Ondertussen werd de Erdoğan-clan – aangetreden als Mr Proper tegen corrupte generaals – ervan beschuldigd zelf de zakken ruim gevuld te hebben. Om die geruchten te bestrijden, diende de pers gemuilkorfd te worden. Daardoor is het Erdoğan-regime van de ene crisis in de andere beland en die weert hij nu af met avontuurlijke retoriek: eerst zocht hij ruzie met Rusland, door een vliegtuig neer te halen bij de Syrische grens; daarna met twee andere topleveranciers van toeristen, Duitsland en Nederland, door hen van nazisme te beschuldigen. Tegelijkertijd valt de onderbouw van oliedollars stil, omdat zijn investeerders die zelf nodig hebben wegens de lage olieprijzen en hun demografische groei. Want er staan bij hen steeds meer monden open voor de walgelijke rijkdom zonder werken, waar zij hun bevolking aan gewend hebben. Ook hun dollarreserves slinken.

Maar het behaalde succes in de periode pakweg 2002-2012 is Erdoğan blijkbaar naar het hoofd gestegen, en hij is zichzelf onaantastbaar gaan wanen. Vandaar de stelling van Armand Sağ dat hij zich niet zozeer als een krankzinnige dan wel als een puberende tiener gedraagt. Hij slaagt er niet in tegenslagen te verwerken vanuit zelfkritiek, en is de oude paranoia-theorie van Atatürk weer van stal gaan halen, zij het in het kwadraat. Turkije is weer omringd door vijanden, maar het kan volgens hem al die vijanden aan en hij zal ze de les eens gaan spellen. Die retoriek valt op een honderd jaar lange indoctrinatie met frustraties en minderwaardigheidscomplexen, gecompenseerd door overmatige trots en grootheidswaanzin. En die slaat dus aan bij ongeveer vijftig procent van de kiezers.

 In het beruchte referendum eerder dit jaar behaalde hij nipt 51 procent, maar dat was vooral te danken aan de overweldigende steun die hij kreeg van Turken in het buitenland. Hun steun, zo min als die van zijn aanhangers in het binnenland, is niet te verklaren vanuit islamitische maar vanuit volksnationalistische motieven. De Turken in Europa weten deksels goed dat zij het er beter hebben dan in hun vroegere vaderland, maar zij hebben zich steeds gefrustreerd gevoeld omdat zij buiten dat vaderland hun soelaas moesten zoeken. Ze vonden dat niet eerlijk, maar slaagden er mentaal niet in dit aan zichzelf (of hun leiders) te wijten en velen bouwden onderhuids een wrok op tegen de naties die hen ruimte en kansen boden. Ze werden als de hond die de hand bijt die hem voedt.

Vijfde Colonne van rancuneuze migranten

Erdoğan werd de man die hun hoop belichaamde, de eerste Turkse politicus die het vaderland weer sterk maakte en hen zelfs de illusie gaf dat zij ooit konden terugkeren. Hoe agressiever hij zich gedroeg op het buitenlandse toneel, hoe feller zij genoten. Dat hij Merkel en Rutte schoffeerde, klonk als muziek in hun oren. Dat hij daarbij op een ongeziene schaal de persvrijheid afbrak, namen zij erbij. De erfenis van de kemalisten was bepaald geen levensles in democratie geweest, welke illusie de Europese intelligentsia daar ook rond gekoesterd heeft.

Hoe moet het nu verder? Alles wijst erop dat naarmate het economisch ‘wonder’ van Erdoğan aan het smelten is, deze zich agressiever zal gedragen op het buitenlandse toneel, de eeuwige uitweg van elke dictator. Hoe gevaarlijk wordt die neiging tot agressie? In het Nabije Oosten zal dit waarschijnlijk tot een nieuwe oorlog tegen de Koerden leiden (die eigenlijk al lang aan de gang is). Anton Kruft schetst het wespennest dat de regio waarin Turkije zich beweegt, geworden is in de bijdrage Erdoğan en zijn relatie tot het Midden Oosten. Vooral zijn sterke afhankelijkheid van oliedollars zou hem wel eens parten kunnen spelen, maar uiteraard krijgen Europa en de VS de zwarte piet toegespeeld.

Toch zal het naar het Westen toe bij retoriek blijven, al probeert hij de stabiliteit er wel te ondermijnen met zijn Vijfde Colonne van rancuneuze emigranten. We zullen er nog een tijd mee moeten leven, tot ook hun illusies in elkaar zullen stuiken. Het was daarom mijns inziens zeer verstandig van Merkel dat zij een ‘appeasement’-politiek voerde, want het zal niet Europa zijn dat Erdoğan kan ten val brengen. Elke poging daartoe zal slechts leiden tot een verheviging van de retoriek en een sterkere nationalistische reflex, die ook de anti- Erdoğanisten zal meesleuren. Het zijn de Turken zelf die het zullen moeten doen, en het is Erdoğan zelf die het onvermijdelijk maakt dat zij het zullen doen.

De Gülenbeweging als enig lichtpunt

Hoe lang zal dat duren? Tot het Turkse volk helaas weer door een periode van doffe ellende zal zijn gegaan. Afgesneden van Europa; verwikkeld in een eindeloze oorlog in het Nabije Oosten met steeds wisselende partners en vijanden; met Arabische geldschieters zonder geld; zal de economie terug vallen. Een tijdlang zullen velen zich blijven laven aan de holle slogans, vooral de Turken in Europa die zelf niet getroffen worden. Maar ook zij zullen de waarheid in de ogen moeten kijken, naarmate de berichten over het onhoudbare van de toestand tot hen doordringen. ‘Erdoğan berijdt een tijger waar hij niet meer kan van afstappen,’ schrijft Perry Pierik in zijn bijdrage (p. 141).

Omdat hij zijn eigen tijger niet meer in bedwang kan houden, zal zijn regime met veel gedruis in elkaar storten en de anarchie weer de kop op steken. Er is één lichtpunt: de Gülenbeweging die nu zo hard en onrechtvaardig door hem wordt aangepakt. Het onvermogen om bewijzen te produceren dat zij achter de staatsgreep van 15 juli 2016 zat, kan wel eens zijn achillespees worden. Dat de bundel van Aspekt geen enkele bijdrage bevat over deze hoopgevende islamitische beweging, is wel de ergste kritiek die ik erop heb. Maar ook op enkele andere bijdragen valt één en ander te zeggen. In een volgende bijdrage ga ik in op het stuk van Paul Cliteur, Erdoğan versus Atatürk of de zegeningen van het militante secularisme.

Eddy Daniels

Lees verder: Het grote gelijk waar je niets voor koopt (3)

Anton Kruft & Perry Pierik ed., Erdoğan. Perceptie, reflectie, analyse, Uitgeverij Aspekt, 17,95 €.

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een  bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch